1En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israëls, zeggende: Dit is de zaak, die de Heere geboden heeft:stylusNumeri 7:2, Numeri 7:2, Deuteronomium 1:13, Deuteronomium 1:17, Numeri 1:42Wanneer een man den Heere een gelofte zal beloofd, of een eed zal gezworen hebben, zijn ziel met een verbintenis verbindende, zijn woord zal hij niet ontheiligen; naar alles, wat uit zijn mond gegaan is, zal hij doen.stylusPsalmen 50:14, Psalmen 50:14, Psalmen 116:14, Psalmen 116:14, Prediker 5:43Maar als een vrouw den Heere een gelofte zal beloofd hebben, en zich met een verbintenis in het huis haars vaders in haar jonkheid zal verbonden hebben;stylus4En haar vader haar gelofte, en haar verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal horen, en haar vader tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen al haar geloften bestaan, en alle verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan.stylus5Maar indien haar vader dat zal breken, ten dage als hij het hoort, al haar geloften, en haar verbintenissen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zullen niet bestaan; maar de Heere zal het haar vergeven; want haar vader heeft ze haar doen breken.stylusEfeziërs 6:1, Mattheüs 15:4, Mattheüs 15:6, Marcus 7:10, Marcus 7:136Doch indien zij immers een man heeft, en haar geloften op haar zijn, of de uitspraak harer lippen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft;stylusPsalmen 56:12, Psalmen 56:127En haar man dat zal horen, en ten dage als hij het hoort, tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen haar geloften bestaan, en haar verbintenissen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zullen bestaan.stylus8Maar indien haar man ten dage, als hij het hoorde, dat zal breken, en haar gelofte, die op haar was, zal te niet maken, mitsgaders de uitspraak harer lippen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zo zal het de Heere haar vergeven.stylusGenesis 3:16, Genesis 3:16, 1 Korintiërs 14:34, Efeziërs 5:22, Efeziërs 5:249Aangaande de gelofte ener weduwe, of ener verstotene: alles, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal over haar bestaan.stylusRomeinen 7:2, Lucas 2:37, Romeinen 7:2, Lucas 2:37, Leviticus 21:710Maar indien zij ten huize haars mans gelofte gedaan heeft, of met een eed door verbintenis haar ziel verbonden heeft;stylus11En haar man dat gehoord, en tegen haar stil zal gezwegen hebben, dat niet brekende; zo zullen al haar geloften bestaan, mitsgaders alle verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan.stylus12Maar indien haar man die dingen ganselijk te niet maakt, ten dage als hij het hoort, niets van al wat uit haar lippen gegaan is, van haar gelofte, en van de verbintenis harer ziel, zal bestaan; haar man heeft ze te niet gemaakt, en de Heere zal het haar vergeven.stylusNumeri 30:8, Numeri 30:8, Numeri 15:25, Numeri 30:5, 1 Korintiërs 11:313Alle gelofte, en allen eed der verbintenis, om de ziel te verootmoedigen, die zal haar man bevestigen, of die zal haar man te niet maken.stylus1 Korintiërs 11:3, 1 Korintiërs 11:3, Psalmen 35:13, Leviticus 23:32, 1 Petrus 3:114Maar zo haar man tegen haar van dag tot dag ganselijk stilzwijgt, zo bevestigt hij al haar geloften, of al haar verbintenissen, dewelke op haar zijn; hij heeft ze bevestigd, omdat hij tegen haar stilgezwegen heeft, ten dage als hij het hoorde.stylus15Doch zo hij ze ganselijk te niet maken zal, nadat hij het gehoord zal hebben, zo zal hij haar ongerechtigheid dragen.stylusLeviticus 5:1, Leviticus 5:1, Galaten 3:28, Numeri 30:12, Numeri 30:816Dat zijn de inzettingen, die de Heere Mozes geboden heeft, tussen een man en zijn huisvrouw, tussen een vader en zijn dochter, zijnde in haar jonkheid, ten huize haars vaders.stylusLeviticus 11:46, Leviticus 11:47, Leviticus 15:32, Leviticus 15:33, Leviticus 14:54