1Zo zeide de Heere tot Aäron: Gij, en uw zonen, en het huis uws vaders met u, zult dragen de ongerechtigheid des heiligdoms; en gij, en uw zonen met u, zult dragen de ongerechtigheid van uw priesterambt.stylusExodus 28:38, Exodus 28:38, 1 Petrus 2:24, Hebreeën 13:17, Ezechiël 3:182En ook zult gij uw broederen, den stam van Levi, den stam uws vaders, met u doen naderen, dat zij u bijgevoegd worden, en u dienen; maar gij, en uw zonen met u, zult zijn voor de tent der getuigenis.stylusGenesis 29:34, Genesis 29:34, 2 Kronieken 30:16, Numeri 3:6, Numeri 3:133En zij zullen uw wacht waarnemen, en de wacht der ganse tent; doch tot het gereedschap des heiligdoms en het altaar zullen zij niet naderen, opdat zij niet sterven, zo zij als gijlieden.stylusNumeri 4:15, Numeri 4:15, Numeri 16:40, Numeri 3:25, Numeri 3:314Maar zij zullen u bijgevoegd worden, en de wacht van de tent der samenkomst waarnemen, in allen dienst der tent; en een vreemde zal tot u niet naderen.stylus1 Samuël 6:19, Numeri 3:10, 2 Samuël 6:6, 2 Samuël 6:7, Numeri 1:515Gijlieden nu zult waarnemen de wacht des heiligdoms, en de wacht des altaars; opdat er geen verbolgenheid meer zij over de kinderen Israëls.stylusExodus 27:21, Exodus 27:21, Numeri 16:46, Leviticus 24:3, Numeri 16:466Want Ik, zie, Ik heb uw broederen, de Levieten, uit het midden der kinderen Israëls genomen; zij zijn ulieden een gave, gegeven den Heere, om den dienst van de tent der samenkomst te bedienen.stylusNumeri 3:9, Numeri 3:9, Numeri 3:12, Numeri 3:45, Numeri 3:127Maar gij, en uw zonen met u, zult ulieder priesterambt waarnemen in alle zaken des altaars, en in hetgeen van binnen den voorhang is, dat zult gijlieden bedienen; uw priesterambt geve Ik u tot een dienst van een geschenk; en de vreemde, die nadert, zal gedood worden.stylusNumeri 3:10, Romeinen 15:15, Romeinen 15:16, Johannes 3:27, Numeri 3:108Voorts sprak de Heere tot Aäron: En Ik, zie, Ik heb u gegeven de wacht Mijner hefofferen, met alle heilige dingen van de kinderen Israëls heb Ik ze u gegeven, om der zalving wil, en aan uw zonen, tot een eeuwige inzetting.stylusLeviticus 6:16, Leviticus 6:16, Exodus 40:13, Exodus 29:29, Leviticus 6:189Dit zult gij hebben van de heiligheid der heiligheden, uit het vuur: al hun offeranden, met al hun spijsoffer, en met al hun zondoffer, en met al hun schuldoffer, dat zij Mij zullen wedergeven; het zal u en uw zonen een heiligheid der heiligheden zijn.stylusLeviticus 7:7, Leviticus 7:7, Leviticus 4:22, Leviticus 6:25, Leviticus 6:2610Aan het allerheiligste zult gij dat eten; al wat mannelijk is zal dat eten; het zal u een heiligheid zijn.stylusLeviticus 6:29, Leviticus 7:6, Leviticus 6:29, Leviticus 7:6, Leviticus 6:1611Ook zal dit het uwe zijn: het hefoffer hunner gave, met alle beweegofferen der kinderen Israëls; Ik heb ze aan u gegeven, en aan uw zonen, en aan uw dochteren met u, tot een eeuwige inzetting; al wie in uw huis rein is, zal dat eten.stylusDeuteronomium 18:3, Deuteronomium 18:3, Leviticus 10:14, Exodus 29:27, Exodus 29:2812Al het beste van de olie, en al het beste van de most, en van koren, hun eerstelingen, die zij den Heere zullen geven, u heb Ik ze gegeven.stylusDeuteronomium 18:4, Exodus 23:19, Deuteronomium 18:4, Exodus 23:19, Exodus 34:2613De eerste vruchten van alles, wat in hun land is, die zij den Heere zullen brengen, zullen uwe zijn; al wie in uw huis rein is, zal dat eten.stylusExodus 22:29, Exodus 22:29, Micha 7:1, Hosea 9:10, Exodus 23:1914Al het verbannene in Israël zal het uwe zijn.stylusLeviticus 27:28, Leviticus 27:28, Ezechiël 44:29, Ezechiël 44:2915Al wat de baarmoeder opent, van alle vlees, dat zij den Heere zullen brengen, onder de mensen, en onder de beesten, zal het uwe zijn; doch de eerstgeborenen der mensen zult gij ganselijk lossen; ook zult gij lossen de eerstgeborenen der onreine beesten.stylusExodus 34:20, Exodus 34:20, Exodus 13:2, Exodus 13:2, Exodus 13:1216Die nu onder dezelve gelost zullen worden, zult gij van een maand oud lossen, naar uw schatting, voor het geld van vijf sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms, die is twintig gera.stylusExodus 30:13, Exodus 30:13, Numeri 3:47, Numeri 3:47, Ezechiël 45:1217Maar het eerstgeborene van een koe, of het eerstgeborene van een schaap, of het eerstgeborene van een geit zult gij niet lossen, zij zijn heilig; hun bloed zult gij sprengen op het altaar, en hun vet zult gij aansteken, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den Heere.stylusDeuteronomium 15:19, Deuteronomium 15:22, Exodus 29:16, Leviticus 3:2, Leviticus 3:518En hun vlees zal het uwe zijn; gelijk de beweegborst, en gelijk de rechterschouder, zal het uwe zijn.stylusLeviticus 7:31, Leviticus 7:34, Exodus 29:26, Exodus 29:28, Leviticus 7:3119Alle hefofferen der heilige dingen, die de kinderen Israëls den Heere zullen offeren, heb Ik aan u gegeven, en aan uw zonen, en aan uw dochteren met u, tot een eeuwige inzetting; het zal een eeuwig zoutverbond zijn, voor het aangezicht des Heeren, voor u en voor uw zaad met u.stylus2 Kronieken 13:5, 2 Kronieken 13:5, Numeri 18:11, Leviticus 2:13, Numeri 18:1120Ook zeide de Heere tot Aäron: Gij zult in hun land niet erven, en gij zult geen deel in het midden van henlieden hebben; Ik ben uw deel en uw erfenis, in het midden van de kinderen Israëls.stylusEzechiël 44:28, Ezechiël 44:28, Deuteronomium 10:9, Deuteronomium 10:9, Jozua 13:3321En zie, aan de kinderen van Levi heb Ik alle tienden in Israël ter erfenis gegeven, voor hun dienst, dien zij bedienen, den dienst van de tent der samenkomst.stylusNehemia 10:37, Nehemia 12:44, Nehemia 10:37, Nehemia 12:44, Numeri 18:622En de kinderen Israëls zullen niet meer naderen tot de tent der samenkomst, om zonde te dragen en te sterven.stylusLeviticus 22:9, Leviticus 22:9, Numeri 3:38, Numeri 18:7, Numeri 1:5123Maar de Levieten, die zullen bedienen den dienst van de tent der samenkomst, en die zullen hun ongerechtigheid dragen; het zal een eeuwige inzetting zijn voor uw geslachten; en in het midden van de kinderen Israëls zullen zij geen erfenis erven.stylusNumeri 3:7, Numeri 3:7, Numeri 18:20, Numeri 18:1, Numeri 18:2024Want de tienden der kinderen Israëls, die zij den Heere tot een hefoffer zullen offeren, heb Ik aan de Levieten tot een erfenis gegeven; daarom heb Ik tot hen gezegd: Zij zullen in het midden van de kinderen Israëls geen erfenis erven.stylusNumeri 18:26, Numeri 18:26, Maleachi 3:8, Maleachi 3:10, Maleachi 3:825En de Heere sprak tot Mozes, zeggende:stylus26Gij zult ook tot de Levieten spreken, en tot hen zeggen: Wanneer gij van de kinderen Israëls de tienden zult ontvangen hebben, die Ik u voor uw erfenis van henlieden gegeven heb, zo zult gij daarvan een hefoffer des Heeren offeren, de tienden van die tienden;stylusNehemia 10:38, Nehemia 10:38, Numeri 18:21, Numeri 18:2127En het zal u gerekend worden tot uw hefoffer, als koren van den dorsvloer, en als de volheid van de perskuip.stylusNumeri 18:30, Numeri 18:30, Hosea 9:1, Hosea 9:2, Deuteronomium 15:1428Alzo zult gij ook een hefoffer des Heeren offeren van al uw tienden, die gij van de kinderen Israëls zult hebben ontvangen; en gij zult daarvan des Heeren hefoffer geven aan den priester Aäron.stylusHebreeën 6:20, Hebreeën 7:10, Genesis 14:18, Hebreeën 6:20, Hebreeën 7:1029Van al uw gaven zult gij alle hefoffer des Heeren offeren; van al het beste van die, van zijn heiliging daarvan.stylus30Gij zult dan tot hen zeggen: Als gij deszelfs beste daarvan offert, zo zal het den Levieten toegerekend worden als een inkomen des dorsvloers, en als een inkomen der perskuip.stylusSpreuken 3:9, Spreuken 3:10, Mattheüs 6:33, Numeri 18:27, Numeri 18:2831En gij zult dat eten in alle plaatsen, gij en uw huis; want het is ulieden een loon voor uw dienst in de tent der samenkomst.stylusMattheüs 10:10, 1 Timotheüs 5:17, 1 Timotheüs 5:18, Lucas 10:7, 1 Korintiërs 9:1032Zo zult gij daarover geen zonde dragen, als gij deszelfs beste daarvan offert; en gij zult de heilige dingen van de kinderen Israëls niet ontheiligen, opdat gij niet sterft.stylusLeviticus 19:8, Leviticus 19:8, Leviticus 22:2, Leviticus 22:2, Maleachi 1:7