1Toen sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus2Spreek tot de kinderen Israëls, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.stylusPsalmen 125:3, Micha 7:14, Exodus 4:17, Numeri 1:5, Numeri 1:163Doch Aärons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.stylusNumeri 18:7, Numeri 18:1, Numeri 3:2, Numeri 3:3, Exodus 6:164En gij zult ze wegleggen in de tent der samenkomst, voor de getuigenis, waarheen Ik met ulieden samenkomen zal.stylusExodus 30:36, Numeri 17:7, Exodus 30:6, Exodus 29:42, Exodus 29:435En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israëls tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden.stylusNumeri 16:5, Numeri 16:5, Hosea 14:5, Numeri 16:11, Jesaja 35:16Mozes dan sprak tot de kinderen Israëls, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; Aärons staf was ook onder hun staven.stylus7En Mozes leide deze staven weg, voor het aangezicht des Heeren, in de tent der getuigenis.stylusExodus 38:21, Handelingen 7:44, Exodus 38:21, Handelingen 7:44, Numeri 18:28Het geschiedde nu des anderen daags, dat Mozes in de tent der getuigenis inging; en ziet, Aärons staf, voor het huis van Levi, bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.stylusEzechiël 17:24, Ezechiël 17:24, Johannes 15:1, Johannes 15:6, Johannes 15:19Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des Heeren, tot al de kinderen Israëls; en zij zagen het, en namen elk zijn staf.stylus10Toen zeide de Heere tot Mozes: Breng de staf van Aäron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.stylusHebreeën 9:4, Efeziërs 5:6, Hebreeën 9:4, Efeziërs 5:6, Jesaja 1:211En Mozes deed het; gelijk als de Heere hem geboden had, alzo deed hij.stylus12Toen spraken de kinderen Israëls tot Mozes, zeggende: Zie, wij geven den geest, wij vergaan, wij allen vergaan!stylusSpreuken 19:3, Jesaja 6:5, Psalmen 90:7, Numeri 26:11, Jesaja 57:1613Al wie enigszins nadert tot den tabernakel des Heeren, zal sterven; zullen wij dan den geest gevende verdaan worden?stylusJob 34:14, Job 34:15, 2 Samuël 6:6, 2 Samuël 6:12, Deuteronomium 2:16