Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 15

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 15

1Daarna sprak de Heere tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn in het land uwer woningen, dat Ik u geven zal;
Leviticus 23:10, Leviticus 23:10, Numeri 15:18, Numeri 15:18, Leviticus 25:2
3En gij een vuuroffer den Heere zult doen, een brandoffer, of slachtoffer, om af te zonderen een gelofte, of in een vrijwillig offer, of in uw gezette hoogtijden, om den Heere een liefelijken reuk te maken, van runderen of van klein vee;
Exodus 29:18, Exodus 29:18, Genesis 8:21, Genesis 8:21, Numeri 28:27
4Zo zal hij, die zijn offerande den Heere offert, een spijsoffer offeren van een tiende meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin olie.
Exodus 29:40, Exodus 29:40, Leviticus 23:13, Leviticus 2:1, Leviticus 6:14
5En wijn ten drankoffer, een vierendeel van een hin, zult gij bereiden tot een brandoffer of tot een slachtoffer, voor een lam.
Numeri 28:14, Numeri 28:7, Numeri 28:14, Numeri 28:7, Hooglied 1:4
6Of voor een ram zult gij een spijsoffer bereiden, van twee tienden meelbloem, gemengd met olie, een derde deel van een hin.
Numeri 28:12, Numeri 28:14, Numeri 28:12, Numeri 28:14, Numeri 15:4
7En wijn ten drankoffer, een derde deel van een hin, zult gij offeren tot een liefelijken reuk den Heere.
8En wanneer gij een jong rund zult bereiden tot een brandoffer of een slachtoffer, om een gelofte af te zonderen, of ten dankoffer den Heere;
Leviticus 3:1, Leviticus 3:1, Leviticus 7:11, Leviticus 7:18, Leviticus 7:11
9Zo zal hij tot een jong rund offeren een spijsoffer van drie tienden meelbloem, gemengd met olie, de helft van een hin.
Numeri 28:14, Numeri 28:12, Numeri 28:14, Numeri 28:12, Leviticus 14:10
10En wijn zult gij offeren ten drankoffer, de helft van een hin, tot een vuuroffer van liefelijken reuk den Heere.
Numeri 15:5, Numeri 15:5, Numeri 6:15, Numeri 6:15
11Alzo zal gedaan worden met den enen os, of met den enen ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten.
12Naar het getal, dat gij bereiden zult, zult gij alzo doen met elkeen, naar hun getal.
13Alle inboorling zal deze dingen alzo doen, offerende een vuuroffer tot een liefelijken reuk den Heere.
14Wanneer ook een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, of die in het midden van u is, in uw geslachten, en hij een vuuroffer zal bereiden tot een liefelijken reuk den Heere; gelijk als gij zult doen, alzo zal hij doen.
15Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voor des Heeren aangezicht zijn.
Numeri 9:14, Numeri 15:29, Numeri 9:14, Numeri 15:29, Exodus 12:49
16Enerlei wet en enerlei recht zal ulieden zijn, en den vreemdeling, die bij ulieden als vreemdeling verkeert.
17Voorts sprak de Heere tot Mozes, zeggende:
18Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Als gij zult gekomen zijn in het land, waarheen Ik u inbrengen zal,
Numeri 15:2, Numeri 15:2, Deuteronomium 26:1, Deuteronomium 26:15, Deuteronomium 26:1
19Zo zal het geschieden, als gij van het brood des lands zult eten, dan zult gij den Heere een hefoffer offeren.
Jozua 5:11, Jozua 5:12, Jozua 5:11, Jozua 5:12
20De eerstelingen uws deegs, een koek zult gij tot een hefoffer offeren; gelijk het hefoffer des dorsvloers zult gij dat offeren.
Leviticus 2:14, Leviticus 2:14, Deuteronomium 26:2, Deuteronomium 26:10, Exodus 34:26
21Van de eerstelingen uws deegs zult gij den Heere een hefoffer geven, bij uw geslachten.
Exodus 29:28, Exodus 29:28, Numeri 18:26, Numeri 18:26
22Voorts wanneer gijlieden afgedwaald zult zijn, en niet gedaan hebben al deze geboden, die de Heere tot Mozes gesproken heeft;
Leviticus 4:2, Leviticus 4:2, Leviticus 4:22, Leviticus 4:27, Lucas 12:48
23Alles, wat u de Heere door de hand van Mozes geboden heeft; van dien dag af, dat het de Heere geboden heeft, en voortaan bij uw geslachten;
24Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling gedaan, en voor de ogen der vergadering verborgen is, dat de ganse vergadering een var, een jong rund, zal bereiden ten brandoffer, tot een liefelijken reuk den Heere, met zijn spijsoffer en zijn drankoffer, naar de wijze; en een geitenbok ten zondoffer.
Leviticus 4:23, Leviticus 4:23, Leviticus 4:13, Leviticus 4:21, Leviticus 4:13
25En de priester zal de verzoening doen voor de ganse vergadering van de kinderen Israëls, en het zal hun vergeven worden; want het was een afdwaling, en zij hebben hun offerande gebracht, een vuuroffer den Heere, en hun zondoffer, voor het aangezicht des Heeren, over hun afdwaling.
Leviticus 4:20, Leviticus 4:20, Hebreeën 2:17, Romeinen 3:25, Hebreeën 2:17
26Het zal dan aan de ganse vergadering der kinderen Israëls vergeven worden, ook den vreemdeling, die in het midden van henlieden als vreemdeling verkeert; want het is het ganse volk door dwaling overkomen.
Numeri 15:24, Numeri 15:24
27En indien een ziel door afdwaling gezondigd zal hebben, die zal een eenjarige geit ten zondoffer offeren.
Leviticus 4:27, Leviticus 4:28, Leviticus 4:27, Leviticus 4:28, Handelingen 17:30
28En de priester zal de verzoening doen over de dwalende ziel, als zij gezondigd heeft door afdwaling, voor het aangezicht des Heeren, doende de verzoening over haar; en het zal haar vergeven worden.
Leviticus 4:35, Leviticus 4:35
29Den inboorling der kinderen Israëls, en den vreemdeling, die in hunlieder midden als vreemdeling verkeert, enerlei wet zal ulieden zijn, dengene, die het door afdwaling doet.
Numeri 15:15, Numeri 15:15, Numeri 9:14, Leviticus 17:15, Leviticus 16:29
30Maar de ziel, die iets gedaan zal hebben met opgeheven hand, hetzij van inboorlingen of van vreemdelingen, die smaadt den Heere; en diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk;
Hebreeën 10:26, Hebreeën 10:26, Psalmen 19:13, Psalmen 19:13, Deuteronomium 1:43
31Want zij heeft het woord des Heeren veracht en Zijn gebod vernietigd; diezelve ziel zal ganselijk uitgeroeid worden; haar ongerechtigheid is op haar.
Spreuken 13:13, 2 Samuël 12:9, Spreuken 13:13, 2 Samuël 12:9, Ezechiël 18:20
32Als nu de kinderen Israëls in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag.
Exodus 35:2, Exodus 35:3, Exodus 35:2, Exodus 35:3, Exodus 20:8
33En die hem vonden, hout lezende, brachten hem tot Mozes, en tot Aäron, en tot de ganse vergadering.
Johannes 8:3, Johannes 8:20, Johannes 8:3, Johannes 8:20
34En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem gedaan zou worden.
Leviticus 24:12, Leviticus 24:12, Numeri 9:8, Numeri 9:8
35Zo zeide de Heere tot Mozes: Die man zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem met stenen stenigen buiten het leger.
Handelingen 7:58, Exodus 31:14, Exodus 31:15, Handelingen 7:58, Exodus 31:14
36Toen bracht hem de ganse vergadering uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, gelijk als de Heere Mozes geboden had.
Jozua 7:25, Jozua 7:25
37En de Heere sprak tot Mozes, zeggende:
38Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Dat zij zich snoertjes maken aan de hoeken hunner klederen, bij hun geslachten; en op de snoertjes des hoeks zullen zij een hemelsblauwen draad zetten.
Deuteronomium 22:12, Mattheüs 23:5, Deuteronomium 22:12, Mattheüs 23:5, Lucas 8:44
39En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des Heeren gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende;
Psalmen 106:39, Psalmen 73:27, Psalmen 106:39, Psalmen 73:27, Ezechiël 6:9
40Opdat gij gedenkt en doet al Mijn geboden, en uw God heilig zijt.
Romeinen 12:1, Romeinen 12:1, Leviticus 11:44, Leviticus 11:45, 1 Tessalonicenzen 4:7
41Ik ben de Heere, uw God, Die u uit Egypteland uitgevoerd heb, om u tot een God te zijn; Ik ben de Heere, uw God!
Ezechiël 36:25, Ezechiël 36:27, Leviticus 22:33, 1 Petrus 2:9, 1 Petrus 2:10

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 15
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward