1Mirjam nu sprak, en Aäron, tegen Mozes, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen.stylusExodus 2:21, Exodus 2:21, Genesis 26:34, Genesis 26:35, Genesis 26:342En zij zeiden: Heeft dan de Heere maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de Heere hoorde het!stylusEzechiël 35:12, Ezechiël 35:13, Numeri 16:3, Ezechiël 35:12, Ezechiël 35:133Doch de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren.stylusMattheüs 11:29, Mattheüs 11:29, Jakobus 3:13, Jakobus 3:13, 2 Korintiërs 11:54Toen sprak de Heere haastelijk tot Mozes, en tot Aäron, en tot Mirjam: Gij drie, komt uit tot de tent der samenkomst! En zij drie kwamen uit.stylusPsalmen 76:9, Psalmen 76:9, Numeri 16:16, Numeri 16:21, Numeri 16:165Toen kwam de Heere af in de wolkkolom, en stond aan de deur der tent; daarna riep Hij Aäron en Mirjam; en zij beiden kwamen uit.stylusExodus 34:5, Numeri 11:25, Exodus 34:5, Numeri 11:25, Psalmen 99:76En Hij zeide: Hoort nu Mijn woorden! Zo er een profeet onder u is, Ik, de Heere, zal door een gezicht Mij aan hem bekend maken, door een droom zal Ik met hem spreken.stylusGenesis 31:10, Genesis 31:11, Genesis 31:10, Genesis 31:11, 1 Koningen 3:57Alzo is Mijn knecht Mozes niet, die in Mijn ganse huis getrouw is.stylusHebreeën 3:2, Hebreeën 3:6, Hebreeën 3:2, Hebreeën 3:6, 1 Korintiërs 4:28Van mond tot mond spreek Ik met hem, en door aanzien, en niet door duistere woorden; en de gelijkenis des Heeren aanschouwt hij; waarom dan hebt gijlieden niet gevreesd tegen Mijn knecht, tegen Mozes, te spreken?stylusDeuteronomium 34:10, Deuteronomium 34:10, 1 Korintiërs 13:12, 1 Korintiërs 13:12, Exodus 33:239Zo ontstak des Heeren toorn tegen hen, en Hij ging weg.stylusNumeri 11:1, Hosea 5:15, Genesis 17:22, Numeri 11:1, Hosea 5:1510En de wolk week van boven de tent; en ziet, Mirjam was melaats, wit als de sneeuw. En Aäron zag Mirjam aan, en ziet, zij was melaats.stylusDeuteronomium 24:9, Deuteronomium 24:9, 2 Koningen 5:27, 2 Koningen 5:27, 2 Koningen 15:511Daarom zeide Aäron tot Mozes: Och, mijn heer! leg toch niet op ons de zonde, waarmede wij zottelijk gedaan, en waarmede wij gezondigd hebben!stylus2 Samuël 19:19, 2 Samuël 24:10, 2 Samuël 19:19, 2 Samuël 24:10, Spreuken 30:3212Laat zij toch niet zijn als een dode, van wiens vlees, als hij uit zijns moeders lijf uitgaat, de helft wel verteerd is!stylusPsalmen 88:4, Psalmen 88:5, Psalmen 88:4, Psalmen 88:5, 1 Korintiërs 15:813Mozes dan riep tot den Heere, zeggende: O God! heel haar toch!stylusRomeinen 12:21, Lucas 6:28, Jakobus 5:15, Romeinen 12:21, Lucas 6:2814En de Heere zeide tot Mozes: Zo haar vader smadelijk in haar aangezicht gespogen had, zou zij niet zeven dagen beschaamd zijn? Laat haar zeven dagen buiten het leger gesloten, en daarna aangenomen worden!stylusDeuteronomium 25:9, Deuteronomium 25:9, Job 30:10, Job 30:10, Jesaja 50:615Zo werd Mirjam buiten het leger zeven dagen gesloten; en het volk verreisde niet, totdat Mirjam aangenomen werd.stylusDeuteronomium 24:8, Deuteronomium 24:9, Klaagliederen 3:32, Micha 7:8, Micha 7:916Maar daarna verreisde het volk van Hazeroth, en zij legerden zich in de woestijn van Paran.stylusNumeri 11:35, Numeri 11:35, Numeri 33:18, Numeri 33:18, Numeri 10:12