Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Numeri Hoofdstuk 11

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
NUMERI

Numeri 11

1En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des Heeren; want de Heere hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des Heeren onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers.
Numeri 21:5, Numeri 21:5, Numeri 16:35, 2 Koningen 1:12, Numeri 16:35
2Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den Heere; en het vuur werd gedempt.
Numeri 21:7, Numeri 21:7, Jakobus 5:16, Numeri 16:45, Numeri 16:48
3Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des Heeren onder hen gebrand had.
Deuteronomium 9:22, Deuteronomium 9:22
4En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israëls wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
1 Korintiërs 10:6, 1 Korintiërs 10:6, Exodus 12:38, Exodus 12:38, Psalmen 106:14
5Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.
Exodus 16:3, Exodus 16:3, Psalmen 17:14, Filippenzen 3:19, Psalmen 17:14
6Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen!
Numeri 21:5, Numeri 21:5, 2 Samuël 13:4, 2 Samuël 13:4
7Het Man nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah.
Exodus 16:31, Exodus 16:31, Genesis 2:12, Genesis 2:12, Exodus 16:14
8Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie.
Exodus 16:31, Exodus 16:31, Exodus 16:16, Exodus 16:18, Exodus 16:16
9En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder.
Exodus 16:13, Exodus 16:14, Exodus 16:13, Exodus 16:14, Deuteronomium 32:2
10Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des Heeren ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.
Psalmen 78:21, Psalmen 78:21, Deuteronomium 32:22, Psalmen 106:32, Psalmen 106:33
11En Mozes zeide tot de Heere: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt?
Deuteronomium 1:12, Deuteronomium 1:12, Exodus 5:22, Exodus 5:22, Numeri 11:15
12Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?
Jesaja 40:11, Jesaja 49:23, Jesaja 40:11, Jesaja 49:23, Exodus 13:5
13Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten!
Marcus 8:4, Mattheüs 15:33, Marcus 8:4, Mattheüs 15:33, Marcus 9:23
14Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar!
Exodus 18:18, Exodus 18:18, Deuteronomium 1:9, Deuteronomium 1:12, Deuteronomium 1:9
15En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien!
1 Koningen 19:4, Jeremia 20:18, Jona 4:8, Jona 4:9, Jona 4:3
16En de Heere zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israël, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.
Exodus 24:1, Exodus 24:1, Exodus 24:9, Exodus 24:9, Deuteronomium 1:15
17Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.
Numeri 11:25, 1 Samuël 10:6, Numeri 11:25, 1 Samuël 10:6, 1 Korintiërs 12:4
18En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des Heeren geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de Heere u vlees geven, en gij zult eten.
Exodus 19:10, Exodus 19:10, Handelingen 7:39, Numeri 11:1, Exodus 16:3
19Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;
20Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den Heere, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?
Psalmen 106:15, Psalmen 106:15, Psalmen 78:27, Psalmen 78:30, Numeri 21:5
21En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!
Exodus 12:37, Exodus 12:37, Numeri 1:46, Numeri 1:46, Genesis 12:2
22Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?
Mattheüs 15:33, 2 Koningen 7:2, Mattheüs 15:33, 2 Koningen 7:2, Lucas 1:18
23Doch de Heere zeide tot Mozes: Zou dan des Heeren hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.
Jesaja 59:1, Jesaja 50:2, Jesaja 59:1, Jesaja 50:2, Numeri 23:19
24En Mozes ging uit, en sprak de woorden des Heeren tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.
Numeri 11:16, Numeri 11:16, Numeri 11:26, Numeri 11:26
25Toen kwam de Heere af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.
Numeri 11:17, Numeri 11:17, Joël 2:28, Joël 2:29, 1 Samuël 10:10
26Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger.
Jeremia 36:5, Jeremia 36:5, 1 Samuël 20:26, Exodus 3:11, Exodus 4:13
27Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.
28En Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, een van zijn uitgelezen jongelingen, antwoordde en zeide: Mijn heer Mozes, verbied hun!
Lucas 9:49, Lucas 9:50, Marcus 9:38, Marcus 9:40, Lucas 9:49
29Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och, of al het volk des Heeren profeten waren, dat de Heere Zijn Geest over hen gave!
1 Korintiërs 14:5, 1 Korintiërs 14:5, Lucas 10:2, Jakobus 5:9, Jakobus 4:5
30Daarna verzamelde zich Mozes tot het leger, hij en de oudsten van Israël.
31Toen voer een wind uit van den Heere, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize herwaarts, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.
Exodus 16:13, Exodus 16:13, Psalmen 105:40, Psalmen 105:40, Psalmen 78:26
32Toen maakte zich het volk op, dien gehelen dag, en dien gansen nacht, en den gansen anderen dag, en verzamelden de kwakkelen; die het minst had, had tien homers verzameld; en zij spreidden ze voor zich van elkander rondom het leger.
Ezechiël 45:11, Ezechiël 45:11, Exodus 16:36, Exodus 16:36
33Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des Heeren tegen het volk, en de Heere sloeg het volk met een zeer grote plaag.
Psalmen 78:30, Psalmen 78:31, Psalmen 78:30, Psalmen 78:31, Psalmen 106:14
34Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.
Deuteronomium 9:22, Deuteronomium 9:22, 1 Korintiërs 10:6, 1 Korintiërs 10:6, Numeri 33:16
35Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.
Numeri 33:17, Numeri 33:17, Numeri 12:16, Numeri 12:16, Deuteronomium 1:1

Andere Boeken

NumeriDeuteronomiumJozua+

Andere Boeken

NumeriHfst. 11
DeuteronomiumJozuaRichterenRuth1 Samuël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward