1Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.stylusJesaja 28:4, Jesaja 28:4, Jesaja 24:13, Hosea 9:10, Jesaja 24:132De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een jachtgaren.stylusPsalmen 12:1, Psalmen 12:1, Jesaja 57:1, Jesaja 57:1, Psalmen 14:13Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen.stylusMicha 3:11, Micha 3:11, Spreuken 4:16, Spreuken 4:17, Spreuken 4:164De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.stylusJesaja 22:5, Jesaja 22:5, Ezechiël 2:6, Ezechiël 2:6, Jesaja 10:35Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.stylusJeremia 9:4, Jeremia 9:4, Psalmen 118:8, Psalmen 118:9, Psalmen 118:86Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten.stylusMattheüs 10:35, Mattheüs 10:36, Mattheüs 10:35, Mattheüs 10:36, Lucas 12:537Maar ik zal uitzien naar den Heere, ik zal wachten op den God mijns heils; mijn God zal mij horen.stylusKlaagliederen 3:25, Klaagliederen 3:26, Klaagliederen 3:25, Klaagliederen 3:26, Psalmen 37:78Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de Heere mij een licht zijn.stylusJohannes 8:12, Johannes 8:12, Jesaja 9:2, Jesaja 9:2, Psalmen 27:19Ik zal des Heeren gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij uitbrengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.stylus1 Korintiërs 4:5, Psalmen 37:6, 1 Korintiërs 4:5, Psalmen 37:6, 1 Samuël 24:1510En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij zegt: Waar is de Heere, uw God? Mijn ogen zullen aan haar zien; nu zal zij worden tot vertreding, als slijk der straten.stylusPsalmen 42:10, Jeremia 50:33, Jeremia 50:34, Zacharia 10:5, Psalmen 42:1011Ten dage als Hij uw muren zal herbouwen, te dien dage zal het besluit verre heengaan.stylusAmos 9:11, Amos 9:15, Nehemia 2:8, Amos 9:11, Amos 9:1512Te dien dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.stylusJesaja 19:23, Jesaja 19:25, Jesaja 19:23, Jesaja 19:25, Hosea 11:1113Maar dit land zal worden tot een verwoesting, zijner inwoners halve, vanwege de vrucht hunner handelingen.stylusJesaja 3:10, Jesaja 3:11, Jesaja 3:10, Jesaja 3:11, Jeremia 25:1114Gij dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde Uwer erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.stylusPsalmen 23:1, Psalmen 23:4, Psalmen 23:1, Psalmen 23:4, Jesaja 49:1015Ik zal haar wonderen doen zien, als in de dagen, toen gij uit Egypteland uittoogt.stylusPsalmen 78:12, Psalmen 78:72, Psalmen 78:12, Psalmen 78:72, Exodus 3:2016De heidenen zullen het zien, en beschaamd zijn, vanwege al hun macht; zij zullen de hand op den mond leggen; hun oren zullen doof worden.stylusJesaja 26:11, Jesaja 26:11, Jesaja 52:15, Jesaja 52:15, Job 29:917Zij zullen het stof lekken, als de slang; als kruipende dieren der aarde, zullen zij zich beroeren uit hun sloten; zij zullen met vervaardheid komen tot den Heere, onzen God, en zullen voor U vrezen.stylusJesaja 49:23, Jesaja 49:23, Psalmen 72:9, Psalmen 72:9, Psalmen 18:4518Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid.stylusJesaja 43:25, Jesaja 43:25, Jesaja 44:22, Jesaja 44:22, Psalmen 103:819Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.stylusJesaja 38:17, Jesaja 38:17, Jeremia 50:20, Jeremia 50:20, Jesaja 43:2520Gij zult Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid geven, die Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt.stylusGenesis 28:13, Genesis 28:14, Genesis 28:13, Genesis 28:14, Psalmen 105:8