1Maar in het laatste der dagen zal het geschieden, dat de berg van het huis des Heeren zal vastgesteld zijn op den top der bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien.stylusJesaja 2:1, Jesaja 2:4, Jesaja 2:1, Jesaja 2:4, Jeremia 3:172En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des Heeren, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des Heeren woord uit Jeruzalem.stylusJesaja 2:3, Jesaja 2:3, Jeremia 31:6, Jeremia 31:6, Handelingen 1:83En Hij zal onder grote volken richten, en machtige heidenen straffen, tot verre toe; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leren.stylusJesaja 2:4, Jesaja 2:4, Mattheüs 25:31, Mattheüs 25:32, Joël 3:94Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok, en onder zijn vijgeboom, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke; want de mond des Heeren der heirscharen heeft het gesproken.stylusZacharia 3:10, Zacharia 3:10, 1 Koningen 4:25, 1 Koningen 4:25, Jesaja 1:205Want alle volken zullen wandelen, elk in den naam zijns gods; maar wij zullen wandelen in den Naam des Heeren, onzes Gods, eeuwiglijk en altoos.stylusZacharia 10:12, Zacharia 10:12, Kolossenzen 3:17, Jozua 24:15, Kolossenzen 3:176Te dien dage, spreekt de Heere, zal Ik haar, die hinkende was, verzamelen, en haar, die verdreven was, vergaderen, en die Ik geplaagd had.stylusSefanja 3:19, Sefanja 3:19, Ezechiël 34:12, Ezechiël 34:17, Ezechiël 34:127En Ik zal haar, die hinkende was, maken tot een overblijfsel, en haar die verre henen verstoten was, tot een machtig volk; en de Heere zal Koning over hen zijn op den berg Sions, van nu aan tot in eeuwigheid.stylusMicha 7:18, Jesaja 24:23, Daniël 7:14, Micha 5:7, Micha 5:88En gij Schaapstoren, gij Ofel der dochter Sions! tot u zal komen, ja, daar zal komen de vorige heerschappij, het koninkrijk der dochteren van Jeruzalem.stylusJesaja 1:26, Jesaja 1:26, Zacharia 9:10, Zacharia 9:10, Zacharia 9:129Nu, waarom zoudt gij zo groot geschrei maken? Is er geen koning onder u? Is uw Raadgever vergaan, dat u smart, als van een barende vrouw, heeft aangegrepen?stylusJeremia 8:19, Jeremia 8:19, Jesaja 3:1, Jesaja 3:7, Jesaja 3:110Lijd smart en arbeid om voort te brengen, o dochter Sions! als een barende vrouw; want nu zult gij wel uit de stad henen uitgaan, en op het veld wonen, en tot in Babel komen, maar aldaar zult gij gered worden; aldaar zal u de Heere verlossen uit de hand uwer vijanden.stylusJesaja 48:20, Jesaja 48:20, 2 Koningen 20:18, Jesaja 45:13, Hosea 2:1411Nu zijn wel vele heidenen tegen u verzameld, die daar zeggen: Laat ze ontheiligd worden, en laat ons oog schouwen aan Sion.stylusObadja 1:12, Obadja 1:12, Micha 7:10, Jesaja 5:25, Jesaja 5:3012Maar zij weten de gedachten des Heeren niet, en verstaan Zijn raadslag niet; dat Hij hen vergaderd heeft als garven tot den dorsvloer.stylusJesaja 55:8, Jesaja 55:8, Jeremia 29:11, Jeremia 29:11, Lucas 3:1713Maak u op en dors, o dochter Sions! Want Ik zal uw hoorn ijzer maken, en uw klauwen koper maken, en gij zult vele volken verpletteren; en Ik zal hunlieder gewin den Heere verbannen, en hun vermogen den Heere der ganse aarde.stylusJesaja 41:15, Jesaja 41:16, Jesaja 41:15, Jesaja 41:16, Zacharia 9:13