1En de Heere sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende tot hen:stylus2Spreekt tot de kinderen Israëls, zeggende: Dit is het gedierte, dat gij eten zult uit alle beesten, die op de aarde zijn.stylusLeviticus 11:11, Hebreeën 9:10, Mattheüs 15:11, Leviticus 11:11, Hebreeën 9:103Al wat onder de beesten den klauw verdeelt, en de kloof der klauwen in tweeën klieft, en herkauwt, dat zult gij eten.stylus2 Korintiërs 6:17, 2 Korintiërs 6:17, Psalmen 1:1, Psalmen 1:2, Deuteronomium 6:64Deze nochtans zult gij niet eten, van degenen, die alleen herkauwen, of de klauwen alleen verdelen: den kemel, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn;stylus5En het konijntje, want het herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; dat zal u onrein zijn;stylusSpreuken 30:26, Psalmen 104:18, Spreuken 30:26, Psalmen 104:18, Mattheüs 7:266En den haas, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn.stylusDeuteronomium 14:7, Deuteronomium 14:77Ook het zwijn, want dat verdeelt wel den klauw, en klieft de klove der klauwen in tweeën, maar herkauwt het gekauwde niet; dat zal u onrein zijn.stylusJesaja 66:3, Jesaja 65:4, Jesaja 66:17, Deuteronomium 14:8, Jesaja 66:38Van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas niet aanroeren, zij zullen u onrein zijn.stylusJesaja 52:11, Leviticus 5:2, Kolossenzen 2:16, Hosea 9:3, Hebreeën 9:109Dit zult gij eten van al wat in de wateren is: al wat in de wateren, in de zeeën en in de rivieren, vinnen en schubben heeft, dat zult gij eten;stylusHandelingen 20:21, Deuteronomium 14:9, Deuteronomium 14:10, Galaten 5:6, Jakobus 2:1810Maar al wat in de zeeën en in de rivieren, van alle gewemel der wateren, en van alle levende ziel, die in de wateren is, geen vinnen of schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.stylusSpreuken 29:27, Leviticus 7:18, Spreuken 29:27, Leviticus 7:18, Deuteronomium 14:311Ja, een verfoeisel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij verfoeien.stylus12Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.stylus13En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,stylusTitus 3:3, Romeinen 3:13, Romeinen 3:17, Job 39:27, Job 39:3014En de gier, en de kraai, naar haar aard;stylus15Alle rave naar haar aard;stylusLucas 12:24, Lucas 12:24, Genesis 8:7, 1 Koningen 17:4, Spreuken 30:1716En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;stylusJesaja 34:11, Jesaja 34:15, Deuteronomium 14:15, Deuteronomium 14:18, Johannes 3:1917En de steenuil, en het duikertje, en de schuifuit,stylus18En de kauw, en de roerdomp, en de pelikaan,stylus19En de ooievaar, de reiger naar zijn aard, en de hop, en de vledermuis.stylus20Alle kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, zal u een verfoeisel zijn.stylusJudas 1:19, 2 Timotheüs 4:10, Leviticus 11:23, Filippenzen 3:18, Filippenzen 3:1921Dit nochtans zult gij eten van al het kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, hetwelk boven aan zijn voeten schenkelen heeft, om daarmede op de aarde te springen;stylus22Van die zult gij deze eten: den sprinkhaan naar zijn aard, en den solham naar zijn aard, en den hargol naar zijn aard, en den hagab naar zijn aard.stylusMarcus 1:6, Mattheüs 3:4, Marcus 1:6, Mattheüs 3:4, Exodus 10:423En alle kruipend gevogelte, dat vier voeten heeft, zal u een verfoeisel zijn.stylus24En aan deze zult gij verontreinigd worden; zo wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.stylusJesaja 22:14, 1 Johannes 1:7, 1 Korintiërs 15:33, Kolossenzen 2:16, Kolossenzen 2:1725Zo wie van hun dood aas gedragen zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.stylusNumeri 31:24, Leviticus 11:40, Leviticus 15:5, Leviticus 14:8, Numeri 31:2426Alle beest, dat den klauw verdeelt, doch de klove niet in tweeën klieft, en niet herkauwt, zal u onrein zijn; zo wie hetzelve aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn.stylus27En al wat op zijn poten gaat onder alle gedierte, op vier voeten gaande, die zullen u onrein zijn; al wie hun dood aas aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.stylusLeviticus 11:20, Leviticus 11:23, Leviticus 11:20, Leviticus 11:2328Ook die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; zij zullen u onrein zijn.stylusLeviticus 11:24, Leviticus 11:25, Leviticus 11:24, Leviticus 11:2529Verder zal u dit onder het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, onrein zijn: het wezeltje, en de muis, en de schildpad, naar haar aard;stylusLeviticus 11:41, Leviticus 11:42, Leviticus 11:41, Leviticus 11:42, Psalmen 17:1330En de zwijnegel, en de krokodil, en de hagedis, en de slak, en de mol;stylus31Die zullen u onrein zijn onder alle kruipend gedierte; zo wie die zal aangeroerd hebben, als zij dood zijn, zal onrein zijn tot aan den avond.stylusLeviticus 11:24, Leviticus 11:25, Leviticus 11:8, Leviticus 11:24, Leviticus 11:2532Daartoe al hetgeen, waarop iets van dezelve vallen zal, als zij dood zijn, zal onrein zijn, hetzij van alle houten vat, of kleed, of vel, of zak, of alle vat, waarmede enig werk gedaan wordt; het zal in het water gestoken worden, en onrein zijn tot aan den avond; daarna zal het rein zijn.stylusLeviticus 15:12, Leviticus 15:12, Titus 3:5, Titus 3:5, Titus 2:1433En alle aarden vat, waarin iets van dezelve zal gevallen zijn, al wat daarin is, zal onrein zijn, en gij zult dat breken.stylusLeviticus 6:28, Leviticus 15:12, Leviticus 6:28, Leviticus 15:12, Jeremia 48:3834Van alle spijze, die men eet, waarop het water zal gekomen zijn, die zal onrein zijn; en alle drank, die men drinkt, zal in alle vat onrein zijn.stylusTitus 1:15, Spreuken 15:8, Spreuken 21:27, Spreuken 21:4, Spreuken 28:835En waarop iets van hun dood aas zal vallen, zal onrein zijn; de oven en de aarden pan zal verbroken worden; zij zijn onrein, daarom zullen zij u onrein zijn.stylus2 Korintiërs 5:1, 2 Korintiërs 5:7, Leviticus 11:33, Leviticus 6:28, Leviticus 15:1236Doch een fontein, of put van vergadering der wateren, zal rein zijn; maar wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn.stylusJohannes 4:14, Zacharia 13:1, Johannes 4:14, Zacharia 13:137En wanneer van hun dood aas zal gevallen zijn op enig zaaibaar zaad, dat gezaaid wordt, dat zal rein zijn.stylus1 Korintiërs 15:37, 1 Johannes 3:9, 1 Petrus 1:23, 1 Johannes 5:18, 1 Korintiërs 15:3738Maar als water op het zaad gedaan zal worden, en van hun dood aas daarop zal gevallen zijn, dat zal u onrein zijn.stylus39En wanneer van de dieren, die u tot spijze zijn, iets zal gestorven zijn, wie deszelfs dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.stylusLeviticus 15:7, Numeri 19:16, Numeri 19:11, Leviticus 15:5, Leviticus 11:2440Ook die van hun dood aas gegeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; en die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.stylusLeviticus 22:8, Ezechiël 44:31, Leviticus 22:8, Ezechiël 44:31, Deuteronomium 14:2141Voorts alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, zal een verfoeisel zijn; het zal niet gegeten worden.stylusLeviticus 11:29, Leviticus 11:29, Leviticus 11:23, Leviticus 11:20, Leviticus 11:2342Al wat op zijn buik gaat, en al wat gaat op zijn vier voeten, of al wat vele voeten heeft, onder alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, die zult gij niet eten, want zij zijn een verfoeisel.stylusJesaja 65:25, 2 Korintiërs 11:3, Titus 1:12, Johannes 8:44, Mattheüs 23:2343Maakt uw zielen niet verfoeilijk aan enig kruipend gedierte, dat kruipt; en verontreinigt u niet daaraan, dat gij daaraan verontreinigd zoudt worden.stylusLeviticus 20:25, Leviticus 20:25, Leviticus 11:41, Leviticus 11:42, Leviticus 11:4144Want Ik ben de Heere, uw God; daarom zult gij u heiligen, en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan enig kruipend gedierte, dat zich op de aarde roert.stylusExodus 20:2, Exodus 20:2, 1 Petrus 1:15, 1 Petrus 1:16, Leviticus 19:245Want Ik ben de Heere, die u uit Egypteland doe optrekken, opdat Ik u tot een God zij, en opdat gij heilig zijt, dewijl Ik heilig ben.stylusLeviticus 11:44, Leviticus 11:44, Exodus 20:2, Exodus 20:2, Exodus 6:746Dit is de wet van de beesten, en van het gevogelte, en van alle levende ziel, die zich roert in de wateren, en van alle ziel, die kruipt op de aarde;stylusLeviticus 7:37, Leviticus 14:54, Ezechiël 43:12, Leviticus 15:32, Leviticus 7:3747Om te onderscheiden tussen het onreine en tussen het reine, en tussen het gedierte, dat men eten, en tussen het gedierte, dat men niet eten zal.stylusLeviticus 10:10, Leviticus 10:10, Ezechiël 44:23, Ezechiël 44:23, Romeinen 14:13