1Vijfde reeks. De wijsheid en onze verhouding tot anderen. Inleiding. Het hooglied der wijsheid. De wijsheid gaat zichzelve prijzen, Te midden van haar volk zich roemen.stylusEzechiël 8:1, Ezechiël 20:1, Ezechiël 8:1, Ezechiël 20:1, Ezechiël 1:22Zij opent haar mond in de gemeente van den Allerhoogste, En gaat zich verheffen voor zijn heirschaar; Bij het uitverkoren volk gaat zij zich loven, En onder de gezegenden zich verheerlijken:stylusJeremia 39:1, Jeremia 52:4, 2 Koningen 25:1, Jeremia 39:1, Jeremia 52:43“Uit de mond des Allerhoogsten kwam ik voort, En bedekte de aarde als een nevel;stylusEzechiël 20:49, Ezechiël 11:3, Ezechiël 17:2, Ezechiël 20:49, Ezechiël 11:34In de hoogten had ik mijn woontent, Op de wolkenzuil mijn troon.stylusMicha 3:2, Micha 3:3, Micha 3:2, Micha 3:3, Ezechiël 22:185Ik alleen doorliep de kring des hemels, En wandelde in de diepten van de afgrond;stylusJeremia 52:24, Jeremia 52:27, Jeremia 52:10, Jeremia 52:24, Jeremia 52:276Over de golven der zee en heel de aarde, In iedere stam en volk toonde zich mijn macht.stylusEzechiël 22:2, Ezechiël 22:2, Nahum 3:1, Nahum 3:1, 2 Koningen 24:47Bij die allen zocht ik een rustplaats, Een erfdeel, waar ik kon blijven.stylusLeviticus 17:13, Leviticus 17:13, Deuteronomium 12:16, Deuteronomium 12:16, 1 Koningen 21:198Toen gaf de Schepper van het heelal mij zijn bevel; Hij, die mij vormde, wees mijn tent een plaats, En sprak: “In Jakob zal uw woontent zijn, In Israël uw erfdeel.”stylusDeuteronomium 32:21, Deuteronomium 32:22, Deuteronomium 32:21, Deuteronomium 32:22, Ezechiël 16:379Vóór de eeuwen, van de aanvang af door Hem gevormd, Blijf ik tot in eeuwigheid bestaan.stylusEzechiël 24:6, Habakuk 2:12, Jesaja 30:33, Ezechiël 24:6, Habakuk 2:1210In de heilige tent deed ik dienst voor zijn aanschijn, En kreeg ik op de Sion vaste voet;stylusJeremia 20:5, Klaagliederen 2:16, Klaagliederen 1:10, Jeremia 17:3, Jeremia 20:511Hij deed mij wonen in zijn geliefde stad, En vestigde in Jerusalem mijn heerschappij.stylusJeremia 21:10, Jeremia 21:10, Maleachi 4:1, Jesaja 1:25, Maleachi 4:112Zo schoot ik wortel in een roemvol volk, In het erfdeel van Jahweh, midden in zijn bezit.stylusJeremia 9:5, Jeremia 9:5, Jeremia 5:3, Jeremia 2:13, Habakuk 2:1313Ik rees omhoog als een ceder op de Libanon, Als een cypres op de berg Hermon;stylusEzechiël 22:24, Ezechiël 5:13, Ezechiël 22:24, Ezechiël 5:13, Sefanja 3:214Ik schoot op als een palm in En-Gédi, Als rozenstruiken in Jericho, Als een schone olijf op het veld, En groot werd ik als een plataan.stylusMattheüs 16:27, Mattheüs 16:27, Ezechiël 18:30, Jesaja 3:11, Ezechiël 18:3015Ik geurde als kaneel en muskaat, Verspreidde zoete reuk als kostelijke mirre, Als hars of nagelen en balsem, Als de geur van wierook in de Tent.stylus16Ik strekte als een terebint mijn takken uit, En mijn twijgen waren vol schoonheid en pracht;stylusJeremia 22:10, Jeremia 22:10, Jeremia 13:17, Jeremia 13:17, 1 Tessalonicenzen 4:1317Als een wijnstok schoot ik frisse loten, En mijn bloesem gaf heerlijke en rijke vrucht.stylusHosea 9:4, Hosea 9:4, 2 Samuël 15:30, 2 Samuël 15:30, Leviticus 10:618Ik ben de moeder van de schone liefde, Van de godsvrucht, de kennis en de heilige hoop; In mij is alle genade van leven en waarheid, In mij alle hoop op leven en deugd.stylus1 Korintiërs 7:29, 1 Korintiërs 7:30, 1 Korintiërs 7:29, 1 Korintiërs 7:3019Komt tot mij, gij die mij begeert, En verzadigt u aan mijn vruchten.stylusEzechiël 12:9, Ezechiël 12:9, Ezechiël 37:18, Ezechiël 37:18, Ezechiël 17:1220Aan mij te denken is zoeter dan honing, Mij te bezitten gaat boven honingraat uit;stylus21Wie mij eten, blijven naar mij hongeren, Wie mij drinken, dorsten naar meer.stylusEzechiël 23:47, Ezechiël 23:47, Ezechiël 23:25, Psalmen 27:4, Jeremia 7:1422Wie naar mij luistert, wordt nimmer te schande, En wie zich om mij beijveren, zondigen niet.”stylusJob 27:15, Amos 6:9, Amos 6:10, Jeremia 16:4, Jeremia 16:723Dit alles is het Verbondsboek van den Allerhoogste, De wet, die Moses gaf als erfgoed voor Jakobs gemeenten;stylusLeviticus 26:39, Ezechiël 33:10, Ezechiël 4:17, Leviticus 26:39, Ezechiël 33:1024stylusEzechiël 4:3, Ezechiël 4:3, Ezechiël 6:7, Jesaja 20:3, Lucas 11:2925Die wijsheid geeft, overvloedig als de Pisjon, Als de Tigris in de dagen der eerstelingen;stylusEzechiël 24:21, Ezechiël 24:21, Psalmen 48:2, Psalmen 50:2, Jeremia 11:2226Die inzicht verleent, zo vol als de Eufraat, Als de Jordaan in de dagen van de oogst.stylusJob 1:15, Job 1:19, Job 1:15, Job 1:19, Ezechiël 33:2127Die kennis doet stromen als de Nijl, Als de Gichon in de tijd van de wijnoogst.stylusEzechiël 33:22, Ezechiël 33:22, Ezechiël 29:21, Ezechiël 3:26, Ezechiël 3:2728Geen eerste heeft haar kunnen doorgronden, Geen laatste heeft haar doorvorst;stylus29Want rijker dan de zee is haar inhoud, Rijker dan de grote Oceaan haar zin.stylus30En ik kwam als een zijtak uit die stroom, Als een kanaal, dat een lusthof bevloeit.stylus31Ik sprak: “Drenken wil ik mijn hof, En besproeien mijn weide.” En zie, mijn zijtak wies tot een stroom, En mijn stroom tot een zee.stylus32Nog meer wil ik wijsheid doen stralen als de morgen, En tot in de verte ze doen lichten;stylus33Verder nog de onderrichting als een profetie laten stromen, En ze achterlaten voor verre geslachten.stylus34Ziet, ik zwoeg niet voor mijzelf alleen, Maar ook voor allen, die haar zoeken.stylus35stylus36stylus37stylus38stylus39stylus40stylus41stylus42stylus43stylus44stylus45stylus46stylus47stylus