1Toen Hij van de berg was afgedaald, volgden Hem talrijke scharen.stylusKolossenzen 1:29, Kolossenzen 1:29, Handelingen 16:9, 1 Tessalonicenzen 4:10, 1 Korintiërs 15:102En zie, een melaatse trad op Hem toe, wierp zich voor Hem neer, en zeide: Heer, zo Gij wilt, kunt Gij me reinigen.stylusJakobus 2:5, Jakobus 2:5, Deuteronomium 15:4, Spreuken 11:25, Deuteronomium 15:43Jesus strekte de hand uit, raakte hem aan, en sprak: Ik wil; word gereinigd. En aanstonds was hij van zijn melaatsheid gereinigd.stylusExodus 35:29, Exodus 35:29, Exodus 35:5, Exodus 35:5, Exodus 35:214Jesus zeide tot hem: Let er op, dat ge dit aan niemand vertelt; maar ga heen, vertoon u aan den priester, en offer de gave, die Moses als een bewijs voor hen heeft voorgeschreven.stylusHandelingen 24:17, Handelingen 24:17, Galaten 6:10, 2 Korintiërs 9:1, Galaten 6:105Toen Hij nu binnen Kafárnaum kwam, trad een honderdman op Hem toe met de bede:stylusRomeinen 12:1, Romeinen 12:1, 2 Korintiërs 8:1, Romeinen 14:7, Romeinen 14:96Heer, mijn knecht ligt thuis verlamd, en lijdt hevige pijnen.stylus2 Korintiërs 12:18, 2 Korintiërs 12:18, 2 Korintiërs 8:19, 2 Korintiërs 8:4, 2 Korintiërs 8:197Jesus zeide hem: Ik zal komen, en hem genezen.stylus2 Petrus 1:5, 2 Petrus 1:8, 2 Petrus 1:5, 2 Petrus 1:8, 2 Tessalonicenzen 1:38Maar de honderdman antwoordde: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt: maar spreek slechts één woord, en mijn knecht zal genezen.stylus1 Korintiërs 7:6, 1 Korintiërs 7:6, 1 Johannes 3:17, 1 Johannes 3:19, 1 Johannes 3:179Want ook ik ben een man, die zelf onder gezag ben gesteld, en die soldaten onder mij heb. En tot den een zeg ik: "Ga", en hij gaat; en tot den ander: "Kom", en hij komt; en tot mijn knecht: "Doe dit", en hij doet het.stylusRomeinen 8:32, Romeinen 8:32, Filippenzen 2:6, Filippenzen 2:8, Filippenzen 2:610Toen Jesus dit hoorde, was Hij verwonderd, en sprak tot hen, die Hem volgden: Voorwaar, Ik zeg u: Zo’n groot geloof heb Ik zelfs in Israël niet gevonden.stylusHebreeën 13:16, 1 Timotheüs 6:18, 1 Timotheüs 6:19, Hebreeën 13:16, 1 Timotheüs 6:1811Ik zeg u, dat velen zullen komen van het oosten en het westen, en zullen aanzitten in het rijk der hemelen, met Abraham, Isaäk en Jakob;stylus2 Korintiërs 9:2, 2 Korintiërs 9:212maar dat de kinderen van het rijk zullen worden uitgeworpen naar buiten, de duisternis in; daar zal geween zijn en gekners der tanden.stylusMarcus 12:42, Marcus 12:44, Marcus 12:42, Marcus 12:44, Lucas 21:113En tot den honderdman sprak Jesus: Ga, en zoals ge geloofd hebt, zo geschiede het u. En op hetzelfde uur genas de knecht.stylusHandelingen 4:34, Handelingen 4:34, Romeinen 15:26, Romeinen 15:27, Romeinen 15:2614En toen Jesus in het huis van Petrus was gekomen, zag Hij, dat zijn schoonmoeder bedlegerig was en lijdend aan koorts.stylusHandelingen 4:34, 2 Korintiërs 9:12, Handelingen 4:34, 2 Korintiërs 9:1215Hij nam haar bij de hand, en de koorts verliet haar; en ze stond op, en bediende Hem.stylusExodus 16:18, Exodus 16:18, Lucas 22:35, Lucas 22:3516Bij het vallen van de avond bracht men vele bezetenen naar Hem toe; en met één woord dreef Hij de geesten uit, en genas Hij alle zieken;stylusOpenbaring 17:17, Openbaring 17:17, 2 Korintiërs 2:13, 2 Korintiërs 2:14, Filippenzen 2:2017opdat vervuld zou worden, wat door den profeet Isaias was gezegd: "Hij draagt onze kwalen en torst onze smarten".stylus2 Korintiërs 8:6, 2 Korintiërs 8:6, 2 Korintiërs 8:10, Hebreeën 13:22, 2 Korintiërs 8:1018Toen Jesus eens een grote menigte rondom Zich zag, beval Hij, het meer over te steken.stylus2 Korintiërs 12:18, 2 Korintiërs 12:18, 1 Korintiërs 7:17, 2 Korintiërs 8:19, 1 Korintiërs 7:1719Een schriftgeleerde kwam naar Hem toe, en zeide: Meester, ik zal U volgen, waarheen Gij ook gaat.stylus1 Korintiërs 16:3, 1 Korintiërs 16:4, 1 Korintiërs 16:3, 1 Korintiërs 16:4, 2 Korintiërs 4:1520Doch Jesus sprak tot hem: De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht hebben nesten; maar de Mensenzoon heeft niets, om er zijn hoofd op te leggen.stylusEfeziërs 5:15, 1 Tessalonicenzen 5:22, Efeziërs 5:15, 1 Tessalonicenzen 5:22, 2 Korintiërs 11:1221Een ander van zijn leerlingen zeide Hem: Heer, sta me toe, eerst mijn vader te gaan begraven.stylusRomeinen 12:17, Romeinen 12:17, 1 Petrus 2:12, 1 Petrus 2:12, Filippenzen 4:822Maar Jesus zei hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.stylusFilippenzen 2:20, Filippenzen 2:22, Filippenzen 2:20, Filippenzen 2:2223Toen Hij nu de boot in ging, volgden Hem zijn leerlingen.stylusFilippenzen 2:25, Filippenzen 2:25, Filemon 1:17, Filemon 1:17, 2 Korintiërs 8:624En zie, een hevige storm brak los op het meer, zodat de golven over de boot heensloegen; Hij echter sliep.stylus2 Korintiërs 7:14, 2 Korintiërs 7:14, 2 Korintiërs 7:4, 2 Korintiërs 7:4, 2 Korintiërs 9:225Zijn leerlingen liepen naar Hem toe, wekten Hem, en zeiden: Heer, red ons, wij vergaan.stylus26Jesus sprak tot hen: Wat zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op, gebood de winden en het meer, en er ontstond een grote kalmte.stylus27De mensen waren verbaasd en zeiden: Wie is Hij toch, dat zelfs de winden en het meer Hem gehoorzamen?stylus28Toen Hij aan de overzijde van het meer was gekomen, in het land der Gerasenen, liepen twee bezetenen uit de grafspelonken Hem tegemoet, die zo woest waren, dat niemand langs die weg kon gaan.stylus29En zie, ze schreeuwden: Wat hebt Gij met ons te maken, Jesus, zoon van God? Zijt Gij hier gekomen, om ons te kwellen vóór de tijd?stylus30Heel in de verte was een grote troep zwijnen aan het grazen.stylus31De duivels vroegen Hem: Als Gij ons hier uitwerpt, zend ons dan in de troep zwijnen.stylus32Hij zeide hun: Gaat. Ze gingen, en wierpen zich op de zwijnen; en zie, de hele troep plofte van de steilte in het meer, en kwam om in de golven.stylus33Toen vluchtten de drijvers heen, en in de stad gekomen, verhaalden ze alles, ook van hen, die bezeten waren geweest.stylus34En zie, de hele stad liep uit, Jesus tegemoet; maar zodra ze Hem zagen, verzochten ze Hem, heen te gaan uit hun gebied.stylus