Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Mattheüs Hoofdstuk 7

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
MATTHEÜS

Mattheüs 7

1Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
1 Tessalonicenzen 4:7, 1 Tessalonicenzen 4:7, 1 Petrus 2:11, 1 Petrus 2:11, Spreuken 8:13
2Want met het oordeel, dat gij velt, zult gij geoordeeld worden; en met de maat, waarmee gij meet, zal men ook meten voor u.
Handelingen 20:33, 2 Korintiërs 11:9, 2 Korintiërs 6:12, 2 Korintiërs 6:13, Handelingen 20:33
3Waarom ziet ge de splinter in het oog van uw broeder, en de balk in uw eigen oog ziet ge niet?
2 Korintiërs 6:11, 2 Korintiërs 6:12, 2 Korintiërs 6:11, 2 Korintiërs 6:12, 1 Tessalonicenzen 2:8
4Of waarom zegt ge tot uw broeder: laat mij de splinter uit uw oog trekken; en zie, de balk zit in uw eigen oog?
2 Korintiërs 1:4, 2 Korintiërs 1:4, 2 Korintiërs 3:12, 2 Korintiërs 3:12, Filippenzen 2:17
5Huichelaar, trek eerst de balk uit uw eigen oog; dan zult ge zien, hoe ge de splinter uit het oog van uw broeder moet trekken.
2 Korintiërs 2:13, 2 Korintiërs 2:13, Deuteronomium 32:25, Deuteronomium 32:25, Handelingen 20:1
6Geeft het heilige niet aan de honden, en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen, opdat zij ze niet met de poten vertrappen, zich omkeren, en u gaan verscheuren.
2 Korintiërs 1:3, 2 Korintiërs 1:4, 2 Korintiërs 1:3, 2 Korintiërs 1:4, 2 Tessalonicenzen 2:16
7Vraagt en men zal u geven; zoekt en ge zult vinden; klopt en men zal u opendoen.
2 Korintiërs 5:2, Judas 1:3, 2 Korintiërs 5:2, Judas 1:3, 2 Johannes 1:4
8Want wie vraagt, ontvangt; wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem doet men open.
Openbaring 3:19, Openbaring 3:19, Johannes 16:6, Mattheüs 26:21, Mattheüs 26:22
9Of wie is er onder u, die aan zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt,
Jeremia 31:18, Jeremia 31:20, Jeremia 31:18, Jeremia 31:20, 2 Korintiërs 7:10
10of een slang, als hij om vis vraagt?
Handelingen 3:19, Handelingen 3:19, Handelingen 11:18, Handelingen 11:18, 2 Timotheüs 2:25
11Als gij dus, zondige mensen, aan uw kinderen goede gaven weet te schenken, hoeveel te meer zal dan uw Vader, die in de hemelen is, het goede geven aan wie het Hem vragen.
Romeinen 14:18, Romeinen 14:18, 2 Timotheüs 2:15, 1 Timotheüs 5:21, 1 Timotheüs 5:22
12Al wat gij dus wilt, dat de mensen u doen, doet het ook hun; want dat is de Wet en de Profeten.
2 Korintiërs 2:9, 2 Korintiërs 2:9, 2 Korintiërs 2:17, 1 Timotheüs 3:5, 2 Korintiërs 7:8
13Gaat binnen door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die ten verderve leidt; en velen zijn er, die daardoor naar binnen gaan.
2 Korintiërs 7:6, 2 Korintiërs 7:6, 1 Korintiërs 16:13, 1 Korintiërs 13:5, 1 Korintiërs 13:7
14Hoe eng is de poort en hoe smal is de weg, die ten leven voert; en weinigen zijn er, die hem vinden.
2 Korintiërs 8:24, 2 Korintiërs 7:4, 2 Tessalonicenzen 1:4, 2 Korintiërs 8:24, 2 Korintiërs 7:4
15Wacht u voor de valse profeten, die tot u komen in schaapskleren, maar inwendig roofgierige wolven zijn.
Filippenzen 2:12, Filippenzen 2:12, 2 Korintiërs 2:9, 2 Korintiërs 2:9, 1 Johannes 3:17
16Aan hun vruchten zult gij ze kennen. Plukt men wel druiven van doornen, of vijgen van distels?
2 Korintiërs 2:3, 2 Korintiërs 2:3, Filemon 1:8, Filemon 1:21, Filemon 1:8
17Zo draagt iedere goede boom ook goede vruchten; maar een slechte boom draagt slechte vruchten.
18Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, en een slechte boom geen goede vruchten.
19Iedere boom, die geen goede vruchten draagt, zal omgehouwen worden en in het vuur geworpen.
20Aan hun vruchten dus zult gij ze kennen.
21Niet iedereen, die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het rijk der hemelen; maar wel wie de wil van mijn Vader volbrengt, die in de hemelen is.
22Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben we niet in uw Naam voorzeggingen gedaan, in uw Naam duivels uitgedreven, in uw Naam veel wonderen verricht?
23En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Nooit heb Ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet.
24Een ieder dus, die deze woorden van Mij hoort, en ze in beoefening brengt, zal gelijk zijn aan een wijzen man, die zijn huis bouwde op een rots.
25En de regen viel neer, en de waterstromen kwamen af, en de winden gierden en stortten zich op dat huis; doch het zakte niet in, want het was gegrond op de rots.
26Maar wie deze woorden van Mij hoort, doch ze niet in beoefening brengt, zal gelijk zijn aan een dwazen man, die zijn huis bouwde op het zand.
27En de regen viel neer, en de waterstromen kwamen af, en de winden gierden en stortten zich op dat huis; het zakte in, en zijn val was geweldig.
28Toen Jesus deze toespraak geëindigd had, stonden de scharen verbaasd over zijn leer.
29Want Hij leerde hen als een die gezag heeft, en niet zoals hun schriftgeleerden.

Andere Boeken

MattheüsMarcusLucas+

Andere Boeken

MattheüsHfst. 7
MarcusLucasJohannesHandelingenRomeinen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward