1Toen Jesus de menigte zag, besteeg Hij de berg; en nadat Hij Zich had neergezet, naderden zijn leerlingen tot Hem.stylusJob 19:25, Job 19:26, Job 19:25, Job 19:26, 1 Johannes 3:22En Hij opende de mond, om hen te onderrichten, en sprak:stylusRomeinen 8:23, Romeinen 8:23, 1 Korintiërs 15:53, 1 Korintiërs 15:54, 1 Korintiërs 15:533Zalig de armen van geest; want hun behoort het rijk der hemelen.stylusGenesis 3:7, Genesis 3:11, Genesis 3:7, Genesis 3:11, Openbaring 3:184Zalig de zachtmoedigen; want ze zullen het Land bezitten.stylus1 Korintiërs 15:53, 1 Korintiërs 15:54, 1 Korintiërs 15:53, 1 Korintiërs 15:54, 2 Korintiërs 5:25Zalig, die wenen; want ze zullen worden getroost.stylus2 Korintiërs 1:22, 2 Korintiërs 1:22, Efeziërs 1:13, Efeziërs 1:14, Romeinen 8:236Zalig, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want ze zullen worden verzadigd.stylus2 Korintiërs 5:1, 2 Korintiërs 5:1, Hebreeën 11:13, Filippenzen 3:20, Filippenzen 3:217Zalig de barmhartigen; want ze zullen barmhartigheid ondervinden.stylusHebreeën 11:1, Hebreeën 11:27, Hebreeën 11:1, Hebreeën 11:27, 2 Korintiërs 4:188Zalig de zuiveren van hart; want ze zullen God zien.stylusFilippenzen 1:20, Filippenzen 1:24, Filippenzen 1:20, Filippenzen 1:24, 2 Korintiërs 5:69Zalig de vreedzamen; want ze zullen kinderen Gods worden genoemd.stylusKolossenzen 1:10, Kolossenzen 1:10, Romeinen 14:18, Romeinen 14:18, 2 Petrus 3:1410Zalig, die vervolging lijden om de gerechtigheid; want hun behoort het rijk der hemelen.stylusMattheüs 16:27, Mattheüs 16:27, Openbaring 22:12, Openbaring 22:12, Prediker 12:1411Zalig zijt gij, als men u om Mijnentwil beschimpt en vervolgt, en vals beschuldigt van allerlei kwaad.stylusJudas 1:23, Judas 1:23, Hebreeën 10:31, Hebreeën 10:31, 2 Timotheüs 2:2412Verheugt en verblijdt u, want groot is uw loon in de hemel; zo toch heeft men de profeten vervolgd, die vóór u zijn geweest.stylus2 Korintiërs 3:1, 2 Korintiërs 3:1, 2 Korintiërs 1:14, 2 Korintiërs 1:14, 2 Korintiërs 11:1213Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout smakeloos wordt, waarmee zal men het zouten? Het is nergens meer goed voor, dan om weggegooid te worden, en door de mensen te worden vertrapt.stylus2 Korintiërs 11:16, 2 Korintiërs 11:17, 2 Korintiërs 11:16, 2 Korintiërs 11:17, 2 Korintiërs 12:1114Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die boven op de berg is gelegen, kan niet verborgen blijven.stylusGalaten 2:20, Galaten 2:20, Romeinen 14:7, Romeinen 14:9, Romeinen 14:715Ook steekt men geen licht aan, om het onder de korenmaat te zetten; maar op de kandelaar, om het te laten schijnen voor allen, die in huis zijn.stylusRomeinen 14:7, Romeinen 14:9, Romeinen 14:7, Romeinen 14:9, 1 Petrus 4:216Zo moet ook uw licht voor de mensen schijnen, opdat ze uw goede werken mogen zien, en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is.stylusKolossenzen 3:11, Kolossenzen 3:11, Filippenzen 3:7, Filippenzen 3:8, Johannes 6:6317Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de Wet of de Profeten op te heffen. Ik ben niet komen opheffen, maar volmaken.stylusEzechiël 36:26, Ezechiël 36:26, Efeziërs 4:22, Efeziërs 4:24, Efeziërs 4:2218Voorwaar, Ik zeg u: Eer hemel en aarde vergaan, zal er geen jota of stip van de Wet vergaan, totdat alles is volbracht.stylusKolossenzen 1:20, Kolossenzen 1:21, Kolossenzen 1:20, Kolossenzen 1:21, 2 Korintiërs 5:1919Wie dus een van die kleinste geboden opheft en dit aan de mensen leert, zal de minste worden genoemd in het rijk der hemelen; maar wie ze onderhoudt en ze leert, hij zal groot worden genoemd in het rijk der hemelen.stylusJesaja 43:25, Jesaja 43:25, Jesaja 44:22, 1 Johannes 4:10, Jesaja 44:2220Ik zeg u: Zo uw gerechtigheid niet groter is dan die van schriftgeleerden en farizeën, dan zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan.stylusLucas 14:23, Lucas 14:23, Efeziërs 6:20, Efeziërs 6:20, Maleachi 2:721Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doden; en wie doodslag begaat, zal schuldig zijn voor het gerecht.stylus1 Petrus 2:22, 1 Petrus 2:24, 1 Petrus 2:22, 1 Petrus 2:24, 1 Petrus 3:1822Maar Ik zeg u: Wie vertoornd is op zijn broeder, zal schuldig zijn voor het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Raka, zal schuldig zijn voor de Hoge Raad. En wie zegt: Dwaas, zal strafbaar zijn met het helse vuur.stylus23Als ge dus uw offergave brengt naar het altaar, en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft,stylus24laat dan uw offer voor het altaar, en ga u eerst met uw broeder verzoenen; kom dan terug, en draag uw offer op.stylus25Versta u spoedig met uw tegenpartij, terwijl ge nog met hem onderweg zijt; anders zal uw tegenpartij u misschien overleveren aan den rechter, en de rechter u overleveren aan den gerechtsdienaar, en zult ge in de gevangenis worden geworpen.stylus26Voorwaar, Ik zeg u: Ge zult daar niet uitkomen, voordat ge de laatste penning hebt betaald.stylus27Gij hebt gehoord, dat er gezegd is:Gij zult geen overspel doen.stylus28Maar Ik zeg u: Wie met begeerte naar een vrouw ziet, heeft reeds overspel met haar gepleegd in zijn hart.stylus29Als uw rechteroog u ergert, ruk het dan uit en werp het van u weg; want beter is het voor u, dat één uwer ledematen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.stylus30En zo uw rechterhand u ergert, houw ze af, en werp ze van u weg; want beter is het voor u, dat één uwer ledematen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.stylus31Er is gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven.stylus32Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van overspel, is oorzaak, dat ze overspel bedrijft; en wie een verstoten vrouw huwt, pleegt echtbreuk.stylus33Gij hebt ook gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult geen meineed doen, maar den Heer uw eden houden.stylus34Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: noch bij de hemel, want hij is Gods troon;stylus35noch bij de aarde, want ze is zijn voetbank; noch bij Jerusalem, want ze is de stad van den groten Koning.stylus36Ook bij uw hoofd zult ge niet zweren; want ge kunt nog niet eens één enkel haar wit of zwart maken.stylus37Maar uw woord zij: ja, ja; neen, neen; wat daar bijkomt, is uit den boze.stylus38Gij hebt gehoord, dat gezegd is: Oog voor oog, tand voor tand.stylus39Maar Ik zeg u, geen weerstand te bieden aan het onrecht. Als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe.stylus40Wil iemand u voor het gerecht dagen, en u het onderkleed nemen, laat hem ook de mantel.stylus41Dwingt iemand u duizend schreden te gaan, leg er met hem tweeduizend af.stylus42Geef aan wie u iets vraagt; en wend u niet af van hem, die bij u lenen wil.stylus43Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Uw naaste zult ge beminnen, en uw vijand zult ge haten.stylus44Maar Ik zeg u: Bemint uw vijanden, en bidt voor wie u lasteren en vervolgen;stylus45opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader in de hemel, die zijn zon doet opgaan over slechten en goeden, en het regenen laat over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.stylus46Want zo gij bemint, die u liefhebben, welk loon zult gij dan ontvangen? Doen dat ook de tollenaars niet?stylus47En zo gij alleen uw broeders groet, wat bijzonders doet gij dan wel? Doen dat ook de heidenen niet?stylus48Weest dus volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is.stylus