Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Mattheüs Hoofdstuk 4

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
MATTHEÜS

Mattheüs 4

1Toen werd Jesus door den Geest naar de woestijn geleid, om door den duivel te worden bekoord.
2 Tessalonicenzen 3:13, 2 Tessalonicenzen 3:13, Galaten 6:9, Galaten 6:9, Efeziërs 3:13
2En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger.
2 Korintiërs 2:17, 2 Korintiërs 2:17, 1 Tessalonicenzen 2:3, 1 Tessalonicenzen 2:5, 1 Tessalonicenzen 2:3
3De bekoorder naderde Hem, en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen brood moeten worden.
2 Korintiërs 3:14, 1 Korintiërs 1:18, 2 Korintiërs 3:14, 1 Korintiërs 1:18, 2 Tessalonicenzen 2:9
4Maar Hij antwoordde: Niet van brood alleen leeft de mens, doch van ieder woord, dat komt uit de mond van God.
Johannes 12:40, Johannes 12:40, 2 Korintiërs 3:14, 2 Korintiërs 3:14, Handelingen 26:18
5Toen voerde de duivel Hem naar de heilige stad, plaatste Hem op het dakterras van de tempel,
2 Korintiërs 1:24, 2 Korintiërs 1:24, 1 Tessalonicenzen 2:5, 1 Tessalonicenzen 2:6, 1 Tessalonicenzen 2:5
6en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan naar beneden. Want er staat geschreven: "Zijn engelen zal Hij over u bevelen, en zij zullen u op de handen dragen, opdat ge aan geen steen uw voet zoudt stoten".
Jesaja 60:2, Jesaja 60:2, Genesis 1:3, Genesis 1:3, 1 Petrus 2:9
7Jesus zeide hem: Er staat ook geschreven: "Gij zult den Heer uw God niet beproeven".
2 Korintiërs 5:1, 2 Korintiërs 3:5, 2 Korintiërs 3:6, 2 Korintiërs 5:1, 2 Korintiërs 3:5
8Weer nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid.
Jakobus 1:2, Jakobus 1:4, Jakobus 1:2, Jakobus 1:4, Romeinen 8:35
9En hij zeide: Dit alles zal ik U geven, zo Gij neervalt en mij aanbidt.
Jesaja 43:2, Jesaja 43:2, Micha 7:8, Micha 7:8, Psalmen 37:24
10Toen sprak Jesus: Ga heen, satan; want er staat geschreven: "Gij zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen".
Romeinen 6:5, Romeinen 6:5, 2 Timotheüs 2:11, 2 Timotheüs 2:11, 1 Petrus 4:13
11Toen verliet Hem de duivel, en zie, de engelen naderden, en dienden Hem.
1 Korintiërs 15:49, 1 Korintiërs 15:49, Romeinen 8:36, Psalmen 44:22, Romeinen 8:36
12Toen Jesus vernam, dat Johannes was gevangen genomen, vertrok Hij naar Galilea.
2 Korintiërs 13:9, 2 Korintiërs 13:9, Handelingen 20:24, 1 Korintiërs 4:10, 1 Johannes 3:16
13En nadat Hij Názaret had verlaten. kwam Hij te Kafárnaum wonen bij het meer, in het gebied van Zábulon en Néftali;
Psalmen 116:10, Psalmen 116:10, Hebreeën 11:1, Hebreeën 11:40, Hebreeën 11:1
14opdat vervuld zou worden, wat door den profeet Isaias voorzegd was:
1 Tessalonicenzen 4:14, Romeinen 8:11, 1 Tessalonicenzen 4:14, Romeinen 8:11, Judas 1:24
15Het land van Zábulon En het land van Néftali, De weg naar zee, de overzijde van de Jordaan. Het Galilea der heidenen;
Romeinen 8:28, Romeinen 8:28, Efeziërs 3:20, Efeziërs 3:21, 2 Korintiërs 9:11
16Het volk, dat in duisternis zat, Heeft een groot licht aanschouwd. En over hen, die in het oord En in de schaduw des doods waren gezeten, Is een licht opgegaan.
Jesaja 40:31, Jesaja 40:31, Kolossenzen 3:10, Kolossenzen 3:10, Jesaja 40:29
17Van toen af begon Jesus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het rijk der hemelen is nabij.
Romeinen 8:18, Romeinen 8:18, 1 Petrus 5:10, 1 Petrus 5:10, Romeinen 5:3
18Terwijl Jesus langs het meer van Galilea wandelde, zag Hij twee broers het net uitwerpen in het meer: Simon, die Petrus wordt genoemd, en Andreas zijn broer; want ze waren vissers.
2 Korintiërs 5:7, 2 Korintiërs 5:7, Romeinen 8:24, Romeinen 8:25, Romeinen 8:24
19Hij zeide hun: Volgt Mij, en Ik zal mensenvissers van u maken.
20Aanstonds verlieten ze hun netten, en volgden Hem.
21En toen Hij vandaar verder ging, zag Hij twee andere broers, Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes zijn broer, die met hun vader Zebedeüs in de boot bezig waren, hun netten te herstellen; Hij riep ook hen.
22Onmiddellijk verlieten ze de boot en hun vader, en volgden Hem.
23Nu trok Jesus heel Galilea door, leerde in hun synagogen, en preekte het Evangelie van het rijk; Hij genas iedere kwaal en iedere ziekte onder het volk.
24Zijn faam verspreidde zich door heel Syrië; en men bracht Hem allerlei kranken, die met verschillende ziekten en kwalen waren bezocht, ook bezetenen, lijders aan vallende ziekte en lammen; en Hij genas ze allen.
25En talrijke scharen uit Galilea en de Dekápolis, uit Jerusalem, Judea en het Overjordaanse volgden Hem.

Andere Boeken

MattheüsMarcusLucas+

Andere Boeken

MattheüsHfst. 4
MarcusLucasJohannesHandelingenRomeinen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward