1Toen werd Jesus door den Geest naar de woestijn geleid, om door den duivel te worden bekoord.stylus2 Tessalonicenzen 3:13, 2 Tessalonicenzen 3:13, Galaten 6:9, Galaten 6:9, Efeziërs 3:132En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger.stylus2 Korintiërs 2:17, 2 Korintiërs 2:17, 1 Tessalonicenzen 2:3, 1 Tessalonicenzen 2:5, 1 Tessalonicenzen 2:33De bekoorder naderde Hem, en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen brood moeten worden.stylus2 Korintiërs 3:14, 1 Korintiërs 1:18, 2 Korintiërs 3:14, 1 Korintiërs 1:18, 2 Tessalonicenzen 2:94Maar Hij antwoordde: Niet van brood alleen leeft de mens, doch van ieder woord, dat komt uit de mond van God.stylusJohannes 12:40, Johannes 12:40, 2 Korintiërs 3:14, 2 Korintiërs 3:14, Handelingen 26:185Toen voerde de duivel Hem naar de heilige stad, plaatste Hem op het dakterras van de tempel,stylus2 Korintiërs 1:24, 2 Korintiërs 1:24, 1 Tessalonicenzen 2:5, 1 Tessalonicenzen 2:6, 1 Tessalonicenzen 2:56en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan naar beneden. Want er staat geschreven: "Zijn engelen zal Hij over u bevelen, en zij zullen u op de handen dragen, opdat ge aan geen steen uw voet zoudt stoten".stylusJesaja 60:2, Jesaja 60:2, Genesis 1:3, Genesis 1:3, 1 Petrus 2:97Jesus zeide hem: Er staat ook geschreven: "Gij zult den Heer uw God niet beproeven".stylus2 Korintiërs 5:1, 2 Korintiërs 3:5, 2 Korintiërs 3:6, 2 Korintiërs 5:1, 2 Korintiërs 3:58Weer nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid.stylusJakobus 1:2, Jakobus 1:4, Jakobus 1:2, Jakobus 1:4, Romeinen 8:359En hij zeide: Dit alles zal ik U geven, zo Gij neervalt en mij aanbidt.stylusJesaja 43:2, Jesaja 43:2, Micha 7:8, Micha 7:8, Psalmen 37:2410Toen sprak Jesus: Ga heen, satan; want er staat geschreven: "Gij zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen".stylusRomeinen 6:5, Romeinen 6:5, 2 Timotheüs 2:11, 2 Timotheüs 2:11, 1 Petrus 4:1311Toen verliet Hem de duivel, en zie, de engelen naderden, en dienden Hem.stylus1 Korintiërs 15:49, 1 Korintiërs 15:49, Romeinen 8:36, Psalmen 44:22, Romeinen 8:3612Toen Jesus vernam, dat Johannes was gevangen genomen, vertrok Hij naar Galilea.stylus2 Korintiërs 13:9, 2 Korintiërs 13:9, Handelingen 20:24, 1 Korintiërs 4:10, 1 Johannes 3:1613En nadat Hij Názaret had verlaten. kwam Hij te Kafárnaum wonen bij het meer, in het gebied van Zábulon en Néftali;stylusPsalmen 116:10, Psalmen 116:10, Hebreeën 11:1, Hebreeën 11:40, Hebreeën 11:114opdat vervuld zou worden, wat door den profeet Isaias voorzegd was:stylus1 Tessalonicenzen 4:14, Romeinen 8:11, 1 Tessalonicenzen 4:14, Romeinen 8:11, Judas 1:2415Het land van Zábulon En het land van Néftali, De weg naar zee, de overzijde van de Jordaan. Het Galilea der heidenen;stylusRomeinen 8:28, Romeinen 8:28, Efeziërs 3:20, Efeziërs 3:21, 2 Korintiërs 9:1116Het volk, dat in duisternis zat, Heeft een groot licht aanschouwd. En over hen, die in het oord En in de schaduw des doods waren gezeten, Is een licht opgegaan.stylusJesaja 40:31, Jesaja 40:31, Kolossenzen 3:10, Kolossenzen 3:10, Jesaja 40:2917Van toen af begon Jesus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het rijk der hemelen is nabij.stylusRomeinen 8:18, Romeinen 8:18, 1 Petrus 5:10, 1 Petrus 5:10, Romeinen 5:318Terwijl Jesus langs het meer van Galilea wandelde, zag Hij twee broers het net uitwerpen in het meer: Simon, die Petrus wordt genoemd, en Andreas zijn broer; want ze waren vissers.stylus2 Korintiërs 5:7, 2 Korintiërs 5:7, Romeinen 8:24, Romeinen 8:25, Romeinen 8:2419Hij zeide hun: Volgt Mij, en Ik zal mensenvissers van u maken.stylus20Aanstonds verlieten ze hun netten, en volgden Hem.stylus21En toen Hij vandaar verder ging, zag Hij twee andere broers, Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes zijn broer, die met hun vader Zebedeüs in de boot bezig waren, hun netten te herstellen; Hij riep ook hen.stylus22Onmiddellijk verlieten ze de boot en hun vader, en volgden Hem.stylus23Nu trok Jesus heel Galilea door, leerde in hun synagogen, en preekte het Evangelie van het rijk; Hij genas iedere kwaal en iedere ziekte onder het volk.stylus24Zijn faam verspreidde zich door heel Syrië; en men bracht Hem allerlei kranken, die met verschillende ziekten en kwalen waren bezocht, ook bezetenen, lijders aan vallende ziekte en lammen; en Hij genas ze allen.stylus25En talrijke scharen uit Galilea en de Dekápolis, uit Jerusalem, Judea en het Overjordaanse volgden Hem.stylus