1Toen de Israëlieten in het land Juda dit hoorden, begonnen zij zeer bevreesd voor hem te worden;stylusJob 6:1, Job 2:11, Job 3:1, Job 3:2, Job 15:12een ontzettende angst sloeg hun om het hart, daar zij bang waren, dat hij met Jerusalem en de tempel van den Heer hetzelfde zou doen als met de andere steden en haar tempels.stylusJob 32:18, Job 32:20, Job 32:18, Job 32:20, Handelingen 4:203Daarom zonden zij een oproep naar het gehele gebied van Samaria tot aan Jericho toe, om de bergtoppen te bezetten,stylusJesaja 35:3, Jesaja 35:3, Job 16:5, Spreuken 10:21, Lucas 22:324hun dorpen te versterken en proviand in te slaan met het oog op de oorlog.stylus1 Tessalonicenzen 5:14, Hebreeën 12:12, Psalmen 145:14, Spreuken 12:18, 1 Tessalonicenzen 5:145Ook zond de priester Eljakim een schrijven aan alle bewoners van Betoel, dat tegenover Esdrelon ligt, nog vóór de vlakte en dicht bij Dotan, en gelastte aan allen, bij wie de doortocht zou kunnen plaats hebben,stylusJob 19:21, Job 19:21, Spreuken 24:10, Job 2:5, Job 6:146dat zij de bergpassen moesten bezetten, waarlangs men Jerusalem kon bereiken, en dat zij overal wachtposten moesten uitzetten, waar zich mogelijkerwijze een smalle kloof tussen de bergen bevond.stylusSpreuken 3:26, Spreuken 3:26, Spreuken 14:26, Spreuken 14:26, Job 1:17En de kinderen van Israël deden, wat de priester Eljakim hun had opgedragen.stylusPsalmen 37:25, Psalmen 37:25, Job 36:7, 2 Petrus 2:9, Job 36:78Nu riep heel het volk met grote aandrang tot den den Heer en vrouwen vernederden zich in vasten en gebeden;stylusGalaten 6:7, Galaten 6:8, Galaten 6:7, Galaten 6:8, Spreuken 22:89de priesters deden het boetekleed aan, kinderen wierpen zich neer voor de tempel, en men bedekte het altaar des Heren met een boetekleed.stylusJob 15:30, Job 15:30, Jesaja 11:4, 2 Tessalonicenzen 2:8, Jesaja 30:3310Eenparig smeekten zij den Heer, den God van Israël, dat Hij zou verhinderen, dat hun kinderen werden geroofd, hun vrouwen buit gemaakt, hun steden verwoest, dat hun heiligdom zou worden onteerd en zij zelf tot spot zouden worden voor de heidenen.stylusPsalmen 58:6, Psalmen 58:6, Spreuken 30:14, Psalmen 3:7, Psalmen 57:411Daarop trok Eljakim, de hogepriester van den Heer, geheel Israël rond en sprak hun toe:stylusPsalmen 34:10, Psalmen 34:10, Job 27:14, Job 27:15, Genesis 49:912Weet wel, dat de Heer uw gebeden zal verhoren, als gij maar blijft volharden in vasten en gebeden voor den Heer.stylusJob 26:14, Job 26:14, 1 Korintiërs 13:12, Psalmen 62:11, 1 Korintiërs 13:1213Denkt aan Moses, den dienaar des Heren. Hij versloeg Amalek, dat op zijn macht en sterkte, zijn leger, schilden, wagens en ruiters vertrouwde, niet omdat Moses streed met het zwaard, maar omdat hij vrome gebeden stortte.stylusJob 33:14, Job 33:16, Genesis 15:12, Genesis 2:21, Job 33:1414Zo zal het ook nu met alle vijanden van Israël gaan, als gij volhardt, zoals gij zijt begonnen.stylusOpenbaring 1:17, Job 33:19, Openbaring 1:17, Job 33:19, Lucas 1:2915Door deze woorden aangespoord, bleven zij in hun gebed tot God voor het aanschijn des Heren volharden,stylusPsalmen 104:4, Lucas 24:37, Lucas 24:39, Hebreeën 1:7, Psalmen 104:416zó zelfs, dat zij, die den Heer brandoffers moesten opdragen, dit deden met een boetekleed aan en met as op hun hoofd.stylus1 Koningen 19:12, 1 Koningen 19:1217stylusJob 9:2, Job 9:2, Job 25:4, Job 25:4, Prediker 7:20