1Laat er onder u niet velen als leermeesters optreden, mijn broeders; want we weten, dat we dan een strenger oordeel zullen ondergaan.stylus1 Timotheüs 5:6, 1 Timotheüs 5:6, Jakobus 2:26, Jakobus 2:26, Openbaring 1:42Allen toch struikelen we op vele punten. Zo iemand in het spreken niet struikelt, dan is hij een volmaakt man; want dan kan hij ook heel het lichaam beteugelen.stylus1 Petrus 5:8, 1 Petrus 5:8, Openbaring 16:15, 2 Timotheüs 4:1, 2 Timotheüs 4:43Wanneer we de paarden het gebit in de bek steken, om ze ons te doen gehoorzamen, dan mennen we ook heel hun lijf.stylusOpenbaring 2:5, Openbaring 2:5, 2 Petrus 3:10, 2 Petrus 3:10, 1 Tessalonicenzen 5:24Ziet ook eens naar de schepen: hoe groot ze ook zijn, en door wat onstuimige winden ze worden gedreven, door een heel klein roer worden ze gewend, waarheen de stuurman het wil.stylusOpenbaring 7:9, Openbaring 3:5, Openbaring 7:9, Openbaring 3:5, Prediker 9:85Zo ook is de tong slechts een klein lid, maar ze bezit een grote invloed. Ziet, hoe een klein vuurtje een heel bos in brand steekt!stylusMattheüs 10:32, Mattheüs 10:32, Openbaring 21:27, Openbaring 21:27, Openbaring 20:156Ook de tong is een vuur: een wereld van ongerechtigheid. Onder onze leden is het de tong, die heel het lichaam bezoedelt, en ons levensrad in brand steekt, zelf in vlam gezet door de hel.stylusOpenbaring 2:7, Openbaring 2:77Inderdaad, alle soorten van beesten en vogels, kruipende dieren en beesten der zee, worden getemd en zijn getemd door het menselijk geslacht;stylusJesaja 22:22, Jesaja 22:22, Mattheüs 16:19, Mattheüs 16:19, Openbaring 1:188maar de tong: geen mens kan haar temmen; rusteloos kwaad, vol dodelijk venijn.stylus1 Korintiërs 16:9, 1 Korintiërs 16:9, Kolossenzen 4:3, Kolossenzen 4:3, Openbaring 3:79Met haar zegenen we den Heer en den Vader, met haar ook vervloeken we de mensen, naar Gods beeld geschapen;stylusJesaja 60:14, Openbaring 2:9, Jesaja 60:14, Openbaring 2:9, Jesaja 49:2310uit dezelfde mond komt zegen en vloek. —Neen mijn broeders, dit moet zó niet zijn!stylus2 Petrus 2:9, 2 Petrus 2:9, Openbaring 14:12, Openbaring 14:12, Zacharia 13:911Of laat soms een bron uit dezelfde ader zoet en bitter water opborrelen?stylusJakobus 1:12, Jakobus 1:12, Openbaring 22:12, Openbaring 22:12, Openbaring 2:1012Of is het mogelijk, mijn broeders, dat een vijg olijven draagt, en een wijnstok vijgen? Ook kan een zoute bron geen zoet water geven.stylusOpenbaring 22:4, Openbaring 22:4, Openbaring 21:2, Openbaring 21:2, Openbaring 14:113Wie is er onder u wijs en verstandig? Hij tone door eerzame wandel zijn werken, met wijze zachtmoedigheid gepaard.stylusOpenbaring 2:7, Openbaring 2:714Maar zo ge bittere naijver en twist ronddraagt in uw hart, zet gij u dan niet op tegen de waarheid, en liegt gij dan niet tegen haar?stylusKolossenzen 1:15, Kolossenzen 1:15, Openbaring 1:5, Openbaring 1:5, Kolossenzen 1:1815Zo’n wijsheid komt niet van boven, maar is aards, zinnelijk en duivels;stylusRomeinen 12:11, Romeinen 12:11, Mattheüs 6:24, Mattheüs 6:24, Jakobus 1:816want waar naijver heerst en twist, daar is onrust en allerlei kwaad.stylusOpenbaring 2:5, Openbaring 2:5, Zacharia 11:8, Zacharia 11:9, Zacharia 11:817De wijsheid, die van boven komt, is vóór alles rein, maar ook vredelievend, inschikkelijk, gezeggelijk, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig, ongeveinsd;stylusSpreuken 13:7, Spreuken 13:7, Hosea 12:8, Hosea 12:8, Openbaring 2:918en de vredevrucht der gerechtigheid wordt gezaaid door hen, die de vrede bewaren.stylusOpenbaring 16:15, Openbaring 16:15, 1 Petrus 1:7, 1 Petrus 1:7, Jesaja 55:1