1Eens gingen Petrus en Johannes naar de tempel tegen het negende uur, het uur van het gebed.stylusRomeinen 8:6, Romeinen 8:6, Mattheüs 6:33, Mattheüs 6:33, 2 Korintiërs 4:182Daar was een man, die verlamd was van de schoot zijner moeder af, en gedragen moest worden; iedere dag zette men hem bij de tempelpoort neer, die de Schone werd genoemd, om aan de tempelbezoekers een aalmoes te vragen.stylus1 Johannes 2:15, 1 Johannes 2:17, 1 Johannes 2:15, 1 Johannes 2:17, 1 Kronieken 22:193Toen hij Petrus en Johannes zag, die juist de tempel wilden ingaan, vroeg hij hun een aalmoes.stylusGalaten 2:20, Galaten 2:20, Romeinen 6:2, Romeinen 6:2, Kolossenzen 2:204Tegelijk met Johannes zag Petrus hem aan, en sprak: Kijk ons eens aan.stylusJohannes 11:25, Johannes 11:25, 1 Johannes 3:2, 1 Johannes 3:2, Galaten 2:205Hij keek hen aan, in de hoop, dat hij van hen iets zou krijgen.stylusRomeinen 8:13, Romeinen 8:13, Galaten 5:19, Galaten 5:21, Galaten 5:196Maar Petrus sprak: Zilver of goud heb ik niet; wat ik wèl heb, geef ik u: In de naam van Jesus Christus van Názaret, sta op en ga.stylusEfeziërs 5:6, Efeziërs 5:6, Romeinen 1:18, Romeinen 1:18, 1 Petrus 1:147Hij nam hem bij de rechterhand, en richtte hem op. Terstond kwam er kracht in zijn voeten en enkels;stylusEfeziërs 2:2, Efeziërs 2:2, 1 Petrus 4:3, 1 Petrus 4:4, 1 Petrus 4:38hij sprong op en stond overeind; hij liep, en ging met hen de tempel binnen; stappend en springend verheerlijkte hij God.stylusEfeziërs 4:29, Efeziërs 4:29, Efeziërs 4:22, Efeziërs 4:22, Jakobus 1:209Al het volk zag hem lopen en God verheerlijken.stylusEfeziërs 4:25, Efeziërs 4:22, Efeziërs 4:25, Efeziërs 4:22, Leviticus 19:1110Zij herkenden in hem den man, die gewoonlijk bij tempelpoort, de Schone, zat te bedelen; en ze waren heel verbaasd en ontzet, om wat er met hem was gebeurd.stylusEfeziërs 4:23, Efeziërs 4:24, Efeziërs 4:23, Efeziërs 4:24, Romeinen 12:211En daar hij Petrus en Johannes bleef volgen, liep al het volk verbaasd naar hen toe in de zuilengang van Sálomon.stylusGalaten 3:28, Galaten 3:29, 1 Korintiërs 12:13, Galaten 3:28, Galaten 3:2912Toen Petrus dit zag, richtte hij het woord tot het volk: Mannen van Israël, wat staat gij hierover verbaasd, of wat staart gij ons aan, als hadden wij hem door eigen kracht of vroomheid doen gaan?stylusEfeziërs 4:32, Efeziërs 4:32, Efeziërs 4:2, Efeziërs 4:2, 1 Johannes 4:1913De God van Abraham, van Isaäk, en Jakob, de God onzer vaderen, heeft Jesus zijn Dienaar verheerlijkt, dien gij hebt overgeleverd en voor Pilatus verloochend, toen deze besloot, Hem in vrijheid te stellen.stylusEfeziërs 4:32, Efeziërs 4:32, Marcus 11:25, Marcus 11:25, Jakobus 2:1314Gij hebt den Heilige en Rechtvaardige verloochend. Gij hebt het als een gunst verzocht, dat een moordenaar genade ontving;stylus1 Petrus 4:8, 1 Petrus 4:8, Efeziërs 5:2, Efeziërs 5:2, 1 Korintiërs 13:115maar den Leidsman ten leven hebt gij gedood. Maar God heeft Hem opgewekt uit de doden; daarvan zijn wij de getuigen.stylusFilippenzen 4:6, Filippenzen 4:7, Filippenzen 4:6, Filippenzen 4:7, Johannes 14:2716En om het geloof in zijn Naam heeft Hij dezen man, dien gij ziet en herkent, weer krachtig gemaakt. Zijn Naam en het geloof dat Hij heeft verleend, heeft hem voor uw aller oog de volkomen genezing geschonken.stylusPsalmen 119:11, Psalmen 119:11, Johannes 15:7, Johannes 15:7, Efeziërs 5:1917Broeders, ik weet het wel, dat gij uit onwetendheid hebt gehandeld, en uw leiders eveneens.stylus1 Korintiërs 10:31, 1 Korintiërs 10:31, Kolossenzen 3:23, Kolossenzen 3:23, Spreuken 3:618God heeft vervuld, wat Hij door de mond van alle profeten voorzegd had: dat zijn Christus zou lijden.stylusEfeziërs 5:22, Efeziërs 6:9, Efeziërs 5:22, Efeziërs 6:9, Titus 2:419Doet boete nu en bekeert u, opdat uw zonden worden uitgewist;stylus1 Petrus 3:7, 1 Petrus 3:7, Genesis 2:23, Genesis 2:24, Genesis 2:2320opdat de tijden mogen aanbreken van ‘s Heren verkwikking, en opdat Hij Jesus doet komen, die u als de Christus is voorbestemd,stylusExodus 20:12, Exodus 20:12, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:3, Efeziërs 6:121en die nu in de hemel moet blijven wonen tot aan de tijden van het herstel aller dingen, waarvan God van ouds heeft gesproken door de mond zijner heilige profeten.stylusSpreuken 4:1, Spreuken 4:4, Spreuken 4:1, Spreuken 4:4, Efeziërs 6:422Moses toch heeft gezegd: "God, de Heer, zal voor u uit uw broeders een profeet doen opstaan, aan mij gelijk; naar Hem moet gij luisteren in alles wat Hij u zegt.stylusGalaten 1:10, Galaten 1:10, 1 Timotheüs 6:1, 1 Timotheüs 6:2, Efeziërs 6:523En iedereen, die niet luistert naar dezen profeet, zal worden uitgeroeid uit het volk."stylusKolossenzen 3:17, Kolossenzen 3:17, Efeziërs 6:6, Efeziërs 6:7, Efeziërs 6:624En al de profeten, allen, die van Sámuël af en na hem hebben gesproken, hebben ook deze dagen voorspeld.stylusEfeziërs 6:8, Efeziërs 6:8, Lucas 14:14, Lucas 14:14, Galaten 1:1025Welnu, gij zijt de zonen van de profeten en van het Verbond, dat God met uw vaderen sloot, toen Hij tot Abraham sprak: "En in uw zaad zullen al de geslachten der aarde worden gezegend."stylusHandelingen 10:34, Handelingen 10:34, Romeinen 2:11, Romeinen 2:11, 2 Korintiërs 5:1026Tot u het eerst heeft God dus zijn Dienaar gezonden, dien Hij verwekt heeft, om u allen te zegenen, zo gij u van uw boosheid bekeert.stylus