Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Handelingen Hoofdstuk 4

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
HANDELINGEN

Handelingen 4

1Terwijl ze nog spraken tot het volk, kwamen de priesters met den hoofdman van de tempelwacht en de sadduceën op hen af,
Efeziërs 6:8, Efeziërs 6:20, Efeziërs 6:8, Efeziërs 6:20, Openbaring 17:14
2vergramd, omdat ze het volk onderrichtten, en in Jesus’ persoon de opstanding uit de doden verkondigden.
1 Tessalonicenzen 5:17, 1 Tessalonicenzen 5:18, 1 Tessalonicenzen 5:17, 1 Tessalonicenzen 5:18, Filippenzen 4:6
3Ze sloegen de hand aan hen, en brachten ze in verzekerde bewaring tot de volgende morgen; want het was reeds avond.
Efeziërs 6:19, Efeziërs 6:20, Efeziërs 6:19, Efeziërs 6:20, Handelingen 14:27
4Maar velen van hen, die de prediking hadden gehoord, werden gelovig; het getal der mannen steeg tot vijf duizend ongeveer.
2 Korintiërs 4:1, 2 Korintiërs 4:4, 2 Korintiërs 4:1, 2 Korintiërs 4:4, Efeziërs 6:20
5De volgende morgen kwamen de oversten, oudsten en schriftgeleerden van Jerusalem bijeen,
Efeziërs 5:15, Efeziërs 5:17, Efeziërs 5:15, Efeziërs 5:17, 1 Tessalonicenzen 4:12
6te zamen met Annas, den hogepriester, met Káifas, Johannes en Alexander, en met allen, die tot het hogepriesterlijk geslacht behoorden.
Efeziërs 4:29, Efeziërs 4:29, 1 Petrus 3:15, 1 Petrus 3:15, Prediker 10:12
7Ze lieten hen voorbrengen, en vroegen: Door welke macht en in wiens naam hebt gij dit gedaan?
2 Timotheüs 4:12, Handelingen 20:4, Efeziërs 6:21, Efeziërs 6:23, 2 Timotheüs 4:12
8Nu sprak Petrus, vervuld van den Heiligen Geest, hun toe: Oversten van het volk, en oudsten!
Efeziërs 6:22, Efeziërs 6:22, Kolossenzen 2:2, Kolossenzen 2:2, 2 Korintiërs 12:18
9Wanneer we heden gerechtelijk worden verhoord over een weldaad aan een gebrekkig mens be- wezen, en over het middel waardoor hij genas,
Filemon 1:10, Filemon 1:19, Filemon 1:10, Filemon 1:19, Kolossenzen 4:7
10dan zij het u allen en heel het volk van Israël bekend, dat deze man gezond hier voor u staat door de naam van Jesus Christus van Názaret, dien gij hebt gekruisigd, maar dien God heeft opgewekt uit de doden.
Handelingen 19:29, 2 Timotheüs 4:11, Filemon 1:24, Handelingen 19:29, 2 Timotheüs 4:11
11Hij is "de steen, die gij, de bouwlieden, hebt verworpen; en Hij is de hoeksteen geworden."
Handelingen 11:2, Handelingen 11:2, Filemon 1:1, Handelingen 10:45, Titus 1:10
12Bij niemand anders is er redding. Want onder de hemel is geen andere Naam aan de mensen gegeven, waardoor we zalig moeten worden.
Romeinen 15:30, Romeinen 15:30, Kolossenzen 1:9, Kolossenzen 1:9, Kolossenzen 1:7
13Toen ze de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen, en bemerkten, dat het maar ongeletterde en eenvoudige mensen waren, stonden ze verbaasd en herkenden hen als de gezellen van Jesus.
Kolossenzen 2:1, Kolossenzen 2:1, Romeinen 10:2, Openbaring 3:14, Openbaring 3:18
14Maar omdat ze ook den genezen man bij hen zagen staan, konden ze er niets tegen inbrengen.
Filemon 1:24, Filemon 1:24, 2 Timotheüs 4:10, 2 Timotheüs 4:11, 2 Timotheüs 4:10
15Ze geboden hun dus, zich uit de vergadering te verwijderen. Toen overlegden ze met elkander,
Romeinen 16:5, Romeinen 16:5, 1 Korintiërs 16:9, 1 Korintiërs 16:9, Filemon 1:2
16en zeiden: Wat moeten we met die mensen doen? Want dat er door hen een opzienbarend wonder verricht is, weten alle inwoners van Jerusalem; we kunnen het dus niet loochenen.
1 Tessalonicenzen 5:27, 1 Tessalonicenzen 5:27, 2 Tessalonicenzen 3:14, 2 Tessalonicenzen 3:14
17Maar om te beletten, dat het nog verder onder het volk wordt verbreid, moeten we hun ten strengste verbieden, nog iemand ter wereld over die Naam te spreken.
Filemon 1:2, Filemon 1:2, Handelingen 1:17, Handelingen 1:17, Ezechiël 44:23
18Nu riepen ze hen binnen, en verboden hun ten strengste, te spreken of te onderwijzen in Jesus’ naam.
Hebreeën 13:3, Hebreeën 13:3, 1 Timotheüs 6:21, 1 Korintiërs 16:21, 2 Timotheüs 4:22
19Maar Petrus en Johannes antwoordden hun: Oordeelt zelf, of we het voor God verantwoorden kunnen, naar u te luisteren meer dan naar God.
20Neen. we kunnen niet zwijgen wat we hebben gezien en gehoord.
21Daarop begonnen ze hen te bedreigen; maar ze lieten hen ten slotte vrij, daar ze om het volk geen kans zagen, hen te straffen; allen toch verheerlijkten God om wat er gebeurd was.
22Want de man, aan wien dat wonder van genezing was geschied, was meer dan veertig jaren oud
23Nadat ze waren vrijgelaten, begaven ze zich naar hun broeders, en deelden hun alles mee, wat de opperpriesters en oudsten hun hadden gezegd.
24Toen ze dit hoorden, verhieven ze eenparig hun stem tot God, en zeiden: Gij Heer, Schepper van hemel en aarde en zee, en van al wat erin is:
25Gij zijt het, die in den Heiligen Geest door de mond van onzen vader David, uw dienaar, gezegd hebt "Waarom razen de volken, Bluffen de naties,
26Komen de koningen der aarde bijeen, Spannen de vorsten samen tegen den Heer en zijn Christus?"
27Waarachtig, ze hebben in deze stad samengespannen tegen Jesus, uw heiligen Dienaar, dien Gij gezalfd hebt: Herodes en Póntius Pilatus met de heidenen en de stammen van Israël:
28om te voltrekken wat uw hand en uw raadsbesluit vooruit had beschikt.
29Nu dan Heer, houd hun bedreiging in het oog, en verleen aan uw dienaars, om met alle vrijmoedigheid uw woord te spreken:
30door uw hand uit te strekken tot genezing, tot tekenen en wonderen, door de naam van Jesus, uw heiligen Dienaar.
31Na hun gebed trilde de plaats, waar ze waren vergaderd; allen werden vervuld van den Heiligen Geest, en spraken vrijmoedig Gods woord.
32De groep van gelovigen was één van hart en ziel; er was er niet één, die iets van het zijne zijn eigendom noemde, maar ze hadden alles gemeen
33Met grote kracht legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van Jesus, den Heer, en aan allen werd grote genade geschonken.
34Er was inderdaad geen enkele noodlijdende onder hen. Want allen, die landerijen of huizen bezaten, verkochten ze, brachten de opbrengst mee,
35en legden die voor de voeten der apostelen neer; dan werd er uitgedeeld naar ieders behoefte.
36Zo was er een zekere Josef, door de apostelen Bárnabas (dat is: zoon van vertroosting) geheten, een leviet, van Cyprus afkomstig;
37hij bezat een stuk land, verkocht het, bracht het geld mee, en legde het voor de voeten der apostelen neer.

Andere Boeken

HandelingenRomeinen1 Korintiërs+

Andere Boeken

HandelingenHfst. 4
Romeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërs
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward