1Toen de dag van het pinksterfeest was aangebroken, waren ze allen op één plaats bijeen.stylusKolossenzen 1:29, Kolossenzen 1:29, Filippenzen 1:30, Filippenzen 1:30, Kolossenzen 4:122Eensklaps kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag, en vulde het hele huis, waar ze waren vergaderd.stylusKolossenzen 1:27, Kolossenzen 1:27, Kolossenzen 4:8, Kolossenzen 4:8, Efeziërs 6:223Vurige tongen verschenen hun, spreidden zich rond, en zetten zich op ieder van hen neer.stylus1 Korintiërs 1:24, 1 Korintiërs 1:24, 1 Korintiërs 1:30, 1 Korintiërs 1:30, Romeinen 11:334Allen werden vervuld van den Heiligen Geest, en begonnen verschillende talen te spreken, naar gelang de Geest hen liet spreken.stylus1 Johannes 4:1, 1 Johannes 4:1, Efeziërs 4:14, Efeziërs 4:14, Mattheüs 24:45Nu vertoefden er te Jerusalem godvrezende Joden uit alle volken onder de hemel.stylus1 Korintiërs 5:3, 1 Korintiërs 5:4, 1 Korintiërs 5:3, 1 Korintiërs 5:4, 1 Tessalonicenzen 2:176Bij dat geruis liepen de mensen te hoop; ze stonden verwonderd, dat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.stylusKolossenzen 1:10, Kolossenzen 1:10, 1 Johannes 2:6, 1 Johannes 2:6, 1 Tessalonicenzen 4:17Ze raakten buiten zichzelf van verbazing, en zeiden: Zie, zijn allen, die daar spreken, geen Galileërs?stylusEfeziërs 3:17, Efeziërs 3:17, Jeremia 17:8, Jeremia 17:8, Efeziërs 2:208En hoe horen wij allen ze dan in onze eigen moedertaal spreken?stylus1 Timotheüs 6:20, 1 Timotheüs 6:20, Efeziërs 5:6, Efeziërs 5:6, Mattheüs 7:159Parten, Meden en Elamieten; bewoners van Mesopotámië, Judea en Kappadócië, van Pontus en Azië,stylusKolossenzen 1:19, Kolossenzen 1:19, Johannes 1:14, Johannes 1:14, Johannes 10:3010van Frúgië en Pamfúlië, van Egypte en de streken van Lybië bij Cyrene: romeinse kolonisten,stylusEfeziërs 3:19, Efeziërs 3:19, Kolossenzen 1:16, Kolossenzen 1:18, Kolossenzen 1:1611Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren: we horen ze in onze eigen taal Gods grote werken verkondigen.stylusRomeinen 2:29, Romeinen 2:29, Filippenzen 3:3, Filippenzen 3:3, Romeinen 6:612Allen stonden verbaasd en in twijfel. Sommigen zeiden tot elkander: Wat zou dat betekenen?stylusRomeinen 6:3, Romeinen 6:5, Romeinen 6:3, Romeinen 6:5, 1 Petrus 3:2113Maar anderen zeiden spottend: Ze zijn dronken van zoete wijn.stylusEfeziërs 2:5, Efeziërs 2:6, Efeziërs 2:5, Efeziërs 2:6, Efeziërs 2:114Toen stond Petrus op, omringd van al de elf; hij verhief zijn stem, en sprak hun toe: Joodse mannen, en gij allen, die in Jerusalem woont: Dit moet gij weten; geeft acht op mijn woorden.stylusJesaja 44:22, Efeziërs 2:14, Efeziërs 2:16, Jesaja 44:22, Efeziërs 2:1415Neen, deze mannen zijn niet dronken, zoals gij vermoedt; want het is eerst het derde uur van de dag.stylusHebreeën 2:14, Hebreeën 2:14, Efeziërs 4:8, Efeziërs 4:8, Mattheüs 12:2916Maar hier geschiedt, wat door den profeet Joël voorzegd is:stylusRomeinen 14:5, Romeinen 14:6, Romeinen 14:5, Romeinen 14:6, Romeinen 14:1017En het zal geschieden op het einde der dagen, zegt God "Ik zal uitstorten van mijn Geest over alle vlees; Uw zonen en dochters zullen profeteren, Uw jonge mannen visioenen schouwen, Uw grijsaards dromen ontvangen;stylusHebreeën 10:1, Hebreeën 10:1, Hebreeën 8:5, Hebreeën 8:5, Johannes 1:1718Zelfs over mijn slaven en slavinnen in die dagen, Stort Ik uit van mijn Geest, en ze zullen profeteren.stylusKolossenzen 2:8, Kolossenzen 2:8, 1 Johannes 4:1, 1 Johannes 4:2, 1 Johannes 4:119Ik zal wonderen doen in de hemel daar boven, En tekenen op de aarde beneden: Bloed en vuur, en walm van rook.stylusEfeziërs 4:15, Efeziërs 4:16, Efeziërs 4:15, Efeziërs 4:16, Johannes 15:420De zon zal in duisternis verkeren, de maan in bloed, Voordat de Dag des Heren komt, Groot en heerlijk.stylusKolossenzen 2:8, Kolossenzen 2:8, Galaten 4:3, Kolossenzen 2:16, Galaten 4:321Dan zal iedereen worden gered, Die de naam des Heren aanroept!stylus1 Timotheüs 4:3, 1 Timotheüs 4:3, Jesaja 52:11, Genesis 3:3, Jesaja 52:1122Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jesus van Názaret, een man, voor wien God bij u heeft getuigd door krachten en wonderen en tekenen, welke God, zo gij weet, door Hem in uw midden verrichtte:stylusJesaja 29:13, Jesaja 29:13, Marcus 7:18, Marcus 7:19, Titus 1:1423Hem hebt gij overgeleverd naar het vaste raadsbesluit en de voorkennis Gods, en door de hand van heidenen aan het kruis geslagen en gedood.stylus1 Timotheüs 4:8, 1 Timotheüs 4:8, Kolossenzen 2:18, Kolossenzen 2:8, Kolossenzen 2:1824Maar God heeft Hem opgewekt, en verbroken de strikken van de dood; daar het niet mogelijk was, dat deze Hem vasthield.stylus25Want David zeide van Hem: "Den Heer hield ik altijd voor ogen; Want Hij staat mij ter zijde, opdat ik niet wankelestylus26Daarom verheugt zich mijn hart, En jubelt mijn tong; Ook mijn vlees zal rusten vol hoop,stylus27Want Gij laat mijn ziel niet in het dodenrijk achter. Uw Heilige laat Gij het bederf niet aanschouwen,stylus28Gij hebt mij de wegen van het leven getoond; Gij zult mij van vreugde vervullen Door uw aanschijn!stylus29Mannen broeders, van den aartsvader David mag men u zeker wel openlijk zeggen, dat hij èn gestorven is én begraven; zijn graf staat in ons midden tot op de huidige dag.stylus30Maar hij was een profeet; en hij wist, dat God hem onder ede beloofd had, een uit de vrucht zijner lende op zijn troon te doen zetelen.stylus31En daar hij de toekomst voorzag, heeft hij over de verrijzenis van den Christus gezegd, dat Hij niet in het dodenrijk zou worden achtergelaten, en dat zijn vlees het bederf niet zou zien.stylus32Welnu, dezen Jesus heeft God doen verrijzen; daarvan zijn wij allen getuigen.stylus33En nu Hij, verheven aan Gods rechterhand, van den Vader den beloofden Heiligen Geest heeft ontvangen, nu heeft Hij Dien ook uitgestort, zoals gij ziet en hoort.stylus34David is niet ten hemel gestegen; toch zegt hij het zelf: "De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet U aan mijn rechterhand,stylus35Totdat Ik uw vijanden leg Als een voetbank voor uw voeten."stylus36Heel het huis van Israël zij er dus van doordrongen, dat God dienzelfden Jesus, dien gij hebt gekruisigd, tot Heer en Christus heeft gesteld.stylus37Toen ze dit hoorden, werden ze diep getroffen; en ze zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Mannen broeders, wat moeten we doen?stylus38Petrus zei hun: Bekeert u allen, en laat u dopen in de naam van Jesus Christus, tot vergiffenis uwer zonden; dan zult gij de gaven ontvangen van den Heiligen Geest.stylus39Want voor u is de belofte; ook voor uw kinderen, en voor allen die van verre zijn: voor allen, die de Heer onze God Zich zal roepen.stylus40Met nog veel andere woorden legde hij getuigenis af; ook vermaande hij hen, en sprak: Redt u toch uit dit bedorven geslacht.stylus41En zij, die zijn woord aanvaardden, ontvingen het doopsel; die dag traden er ongeveer drie duizend mensen toe.stylus42Ze bleven volharden in de leer der apostelen en de onderlinge gemeenschap, in het breken des broods en in het gebed.stylus43Allen leefden in vrees. De apostelen verrichtten vele wonderen en tekenen.stylus44En al de gelovigen waren ten nauwste vereend, en bezaten alles in gemeenschap.stylus45Ze verkochten have en goed, en verdeelden het onder elkander, naar ieders behoefte.stylus46Iedere dag bezochten ze eendrachtig de tempel, en thuis braken ze het brood. Ze genoten hun voedsel in opgeruimdheid en eenvoud van hart.stylus47Ze loofden God, en stonden in gunst bij heel het volk. En de Heer bracht iedere dag meer geredden bijeen.stylus