1Een gebed van den profeet Habakuk. Op de toon van een klaaglied.stylusJesaja 40:3, Jesaja 40:6, Jesaja 40:3, Jesaja 40:6, Johannes 1:62Jahweh, ik heb uw boodschap gehoord, Vol ontzag voor uw werk, o Jahweh; Roep het ten leven in het midden der jaren, Openbaar het in het midden der tijden: Wil zelfs in uw gramschap De erbarming gedenken!stylusMattheüs 4:17, Mattheüs 4:17, Marcus 1:15, Marcus 1:15, Daniël 2:443God trekt op van Teman, De Heilige van het gebergte Paran; Zijn majesteit bedekt de hemel, De aarde is vol van zijn glorie;stylusJesaja 40:3, Jesaja 40:3, Maleachi 3:1, Maleachi 3:1, Johannes 1:234Zijn heerlijkheid glanst als het licht, Zijn kracht gaat schuil in de stralen uit zijn zijde.stylus2 Koningen 1:8, 2 Koningen 1:8, Leviticus 11:22, Leviticus 11:22, Zacharia 13:45Voor hem uit gaat de pest, Het verderf volgt zijn schreden.stylusMarcus 1:5, Marcus 1:5, Mattheüs 11:7, Mattheüs 11:12, Lucas 3:76Hij staat overeind, en schudt de aarde dooreen, Ziet toe, en doet de volkeren rillen. De eeuwige bergen splijten vaneen, De oude heuvelen worden geslecht als zijn eeuwige paden.stylusHandelingen 19:18, Handelingen 19:18, Mattheüs 3:13, Mattheüs 3:16, Mattheüs 3:137Ik zie de tenten van Koesjan in nood, De zeilen uit het land van Midjan trillen.stylusMattheüs 12:34, Mattheüs 12:34, Romeinen 1:18, Mattheüs 23:33, 1 Tessalonicenzen 1:108Is uw woede tegen de stromen ontstoken, Jahweh, uw gramschap tegen de zee? Neen, Gij rijdt op uw paarden En wagens, om redding te brengen!stylusLucas 3:8, Lucas 3:8, Handelingen 26:20, Handelingen 26:20, 2 Petrus 1:49Uw boog is ontbloot, Gij hebt uw koker met pijlen gevuld;stylusLucas 3:8, Lucas 3:8, Galaten 3:27, Galaten 3:29, Galaten 3:2710De aarde splijt Gij tot rivieren, De bergen zien sidderend naar U op; Een stortvloed van water jaagt voort, De afgrond buldert.stylusJohannes 15:6, Johannes 15:6, Lucas 3:9, Lucas 3:9, Mattheüs 7:1911De zon steekt haar handen omhoog, De maan trekt zich terug in haar woning Voor het licht van uw snorrende pijlen, Voor de bliksemglans van uw speer.stylusJesaja 4:4, Lucas 3:16, Jesaja 4:4, Lucas 3:16, Handelingen 1:512In woede doorschrijdt Gij de aarde, In gramschap dorst Gij de volken!stylusMaleachi 4:1, Maleachi 4:1, Mattheüs 13:30, Mattheüs 13:30, Lucas 3:1713Gij rukt uit, om uw volk te verlossen, En uw Gezalfde te redden; Maar Gij slaat het dak van het huis Van den goddeloze te pletter, Legt de grondslagen bloot Tot op de rots.stylusJohannes 1:32, Johannes 1:34, Johannes 1:32, Johannes 1:34, Marcus 1:914Gij doorboort met uw lans het hoofd van zijn helden, Die aanstormen, om mij te verstrooien; Die al jubelen, Als hadden ze den ongelukkige in zijn schuilhoek verslonden.stylusJohannes 3:3, Johannes 3:7, Johannes 3:3, Johannes 3:7, Handelingen 1:515Met uw paarden betreedt Gij de zee, Onder het bulderen der machtige wateren.stylusJohannes 4:34, Johannes 4:34, Johannes 15:10, Johannes 13:15, Jesaja 42:2116Ik hoor het, en mijn binnenste rilt, Ik verneem het met bevende lippen; Mijn beenderen worden weggevreten, Mijn schreden wankelen, waar ik ga: Zo verbeid ik de dag van ellende, Die aanbreekt voor het volk, dat ons kwelt!stylusJesaja 11:2, Jesaja 11:2, Marcus 1:10, Lucas 3:21, Lucas 3:2217Al bloeit dan de vijgeboom niet, En geeft de wijnstok geen vrucht; Al mislukt de oogst van de olijf, En brengt de akker geen spijs; Al zijn de schapen weg uit de kooi, En zijn er geen runderen in de stallen:stylusJesaja 42:1, Jesaja 42:1, Mattheüs 17:5, Mattheüs 17:5, Psalmen 2:718Toch zal ik mij in Jahweh verheugen, Mij verblijden in den God van mijn heil!stylus19Jahweh, de Heer, is mijn kracht, Hij maakt mijn voeten vlug als van hinden, En laat mij de hoogten betreden! Voor muziekbegeleiding; met harpen.stylus