Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

2 Samuël Hoofdstuk 2

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
2 SAMUËL

2 Samuël 2

1Na dit alles raadpleegde David Jahweh: Moet ik optrekken naar een of andere stad in Juda? Jahweh antwoordde hem: Ja. David hernam: Waarheen moet ik optrekken? Hij antwoordde: Naar Hebron.
1 Samuël 23:2, 1 Samuël 30:31, 1 Samuël 23:2, 1 Samuël 30:31, Genesis 32:2
2Zo trok David daarheen, met zijn beide vrouwen Achinóam uit Jizreël, en Abigáil, de vrouw van Nabal uit Karmel.
1 Samuël 25:42, 1 Samuël 25:43, 1 Samuël 25:42, 1 Samuël 25:43, 1 Samuël 30:5
3Ook de manschappen, die hem gevolgd waren, liet David er heen trekken, ieder met zijn gezin; en zij vestigden zich in de verschillende wijken van Hebron.
1 Samuël 30:1, 1 Kronieken 12:1, 1 Kronieken 12:7, 1 Samuël 27:2, 1 Samuël 27:3
4Toen kwamen de Judeërs, en zalfden David daar tot koning over het huis Juda. Toen David hoorde, dat de burgers van Jabesj in Gilad Saul begraven hadden,
2 Samuël 5:5, 2 Samuël 5:5, 1 Samuël 31:11, 1 Samuël 31:13, 1 Samuël 31:11
5zond hij boden naar de burgers van Jabesj in Gilad en liet hun zeggen: Gezegend zijt gij door Jahweh, omdat gij uw heer Saul deze liefdedienst bewezen en hem begraven hebt.
1 Samuël 23:21, 1 Samuël 23:21, Psalmen 115:15, Psalmen 115:15, 1 Samuël 24:19
6Moge Jahweh u daarom liefde betonen en trouw! Maar ook ik zal u belonen, omdat gij deze daad hebt verricht.
Spreuken 14:22, Spreuken 14:22, Exodus 34:6, Exodus 34:6, Mattheüs 5:44
7Houdt goede moed en gedraagt u als helden; want al is uw heer Saul gestorven, het huis Juda heeft mij tot koning over hen gezalfd.
1 Samuël 31:7, Genesis 15:1, 2 Samuël 10:12, 1 Samuël 31:12, 1 Samuël 4:9
8Abner, de zoon van Ner, de legeroverste van Saul, had de partij van Isj-Bósjet, den zoon van Saul, gekozen. Hij liet hem naar Machanáim overkomen,
1 Samuël 14:50, 1 Samuël 14:50, Genesis 32:2, Genesis 32:2, 1 Samuël 17:55
9en verhief hem tot koning over Gilad en de Aserieten, over Jizreël, Efraïm en Benjamin, kortom over geheel Israël.
Psalmen 108:8, Numeri 1:40, Jozua 13:8, Jozua 13:11, Numeri 32:1
10Isj-Bósjet, de zoon van Saul, was veertig jaar oud, toen hij koning van Israël werd, en twee jaar heeft hij geregeerd. Alleen dus het huis Juda hield het met David.
11De tijd, dat David te Hebron over het huis Juda regeerde, bedroeg zeven jaar en zes maanden.
1 Koningen 2:11, 1 Koningen 2:11, 2 Samuël 5:4, 2 Samuël 5:5, 2 Samuël 5:4
12Eens trok Abner, de zoon van Ner, met de dienaren van Isj-Bósjet, den zoon van Saul, van Machanáim naar Gibon.
Jozua 9:3, Jozua 10:2, Jozua 10:4, Jozua 18:25, Jozua 9:3
13Ook Joab, de zoon van Seroeja, was met de aanhangers van David uitgerukt. Zij stietten op elkaar bij de vijver van Gibon. Daar ze elk één kant van de vijver bezet hielden,
2 Samuël 8:16, 1 Kronieken 2:16, 2 Samuël 8:16, 1 Kronieken 2:16, 2 Samuël 20:23
14deed Abner aan Joab het voorstel: Laat de soldaten onder ons toezicht een steekspel houden! Joab zeide: Goed!
2 Samuël 2:17, 2 Samuël 2:17, 2 Samuël 2:26, 2 Samuël 2:27, Spreuken 20:18
15En volgens een overeengekomen getal traden twaalf Benjamieten van Isj-Bósjet, den zoon van Saul, en twaalf van de aanhangers van David vooruit, en stelden zich tegenover elkander op.
16Ze grepen elkaar bij de haren, en daar ieder zijn zwaard in de lenden van zijn tegenstander dreef, vielen ze allen tegelijkertijd neer. Vandaar dat die plek "Veld der Lenden" heet; ze ligt bij Gibon.
17Maar daarop ontstond toen een buitengewoon heftig gevecht, waarbij Abner met de manschappen van Israël de nederlaag leed voor de aanhangers van David.
2 Samuël 3:1, 2 Samuël 3:1
18Nu waren de drie zonen van Seroeja daarbij tegenwoordig: Joab, Abisjai en Asaël. En daar Asaël vlug ter been was als een gazel op de vlakte,
1 Kronieken 12:8, 1 Kronieken 12:8, Habakuk 3:19, Habakuk 3:19, Psalmen 18:33
19rende hij Abner achterna, en liet rechts noch links van Abner af.
Spreuken 4:27, 2 Koningen 22:2, Jozua 1:7, 2 Samuël 2:21, Jozua 23:6
20Omkijkend riep Abner: Zijt gij dat, Asaël? Hij riep terug: Ja!
21Abner riep hem toe: Ga rechts of links, pak den een of ander van de sol daten aan, en ontneem hèm zijn wapenrusting. Maar Asaël wilde niet van hem wijken.
Richteren 14:19, Richteren 14:19
22Daarom riep Abner tot Asaël nog eens: Ga toch van mij weg; anders moet ik u neerslaan, en hoe kan ik dan nog voor uw broer Joab verschijnen?
2 Samuël 3:27, 2 Samuël 3:27, Prediker 6:10, Spreuken 29:1, 2 Koningen 14:10
23Toen hij nu nog niet wilde wijken, trof Abner hem met een achterwaartse beweging zo in de buik, dat de lans er van achteren weer uitkwam; hij viel neer en bleef op de plek dood. En iedereen, die bij de plek kwam, waar Asaël gevallen en gestorven was, bleef er bij stil staan.
2 Samuël 3:27, 2 Samuël 3:27, 2 Samuël 4:6, 2 Samuël 4:6, 2 Samuël 20:10
24Ook Joab en Abisjai zetten Abner achterna. Tegen zonsondergang bereikten ze Gibat-Amma, dat tegenover Giach ligt, op de weg naar de woestijn van Gibon,
25waar de Benjamieten zich om Abner hadden verzameld, en in gesloten rijen op de top van Gibat-Amma hadden postgevat.
26Toen riep Abner tot Joab: Moet het zwaard nu eeuwig woeden? Voelt ge dan niet dat het tenslotte verkeerd moet aflopen? Hoe lang wacht ge nog, het volk te bevelen, de achtervolging van hun broeders te staken?
Jeremia 46:14, Jeremia 46:14, Jeremia 46:10, Handelingen 7:26, Jeremia 46:10
27Joab antwoordde: Zo waar God leeft; zo ge niet gesproken hadt, ja dan zou het volk eerst morgenvroeg de achtervolging hebben opgegeven.
2 Samuël 2:14, Spreuken 17:14, 2 Samuël 2:14, Spreuken 17:14, Spreuken 25:8
28Toen blies Joab de trompet, en het hele volk maakte halt. Het achtervolgde Israël niet langer, en de strijd werd gestaakt.
29Abner met zijn manschappen trokken heel die nacht door de Jordaanvlakte verder, staken de Jordaan over en bereikten na een mars van een halve dag Machanáim.
2 Samuël 2:8, 2 Samuël 2:8, Hooglied 2:17, Hooglied 2:17
30Toen Joab de achtervolging van Abner had opgegeven en al het volk had verzameld, werden er van de aanhangers van David behalve Asaël negentien man vermist;
31maar de aanhangers van David hadden van Benjamin, dus van Abners manschappen, drie honderd zestig man verslagen.
1 Koningen 20:11, 2 Samuël 3:1, 1 Koningen 20:11, 2 Samuël 3:1
32Men droeg Asaël weg, en begroef hem in het graf van zijn vader te Betlehem. Daarna trok Joab met zijn manschappen heel de nacht verder, en bereikte Hebron, toen het dag werd.
2 Samuël 5:1, 2 Kronieken 21:1, Spreuken 22:29, 1 Samuël 17:58, 1 Kronieken 2:13

Andere Boeken

2 Samuël1 Koningen2 Koningen+

Andere Boeken

2 SamuëlHfst. 2
1 Koningen2 Koningen1 Kronieken2 KroniekenEzra
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward