1En het woord van Samuël drong tot heel Israël door. In die dagen trokken de Filistijnen met vereende krachten tegen Israël ten strijde. De Israëlieten trokken de Filistijnen tegemoet, om tegen hen slag te leveren; zij sloegen hun kamp op bij Eben-Haézer terwijl de Filistijnen bij Afek gelegerd waren.stylus1 Samuël 29:1, 1 Samuël 29:1, 1 Samuël 7:12, 1 Samuël 7:12, 1 Samuël 5:12De Filistijnen gingen over tot de aanval op Israël, het gevecht breidde zich uit, en Israël werd door de Filistijnen verslagen; omstreeks vierduizend man sneuvelden aan het front in het open veld.stylusKlaagliederen 3:40, Klaagliederen 3:40, Psalmen 44:9, Psalmen 44:10, 1 Samuël 17:83Toen het volk naar de legerplaats was teruggekeerd, vroegen de oudsten van Israël: Waarom heeft Jahweh ons vandaag door de Filistijnen laten verslaan? Laat ons uit Sjilo de verbondsark van Jahweh hierheen halen. Ze moet in ons midden komen en ons uit de greep van onze vijanden verlossen!stylus1 Korintiërs 10:1, 1 Korintiërs 10:5, 1 Korintiërs 10:1, 1 Korintiërs 10:5, Jozua 6:44Daarom zond het volk een boodschap naar Sjilo, en men bracht vandaar de verbondsark van Jahweh der heirscharen, die op de cherubs troont. De beide zonen van Eli: Chofni en Pinechas, kwamen mee met de verbondsark van God.stylus2 Samuël 6:2, 2 Samuël 6:2, Psalmen 80:1, Numeri 7:89, Psalmen 80:15Toen nu de verbondsark van Jahweh de legerplaats binnenkwam, begonnen alle Israëlieten zo oorverdovend te juichen, dat de grond ervan dreunde.stylusJozua 6:5, Jozua 6:5, Job 20:5, Jozua 6:20, Jeremia 7:46Ook de Filistijnen hoorden dat gejuich, en vroegen: Wat moet dat oorverdovend gejuich in het kamp der Hebreeën? Toen de Filistijnen echter vernamen, dat de ark van Jahweh in het kamp was gekomen,stylusExodus 32:17, Exodus 32:18, Exodus 32:17, Exodus 32:187werden ze bevreesd; want ze meenden: Hun goden zijn in de legerplaats gekomen. Ze riepen: Wee ons; zo iets is nog nimmer gebeurd!stylusExodus 14:25, Deuteronomium 32:30, Exodus 15:14, Exodus 15:16, Exodus 14:258Wee ons; wie zal ons uit de macht van die ontzagwekkende goden verlossen? Dat zijn immers de goden, die in de woestijn de Egyptenaren met allerlei plagen hebben geslagen?stylusExodus 7:5, Psalmen 78:43, Psalmen 78:51, Exodus 9:14, Exodus 7:59Moed Filistijnen; weest mannen! Anders wordt ge de slaven van de Hebreën, zoals zij het van u zijn geweest. Weert u in de strijd als mannen!stylus1 Korintiërs 16:13, Richteren 13:1, 1 Korintiërs 16:13, Richteren 13:1, 2 Samuël 10:1210Inderdaad hervatten de Filistijnen het gevecht; Israël werd verslagen, en allen sloegen op de vlucht naar hun tenten. Het werd een verschrikkelijk bloedbad; van Israël vielen er dertig duizend man voetvolk.stylusDeuteronomium 28:25, 1 Samuël 4:2, 2 Koningen 14:12, Leviticus 26:17, Deuteronomium 28:2511Ook de ark Gods werd buitgemaakt, en de beide zonen van Eli: Chofni en Pinechas sneuvelden.stylus1 Samuël 2:34, 1 Samuël 2:34, Psalmen 78:64, Psalmen 78:64, Jesaja 3:1112Een Benjamiet verliet ijlings het slagveld, en met gescheurde klederen en met aarde op het hoofd3 bereikte hij Sjilo nog diezelfde dag.stylusJozua 7:6, Jozua 7:6, 2 Samuël 15:32, Nehemia 9:1, 2 Samuël 1:213Bij zijn aankomst zat Eli op de zetel opzij van de poort in de richting van Mispa; want hij was ongerust over de ark Gods. Toen de man in de stad het nieuws kwam berichten, begon de hele stad te jammeren.stylus1 Samuël 1:9, 1 Samuël 1:9, 1 Samuël 4:18, 1 Samuël 4:18, Psalmen 79:114Eli hoorde dat gejammer, en vroeg: Wat betekent dat rumoer? Intussen was de man ijlings naderbij gekomen, om de tijding aan Eli mede te delen.stylus15Eli nu was een man van acht en negentig jaar; zijn ogen stonden star, zodat hij niets kon zien.stylus1 Samuël 3:2, 1 Samuël 3:2, Genesis 27:1, 1 Koningen 14:4, Psalmen 90:1016De man zei tot Eli: Ik ben vandaag van het slagveld gekomen en van het front weggelopen. Hij vroeg: Hoe is het gegaan, mijn zoon?stylus2 Samuël 1:4, 2 Samuël 1:4, Jozua 7:19, 1 Samuël 3:6, Jozua 7:1917De boodschapper antwoordde: Israël is voor de Filistijnen gevlucht, en het volk heeft een gevoelige nederlaag geleden; ook uw beide zonen, Chofni en Pinechas, zijn gesneuveld, en de ark Gods is buitgemaakt!stylus1 Samuël 3:11, 1 Samuël 4:10, 1 Samuël 4:11, 1 Samuël 3:11, 1 Samuël 4:1018Zodra hij echter van de ark Gods gewaagde, viel Eli van zijn zetel naast de poort achterover. Hij brak zijn nek en stierf; want de man was oud en zwaar. Veertig jaar had hij Israël gericht.stylus1 Samuël 4:21, 1 Samuël 4:22, 1 Samuël 4:21, 1 Samuël 4:22, 1 Petrus 4:1719Zijn schoondochter, de vrouw van Pinechas, die zwanger was en elk ogenblik bevallen kon, kromp ineen, toen zij de tijding vernam, dat de ark van God was buitgemaakt, en haar schoonvader en echtgenoot gestorven waren; de weeën overvielen haar, en haar kind werd geboren.stylus20Als ze nu ging sterven, zeiden de vrouwen, die om haar heen stonden: Wees maar niet ongerust; ge hebt het leven geschonken aan een zoon. Maar ze antwoordde niet, en schonk er zelfs geen aandacht aan.stylusJohannes 16:21, Psalmen 77:2, Genesis 35:17, Genesis 35:18, Johannes 16:2121Ze noemde het kind I-Kabod, dat wil zeggen: "Verdwenen is de heerlijkheid uit Israël"; daarbij doelend op de verovering van Gods ark en op haar schoonvader en echtgenoot.stylusPsalmen 26:8, Psalmen 26:8, Psalmen 78:61, Psalmen 78:61, Jeremia 2:1122Daarom zeide zij: Verdwenen is de heerlijkheid uit Israël, omdat de ark van God is buitgemaakt.stylusJohannes 2:17, Psalmen 137:5, Psalmen 137:6, Johannes 2:17, Psalmen 137:5