1De mannen van Israël nu hadden te Mizpa gezworen, zeggende: Niemand van ons zal zijn dochter aan de Benjaminieten ter vrouwe geven.stylusRichteren 20:1, Richteren 20:1, Marcus 6:23, Marcus 6:23, Richteren 21:182Zo kwam het volk tot het huis Gods, en zij bleven daar tot op den avond, voor Gods aangezicht; en zij hieven hun stem op en weenden met groot geween.stylusRichteren 20:26, Richteren 20:26, Richteren 20:18, Richteren 20:18, 1 Samuël 30:43En zeiden: O Heere, God van Israël! Waarom is dit geschied in Israël, dat er heden een stam van Israël gemist wordt?stylusPsalmen 80:12, Jesaja 63:17, Deuteronomium 29:24, Psalmen 74:1, Spreuken 19:34En het geschiedde des anderen daags, dat zich het volk vroeg opmaakte, en bouwde aldaar een altaar; en zij offerden brandofferen en dankofferen.stylus2 Samuël 24:25, 2 Samuël 24:25, Hosea 5:15, 1 Koningen 8:64, Psalmen 78:345En de kinderen Israëls zeiden: Wie is er, die niet is opgekomen in de vergadering uit al de stammen van Israël tot den Heere? want er was een grote eed geschied aangaande dengene, die niet opkwam tot den Heere te Mizpa, zeggende: Hij zal zekerlijk gedood worden.stylusRichteren 5:23, Richteren 5:23, Jeremia 48:10, Richteren 21:1, Leviticus 27:286En het berouwde den kinderen Israëls over Benjamin, hun broeder; en zij zeiden: Heden is een stam van Israël afgesneden.stylusRichteren 21:15, Richteren 21:15, Richteren 20:23, Hosea 11:8, Richteren 11:357Wat zullen wij, belangende de vrouwen, doen aan degenen, die overgebleven zijn? want wij hebben bij den Heere gezworen, dat wij hun van onze dochteren geen tot vrouwen zullen geven.stylusRichteren 21:1, Richteren 21:1, 1 Samuël 14:45, Richteren 21:18, 1 Samuël 14:288En zij zeiden: Is er iemand van de stammen van Israël, die niet opgekomen is tot den Heere te Mizpa? En ziet, van Jabes in Gilead was niemand opgekomen in het leger, tot de gemeente.stylus1 Samuël 31:11, 1 Samuël 31:13, 1 Samuël 31:11, 1 Samuël 31:13, 1 Samuël 11:19want het volk werd geteld, en ziet, er was niemand van de inwoners van Jabes in Gilead.stylus10Toen zond de vergadering daarheen twaalf duizend mannen, van de strijdbaarste; en zij geboden hun, zeggende: Trekt heen, en slaat met de scherpte des zwaards de inwoners van Jabes in Gilead, met de vrouwen en de kinderkens.stylus1 Samuël 11:7, Richteren 21:5, Richteren 5:23, 1 Samuël 11:7, Richteren 21:511Doch dit is de zaak, die ge doen zult; al wat mannelijk is, en alle vrouwen, die de bijligging eens mans bekend hebben, zult gij verbannen.stylusNumeri 31:17, Numeri 31:18, Numeri 31:17, Numeri 31:18, Deuteronomium 2:3412En zij vonden onder de inwoners van Jabes in Gilead vierhonderd jonge dochters, die maagden waren, die geen man bekend hadden in bijligging des mans; en zij brachten die in het leger te Silo, dewelke is in het land Kanaän.stylusJozua 18:1, Jozua 18:1, Jeremia 7:12, Richteren 20:23, Psalmen 78:6013Toen zond de ganse vergadering heen, en sprak tot de kinderen van Benjamin, die in den rotssteen van Rimmon waren, en zij riepen hun vrede toe.stylusRichteren 20:47, Deuteronomium 20:10, Richteren 20:47, Deuteronomium 20:10, Jesaja 57:1914Alzo kwamen de Benjaminieten ter zelfder tijd weder; en zij gaven hun de vrouwen, die zij in het leven behouden hadden van de vrouwen van Jabes in Gilead; maar alzo waren er nog niet genoeg voor hen.stylusRichteren 21:12, 1 Korintiërs 7:2, Richteren 20:47, Richteren 21:12, 1 Korintiërs 7:215Toen berouwde het den volke over Benjamin, omdat de Heere een scheur gemaakt had in de stammen van Israël.stylusRichteren 21:6, Richteren 21:6, Richteren 21:17, 1 Kronieken 15:13, 1 Kronieken 13:1116En de oudsten der vergadering zeiden: Wat zullen wij, belangende de vrouwen, doen aan degenen, die overgebleven zijn? want de vrouwen zijn uit Benjamin verdelgd.stylus17Wijders zeiden zij: De erfenis dergenen, die ontkomen zijn, is van Benjamin, en er moet geen stam uitgedelgd worden uit Israël.stylusNumeri 36:7, Numeri 26:55, Numeri 36:7, Numeri 26:5518Maar wij zullen hun geen vrouwen van onze dochteren kunnen geven; want de kinderen Israëls hebben gezworen, zeggende: Vervloekt zij, die den Benjaminieten een vrouw geeft!stylusRichteren 21:1, Richteren 21:1, Richteren 11:35, Richteren 11:3519Toen zeiden zij: Ziet, er is een feest des Heeren te Silo, van jaar tot jaar, dat gehouden wordt tegen het noorden van het huis Gods, tegen den opgang der zon, aan den hogen weg, die opgaat van het huis Gods naar Sichem, en tegen het zuiden van Lebona.stylusJohannes 5:1, 1 Samuël 1:3, Numeri 28:16, Psalmen 81:3, Leviticus 23:620En zij geboden den kinderen van Benjamin, zeggende: Gaat heen, en loert in de wijngaarden.stylus21En let er op, en zie, als de dochters van Silo zullen uitgegaan zijn om met reien te dansen, zo komt gij voort uit de wijngaarden, en schaakt u, een ieder zijn huisvrouw, uit de dochteren van Silo; en gaat heen in het land van Benjamin.stylusRichteren 11:34, Exodus 15:20, Richteren 11:34, Exodus 15:20, Lucas 17:2522En het zal geschieden, wanneer haar vaders of haar broeders zullen komen, om voor ons te rechten, dat wij tot hen zullen zeggen: Zijt hun om onzentwil genadig, omdat wij geen huisvrouw voor een ieder van hen in dezen krijg genomen hebben; want gijlieden hebt ze hun niet gegeven, dat gij te dezer tijd schuldig zoudt zijn.stylusRichteren 21:18, Richteren 21:1, Richteren 21:18, Richteren 21:1, Richteren 21:723En de kinderen van Benjamin deden alzo, en voerden naar hun getal vrouwen weg, van de reiende dochters, die zij roofden, en zij togen heen, en keerden weder tot hun erfenis, en herbouwden de steden, en woonden daarin.stylusRichteren 20:48, Richteren 20:4824Ook togen de kinderen Israëls te dier tijd van daar, een iegelijk naar zijn stam en naar zijn geslacht; alzo togen zij uit van daar, een iegelijk naar zijn erfenis.stylus25In die dagen was er geen koning in Israël; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen.stylusDeuteronomium 12:8, Deuteronomium 12:8, Richteren 17:6, Richteren 17:6, Spreuken 3:5