Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Richteren Hoofdstuk 21

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
RICHTEREN

Richteren 21

1De mannen van Israël nu hadden te Mizpa gezworen, zeggende: Niemand van ons zal zijn dochter aan de Benjaminieten ter vrouwe geven.
Richteren 20:1, Richteren 20:1, Marcus 6:23, Marcus 6:23, Richteren 21:18
2Zo kwam het volk tot het huis Gods, en zij bleven daar tot op den avond, voor Gods aangezicht; en zij hieven hun stem op en weenden met groot geween.
Richteren 20:26, Richteren 20:26, Richteren 20:18, Richteren 20:18, 1 Samuël 30:4
3En zeiden: O Heere, God van Israël! Waarom is dit geschied in Israël, dat er heden een stam van Israël gemist wordt?
Psalmen 80:12, Jesaja 63:17, Deuteronomium 29:24, Psalmen 74:1, Spreuken 19:3
4En het geschiedde des anderen daags, dat zich het volk vroeg opmaakte, en bouwde aldaar een altaar; en zij offerden brandofferen en dankofferen.
2 Samuël 24:25, 2 Samuël 24:25, Hosea 5:15, 1 Koningen 8:64, Psalmen 78:34
5En de kinderen Israëls zeiden: Wie is er, die niet is opgekomen in de vergadering uit al de stammen van Israël tot den Heere? want er was een grote eed geschied aangaande dengene, die niet opkwam tot den Heere te Mizpa, zeggende: Hij zal zekerlijk gedood worden.
Richteren 5:23, Richteren 5:23, Jeremia 48:10, Richteren 21:1, Leviticus 27:28
6En het berouwde den kinderen Israëls over Benjamin, hun broeder; en zij zeiden: Heden is een stam van Israël afgesneden.
Richteren 21:15, Richteren 21:15, Richteren 20:23, Hosea 11:8, Richteren 11:35
7Wat zullen wij, belangende de vrouwen, doen aan degenen, die overgebleven zijn? want wij hebben bij den Heere gezworen, dat wij hun van onze dochteren geen tot vrouwen zullen geven.
Richteren 21:1, Richteren 21:1, 1 Samuël 14:45, Richteren 21:18, 1 Samuël 14:28
8En zij zeiden: Is er iemand van de stammen van Israël, die niet opgekomen is tot den Heere te Mizpa? En ziet, van Jabes in Gilead was niemand opgekomen in het leger, tot de gemeente.
1 Samuël 31:11, 1 Samuël 31:13, 1 Samuël 31:11, 1 Samuël 31:13, 1 Samuël 11:1
9want het volk werd geteld, en ziet, er was niemand van de inwoners van Jabes in Gilead.
10Toen zond de vergadering daarheen twaalf duizend mannen, van de strijdbaarste; en zij geboden hun, zeggende: Trekt heen, en slaat met de scherpte des zwaards de inwoners van Jabes in Gilead, met de vrouwen en de kinderkens.
1 Samuël 11:7, Richteren 21:5, Richteren 5:23, 1 Samuël 11:7, Richteren 21:5
11Doch dit is de zaak, die ge doen zult; al wat mannelijk is, en alle vrouwen, die de bijligging eens mans bekend hebben, zult gij verbannen.
Numeri 31:17, Numeri 31:18, Numeri 31:17, Numeri 31:18, Deuteronomium 2:34
12En zij vonden onder de inwoners van Jabes in Gilead vierhonderd jonge dochters, die maagden waren, die geen man bekend hadden in bijligging des mans; en zij brachten die in het leger te Silo, dewelke is in het land Kanaän.
Jozua 18:1, Jozua 18:1, Jeremia 7:12, Richteren 20:23, Psalmen 78:60
13Toen zond de ganse vergadering heen, en sprak tot de kinderen van Benjamin, die in den rotssteen van Rimmon waren, en zij riepen hun vrede toe.
Richteren 20:47, Deuteronomium 20:10, Richteren 20:47, Deuteronomium 20:10, Jesaja 57:19
14Alzo kwamen de Benjaminieten ter zelfder tijd weder; en zij gaven hun de vrouwen, die zij in het leven behouden hadden van de vrouwen van Jabes in Gilead; maar alzo waren er nog niet genoeg voor hen.
Richteren 21:12, 1 Korintiërs 7:2, Richteren 20:47, Richteren 21:12, 1 Korintiërs 7:2
15Toen berouwde het den volke over Benjamin, omdat de Heere een scheur gemaakt had in de stammen van Israël.
Richteren 21:6, Richteren 21:6, Richteren 21:17, 1 Kronieken 15:13, 1 Kronieken 13:11
16En de oudsten der vergadering zeiden: Wat zullen wij, belangende de vrouwen, doen aan degenen, die overgebleven zijn? want de vrouwen zijn uit Benjamin verdelgd.
17Wijders zeiden zij: De erfenis dergenen, die ontkomen zijn, is van Benjamin, en er moet geen stam uitgedelgd worden uit Israël.
Numeri 36:7, Numeri 26:55, Numeri 36:7, Numeri 26:55
18Maar wij zullen hun geen vrouwen van onze dochteren kunnen geven; want de kinderen Israëls hebben gezworen, zeggende: Vervloekt zij, die den Benjaminieten een vrouw geeft!
Richteren 21:1, Richteren 21:1, Richteren 11:35, Richteren 11:35
19Toen zeiden zij: Ziet, er is een feest des Heeren te Silo, van jaar tot jaar, dat gehouden wordt tegen het noorden van het huis Gods, tegen den opgang der zon, aan den hogen weg, die opgaat van het huis Gods naar Sichem, en tegen het zuiden van Lebona.
Johannes 5:1, 1 Samuël 1:3, Numeri 28:16, Psalmen 81:3, Leviticus 23:6
20En zij geboden den kinderen van Benjamin, zeggende: Gaat heen, en loert in de wijngaarden.
21En let er op, en zie, als de dochters van Silo zullen uitgegaan zijn om met reien te dansen, zo komt gij voort uit de wijngaarden, en schaakt u, een ieder zijn huisvrouw, uit de dochteren van Silo; en gaat heen in het land van Benjamin.
Richteren 11:34, Exodus 15:20, Richteren 11:34, Exodus 15:20, Lucas 17:25
22En het zal geschieden, wanneer haar vaders of haar broeders zullen komen, om voor ons te rechten, dat wij tot hen zullen zeggen: Zijt hun om onzentwil genadig, omdat wij geen huisvrouw voor een ieder van hen in dezen krijg genomen hebben; want gijlieden hebt ze hun niet gegeven, dat gij te dezer tijd schuldig zoudt zijn.
Richteren 21:18, Richteren 21:1, Richteren 21:18, Richteren 21:1, Richteren 21:7
23En de kinderen van Benjamin deden alzo, en voerden naar hun getal vrouwen weg, van de reiende dochters, die zij roofden, en zij togen heen, en keerden weder tot hun erfenis, en herbouwden de steden, en woonden daarin.
Richteren 20:48, Richteren 20:48
24Ook togen de kinderen Israëls te dier tijd van daar, een iegelijk naar zijn stam en naar zijn geslacht; alzo togen zij uit van daar, een iegelijk naar zijn erfenis.
25In die dagen was er geen koning in Israël; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen.
Deuteronomium 12:8, Deuteronomium 12:8, Richteren 17:6, Richteren 17:6, Spreuken 3:5

Andere Boeken

RichterenRuth1 Samuël+

Andere Boeken

RichterenHfst. 21
Ruth1 Samuël2 Samuël1 Koningen2 Koningen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward