1En de Heere sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:stylusNumeri 1:1, Numeri 1:1, Exodus 40:2, Exodus 40:22Dat de kinderen Israëls het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd.stylus1 Korintiërs 5:7, 1 Korintiërs 5:8, Deuteronomium 16:1, Deuteronomium 16:2, 1 Korintiërs 5:73Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden.stylusExodus 12:6, Exodus 12:11, Exodus 12:6, Exodus 12:11, Leviticus 23:54Mozes dan sprak tot de kinderen Israëls, dat zij het pascha zouden houden.stylus5En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinaï; naar alles, wat de Heere Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israëls.stylusJozua 5:10, Jozua 5:10, Mattheüs 28:20, Handelingen 26:19, Johannes 15:146Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aäron op dienzelven dag.stylusNumeri 27:2, Exodus 18:15, Numeri 27:2, Exodus 18:15, Numeri 19:167En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des Heeren op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israëls?stylusNumeri 9:2, 2 Kronieken 30:17, 2 Kronieken 30:19, 1 Korintiërs 5:7, 1 Korintiërs 5:88En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de Heere u gebieden zal.stylusNumeri 27:5, Psalmen 85:8, Numeri 27:5, Psalmen 85:8, Spreuken 3:59Toen sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus10Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over een dood lichaam onrein, of op een verren weg zal zijn, hij zal dan nog den Heere het pascha houden.stylus1 Korintiërs 6:9, 1 Korintiërs 6:11, Efeziërs 3:6, Efeziërs 3:9, Romeinen 16:2511In de tweede maand, op den veertienden dag, tussen de twee avonden, zullen zij dat houden; met ongezuurde broden en bittere saus zullen zij dat eten.stylus2 Kronieken 30:2, 2 Kronieken 30:15, 2 Kronieken 30:2, 2 Kronieken 30:15, Numeri 9:312Zij zullen daarvan niet overlaten tot den morgen, en zullen daaraan geen been breken; naar alle inzetting van het pascha zullen zij dat houden.stylusJohannes 19:36, Johannes 19:36, Exodus 12:46, Exodus 12:46, Exodus 12:1013Als een man, die rein is, en op den weg niet is, en nalaten zal het pascha te houden, zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des Heeren op zijn gezetten tijd niet geofferd, diezelve man zal zijn zonde dragen.stylusExodus 12:15, Genesis 17:14, Exodus 12:15, Genesis 17:14, Numeri 9:714En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha den Heere ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.stylusExodus 12:48, Exodus 12:49, Exodus 12:48, Exodus 12:49, Leviticus 24:2215En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.stylusExodus 13:21, Exodus 13:21, Exodus 40:34, Exodus 40:34, Nehemia 9:1916Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.stylusNehemia 9:12, Nehemia 9:12, Numeri 9:18, Numeri 9:22, 2 Korintiërs 5:1917Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israëls; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israëls.stylusExodus 40:36, Exodus 40:38, Exodus 40:36, Exodus 40:38, Psalmen 32:818Naar den mond des Heeren, verreisden de kinderen Israëls, en naar des Heeren mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.stylus1 Korintiërs 10:1, 1 Korintiërs 10:1, 2 Johannes 1:6, 2 Johannes 1:6, Numeri 10:1319En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israëls de wacht des Heeren waar, en verreisden niet.stylusZacharia 3:7, Zacharia 3:7, Numeri 1:52, Numeri 1:53, Numeri 3:820Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des Heeren legerden zij zich, en naar den mond des Heeren verreisden zij.stylus21Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij.stylusNehemia 9:19, Nehemia 9:12, Nehemia 9:19, Nehemia 9:1222Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israëls, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.stylusPsalmen 32:8, Exodus 40:36, Exodus 40:37, Psalmen 32:8, Exodus 40:3623Naar den mond des Heeren legerden zij zich, en naar den mond des Heeren verreisden zij; zij namen de wacht des Heeren waar, naar den mond des Heeren, door de hand van Mozes.stylusJozua 22:3, Jozua 22:3, Numeri 9:19, Numeri 9:19, Zacharia 3:7