1En de Heere sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:stylusNumeri 22:1, Numeri 22:1, Numeri 31:12, Numeri 33:50, Numeri 26:632Gebied den kinderen Israëls, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.stylusJozua 14:3, Jozua 14:4, Jozua 14:3, Jozua 14:4, Ezechiël 48:83En die steden zullen zij hebben om te bewonen; maar hun voorsteden zullen zijn voor hun beesten, en voor hun have, en voor al hun gedierte,stylus2 Kronieken 11:14, Jozua 21:11, Ezechiël 45:2, 2 Kronieken 11:14, Jozua 21:114En de voorsteden der steden, die gij aan de Levieten zult geven, zullen van den stadsmuur af, en naar buiten, van duizend ellen zijn rondom.stylus5En gij zult meten van buiten de stad, aan den hoek tegen het oosten, twee duizend ellen, en aan den hoek van het zuiden, twee duizend ellen, en aan den hoek van het westen, twee duizend ellen, en aan den hoek van het noorden, twee duizend ellen; dat de stad in het midden zij. Dit zullen zij hebben tot voorsteden van de steden.stylus6De steden nu, die gij aan de Levieten zult geven, zullen zijn zes vrijsteden, die gij geven zult, opdat de doodslager daarheen vliede; en boven dezelve zult gij hun twee en veertig steden geven.stylusJozua 21:13, Jozua 21:3, Jozua 21:13, Jozua 21:3, Jozua 21:387Al de steden, die gij aan de Levieten geven zult, zullen zijn acht en veertig steden, deze met haar voorsteden.stylus1 Kronieken 6:54, 1 Kronieken 6:81, Jozua 21:3, Jozua 21:42, 1 Kronieken 6:548De steden, die gij van de bezitting der kinderen Israëls geven zult, zult gij van dien, die vele heeft, vele nemen, en van dien, die weinig heeft, weinige nemen; een ieder zal naar zijn erfenis, die zij zullen erven, van zijn steden aan de Levieten geven.stylusNumeri 33:54, Numeri 26:54, Numeri 33:54, Numeri 26:54, Jozua 21:19Voorts sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus10Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Wanneer gij over de Jordaan gaat naar het land Kanaän.stylusNumeri 34:2, Deuteronomium 12:9, Leviticus 14:34, Deuteronomium 19:1, Deuteronomium 19:211Zo zult gij maken, dat u steden tegemoet liggen, die u tot vrijsteden zullen zijn; opdat de doodslager daarheen vliede, die een ziel onwetend geslagen heeft.stylusExodus 21:13, Exodus 21:13, Jozua 20:2, Numeri 35:6, Jozua 20:212En deze steden zullen u tot een toevlucht zijn voor den bloed wreker; opdat de doodslager niet sterve, totdat hij voor de vergadering aan het gericht gestaan hebbe.stylusJozua 20:3, Jozua 20:6, Deuteronomium 19:6, Jozua 20:3, Jozua 20:613En deze steden, die gij geven zult, zullen zes vrijsteden voor u zijn.stylus14Drie dezer vrijsteden zult gij geven op deze zijde van de Jordaan, en drie dezer steden zult gij geven in het land Kanaän; vrijsteden zullen het zijn.stylusDeuteronomium 4:41, Deuteronomium 4:43, Jozua 20:7, Jozua 20:9, Deuteronomium 19:815Die zes steden zullen voor de kinderen Israëls, en voor den vreemdeling, en den bijwoner in het midden van hen, tot een toevlucht zijn; opdat daarheen vliede, wie een ziel onvoorziens slaat.stylusNumeri 15:16, Numeri 15:16, Leviticus 24:22, Romeinen 3:29, Exodus 12:4916Maar indien hij hem met een ijzeren instrument geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.stylusLeviticus 24:17, Leviticus 24:17, Genesis 9:5, Genesis 9:6, Deuteronomium 19:1117Of indien hij hem met een handsteen, waarvan met zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.stylusExodus 21:18, Exodus 21:1818Of indien hij hem met een houten handinstrument, waarvan men zoude kunnen sterven, geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij; deze doodslager zal zekerlijk gedood worden.stylus19De wreker des bloeds, die zal den doodslager doden; als hij hem ontmoet, zal hij hem doden.stylusJozua 20:5, Numeri 35:21, Deuteronomium 19:6, Jozua 20:3, Deuteronomium 19:1220Indiën hij hem ook door haat zal gestoten hebben, of met opzet op hem geworpen heeft, dat hij gestorven zij;stylusExodus 21:14, Exodus 21:14, Deuteronomium 19:11, Deuteronomium 19:11, 2 Samuël 20:1021Of hem door vijandschap met zijn hand geslagen heeft, dat hij gestorven zij; de slager zal zekerlijk gedood worden, een doodslager is hij; de bloedwreker zal dezen doodslager doden, als hij hem ontmoet.stylus22Maar indien hij hem met der haast zonder vijandschap gestoten heeft, of enig instrument zonder opzet op hem geworpen heeft;stylusExodus 21:13, Numeri 35:11, Exodus 21:13, Numeri 35:11, Jozua 20:523Of onvoorziens met enigen steen, waarvan men zoude kunnen sterven, en hij dien op hem heeft doen vallen, dat hij gestorven zij, zo hij hem toch geen vijand was, noch zijn kwaad zoekende;stylus24Zo zal de vergadering richten tussen den slager, en tussen den bloedwreker, naar deze zelve rechten.stylusJozua 20:6, Jozua 20:6, Numeri 35:12, Numeri 35:1225En de vergadering zal den doodslager redden uit den hand des bloedwrekers, en de vergadering zal hem doen wederkeren tot zijn vrijstad, waarheen hij gevloden was; en hij zal daarin blijven tot den dood des hogepriesters, dien men met de heilige olie gezalfd heeft.stylusExodus 29:7, Exodus 29:7, Leviticus 4:3, Leviticus 21:10, Hebreeën 7:2526Doch indien de doodslager enigszins zal gaan uit de palen zijner vrijstad, waarheen hij gevloden was,stylus27En de bloedwreker hem zal vinden buiten de palen zijner vrijstad; zo de bloedwreker den doodslager zal doden, het zal hem geen bloedschuld zijn.stylusDeuteronomium 19:10, Deuteronomium 19:6, Exodus 22:2, Deuteronomium 19:10, Deuteronomium 19:628Want hij zou in zijn vrijstad gebleven zijn tot den dood des hogepriesters; maar na de dood des hogepriesters zal de doodslager wederkeren tot het land zijner bezitting.stylusHebreeën 10:39, Hebreeën 6:4, Hebreeën 6:8, Hebreeën 3:14, Hebreeën 9:1129En deze dingen zullen ulieden zijn tot een inzetting van recht, bij uw geslachten, in al uw woningen.stylusNumeri 27:11, Numeri 27:11, Numeri 27:1, Numeri 27:130Al wie de ziel slaat, naar den mond der getuigen zal men den doodslager doden, maar een enig getuige zal niet getuigen tegen een ziel, dat zij sterve.stylusHebreeën 10:28, Hebreeën 10:28, Mattheüs 18:16, Deuteronomium 19:15, Mattheüs 18:1631En gij zult geen verzoening nemen voor de ziel des doodslagers, die schuldig is te sterven; want hij zal zekerlijk gedood worden.stylusGenesis 9:5, Genesis 9:6, Exodus 21:14, 2 Samuël 12:13, 1 Koningen 2:2832Ook zult gij geen verzoening nemen voor dien, die gevlucht is naar zijn vrijstad, dat hij zou wederkeren, om te wonen in het land, tot den dood des hoge priesters.stylusHandelingen 4:12, Galaten 3:10, Galaten 3:13, Openbaring 5:9, Galaten 2:2133Zo zult gij niet ontheiligen het land, waarin gij zijt; want het bloed ontheiligt het land; en voor het land zal geen verzoening gedaan worden over het bloed, dat daarin vergoten is, dan door het bloed desgenen, die dat vergoten heeft.stylusLucas 11:50, Lucas 11:51, Lucas 11:50, Lucas 11:51, Psalmen 106:3834Verontreinigt dan het land niet, waarin gij gaat wonen, in welks midden Ik wonen zal; want Ik ben de Heere, wonende in het midden der kinderen Israëls.stylusNumeri 5:3, Numeri 5:3, Psalmen 135:21, Psalmen 135:21, Openbaring 21:27