1Toen naderden de dochteren van Zelafead, den zoon van Hefer, den zoon van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, onder de geslachten van Manasse, den zoon van Jozef (en dit zijn de namen zijner dochteren: Machla, Noa, en Hogla, en Milka, en Tirza);stylusNumeri 26:33, Numeri 26:33, Galaten 3:28, Galaten 3:28, 1 Kronieken 7:152En zij stonden voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht van de oversten, en van de ganse vergadering, aan de deur van de tent der samenkomst, zeggende:stylusDeuteronomium 17:8, Deuteronomium 17:10, Exodus 18:19, Exodus 18:26, Exodus 18:133Onze vader is gestorven in de woestijn, en hij is niet geweest in het midden der vergadering dergenen, die zich tegen den Heere vergaderd hebben in de vergadering van Korach; maar hij is in zijn zonde gestorven, en had geen zonen.stylusNumeri 26:64, Numeri 26:65, Numeri 26:64, Numeri 26:65, Numeri 14:354Waarom zou de naam onzes vaders uit het midden van zijn geslacht weggenomen worden, omdat hij geen zoon heeft? Geef ons een bezitting in het midden der broederen van onzen vader.stylusJozua 17:4, Jozua 17:4, Psalmen 109:13, Exodus 32:11, Psalmen 109:135En Mozes bracht haar rechtzaak voor het aangezicht des Heeren.stylusLeviticus 24:12, Leviticus 24:13, Leviticus 24:12, Leviticus 24:13, Numeri 9:86En de Heere sprak tot Mozes, zeggende:stylusGalaten 3:28, Psalmen 68:5, Psalmen 68:6, Galaten 3:28, Psalmen 68:57De dochteren van Zelafead spreken recht; gij zult haar ganselijk geven de bezitting ener erfenis, in het midden van de broederen haars vaders; en gij zult de erfenis haars vaders op haar doen komen.stylusJeremia 49:11, Galaten 3:28, Jeremia 49:11, Galaten 3:28, Numeri 36:18En tot de kinderen Israëls zult gij spreken, zeggende: Wanneer iemand sterft, en geen zoon heeft, zo zult gij zijn erfenis op zijn dochter doen komen.stylus9En indien hij geen dochter heeft, zo zult gij zijn erfenis aan zijn broederen geven.stylus10Indiën hij nu geen broederen heeft, zo zult gij zijn erfenis aan de broederen zijns vaders geven.stylus11Indiën ook zijn vader geen broeders heeft, zo zult gij zijn erfenis geven aan zijn naastbestaande, die hem de naaste van zijn geslacht is, dat hij het erfelijk bezitte. Dit zal den kinderen Israëls tot een inzetting des rechts zijn, gelijk als de Heere Mozes geboden heeft.stylusNumeri 35:29, Numeri 35:29, Jeremia 32:8, Ruth 4:3, Ruth 4:612Daarna zeide de Heere tot Mozes: Klim op dezen berg Abarim, en zie dat land, hetwelk Ik den kinderen Israëls gegeven heb.stylusDeuteronomium 34:1, Deuteronomium 34:4, Numeri 33:47, Numeri 33:48, Deuteronomium 3:2313Wanneer gij dat gezien zult hebben, dan zult gij tot uw volken verzameld worden, gij ook, gelijk als uw broeder Aäron verzameld geworden is;stylusNumeri 31:2, Deuteronomium 10:6, Numeri 31:2, Deuteronomium 10:6, Genesis 25:814Naardien gijlieden Mijn mond wederspannig zijt geweest in de woestijn Zin, in de twisting der vergadering, om Mij aan de wateren voor hun ogen te heiligen. Dat zijn de wateren van Meriba, van Kades, in de woestijn Zin.stylusDeuteronomium 1:37, Deuteronomium 1:37, Exodus 17:7, Deuteronomium 32:51, Deuteronomium 32:5215Toen sprak Mozes tot den Heere, zeggende:stylus16Dat de Heere, de God der geesten van alle vlees, een man stelle over deze vergadering.stylusNumeri 16:22, Numeri 16:22, Jeremia 3:15, Hebreeën 12:9, Jeremia 3:1517Die voor hun aangezicht uitga, en die voor hun aangezicht inga, en die hen uitleide, en die hen inleide; opdat de vergadering des Heeren niet zij als schapen, die geen herder hebben.stylusEzechiël 34:5, Ezechiël 34:5, Marcus 6:34, 1 Koningen 22:17, Marcus 6:3418Toen zeide de Heere tot Mozes: Neem tot u Jozua, den zoon van Nun, een man, in wien de Geest is; en leg uw hand op hem;stylusDeuteronomium 34:9, Deuteronomium 34:9, Genesis 41:38, Numeri 27:23, Genesis 41:3819En stel hem voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht der ganse vergadering; en geef hem bevel voor hun ogen;stylusDeuteronomium 3:28, Deuteronomium 3:28, Deuteronomium 31:23, Deuteronomium 31:7, Deuteronomium 31:820En leg op hem van uw heerlijkheid, opdat zij horen, te weten de ganse vergadering der kinderen Israëls.stylusJozua 1:16, Jozua 1:18, Jozua 1:16, Jozua 1:18, Numeri 11:1721En hij zal voor het aangezicht van Eleazar, den priester, staan, die voor hem raad vragen zal, naar de wijze van Urim, voor het aangezicht des Heeren; naar zijn mond zullen zij uitgaan, en naar zijn mond zullen zij ingaan, hij, en al de kinderen Israëls met hem, en de ganse vergadering.stylus1 Samuël 28:6, Jozua 9:14, Exodus 28:30, 1 Samuël 28:6, Jozua 9:1422En Mozes deed, gelijk als de Heere hem geboden had; want hij nam Jozua, en stelde hem voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht der ganse vergadering.stylus23En hij leide zijn handen op hem, en gaf hem bevel; gelijk als de Heere door den dienst van Mozes gesproken had.stylusDeuteronomium 3:28, Numeri 27:19, Deuteronomium 3:28, Numeri 27:19, Deuteronomium 31:7