Sirach 49 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 49
1Josias' naam is als geurige wierook, Met zout gemengd, het werk van den balsembereider; Zijn gedachtenis is zoet als honing in de mond, En als een lied bij een wijngelag.
2Want hij ontstak in toorn over onze afval, En maakte een eind aan de gruwel der afgoden.
3Hij richtte zijn hart geheel op God; In zondige tijden beoefende hij de deugd.
4Behalve David, Ezekias en Josias, Hebben zij allen gezondigd; Want zij verlieten de Wet van den Allerhoogste, De koningen van Juda, zij allen.
5Zo gaven zij hun macht aan een ander, En hun glorie aan een vreemd volk,
6Dat de heilige stad in brand stak, En haar straten verlaten liet liggen.
7Het was om Jeremias, dien ze hadden mishandeld, Ofschoon hij van de moederschoot af tot profeet was bestemd, Om neer te werpen, uit te rukken en te verdelgen, Maar ook om te bouwen, te planten en te herstellen.
8Ezekiël schouwde een visioen, En beschreef de gestalten bij de wagen.
9Ook riep hij de herinnering op van Job, Die de wegen der gerechtigheid heeft bewandeld.
10Ook de twaalf profeten wil ik prijzen: Moge hun gebeente hun graf ontspruiten; Want zij hebben Jakob genezen En door gelovig vertrouwen gered.
11Hoe zullen we Zorobabel prijzen! Hij toch was als een zegelring aan de rechterhand.
12Hoe ook, Jehosjóea, den zoon van Josadak? Want zij herbouwden in hun dagen de tempel, En richtten het heiligdom weer op, Voor eeuwige glorie bestemd.
13Nehemias: zijn gedachtenis blijve in ere! Want hij heeft onze ruïnen hersteld; Hij richtte onze puinhopen weer op, En bevestigde poorten en grendels.
14Als Henok zijn er weinigen op aarde geweest; Hij werd immers van de aarde ontrukt.
15En als Josef werd er niemand geboren, Zelfs zijn lijk werd nog zorgzaam bewaard. Maar de eerste van zijn broeders, de roem van zijn volk
16Sem, Set en Enos blijven in ere, En boven alle mensen gaat de glorie van Adam;
17
18
19
Sirach 49
1De gedachtenis van Josia, is als een tezamen gemengd reukwerk, toebereid door de kunst van de apotheker.
2Zij is zoet in de mond van eenieder als honig, en als een muziekspel op een wijnbanket.
3Hij heeft zich recht gedragen in de bekering des volks, en heeft weggenomen de gruwelen der ongerechtigheid.
4Hij richtte zijn hart tot de Here; in de dagen der onrecht vaardigen versterkte bij de godvrezendheid.
5Uitgezonderd David en Hiskia, en Josia, hebben zij allen misdaden begaan.
6Want zij hebben de wet des Allerhoogsten verlaten; de koningen van Juda zijn bezweken.
7Daarom heeft hij hun troon anderen gegeven, en hun heerlijkheid aan een vreemd volk.
8Die hebben de uitverkoren, heilige stad verbrand, en haar wegen woest gemaakt door de hand van Jeremia.
9Want zij hebben hem kwalijk behandeld, hoewel hij in moeders lichaam was geheiligd tot een profeet, om uit te roeien, en kwalijk te handelen, en te verderven; van gelijken om te bouwen en te planten.
10Ezechiël is het, die een heerlijk gezicht zag, hetwelk de Here hem toonde in de wagen der cherubim.
11Want ook gedacht hij de vijanden in de plasregen, en bracht terecht die hun wegen recht maakten.
12Ook de gedachtenis der twaalf profeten zij in zegening. [49:13] Hoe zullen wij Zerubbabel genoeg verheffen! want hij was gelijk een zegelring aan de rechterhand.
13[49:14] Alzo Jesua de zoon van Josadak, die in hun dagen het huis weder hebben gebouwd, en de heilige tempel opgericht, welke de Here werd toebereid tot een eeuwige heerlijkheid.
14[49:15] Onder de uitverkorenen was ook Nehemia, wiens gedachtenis vele malen wordt verhaald, die ons de vervallen muren heeft opgericht, en de poorten en richelen heeft gesteld, en de vloe ren van onze huizen wederopricht.
15[49:16] Zodanig is er geen geschapen geweest op aarde als Henoch, want hij is opgenomen van de aarde. [49:17] En daar is geen man geweest als Jozef, een leidsman zijner broederen,
16[49:18] Een steunsel des volks, en zijn gebeenten zijn bezocht door de Here. [49:19] Sem en Seth zijn verheerlijkt geweest onder de mensen, en Adam boven alles in de schepping.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 49
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 49 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 49:16
"Sem, Set en Enos blijven in ere, En boven alle mensen gaat de glorie van Adam;"
"[49:18] Een steunsel des volks, en zijn gebeenten zijn bezocht door de Here. [49:19] Sem en Seth zijn verheerlijkt geweest onder de mensen, en Adam boven alles in de schepping."





