Sirach 46 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 46
1Josuë, de zoon van Noen, was een machtig held, Moses' dienaar in het profetenambt; Die geschapen was, zoals zijn naam verluidt, Om een grote redding te zijn voor zijn uitverkorenen. Om wraak te nemen op den vijand, En Israël in het bezit van zijn erfdeel te stellen.
2Wat was hij groot, toen hij zijn hand verhief, En zijn lans zwaaide tegen de stad!
3Wie had er voor hem stand kunnen houden, Daar hij de krijg van Jahweh streed?
4Stond de zon niet stil op zijn bevel; Werd niet één dag toen als twee?
5Hij riep den Allerhoogste aan, Toen de vijanden hem rondom belaagden; En de allerhoogste God verhoorde hem, Met hagelstenen van geweldige kracht.
6Hij slingerde ze neer op het vijandige volk, En verdelgde Kanaän op de helling der bergen, Opdat alle volkeren onder de ban zouden weten, Dat Jahweh neerzag op hun krijg.
7Maar ook, omdat hij God had gehoorzaamd, En in de dagen van Moses Hem trouw was gebleven: Hij en Kaleb, de zoon van Jefoenne: Door stand te houden, toen het volk afviel, Door de toorn af te wenden van de gemeente, En het boze morren tot bedaren te brengen,
8Daarom werden zij beiden alleen uitgezonderd Van de zesmaal honderdduizend zwervers, En binnengevoerd in hun erfdeel, In het land, dat druipt van melk en honing.
9Aan Kaleb verleende hij bovendien kracht, Die hem bijbleef in zijn ouderdom. Hij voerde hem op naar de hoge streken, Waar zijn kroost zich een erfdeel verwierf;
10Opdat heel het geslacht van Jakob zou weten, Dat het goed is, Jahweh trouw te volgen!
11Ook de Rechters, ieder bij name, Allen, die onbedorven waren van hart En God niet ontrouw werden: Hun gedachtenis blijve in zegening,
12Hun gebeente schiete nieuwe loten, En hun naam leve voort in hun zonen!
13Geëerd bij zijn volk, door zijn Schepper bemind, Was hij, wiens geboorte werd afgebeden: Aan Jahweh gewijd in het profetenambt, Samuël, de Rechter en Priester. Op Gods bevel stelde hij het koningschap in, En zalfde vorsten over het volk.
14Hij gaf bevelen aan het vergaderde volk, En trok de tenten van Jakob rond;
15Om zijn onkreukbaarheid was hij gezocht als profeet, Om zijn woord werd hij als ziener vertrouwd.
16Hij riep tot Jahweh, toen de vijand rondom hem belaagde, En offerde een vlekkeloos lam.
17En Jahweh deed uit de hemel zijn donder weergalmen, Men hoorde zijn stem in machtig gedreun;
18Hij sloeg de aanvoerders van den vijand te pletter, En bracht al de vorsten der Filistijnen ten onder
19En toen de tijd was gekomen van zijn ontslapen, Riep hij Jahweh en zijn gezalfde tot zijn getuige: “Van wien heb ik geschenken, een schoen slechts genomen?” En niemand was er, die er antwoord op gaf.
20Zelfs na zijn dood werd hij nog ondervraagd En voorspelde den koning zijn lot; Hij verhief uit de aarde zijn profetische stem, Om een einde te maken aan het kwaad van het volk.
21
22
23
Sirach 46
1Jozua de zoon van Nun, was sterk in de oorlog, en kwam in Mozes' plaats in de profetieën.
2Welke groot werd, volgens zijn naam, in de verlossing zijner uitverkorenen; om wraak te doen aan de vijanden die tegen hen opstonden, en om Israël te brengen tot de bezitting van zijn erfdeel.
3Hoe is hij verheerlijkt geworden, als hij zijn handen ophief, en het zwaard tegen de steden uittrok?
4Wie heeft eer dan hij zo gestaan? want de oorlogen des Heren heeft hij gevoerd.
5En is de zon niet door zijn hand achterwaarts gegaan? En is niet een dag als twee geworden?
6Hij riep de Allerhoogste God aan als hij de vijanden rondom onderdrukte, en de grote Here verhoorde hem, en hielp door geweldige sterke hagelstenen.
7Hij brak uit met oorlog tegen de volken, en in het afkomen tot hen vernielde hij die tegenstonden.
8Opdat de volken al hun wapentuig zouden kennen, dat namelijk zijn oorlog voor de Here was, want ook volgde hij de machtige na.
9En ten tijde van Mozes deed hij barmhartigheid, hij en Kaleb de zoon van Jefune, als zij de gemeente wederstonden, om het volk te verhinderen dat het niet zou zondigen en om de boze murmurering te stillen.
10En deze twee zijn behouden geweest, van zeshonderdduizend te voet, om hen te brengen in het erfdeel, in het land dat van melk en honig vloeit.
11De Here gaf Kaleb sterkte, die hem bijbleef tot in zijn ouderdom, dat hij opklom op het hoogste van het land, en zijn zaad heeft dat erfdeel behouden.
12Opdat al de kinderen Israëls zouden zien, dat het goed is de Here na te volgen.
13En de richters, elk met zijn naam, welker aller hart niet heeft gehoereerd, en zo velen niet zijn afgekeerd van de Here, hun gedachtenis is ook gezegend.
14Dat hun gebeente wederom spruit in hun plaats, en hun naam door verwisseling vernieuwd worde in de zonen van hun beroemde ouders.
15Samuël bemind van zijn Here, zijnde een profeet des Heren, heeft koninkrijken ingesteld, en vorsten gezalfd over zijn volk.
16Hij richtte de vergadering naar de wet des Heren, en de Here bezocht Jakob.
17Door zijn geloof is hij ten volle bevonden een profeet, en is bekend geworden door zijn woord. [46:18] En hij riep de Here, de machtige, aan, als hem zijn vijanden rondom drukten, en offerde een melklam;
18[46:19] En de Here donderde van de hemel; en maakte dat zijn stem gehoord werd door de grote weerklank des donders; [46:20] En verdelgde de vorsten der Tyriërs, en alle oversten der Filistijnen.
19[46:21] En eer hij ontsliep betuigde hij voor de Here, en zijn gezalfden, zeggende: Geld, ook tot schoenen toe, heb ik van niemand ontvangen; en geen mens klaagde over hem.
20[46:22] En nadat hij ontslapen was profeteerde hij, en voorzeide de koning zijn einde, en verhief zijn stem uit de aarde, met een profetie, dat de ongerechtigheid des volks zou verdelgd worden.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 46
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 46 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 46:16
"Hij riep tot Jahweh, toen de vijand rondom hem belaagde, En offerde een vlekkeloos lam."
"Hij richtte de vergadering naar de wet des Heren, en de Here bezocht Jakob."





