Sirach 45 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 45
1Uit hem liet Hij een man ontspruiten, Die genade vond in aller oog, Bemind bij God en bij de mensen: Moses, zijn gedachtenis blijve in ere!
2Want Hij eerde hem als een god, En maakte hem machtig door vreselijke werken.
3Op zijn woord geschiedden onmiddellijk wonderen; Zo maakte Hij hem sterk voor den vorst. Hij gaf hem geboden voor het volk, En liet hem zijn Glorie aanschouwen;
4Om zijn trouw en zijn deemoed Koos Hij hem uit onder alle vlees.
5Hij liet hem zijn eigen stem vernemen, Toen Hij hem binnenvoerde in de wolk; Hij legde de geboden in zijn hand, De wet des levens en der wijsheid, Om aan Jakob zijn wetten te leren, Zijn beschikkingen en voorschriften aan Israël.
6Hij verhief Aäron, even heilig als hij, Zijn broeder uit de stam van Levi.
7Hij sloot met hem een eeuwig verbond, En verleende hem een ereambt; Hij maakte hem gelukkig met zijn luister En bond hem buffelhoornen aan.
8Hij bekleedde hem met volle pracht, En tooide hem met kostelijke gewaden: Met heupkleed, onder- en opperkleed,
9Rondom met granaten bezet. Met belletjes volop in het rond, Om te klingelen bij het gaan, En hun klank te doen horen in het heiligdom, Als een teken voor zijn volksgenoten.
10Met een heilig gewaad van goud en blauw, En purper: een kunstgewrocht; Met de borsttas voor de orakelstenen, Uit scharlaken: een werk van weefkunst.
11Met de edelstenen op de borsttas, Als een zegel gesneden, in goud gevat: Een gedachtenis, in letters gegrift, Voor al de stammen van Israël.
12Met de gouden diadeem op de mijter, De plaat, met het inschrift: “Aan Jahweh gewijd;” Een heerlijke luister en grootse statie, Een lust voor de ogen, volmaakte pracht.
13Vóór hem heeft zo iets nimmer bestaan, En zo zal in eeuwigheid geen onbevoegde zich kleden; Alleen voor zijn zonen werd het zo verordend, En zo zal het blijven van geslacht tot geslacht.
14Zijn offer werd geheel verteerd, Bestendig, tweemaal iedere dag.
15Moses stelde hem tot priester aan, En zalfde hem met heilige olie. Het werd voor hem een eeuwig verbond, En voor zijn geslacht, als de dagen des hemels: Om Hem te dienen, zijn priester te zijn, En zijn volk te zegenen met zijn Naam.
16Uit alle levenden koos Hij hem uit, Om brandoffers en de beste stukken te offeren, Om geurige wierook en het reukoffer te branden, En om verzoening te verkrijgen voor zijn volk.
17Hij vertrouwde hem zijn geboden toe, En gaf hem macht over recht en wet: Om aan zijn volk de wet te leren, Het recht aan de kinderen van Israël.
18Onbevoegden stonden tegen hem op Uit afgunst in de woestijn: De mannen van Datan en Abiram, En de bent van Kore in hevige twist.
19Maar Jahweh zag het en ziedde van woede, En verdelgde hen in gloeiende toorn; Een wonder zelfs wrochtte Hij tegen hen, En verteerde hen in zijn laaiend vuur.
20Maar aan Aäron gaf Hij nog hoger luister, Door hem een eigen erfdeel te schenken; Hij gaf voor zijn onderhoud de heilige tienden, En de offers van Jahweh mochten zij eten.
21
22Maar in het land van het volk bezat hij geen deel, In hun midden kreeg hij geen erfgoed; Want Jahweh is zijn deel, Zijn erfgoed onder Israëls zonen.
23Vervolgens Pinechas, de zoon van Elazar: Hij was de derde, die dit ambt bekleedde, Omdat hij voor den God van het heelal had geijverd, En in de bres was gesprongen voor zijn volk; Zijn hart had hem daartoe aangedreven, Om verzoening te verwerven voor Israëls kinderen.
24Daarom sloot Hij ook met hem een verbond, Een verbond van vrede, om het heiligdom te verzorgen, Zodat bij hem en bij zijn geslacht Het hogepriesterschap voor eeuwig zou blijven.
25Het was dus een verbond als dat met David, Den zoon van Jesse, uit Juda's stam: Want zoals de erfenis des konings alleen overgaat op zijn zonen, Zo ook het erfdeel van Aäron op heel zijn geslacht. Zegent dus Jahweh, die zo goed voor u is, En die met luister u heeft gekroond!
26Hij moge u wijsheid des harten verlenen, Om zijn volk rechtvaardig te richten, Opdat uw geluk niet zal tanen, Noch uw macht tot in verre geslachten.
27
28
29
30
31
Sirach 45
1Namelijk Mozes, door God en de mensen bemind, wiens gedachtenis is in zegening.
2Hij heeft hem der heiligen heerlijkheid gelijk gemaakt, en heeft hem door de vrees der vijanden groot gemaakt; door zijn woorden heeft hij de tekenen doen ophouden; en heeft hem verheerlijkt voor het aangezicht der koningen.
3Hij heeft hem bevel gegeven aan zijn volk, en heeft hem zijn heerlijkheid getoond.
4Door zijn geloof en zachtmoedigheid heeft hij hem geheiligd; hij heeft hem uit alle vlees uitverkoren.
5Hij heeft hem zijn stem laten horen, en heeft hem ingevoerd in het donker;
6En heeft hem van aangezicht tot aangezicht bevelen gegeven, de wet des levens en der wetenschap; deze heeft Jakob het verbond geleerd, en Israël zijn rechten.
7Aäron, zijn broeder, uit de stam van Levi, heeft hij verhoogd, dat hij heilig en hem gelijk ware.
8Hij heeft met hem een eeuwig verbond opgericht, en hem gegeven het priesterdom onder zijn volk, en verheerlijkt met schoon sieraad.
9En heeft hem omgord met een kleed der heerlijkheid, en hem aangetrokken een volkomen roem, en hem gesterkt met uitrusting der sterkte;
10Met onderbroeken, lange rok, en lijfrok;
11En heeft hem rondom behangen met granaatappelen, en zeer veel gouden schelletjes rondom heen, om geluid te maken met geklank in het gaan; en een gerucht te maken dat men horen kon in de tempel, en dat tot een gedachtenis mocht dienen de kinderen van zijn volk.
12Met een heilige gouden, en hemelsblauwe en purperen rok, het werk van een borduurwerker; met de lap van het gericht, openbare tekenen der waarheid;
13Gemaakt van getweernd scharlaken zijde, zeer kunstig gewrocht, van kostelijke stenen gegraveerd, als een zegel in goud ingevat, een werk des graveerders; waarin tot een gedachtenis geschreven en gegraveerd was het getal der kinderen Israëls.
14Hij heeft hem versierd met een gouden kroon boven op de hoed, een uitgedrukt zegel der heiligheid, een heerlijke roem, machtige werken, verlustigingen der ogen, schone versieringen.
15Vóór hem zijn dergelijke dingen niet geweest;
16En niemand deed ooit deze klederen aan, die uit een ander geslacht was, behalve alleen zijn zonen, en die uit hem geboren waren te allen tijde.
17Hun slachtoffers werden des daags tweemaal gedurig geheel verbrand. [45:18] Mozes heeft zijn handen gevuld, en heeft hem met heilige olie gezalfd.
18[45:19] Dit is hem geweest tot een eeuwig verbond, en zijn zaad zolang de hemel dagen zal hebben; om tegelijk zijn dienst waar te nemen, en het priesterschap te bedienen, en het volk in zijn naam te zegenen.
19[45:20] Uit alle levenden heeft hij hem uitverkoren, om de Here offeranden toe te brengen; reukwerk en welriekende reuk tot gedachtenis, om verzoening te doen voor het volk. [45:21] Hij heeft hem zijn bevelen gegeven, en macht in de inzet tingen der rechten, om Jakob zijn getuigenissen te leren, en Israël door zijn wet te verlichten.
20[45:22] Vreemden zijn tegen hem opgestaan, en hebben hem benijd in de woestijn; mannen die het met Dathan en Abiram hielden, en de vergadering van Korach, met grimmigheid en toorn. [45:23] Maar de Here zag het, en had geen behagen daaraan, en zij zijn vernield in de grimmigheid van zijn toorn.
21[45:24] Hij heeft aan hen wonderen gedaan, en heeft hen verteerd door het vlammig vuur. [45:25] Hij heeft Aärons heerlijkheid vermeerderd, en hem een erfdeel gegeven, de eerstelingen der eerstgeborenen heeft hij hem ten deel gegeven.
22[45:26] Vooral heeft hij hem brood toebereid in verzadiging; want zij eten de slachtoffers des Heren, welke hij hem en zijn zaad gegeven heeft. [45:27] Doch in het land des volks had hij geen erfdeel, en kreeg geen deel onder het volk, want hij zelf was het deel zijner erfenis.
23[45:28] En Pinehas, de zoon van Eleazar, is de derde in heerlijk heid, omdat hij had geijverd in de vreze des Heren. [45:29] En gestaan had als zich het volk had afgekeerd, met een goede toegenegenheid van zijn gemoed, en voor Israël verzoend had.
24[45:30] Daarom heeft de Here met hem en zijn volk opgericht een. verbond des vredes, dat hij zou zijn een voorstander der heilige dingen, en dat hij en zijn zaad de grote heerlijkheid des priesterdoms zou hebben in der eeuwigheid.
25[45:31] En gelijk, volgens het verbond opgericht met David, een zoon uit de stam van Juda het erfdeel des konings heeft, en komt van de ene zoon alleen tot de andere; zo is het erfdeel des priesterdoms Aäron toegelegd en zijn zaad.
26[45:32] Hij geve ulieden wijsheid in uw hart om te richten zijn volk in gerechtigheid, opdat hun goederen niet verdwijnen, en geve zijn heerlijkheid in hun geslachten.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 45
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 45 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 45:16
"Uit alle levenden koos Hij hem uit, Om brandoffers en de beste stukken te offeren, Om geurige wierook en het reukoffer te branden, En om verzoening te verkrijgen voor zijn volk."
"En niemand deed ooit deze klederen aan, die uit een ander geslacht was, behalve alleen zijn zonen, en die uit hem geboren waren te allen tijde."





