Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Sirach 43 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Sirach 43

1De grootste luister is het firmament in zijn klaarheid, De gedaante des hemels verkondigt zijn glorie.

2De zon straalt haar gloed uit bij haar opgang; Hoe wonderbaar is het werk van Jahweh!

3's Middags doet zij de aardkorst branden; Wie is er dan tegen haar hitte bestand?

4Zoals de laaiende oven het erts doet gloeien, Zet de zon op haar tocht de bergen in brand; De stralen der zon verzengen het land, En door haar licht wordt het oog verblind.

5Hoe groot is Jahweh, die dat schiep, En door zijn woord zijn helden leidt!

6Ook de maan straalt haar licht op geregelde tijden, Als een blijvend teken geeft zij de tijdsduur aan;

7Zij bepaalt de feesten en vaste dagen, Als een lieflijk licht doorloopt zij haar baan.

8Iedere maand begint zij opnieuw; Hoe indrukwekkend haar wisseling! Een legerstandaard in de wolken daarboven; Zij overdekt het firmament met haar glans.

9De sterren zijn de pracht en de luister des hemels, Haar licht glanst in de hoogten Gods;

10Op Gods woord staan zij pal, En worden niet moe op hun post.

11Beschouw de regenboog en loof zijn Schepper, Want heerlijk is hij in zijn luister;

12Hij omvademt het hemelgewelf met zijn pracht, Het is Gods eigen hand, die hem spant.

13Zijn almacht slingert de bliksem, En schiet zijn straffende pijlen;

14Zijn bevel heeft de voorraadkamers geschapen, Waaruit de wolken vliegen als vogels.

15Door zijn grootheid maakt Hij de wolken hard, En brokkelen de hagelstenen zich er van af;

16De bergen sidderen door zijn kracht. De zuidenwind vliegt vol schrik voor Hem heen,

17De stem van zijn donder doet de aarde beven, Met de noordenwind, met storm en orkaan.

18Hij stuurt zijn sneeuw als een vogelzwerm, Als neerstrijkende sprinkhanen valt ze omlaag; Haar witte pracht verblindt het oog, En voor haar jachten beeft het hart.

19Ook strooit Hij de rijp uit, als was het zout, Zodat bloemen ontluiken als van saffier.

20Hij laat de koude noordenwind blazen, Die het ijs doet stollen door zijn vorst; Elk watervlak wordt er mee bedekt, De vijver bekleed als met een pantser.

21Door droogte verbrandt Hij het gras op de bergen, En de groene landouwen als een vlam;

22Maar het druppelen der wolken brengt voor alles genezing, De dauw weer verkwikking na de brand.

23Hij liet op zijn woord de zeespiegel dalen, En plaatste de eilanden in de oceaan.

24Die de zee bezeilen, kunnen haar gevaren vertellen; Onze oren tuiten, als wij het horen:

25Daar zijn gewrochten, de wonderbaarste onder zijn schepsels, Allerlei soort dieren en geweldige monsters;

26Door Hem worden ze uitgezonden als boden, Die zijn wil volbrengen naar zijn bestel.

27Wij willen er niets meer aan toevoegen; Want kort gezegd: Hij is alles!

28Prijzen wij Hem, wij doorgronden Hem niet; Want Hij gaat al zijn werken te boven.

29Ontzagwekkend is Jahweh boven alle begrip, En wonderbaar zijn zijn daden.

30Wilt gij Jahweh loven, verheft dan uw stem, Zoveel gij kunt, want het is nooit genoeg! Schept steeds nieuwe kracht om te prijzen, En wordt niet moede, want gij benadert Hem niet.

31Wie heeft Hem aanschouwd en kan Hem beschrijven; Wie zal Hem loven, zoals Hij is?

32Meer nog is er verborgen, dan wat ik noemde; Slechts weinig heb ik van zijn werken gezien.

33Jahweh heeft dit alles geschapen, En heeft aan de vromen wijsheid verleend.

34

35

36

37

Sirach 43

1Het zuivere firmament is een roem der hoogte; de gedaante des hemels is heerlijk om aan te zien.

2De zon wanneer men haar aanschouwt, verkondigt God in haar opgang; zij is een wonderlijk instrument, een werk des Allerhoogsten.

3Als zij op de middag is, verdroogt zij het land, en wie zal tegen haar hitte bestaan?

4Men blaast een oven aan tot werken der hitte, maar de zon verhit driemaal meer; die de bergen aansteekt, en vurige dampen uitblaast, en met het glinsteren van haar stralen de ogen verduistert.

5De Here is groot, die ze gemaakt heeft, en die haar loop door woorden heeft doen stilstaan.

6Ook heeft hij de maan gemaakt, dat zij staan zou in haar tijd, tot een aanwijzing der tijden, en tot een teken der eeuw.

7Van de maan heeft men een teken van het feest, zij is een licht dat geheel afneemt.

8De maand heeft haar naam naar haar; wassende is zij wonderbaar in haar verandering.

9Zij is een vat hetwelk legerplaats heeft in de hoogte, schijnende in het uitspansel des hemels.

10De schoonheid des hemels is dat heerlijk gesternte, een sieraad lichtende in de hoogste plaatsen des Heren.

11Door de woorden van de heilige worden zij gesteld tot een veroordeling, en worden niet verhinderd in haar wacht.

12Zie de regenboog, en loof hem die hem gemaakt heeft, die zeer schoon is in zijn schijnsel.

13Hij omvat de hemel met een heerlijke kring, de handen des Allerhoogsten spannen hem uit.

14Door zijn bevel doet hij de sneeuw ophouden, en verhaast de bliksem zijns oordeels.

15Daarom worden de schatten geopend, en de wolken vliegen uit, gelijk de vogelen.

16Door zijn grote heerlijkheid versterkt hij de wolken, en de hagelstenen worden verbroken.

17De stem van zijn donder brengt de aarde in barensnood, en door zijn aanschouwen worden de bergen bewogen.

18Door zijn wil blaast de zuidenwind, en de buiige noorden wind, en de wervelwind.

19Hij verspreidt de sneeuw gelijk vogelen, die nederwaarts vliegen, en ze daalt af gelijk de sprinkhanen, die zich neder zetten op enig land.

20Het oog is verwonderd over de schoonheid van haar witheid, en het hart wordt ontsteld over haar regen.

21En hij giet de rijm op de aarde gelijk zout, welke bevroren zijnde wordt gelijk de punten der palen.

22Wanneer de koude noordenwind blaast, en het water tot ijs bevriest, zo zet hij zich op alle vergadering van het water neder, en trekt het water gelijk als een pantser aan.

23Hij verteert de bergen en verbrandt de woestijn, en blust het groene gras uit, gelijk het vuur.

24Maar een haastige genezing van al deze dingen is de nevel, de dauw die door de hitte ontstaat, verblijdt ze.

25Door de raad des Heren staat de afgrond stil, en die heeft daarin eilanden geplant.

26Die de zee bevaren vertellen het gevaar daarvan, en wij zijn verwonderd als wij het met onze oren horen.

27Want daar zijn ongelofelijke en wonderlijke werken; verscheidenheid van alle gedierten en onderscheid der walvissen.

28Door hem is zijn bode voorspoedig, en door zijn woord bestaan al die dingen.

29Wij zouden wel veel dingen zeggen, maar wij zouden het niet kunnen bereiken, en opdat ik mijn woorden voleindige, hij is het Al.

30Willen wij hem verheerlijken, waar zullen wij het vermogen? Want hij is groot boven al zijn werken.

31Verschrikkelijk is de Here, en zeer groot, en zijn vermogen is wonderbaar.

32Verheerlijkt de Here en verhoogt hem zoveel gij kunt; evenwel zal hij het nog overtreffen. [43:33] Verhoogt hem en brengt hem veel sterkte toe; doch vermoeit u niet, want gij zult het niet bereiken. [43:34] Wie heeft hem gezien, en zal het vertellen? en wie zal hem groot maken gelijk hij is?

33[43:35] Daar zijn nog vele verborgen dingen meer dan deze; wij hebben van zijn werken weinig gezien. [43:36] Want de Here heeft alle dingen gemaakt, en heeft de god vrezende wijsheid gegeven.

Sirach 43

1De grootste luister is het firmament in zijn klaarheid, De gedaante des hemels verkondigt zijn glorie.

2De zon straalt haar gloed uit bij haar opgang; Hoe wonderbaar is het werk van Jahweh!

3's Middags doet zij de aardkorst branden; Wie is er dan tegen haar hitte bestand?

4Zoals de laaiende oven het erts doet gloeien, Zet de zon op haar tocht de bergen in brand; De stralen der zon verzengen het land, En door haar licht wordt het oog verblind.

5Hoe groot is Jahweh, die dat schiep, En door zijn woord zijn helden leidt!

6Ook de maan straalt haar licht op geregelde tijden, Als een blijvend teken geeft zij de tijdsduur aan;

7Zij bepaalt de feesten en vaste dagen, Als een lieflijk licht doorloopt zij haar baan.

8Iedere maand begint zij opnieuw; Hoe indrukwekkend haar wisseling! Een legerstandaard in de wolken daarboven; Zij overdekt het firmament met haar glans.

9De sterren zijn de pracht en de luister des hemels, Haar licht glanst in de hoogten Gods;

10Op Gods woord staan zij pal, En worden niet moe op hun post.

11Beschouw de regenboog en loof zijn Schepper, Want heerlijk is hij in zijn luister;

12Hij omvademt het hemelgewelf met zijn pracht, Het is Gods eigen hand, die hem spant.

13Zijn almacht slingert de bliksem, En schiet zijn straffende pijlen;

14Zijn bevel heeft de voorraadkamers geschapen, Waaruit de wolken vliegen als vogels.

15Door zijn grootheid maakt Hij de wolken hard, En brokkelen de hagelstenen zich er van af;

16De bergen sidderen door zijn kracht. De zuidenwind vliegt vol schrik voor Hem heen,

17De stem van zijn donder doet de aarde beven, Met de noordenwind, met storm en orkaan.

18Hij stuurt zijn sneeuw als een vogelzwerm, Als neerstrijkende sprinkhanen valt ze omlaag; Haar witte pracht verblindt het oog, En voor haar jachten beeft het hart.

19Ook strooit Hij de rijp uit, als was het zout, Zodat bloemen ontluiken als van saffier.

20Hij laat de koude noordenwind blazen, Die het ijs doet stollen door zijn vorst; Elk watervlak wordt er mee bedekt, De vijver bekleed als met een pantser.

21Door droogte verbrandt Hij het gras op de bergen, En de groene landouwen als een vlam;

22Maar het druppelen der wolken brengt voor alles genezing, De dauw weer verkwikking na de brand.

23Hij liet op zijn woord de zeespiegel dalen, En plaatste de eilanden in de oceaan.

24Die de zee bezeilen, kunnen haar gevaren vertellen; Onze oren tuiten, als wij het horen:

25Daar zijn gewrochten, de wonderbaarste onder zijn schepsels, Allerlei soort dieren en geweldige monsters;

26Door Hem worden ze uitgezonden als boden, Die zijn wil volbrengen naar zijn bestel.

27Wij willen er niets meer aan toevoegen; Want kort gezegd: Hij is alles!

28Prijzen wij Hem, wij doorgronden Hem niet; Want Hij gaat al zijn werken te boven.

29Ontzagwekkend is Jahweh boven alle begrip, En wonderbaar zijn zijn daden.

30Wilt gij Jahweh loven, verheft dan uw stem, Zoveel gij kunt, want het is nooit genoeg! Schept steeds nieuwe kracht om te prijzen, En wordt niet moede, want gij benadert Hem niet.

31Wie heeft Hem aanschouwd en kan Hem beschrijven; Wie zal Hem loven, zoals Hij is?

32Meer nog is er verborgen, dan wat ik noemde; Slechts weinig heb ik van zijn werken gezien.

33Jahweh heeft dit alles geschapen, En heeft aan de vromen wijsheid verleend.

34

35

36

37

Sirach 43:1
NlCanisius1939

De grootste luister is het firmament in zijn klaarheid, De gedaante des hemels verkondigt zijn glorie.

DutSVVA

Het zuivere firmament is een roem der hoogte; de gedaante des hemels is heerlijk om aan te zien.

2
NlCanisius1939

De zon straalt haar gloed uit bij haar opgang; Hoe wonderbaar is het werk van Jahweh!

DutSVVA

De zon wanneer men haar aanschouwt, verkondigt God in haar opgang; zij is een wonderlijk instrument, een werk des Allerhoogsten.

3
NlCanisius1939

's Middags doet zij de aardkorst branden; Wie is er dan tegen haar hitte bestand?

DutSVVA

Als zij op de middag is, verdroogt zij het land, en wie zal tegen haar hitte bestaan?

4
NlCanisius1939

Zoals de laaiende oven het erts doet gloeien, Zet de zon op haar tocht de bergen in brand; De stralen der zon verzengen het land, En door haar licht wordt het oog verblind.

DutSVVA

Men blaast een oven aan tot werken der hitte, maar de zon verhit driemaal meer; die de bergen aansteekt, en vurige dampen uitblaast, en met het glinsteren van haar stralen de ogen verduistert.

5
NlCanisius1939

Hoe groot is Jahweh, die dat schiep, En door zijn woord zijn helden leidt!

DutSVVA

De Here is groot, die ze gemaakt heeft, en die haar loop door woorden heeft doen stilstaan.

6
NlCanisius1939

Ook de maan straalt haar licht op geregelde tijden, Als een blijvend teken geeft zij de tijdsduur aan;

DutSVVA

Ook heeft hij de maan gemaakt, dat zij staan zou in haar tijd, tot een aanwijzing der tijden, en tot een teken der eeuw.

7
NlCanisius1939

Zij bepaalt de feesten en vaste dagen, Als een lieflijk licht doorloopt zij haar baan.

DutSVVA

Van de maan heeft men een teken van het feest, zij is een licht dat geheel afneemt.

8
NlCanisius1939

Iedere maand begint zij opnieuw; Hoe indrukwekkend haar wisseling! Een legerstandaard in de wolken daarboven; Zij overdekt het firmament met haar glans.

DutSVVA

De maand heeft haar naam naar haar; wassende is zij wonderbaar in haar verandering.

9
NlCanisius1939

De sterren zijn de pracht en de luister des hemels, Haar licht glanst in de hoogten Gods;

DutSVVA

Zij is een vat hetwelk legerplaats heeft in de hoogte, schijnende in het uitspansel des hemels.

10
NlCanisius1939

Op Gods woord staan zij pal, En worden niet moe op hun post.

DutSVVA

De schoonheid des hemels is dat heerlijk gesternte, een sieraad lichtende in de hoogste plaatsen des Heren.

11
NlCanisius1939

Beschouw de regenboog en loof zijn Schepper, Want heerlijk is hij in zijn luister;

DutSVVA

Door de woorden van de heilige worden zij gesteld tot een veroordeling, en worden niet verhinderd in haar wacht.

12
NlCanisius1939

Hij omvademt het hemelgewelf met zijn pracht, Het is Gods eigen hand, die hem spant.

DutSVVA

Zie de regenboog, en loof hem die hem gemaakt heeft, die zeer schoon is in zijn schijnsel.

13
NlCanisius1939

Zijn almacht slingert de bliksem, En schiet zijn straffende pijlen;

DutSVVA

Hij omvat de hemel met een heerlijke kring, de handen des Allerhoogsten spannen hem uit.

14
NlCanisius1939

Zijn bevel heeft de voorraadkamers geschapen, Waaruit de wolken vliegen als vogels.

DutSVVA

Door zijn bevel doet hij de sneeuw ophouden, en verhaast de bliksem zijns oordeels.

15
NlCanisius1939

Door zijn grootheid maakt Hij de wolken hard, En brokkelen de hagelstenen zich er van af;

DutSVVA

Daarom worden de schatten geopend, en de wolken vliegen uit, gelijk de vogelen.

16
NlCanisius1939

De bergen sidderen door zijn kracht. De zuidenwind vliegt vol schrik voor Hem heen,

DutSVVA

Door zijn grote heerlijkheid versterkt hij de wolken, en de hagelstenen worden verbroken.

17
NlCanisius1939

De stem van zijn donder doet de aarde beven, Met de noordenwind, met storm en orkaan.

DutSVVA

De stem van zijn donder brengt de aarde in barensnood, en door zijn aanschouwen worden de bergen bewogen.

18
NlCanisius1939

Hij stuurt zijn sneeuw als een vogelzwerm, Als neerstrijkende sprinkhanen valt ze omlaag; Haar witte pracht verblindt het oog, En voor haar jachten beeft het hart.

DutSVVA

Door zijn wil blaast de zuidenwind, en de buiige noorden wind, en de wervelwind.

19
NlCanisius1939

Ook strooit Hij de rijp uit, als was het zout, Zodat bloemen ontluiken als van saffier.

DutSVVA

Hij verspreidt de sneeuw gelijk vogelen, die nederwaarts vliegen, en ze daalt af gelijk de sprinkhanen, die zich neder zetten op enig land.

20
NlCanisius1939

Hij laat de koude noordenwind blazen, Die het ijs doet stollen door zijn vorst; Elk watervlak wordt er mee bedekt, De vijver bekleed als met een pantser.

DutSVVA

Het oog is verwonderd over de schoonheid van haar witheid, en het hart wordt ontsteld over haar regen.

21
NlCanisius1939

Door droogte verbrandt Hij het gras op de bergen, En de groene landouwen als een vlam;

DutSVVA

En hij giet de rijm op de aarde gelijk zout, welke bevroren zijnde wordt gelijk de punten der palen.

22
NlCanisius1939

Maar het druppelen der wolken brengt voor alles genezing, De dauw weer verkwikking na de brand.

DutSVVA

Wanneer de koude noordenwind blaast, en het water tot ijs bevriest, zo zet hij zich op alle vergadering van het water neder, en trekt het water gelijk als een pantser aan.

23
NlCanisius1939

Hij liet op zijn woord de zeespiegel dalen, En plaatste de eilanden in de oceaan.

DutSVVA

Hij verteert de bergen en verbrandt de woestijn, en blust het groene gras uit, gelijk het vuur.

24
NlCanisius1939

Die de zee bezeilen, kunnen haar gevaren vertellen; Onze oren tuiten, als wij het horen:

DutSVVA

Maar een haastige genezing van al deze dingen is de nevel, de dauw die door de hitte ontstaat, verblijdt ze.

25
NlCanisius1939

Daar zijn gewrochten, de wonderbaarste onder zijn schepsels, Allerlei soort dieren en geweldige monsters;

DutSVVA

Door de raad des Heren staat de afgrond stil, en die heeft daarin eilanden geplant.

26
NlCanisius1939

Door Hem worden ze uitgezonden als boden, Die zijn wil volbrengen naar zijn bestel.

DutSVVA

Die de zee bevaren vertellen het gevaar daarvan, en wij zijn verwonderd als wij het met onze oren horen.

27
NlCanisius1939

Wij willen er niets meer aan toevoegen; Want kort gezegd: Hij is alles!

DutSVVA

Want daar zijn ongelofelijke en wonderlijke werken; verscheidenheid van alle gedierten en onderscheid der walvissen.

28
NlCanisius1939

Prijzen wij Hem, wij doorgronden Hem niet; Want Hij gaat al zijn werken te boven.

DutSVVA

Door hem is zijn bode voorspoedig, en door zijn woord bestaan al die dingen.

29
NlCanisius1939

Ontzagwekkend is Jahweh boven alle begrip, En wonderbaar zijn zijn daden.

DutSVVA

Wij zouden wel veel dingen zeggen, maar wij zouden het niet kunnen bereiken, en opdat ik mijn woorden voleindige, hij is het Al.

30
NlCanisius1939

Wilt gij Jahweh loven, verheft dan uw stem, Zoveel gij kunt, want het is nooit genoeg! Schept steeds nieuwe kracht om te prijzen, En wordt niet moede, want gij benadert Hem niet.

DutSVVA

Willen wij hem verheerlijken, waar zullen wij het vermogen? Want hij is groot boven al zijn werken.

31
NlCanisius1939

Wie heeft Hem aanschouwd en kan Hem beschrijven; Wie zal Hem loven, zoals Hij is?

DutSVVA

Verschrikkelijk is de Here, en zeer groot, en zijn vermogen is wonderbaar.

32
NlCanisius1939

Meer nog is er verborgen, dan wat ik noemde; Slechts weinig heb ik van zijn werken gezien.

DutSVVA

Verheerlijkt de Here en verhoogt hem zoveel gij kunt; evenwel zal hij het nog overtreffen. [43:33] Verhoogt hem en brengt hem veel sterkte toe; doch vermoeit u niet, want gij zult het niet bereiken. [43:34] Wie heeft hem gezien, en zal het vertellen? en wie zal hem groot maken gelijk hij is?

33
NlCanisius1939

Jahweh heeft dit alles geschapen, En heeft aan de vromen wijsheid verleend.

DutSVVA

[43:35] Daar zijn nog vele verborgen dingen meer dan deze; wij hebben van zijn werken weinig gezien. [43:36] Want de Here heeft alle dingen gemaakt, en heeft de god vrezende wijsheid gegeven.

34
NlCanisius1939

DutSVVA

35
NlCanisius1939

DutSVVA

36
NlCanisius1939

DutSVVA

37
NlCanisius1939

DutSVVA

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 43

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 43 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Sirach 43:16

NlCanisius1939

"De bergen sidderen door zijn kracht. De zuidenwind vliegt vol schrik voor Hem heen,"

DutSVVA

"Door zijn grote heerlijkheid versterkt hij de wolken, en de hagelstenen worden verbroken."

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward