Sirach 4 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 4
1Mijn zoon, spot niet met het leven van den arme, En laat de ogen van den bedrukte niet versmachten.
2Stel een hongerig mens niet teleur, En verberg u niet voor een gebroken hart.
3Verbitter het gemoed van den arme niet, En wil hem uw gave niet weigeren.
4Veracht de bede van den arme niet,
5Geef hem geen aanleiding, om u te vloeken;
6Want als de bedroefde roept in zijn zielesmart, Dan hoort zijn Schepper naar zijn schreien.
7Maak u bemind bij de gemeente, En buig uw hoofd voor de groten der stad;
8Maar neig ook uw oor tot den arme, En beantwoord vriendelijk zijn groet.
9Help den bedrukte tegen zijn verdrukkers; Wees niet bang, om rechtvaardig vonnis te vellen.
10Wees voor de wezen als een vader, Voor de weduwen als een man; God noemt u dan zijn zoon En redt u in zijn liefde van het verderf.
11Tweede reeks. De wijsheid en de gevaren, die ons bedreigen. Inleiding. De zegeningen der wijsheid. De wijsheid onderricht haar kinderen, En waarschuwt allen, die haar zoeken.
12Wie haar beminnen, beminnen het leven, En die haar zoeken, vinden welbehagen bij God.
13Wie haar vasthouden, vinden glorie bij Jahweh, En wonen in de zegen van God;
14Wie haar dienen, dienen den Heilige, Wie haar beminnen, worden door God bemind.
15Wie naar mij luistert, oordeelt rechtvaardig, Wie naar mij hoort, zal wonen in mijn huis;
16Wie mij vertrouwt, zal mij beërven, En zijn geslacht zal mij blijven bezitten.
17Want omzichtig ga ik met hem om, En stel hem in het begin op de proef; Vrees en angst slinger ik op hem neer, En toets hem eerst door beproeving. Maar als zijn hart van mij is vervuld,
18Maak ik hem gelukkig, en ontsluier hem mijn geheimen.
19Doch valt hij van mij af, dan verwerp ik hem, En lever hem over aan verdelgers.
20Mijn zoon, benut de tijd en vrees het kwaad; Dan behoeft ge u niet over uzelf te schamen.
21Want er is een schaamte, die tot zonde voert, Maar ook een schaamte, die eer brengt en genade.
22Wees niet toegevend voor uzelf; Dan komt ge niet ten val tot eigen verderf.
23Houd op zijn tijd het woord niet achter, En uw wijsheid niet verborgen;
24Want in het spreken leert men de wijsheid kennen, Het inzicht in het antwoord van de tong.
25Strijd niet tegen de waarheid, Erken met schaamte uw ongelijk.
26Schaam u niet, terug te keren van het kwaad, En roei niet op tegen de stroom.
27Onderwerp u niet aan een dwaas, Maar verzet u niet tegen de overheid.
28Strijd voor de deugd tot aan de dood, En Jahweh zal strijden voor u.
29Wees geen zwetser met de tong, En slap en traag in uw daden;
30Wees thuis niet als een leeuw, En schuw en bang voor uw knechten.
31Uw hand zij niet open om te krijgen, En gesloten, als ze moet geven.
32
33
34
35
36
Sirach 4
1Mijn kind, laat het leven des armen geen gebrek lijden, en stel de behoeftige ogen niet uit.
2Bedroef de hongerige ziel niet, en stel niemand uit zijn behoefte.
3Ontroer een verstoord hart niet verder, en onthoud de gave des behoeftigen niet.
4Weiger de verdrukte niet die u smeekt, en keer uw aangezicht niet af van de arme.
5Van de behoeftige keer uw ogen niet af, en geef niemand oorzaak u te vervloeken.
6Want als iemand u vervloekt in bitterheid zijner ziel, zijn gebed zal hij horen, die hem gemaakt heeft,
7Maak u zelf lieftallig in de vergadering, en verneder uw hoofd voor een machtige.
8Neig uw oor tot de arme, zonder droefheid; en antwoord hem vreedzaam met zachtmoedigheid.
9Verlos degene die onrecht lijdt uit de hand van hem die onrecht doet, en zijt niet kleinmoedig als gij oordeelt.
10Wees de wezen als een vader, en hun moeder in plaats van een man.
11En gij zult zijn gelijk een zoon des Allerhoogsten, en hij zal u meer beminnen dan uw moeder doet.
12De wijsheid verhoogt haar eigen kinderen, en neemt degenen aan die haar zoeken.
13Wie haar liefheeft, die heeft het leven lief, en die zich vroeg opmaken tot haar, zullen met verheuging vervuld worden.
14Die haar vasthoudt zal eer beërven, en waar zij ingaat, die zal de Here zegenen.
15Die haar dienen, die zullen de heilige dienen, en die haar liefhebben, heeft de Here lief.
16Die haar gehoorzaam is, zal de volken richten; en die op haar acht neemt, zal zeker wonen.
17Indien hij haar vertrouwt, zo zal hij haar beërven, en zijn nakomelingen zullen in bezitting blijven.
18Want verkeerd zal zij in het eerst met hem omgaan.
19Vrees en bloôheid zal zij over hem brengen, en zal hem pijnigen met haar tuchtiging, totdat zij in zijn ziel vertrouwen zal hebben, en hem verzocht hebben door haar rechten;
20En zij zal wederom tot hem keren door een rechte weg en hem verheugen;
21En zal hem haar verborgen dingen openbaren.
22Indien hij zou afdwalen, zo zal zij hem verlaten, en hem overlaten in de handen van zijn ongeval.
23Neem de gelegenheid des tijds waar, en wacht u van het boze.
24En word niet beschaamd voor uw ziel.
25Want daar is een beschaamdheid, die zonde aanbrengt, en daar is een beschaamdheid, die eer en gunst brengt.
26Neem de persoon niet aan tegen uw ziel, en word niet schaamrood in uw ongeval.
27[4:27] Weer het woord niet in de geschikte tijd der behouding; [4:28] En verberg uw wijsheid niet om aangenaam te zijn. [4:29] Want de wijsheid zal in het woord bekend worden, en de onderwijzing in de woorden der tong.
28[4:30] Spreek de waarheid niet tegen in enig stuk, en word schaamrood over de leugen van uw ongeschiktheid.
29[4:31] Schaam u niet uw zonden te belijden, en bedwing de vloed des strooms niet. [4:32] Onderwerp uzelf aan geen dwaas mens, en neem de persoon des machtigen niet aan.
30[4:33] Kamp voor de waarheid tot in de dood, en God de Here zal voor u strijden. [4:34] Zijt niet stout met uw tong, en lui en slap in uw werken.
31[4:35] Zijt niet als een leeuw in uw huis, en onder uw huisknechten als een die met verbeelding gekweld is. [4:36] Laat uw hand niet uitgestrekt zijn om te nemen, en tezamen getrokken in het geven.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 4
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 4 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 4:16
"Wie mij vertrouwt, zal mij beërven, En zijn geslacht zal mij blijven bezitten."
"Die haar gehoorzaam is, zal de volken richten; en die op haar acht neemt, zal zeker wonen."





