Sirach 36 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 36
1Red ons, God van het heelal, En boezem alle naties schrik voor U in;
2Hef uw hand op tegen het vreemde volk, Opdat zij uw machtige daden aanschouwen.
3Zoals Gij hùn uw heiligheid getoond hebt in òns, Laat òns zo uw heerlijkheid zien in hén:
4Opdat zij erkennen, zoals wij het weten, Dat er geen God is buiten U!
5Vernieuw de tekenen, herhaal uw wonderen, Verheerlijk uw hand, maak sterk uw arm;
6Wek uw gramschap op, stort uw toorn uit, Buig den vijand, stoot den tegenstander terug.
7Verhaast het einde, de tijd van uw komst; Want wie zal U zeggen: Wat doet Gij?
8
9Verpletter het hoofd van de vorsten van Moab, Dat zeggen durft: Niemand hoger dan ik!
10Roep alle stammen van Jakob terug, Opdat ze hun erfdeel bezitten als vroeger;
11Erbarm U over het volk, dat naar U wordt genoemd: Over Israël, dat Gij als eerstgeborene hebt verkoren.
12Ontferm U over uw heilige stad, Jerusalem, de plaats van uw woning;
13Vervul de Sion met uw majesteit, En uw tempel met uw glorie!
14Leg getuigenis af voor den eersteling uwer schepping, Vervul de profetie, in uw Naam gesproken;
15Geef het loon aan hen, die op U vertrouwen, En laat uw profeten waarachtig worden bevonden.
16Luister naar het gebed van uw dienaren, Naar Aärons zegen over uw volk;
17Dan zullen al de grenzen der aarde weten, Dat Gij God zijt voor eeuwig!
18De keel neemt iedere spijze aan, Maar de ene spijs is beter dan de andere;
19Het gehemelte proeft het lekkere wild, Een verstandig hart de verleidelijke leugen.
20Een arglistig hart brengt droefheid, Maar een verstandig man weet er zich tegen te weren.
21Een vrouw neemt iederen man; Maar de ene vrouw is beter dan de andere.
22De schoonheid van een vrouw brengt vreugde op het gelaat, En gaat alle weelde der ogen te boven;
23Heeft ze daarbij een zachte tong, Dan is haar man de gelukkigste mens.
24Wie een vrouw neemt, wint een kostbaar goed, Een hulp hem gelijk, een zuil om te steunen.
25Zonder omheining wordt de wijngaard verwoest; Zonder vrouw dwaalt men doelloos rond.
26Wie zal er vertrouwen op een legerbende, Die rondtrekt van stad tot stad?
27Zo is de man, die geen tehuis heeft; Hij legt zich neer, waar de nacht hem verrast.
28
Sirach 36
1Ontferm u over ons Here, gij God aller dingen, en zie ons aan.
2En zend uw vrees over al de volken die u niet zoeken.
3Verhef uw hand over de vreemde volken, laat hun uw vermogen zien.
4Gelijk gij voor hun ogen geheiligd zijt geweest in ons, dat gij ook voor ons groot gemaakt moogt worden in hen.
5Dat zij u mogen kennen gelijkerwijs ook wij u kennen, want daar is geen God behalve gij, o Here.
6Vernieuw uw tekenen, en verander uw wonderen.
7Verheerlijk uw hand en rechterarm, opdat zij uw wonderen mogen vertellen.
8Verwek uw gramschap, en giet uw toorn uit.
9Neem de tegenpartijder weg, en verbrijzel de vijand.
10Maak dat de tijd haast kome, en gedenk aan de toorn, en laat uw wonderen verteld worden.
11Die behouden is geweest, wordt door een vurige toorn verslonden, en die uw volk kwellen, laat die het verderf vinden.
12Verbrijzel de hoofden van de oversten der volken, die zeggen: Daar is niemand behalve wij.
13Vergader alle stammen Jakobs, en stel hen in hun erfdeel, gelijk van het begin.
14Ontferm u over uw volk, Here, dat naar uw naam genoemd is; en over Israël, dat gij uw eerstgeborene genoemd hebt.
15Bewijs barmhartigheid aan uw heilige stad Jeruzalem, welke de plaats uwer rust is.
16Vervul Sion om uw woorden te verheffen, en uw volk met uw heerlijkheid.
17Geef getuigenis degenen die van den beginne af uw bezittingen zijn, en verwek profeten in uw naam.
18Geef loon degenen die u verwachten, en maak dat uw profeten geloofd worden.
19Verhoor, Here, de smekingen uwer knechten, naar de zegen van Aäron over uw volk, en allen die op aarde wonen zullen bekennen dat gij een Here der eeuwen zijt.
20De buik eet alle spijs, toch is de ene spijs beter dan de andere.
21De keel smaakt de spijs van het wildbraad, zo onderkent een verstandig hart leugenachtige redenen.
22Een verdraaid hart zal droefheid geven, maar een mens, die veel ervaren heeft, zal hem vergelden.
23Een vrouw neemt iedere man aan, maar de ene dochter is schoner dan de andere.
24De schoonheid der vrouw verblijdt het aangezicht, en gaat alle lust des mensen te boven.
25Is dan op haar tong barmhartigheid, en zachtmoedig heid, en genezing, zo is haar man niet gelijk andere mensenkinderen.
26Die een goede vrouw krijgt, die begint goederen te bezitten, aangezien hij een hulp heeft, die hem gelijk is, en een pilaar waar hij op rusten mag.
27Waar geen heining is, daar wordt hetgeen men bezit verscheurd, en waar geen vrouw is, daar zal de man zuchten en dwalen.
28Want wie zal een toegeruste moordenaar betrouwen, die uit de ene stad in de andere sluipt; zo betrouwt men een mens niet, die geen nest heeft, en neemt herberg waar hij ook des avonds is.
29
30
31
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 36
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 36 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 36:16
"Luister naar het gebed van uw dienaren, Naar Aärons zegen over uw volk;"
"Vervul Sion om uw woorden te verheffen, en uw volk met uw heerlijkheid."





