Sirach 35 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 35
1Wie de Wet onderhoudt, brengt vele offers; Wie de geboden vervult, een vrede-offer.
2Wie de liefde beoefent, draagt een spijsoffer op; Wie een aalmoes geeft, een offer van dank.
3Een Gode behaaglijk offer is het, de zonde te mijden, En een zoenoffer, zich te onthouden van kwaad.
4Verschijn dus niet met lege handen voor Jahweh; Want dit alles moet geschieden, zoals het is voorgeschreven.
5Het offer van den brave is als vet op het altaar, Als een lieflijke geur voor den Allerhoogste;
6Het offer van een rechtvaardige is welbehaaglijk, En zal voortdurend in herinnering blijven.
7Breng met gulheid Jahweh uw lof, En verminder de eerstelingen uwer handen niet;
8Zet een vrolijk gezicht bij iedere gave, En offer blijmoedig uw tienden.
9Geef aan God, naar gelang Hij u schonk, Met vreugde en naar uw vermogen;
10Want Hij is een God van vergelding, Die u zevenvoudig teruggeeft.
11Tracht niet, Hem om te kopen, want Hij neemt het niet aan, En vertrouw niet op een offer van onrecht;
12Want Hij is een rechtvaardig God, Hij kent geen aanzien des persoons.
13Hij is niet partijdig tegen den arme; Neen, Hij luistert naar het geween der verdrukten.
14Hij wijst het zuchten der wezen niet af, Noch dat van de weduwe, als zij blijft klagen.
15Lopen de tranen haar niet langs de wangen, En getuigt niet haar zuchten tegen wie ze deed stromen?
16Haar klagen zal genade vinden, En haar smeken dringt door de wolken heen.
17Het schreien van den verdrukte dringt door de wolken, En rust niet, voordat het God heeft bereikt;
18Het wijkt niet, totdat de Allerhoogste er op neerziet, En de rechtvaardige Rechter recht heeft verschaft.
19Neen, God zal niet dralen; Als een krijgsheld deinst Hij niet terug,
20Tot Hij den verdrukker de lenden heeft verbrijzeld, En op de volkeren zijn wraak heeft gekoeld;
21Tot Hij de staf der trotsen heeft veroverd, En de schepter der bozen gebroken;
22Tot Hij den mens zijn werk heeft vergolden: Het eigenmachtige doen van de mensen;
23Tot Hij de zaak van zijn volk heeft beslecht, En het heeft verblijd met zijn heil!
24Lieflijk is zijn ontferming ten tijde van druk, Als een onweersbui ten tijde van droogte.
25
26
Sirach 35
1Wie de wet bewaart, die doet offeranden genoeg; wie op de geboden acht heeft, die offert een slachtoffer des heils.
2Wie een weldaad vergeldt, is gelijk die meelbloem offert, en wie een aalmoes doet, die offert een dankoffer.
3Het is des Heren welbehagen dat men afsta van boosheid, en afstaan van ongerechtigheid is verzoening.
4Verschijn niet ledig voor het aangezicht des Heren.
5Want al deze dingen moet men doen vanwege het gebod.
6De offerande van de rechtvaardige maakt het altaar vet, en de goede reuk daarvan komt voor de Allerhoogste.
7Het slachtoffer eens rechtvaardigen mans is aangenaam, en de gedachtenis daarvan zal niet vergeten worden.
8Verheerlijk de Here met een goed oog, en verminder de eerstelingen uwer handen niet.
9Heb een vrolijk aangezicht in al uw gaven, en heilig uw tiende met verheuging.
10Geef de Allerhoogste naar hetgeen hij u gegeven heeft, en met een goed oog hetgeen uw hand gevonden heeft.
11Want de Here is een vergelden, en hij zal het zevenvoudig vergelden.
12Besnoei uw gave niet, want hij zou ze niet aannemen, en bemoei u met geen onrechtvaardig slachtoffer.
13Want de Here is een rechter, en bij hem is geen achting des aangezichts.
14De Here zal het aangezicht desgenen die zich tegen de arme stelt niet aannemen, maar de smeking desgenen die onrecht lijdt zal hij verhoren.
15Hij zal het smeken der wezen niet verachten, noch de weduwe indien zij haar klaag rede tot hem uitstort.
16Vlieten niet de tranen der weduwe af op de wang? en haar geschrei tegen hem, die ze heeft doen nederkomen?
17Die God dient met welbehagen zal aangenomen worden, en zijn gebed zal tot aan de wolken raken.
18Het gebed des nederigen gaat door de wolken, en hij wordt niet getroost, totdat hij nabij gekomen is, en laat niet af totdat de Allerhoogste het zal ingezien hebben, welke de rechtvaardige zal oordelen en recht doen.
19Ook zal de Here niet vertragen, en de machtige zal niet lankmoedig zijn over hen, totdat hij de lendenen der onbarmhartigen verbroken zal hebben.
20Ja, hij zal de volken wraak vergelden, totdat hij de menigte der smaders zal weggenomen, en de scepters der onrecht vaardigen verbroken zal hebben.
21Totdat hij de mens vergelde naar zijn handelingen, en de werken der mensen naar hun gedachten.
22Totdat hij zal hebben geoordeeld het recht van zijn volk, en hen doen verheugen in zijn barmhartigheid.
23Hoe tijdig is de barmhartigheid in de tijd der verdrukking; zij is gelijk de wolken in de tijd der droogte.
24
25
26
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 35
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 35 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 35:16
"Haar klagen zal genade vinden, En haar smeken dringt door de wolken heen."
"Vlieten niet de tranen der weduwe af op de wang? en haar geschrei tegen hem, die ze heeft doen nederkomen?"





