Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Sirach 34 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Sirach 34

1Ijdele en bedriegelijke hoop is goed voor een zot, En droomgezichten brengen de dwazen van streek;

2Zoals iemand naar een schaduw grijpt of de wind najaagt, Zo is hij, die op dromen vertrouwt.

3Een droomgezicht: dat is het een in plaats van het ander; In plaats van een gelaat de schim van een gelaat.

4Wat reins kan er komen van iets dat onrein is; En welke waarheid van de leugen?

5Waarzeggerij, wichelarij en dromen zijn ijdel; Want het hart beeldt zich in, wat het hoopt.

6Komen ze niet van den Allerhoogste als een openbaring, Schenk er dan geen aandacht aan.

7Want de droom heeft reeds velen bedrogen, En die er op hoopten, teleurgesteld;

8Maar de Wet gaat zonder bedrog in vervulling, De wijsheid in de mond van wetsgetrouwen komt uit.

9Een man van ervaring weet veel; Want wie veel heeft beleefd, kan verstandig spreken.

10Wie niets ondervond, weet weinig; Maar wie veel heeft gereisd, deed veel kennis op.

11Veel heb ik gezien op mijn tochten, En mij overkwam veel meer dan ik zeg:

12Zelfs was ik vaak in doodsgevaren, Maar door Gods hulp werd ik eruit gered.

13De geest van die Jahweh vrezen, zal leven, Want hun hoop is op hun Redder gesteld.

14Wie Jahweh vreest, is niet beangst En niet versaagd, want Hij zelf is zijn hoop.

15Wie Jahweh vreest, gelukkig zijn ziel! Wie is het, op wien hij vertrouwt, en Wie is zijn steun?

16De ogen van Jahweh rusten op wie Hem beminnen; Hij is een machtig schild en een sterke steun, Een beschutting tegen de hitte, een schaduw voor de middagzon, Een stut bij struikelen en een hulp bij vallen;

17Hij verkwikt de ziel, en verlicht de ogen, Hij schenkt genezing, leven en zegen.

18Een offer uit onrechtvaardig goed is een bezoedeld offer; Zo'n bespotting van de zondaren vindt geen behagen.

19De offers der zondaars zijn niet welgevallig aan God, En om de veelheid der offers vergeeft Hij geen zonden.

20Al wie een zoon vermoordt voor het oog van zijn vader, Is hij, die offers brengt uit het bezit van de armen.

21Het brood der behoeftigen is het leven der armen, En wie er van rooft, is een man des bloeds;

22Wie den naaste zijn levensonderhoud ontrooft, is een moordenaar, En wie het loon onthoudt aan zijn knecht, vergiet bloed.

23De een bouwt op, de ander breekt af; Wat hebben zij er meer van dan last?

24De een bidt en de ander vloekt; Naar wiens stem zal Jahweh nu horen?

25Zo iemand na zijn reiniging weer een lijk aanraakt, Wat baat hem dan zijn reiniging?

26Zo is het met hem, die vast om zijn zonden, En daarna weer hetzelfde gaat doen. Wie zal er luisteren naar zijn gebed; Wat baat hem dan zijn kastijding?

27

28

29

30

31

Sirach 34

1De hoop van een onverstandige man is ijdel en leugenachtig, en dromen maken vleugelen voor de onwijze.

2Gelijk een die naar de schaduw grijpt, en de winden najaagt, zo is hij die de dromen gadeslaat.

3Wat men in de dromen ziet, is dit na dat, evenals de gelijkheid van het aangezicht tegen het aangezicht over.

4Van het onreine, wat zal daarvan gereinigd worden? en van de leugenaar, welke waarheid zal daarvan komen?

5Waarzeggerij en vogelgeschrei, en dromen zijn ijdele dingen, waarvan uw hart inbeeldingen krijgt, gelijk het hart ener vrouw die in barensnood is.

6Indien ze door de Allerhoogste u niet zijn toegezonden, om u te bezoeken, zo geef uw hart daartoe niet.

7Want de dromen hebben velen verleid, en die daarop hoop ten, zijn gevallen.

8Zonder leugen wordt de wet volbracht, en wijsheid is eens getrouwen monds volkomenheid.

9Een man, die gedwaald heeft, weet vele dingen, en die veel ervaren heeft, zal verstandige dingen verhalen.

10Die niet ervaren is, weet weinig, maar die gedwaald heeft, is meerder in schranderheid.

11Ik heb veel dingen gezien in mijn afdwaling, en het is mijn verstand, dat mijn rede gedaante geeft.

12Menigmaal ben ik in gevaar geweest tot de dood toe, en om deze dingen behouden.

13De geest dergenen, die de Here vrezen, zal leven.

14Want hun hoop is op hem, die hen behouden heeft.

15Wie de Here vreest, die zal geen ding vrezen, en zal niet vervaard wezen, want hij is zijn hoop.

16Zalig is de ziel desgenen, die de Here vreest, aan wie houdt hij, en wie is zijn steunsel?

17De ogen des Heren zien op degenen die hem liefhebben; hij is hun een krachtig schild en sterk steunsel; een bescherming tegen de hitte, en een bescherming tegen de middag; een bewaring voor de aanstoot, en een hulp tegen de val.

18Hij verhoogt de ziel, en verlicht de ogen, hij geeft genezing, leven en zegen.

19Die van onrechtvaardig goed offert, diens offerande is bespottelijk, en de gaven der goddelozen behagen God niet.

20De Allerhoogste heeft geen welbehagen aan de offeran den der goddelozen, en wordt over de zonde door menigte der slachtoffers niet verzoend.

21Hij slacht de zoon in tegenwoordigheid van zijn vader, die een slachtoffer toebrengt van het geld der armen.

22Het brood der behoeftigen is het leven der armen, wie hen daarvan berooft, is een doodslager.

23Hij doodt zijn naaste, die hem zijn leeftocht afneemt.

24En hij vergiet bloed, die het loon van de dagloner rooft.

25Als de een bouwt en de andere afbreekt, wat winnen zij meer dan moeite?

26Als de een bidt en de andere vloekt, wiens stem zal de Here verhoren?

27Als iemand is gewassen nadat hij een dode heeft aangeraakt, en die weder aanraakt, welke nuttigheid heeft hij van zijn wassing?

28Zo is het met een mens die vast vanwege zijn zonden, en weder heengaat en hetzelfde doet; wie zal zijn gebed verhoren? en wat is hij daarmee gevorderd dat hij zichzelf vernederd heeft?

29

30

31

Sirach 34

1Ijdele en bedriegelijke hoop is goed voor een zot, En droomgezichten brengen de dwazen van streek;

2Zoals iemand naar een schaduw grijpt of de wind najaagt, Zo is hij, die op dromen vertrouwt.

3Een droomgezicht: dat is het een in plaats van het ander; In plaats van een gelaat de schim van een gelaat.

4Wat reins kan er komen van iets dat onrein is; En welke waarheid van de leugen?

5Waarzeggerij, wichelarij en dromen zijn ijdel; Want het hart beeldt zich in, wat het hoopt.

6Komen ze niet van den Allerhoogste als een openbaring, Schenk er dan geen aandacht aan.

7Want de droom heeft reeds velen bedrogen, En die er op hoopten, teleurgesteld;

8Maar de Wet gaat zonder bedrog in vervulling, De wijsheid in de mond van wetsgetrouwen komt uit.

9Een man van ervaring weet veel; Want wie veel heeft beleefd, kan verstandig spreken.

10Wie niets ondervond, weet weinig; Maar wie veel heeft gereisd, deed veel kennis op.

11Veel heb ik gezien op mijn tochten, En mij overkwam veel meer dan ik zeg:

12Zelfs was ik vaak in doodsgevaren, Maar door Gods hulp werd ik eruit gered.

13De geest van die Jahweh vrezen, zal leven, Want hun hoop is op hun Redder gesteld.

14Wie Jahweh vreest, is niet beangst En niet versaagd, want Hij zelf is zijn hoop.

15Wie Jahweh vreest, gelukkig zijn ziel! Wie is het, op wien hij vertrouwt, en Wie is zijn steun?

16De ogen van Jahweh rusten op wie Hem beminnen; Hij is een machtig schild en een sterke steun, Een beschutting tegen de hitte, een schaduw voor de middagzon, Een stut bij struikelen en een hulp bij vallen;

17Hij verkwikt de ziel, en verlicht de ogen, Hij schenkt genezing, leven en zegen.

18Een offer uit onrechtvaardig goed is een bezoedeld offer; Zo'n bespotting van de zondaren vindt geen behagen.

19De offers der zondaars zijn niet welgevallig aan God, En om de veelheid der offers vergeeft Hij geen zonden.

20Al wie een zoon vermoordt voor het oog van zijn vader, Is hij, die offers brengt uit het bezit van de armen.

21Het brood der behoeftigen is het leven der armen, En wie er van rooft, is een man des bloeds;

22Wie den naaste zijn levensonderhoud ontrooft, is een moordenaar, En wie het loon onthoudt aan zijn knecht, vergiet bloed.

23De een bouwt op, de ander breekt af; Wat hebben zij er meer van dan last?

24De een bidt en de ander vloekt; Naar wiens stem zal Jahweh nu horen?

25Zo iemand na zijn reiniging weer een lijk aanraakt, Wat baat hem dan zijn reiniging?

26Zo is het met hem, die vast om zijn zonden, En daarna weer hetzelfde gaat doen. Wie zal er luisteren naar zijn gebed; Wat baat hem dan zijn kastijding?

27

28

29

30

31

Sirach 34:1
NlCanisius1939

Ijdele en bedriegelijke hoop is goed voor een zot, En droomgezichten brengen de dwazen van streek;

DutSVVA

De hoop van een onverstandige man is ijdel en leugenachtig, en dromen maken vleugelen voor de onwijze.

2
NlCanisius1939

Zoals iemand naar een schaduw grijpt of de wind najaagt, Zo is hij, die op dromen vertrouwt.

DutSVVA

Gelijk een die naar de schaduw grijpt, en de winden najaagt, zo is hij die de dromen gadeslaat.

3
NlCanisius1939

Een droomgezicht: dat is het een in plaats van het ander; In plaats van een gelaat de schim van een gelaat.

DutSVVA

Wat men in de dromen ziet, is dit na dat, evenals de gelijkheid van het aangezicht tegen het aangezicht over.

4
NlCanisius1939

Wat reins kan er komen van iets dat onrein is; En welke waarheid van de leugen?

DutSVVA

Van het onreine, wat zal daarvan gereinigd worden? en van de leugenaar, welke waarheid zal daarvan komen?

5
NlCanisius1939

Waarzeggerij, wichelarij en dromen zijn ijdel; Want het hart beeldt zich in, wat het hoopt.

DutSVVA

Waarzeggerij en vogelgeschrei, en dromen zijn ijdele dingen, waarvan uw hart inbeeldingen krijgt, gelijk het hart ener vrouw die in barensnood is.

6
NlCanisius1939

Komen ze niet van den Allerhoogste als een openbaring, Schenk er dan geen aandacht aan.

DutSVVA

Indien ze door de Allerhoogste u niet zijn toegezonden, om u te bezoeken, zo geef uw hart daartoe niet.

7
NlCanisius1939

Want de droom heeft reeds velen bedrogen, En die er op hoopten, teleurgesteld;

DutSVVA

Want de dromen hebben velen verleid, en die daarop hoop ten, zijn gevallen.

8
NlCanisius1939

Maar de Wet gaat zonder bedrog in vervulling, De wijsheid in de mond van wetsgetrouwen komt uit.

DutSVVA

Zonder leugen wordt de wet volbracht, en wijsheid is eens getrouwen monds volkomenheid.

9
NlCanisius1939

Een man van ervaring weet veel; Want wie veel heeft beleefd, kan verstandig spreken.

DutSVVA

Een man, die gedwaald heeft, weet vele dingen, en die veel ervaren heeft, zal verstandige dingen verhalen.

10
NlCanisius1939

Wie niets ondervond, weet weinig; Maar wie veel heeft gereisd, deed veel kennis op.

DutSVVA

Die niet ervaren is, weet weinig, maar die gedwaald heeft, is meerder in schranderheid.

11
NlCanisius1939

Veel heb ik gezien op mijn tochten, En mij overkwam veel meer dan ik zeg:

DutSVVA

Ik heb veel dingen gezien in mijn afdwaling, en het is mijn verstand, dat mijn rede gedaante geeft.

12
NlCanisius1939

Zelfs was ik vaak in doodsgevaren, Maar door Gods hulp werd ik eruit gered.

DutSVVA

Menigmaal ben ik in gevaar geweest tot de dood toe, en om deze dingen behouden.

13
NlCanisius1939

De geest van die Jahweh vrezen, zal leven, Want hun hoop is op hun Redder gesteld.

DutSVVA

De geest dergenen, die de Here vrezen, zal leven.

14
NlCanisius1939

Wie Jahweh vreest, is niet beangst En niet versaagd, want Hij zelf is zijn hoop.

DutSVVA

Want hun hoop is op hem, die hen behouden heeft.

15
NlCanisius1939

Wie Jahweh vreest, gelukkig zijn ziel! Wie is het, op wien hij vertrouwt, en Wie is zijn steun?

DutSVVA

Wie de Here vreest, die zal geen ding vrezen, en zal niet vervaard wezen, want hij is zijn hoop.

16
NlCanisius1939

De ogen van Jahweh rusten op wie Hem beminnen; Hij is een machtig schild en een sterke steun, Een beschutting tegen de hitte, een schaduw voor de middagzon, Een stut bij struikelen en een hulp bij vallen;

DutSVVA

Zalig is de ziel desgenen, die de Here vreest, aan wie houdt hij, en wie is zijn steunsel?

17
NlCanisius1939

Hij verkwikt de ziel, en verlicht de ogen, Hij schenkt genezing, leven en zegen.

DutSVVA

De ogen des Heren zien op degenen die hem liefhebben; hij is hun een krachtig schild en sterk steunsel; een bescherming tegen de hitte, en een bescherming tegen de middag; een bewaring voor de aanstoot, en een hulp tegen de val.

18
NlCanisius1939

Een offer uit onrechtvaardig goed is een bezoedeld offer; Zo'n bespotting van de zondaren vindt geen behagen.

DutSVVA

Hij verhoogt de ziel, en verlicht de ogen, hij geeft genezing, leven en zegen.

19
NlCanisius1939

De offers der zondaars zijn niet welgevallig aan God, En om de veelheid der offers vergeeft Hij geen zonden.

DutSVVA

Die van onrechtvaardig goed offert, diens offerande is bespottelijk, en de gaven der goddelozen behagen God niet.

20
NlCanisius1939

Al wie een zoon vermoordt voor het oog van zijn vader, Is hij, die offers brengt uit het bezit van de armen.

DutSVVA

De Allerhoogste heeft geen welbehagen aan de offeran den der goddelozen, en wordt over de zonde door menigte der slachtoffers niet verzoend.

21
NlCanisius1939

Het brood der behoeftigen is het leven der armen, En wie er van rooft, is een man des bloeds;

DutSVVA

Hij slacht de zoon in tegenwoordigheid van zijn vader, die een slachtoffer toebrengt van het geld der armen.

22
NlCanisius1939

Wie den naaste zijn levensonderhoud ontrooft, is een moordenaar, En wie het loon onthoudt aan zijn knecht, vergiet bloed.

DutSVVA

Het brood der behoeftigen is het leven der armen, wie hen daarvan berooft, is een doodslager.

23
NlCanisius1939

De een bouwt op, de ander breekt af; Wat hebben zij er meer van dan last?

DutSVVA

Hij doodt zijn naaste, die hem zijn leeftocht afneemt.

24
NlCanisius1939

De een bidt en de ander vloekt; Naar wiens stem zal Jahweh nu horen?

DutSVVA

En hij vergiet bloed, die het loon van de dagloner rooft.

25
NlCanisius1939

Zo iemand na zijn reiniging weer een lijk aanraakt, Wat baat hem dan zijn reiniging?

DutSVVA

Als de een bouwt en de andere afbreekt, wat winnen zij meer dan moeite?

26
NlCanisius1939

Zo is het met hem, die vast om zijn zonden, En daarna weer hetzelfde gaat doen. Wie zal er luisteren naar zijn gebed; Wat baat hem dan zijn kastijding?

DutSVVA

Als de een bidt en de andere vloekt, wiens stem zal de Here verhoren?

27
NlCanisius1939

DutSVVA

Als iemand is gewassen nadat hij een dode heeft aangeraakt, en die weder aanraakt, welke nuttigheid heeft hij van zijn wassing?

28
NlCanisius1939

DutSVVA

Zo is het met een mens die vast vanwege zijn zonden, en weder heengaat en hetzelfde doet; wie zal zijn gebed verhoren? en wat is hij daarmee gevorderd dat hij zichzelf vernederd heeft?

29
NlCanisius1939

DutSVVA

30
NlCanisius1939

DutSVVA

31
NlCanisius1939

DutSVVA

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 34

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 34 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Sirach 34:16

NlCanisius1939

"De ogen van Jahweh rusten op wie Hem beminnen; Hij is een machtig schild en een sterke steun, Een beschutting tegen de hitte, een schaduw voor de middagzon, Een stut bij struikelen en een hulp bij vallen;"

DutSVVA

"Zalig is de ziel desgenen, die de Here vreest, aan wie houdt hij, en wie is zijn steunsel?"

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward