Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Sirach 32 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Sirach 32

1Stelt men u als leider aan, verhef u niet, Maar wees in hun kring als een der hunnen; Zorg eerst voor hen en ga dan zitten,

2Geef ieder het nodige en neem dan plaats. Dan eren zij u tot uw vreugde, En ontvangt ge de krans voor uw beleid.

3Grijsaard, spreek want dat komt u toe; Maar bescheiden en wijs, zonder het zingen te storen.

4Wordt er gezongen, spreek dan niet; Verkondig uw wijsheid niet ontijdig.

5Als een karbonkel op een sieraad van goud. Is de melodie van een lied bij een drinkgelag;

6Als een zegel van smaragd, in goud gevat, Is de klank van het lied bij zoete wijn.

7Jongeling, spreek alleen, wanneer het moet, Als men u twee- of driemaal dringend vraagt;

8Wees kort van stof en spreek heel weinig, Als iemand, die het wel weet, maar zwijgt.

9Voer onder ouderen niet het grote woord, En zwets niet te veel, waar voornamen zijn;

10Zoals de bliksem uitgaat voor de donder, Zo loopt de bescheidenheid de gunst vooruit.

11Is de tijd gekomen, draal dan niet, Ga naar uw huis, en toef niet langer;

12Daar kunt ge schertsen en u vermaken, Maar in vreze Gods, en zonder schande!

13Dank dan uw Schepper voor dit alles, Die u verkwikte met zijn gaven.

14Zesde reeks. De wijsheid en onze plichten van staat. Inleiding. Gods wet en het menselijk handelen. Wie God zoekt, ontvangt onderrichting; Wie op Hem acht, vindt welbehagen.

15Wie de Wet nastreeft, zal ze ook vinden; Maar wie huichelt, raakt er in verstrikt.

16Wie Jahweh vreest, begrijpt wat recht is; Rechtvaardige oordelen ontstromen zijn hart.

17Maar de zondaar ontwijkt het onderricht, En buigt de Wet naar eigen wil.

18Een bedachtzaam mens houdt de wijsheid voor ogen, Maar overmoedigen en spotters slaan geen acht op de Wet.

19Onderneem dus niets zonder eerst te overleggen, Dan behoeft ge uw daden niet te berouwen;

20Dan gaat ge geen weg, die vol ligt met strikken, En struikelt ge niet tweemaal over een hindernis.

21Waag u niet op de weg der bozen,

22Maar geef acht op uw einde.

23Bij al uw handelen, let op uw ziel, Want wie dat doet, onderhoudt de Wet;

24Wie de Wet onderhoudt, bewaart zijn ziel, Wie op God betrouwt, wordt niet te schande.

25

26

27

28

Sirach 32

1Hebben zij u tot een overste gesteld, verhef u niet, maar wees bij hen als een van henlieden.

2Bezorg hen, en zet u zo neder.

3En doe al wat nodig is te doen, en als gij zult geprezen zijn, zo rust, opdat gij van hunnentwege verheugd zijt, en om wel versierd te wezen een kroon moogt ontvangen.

4Spreek, gij die oud zijt, want dat betaamt u, doch met ernstige wetenschap, en gij zult het snarenspel verhinderen.

5Waar men toeluistert, giet daar uw rede niet uit, en zijt niet wijs buiten tijds.

6De samenstemming der muzikanten in een wijngelag is gelijk een zegel van een karbonkel op een gulden sieraad.

7Het gezang der muzikanten bij zoete wijn, is als een zegel in een smaragd op een gulden stuk werk.

8Spreek gij jongeling, als het u van node is, en zulks nauwe lijks, indien gij tweemaal gevraagd wordt.

9Maak uw rede kort, zeg met weinig woorden veel; wees gelijk als een die verstaat en evenwel zwijgt.

10Zijnde onder de groten, maak u hun niet gelijk, en waar oude lieden zijn, heb niet veel gekakel.

11De bliksem gaat haast voor de donder heen, en voor een eerbaar mens gaat aangenaamheid.

12Word bij tijds wakker, en zijt niet van de laatsten; loop heen naar huis, en vertraag niet.

13Speel aldaar, en doe wat gij voorgenomen hebt, maar niet met zonden en hovaardige woorden.

14En dank hiervoor Hem die u gemaakt heeft, en u dronken maakt van zijn goederen.

15Wie de Here vreest, die zal zijn onderwijzing aannemen, en die zich vroeg tot Hem maken, zullen vinden wat hun wel behaagt.

16Wie de wet zoekt, die zal daarvan vervuld worden; maar wie geveinsd is, zal daaraan geërgerd worden.

17Die de Here vrezen, zullen vinden dat recht is, en zullen gerechtigheden aansteken als een licht.

18Een goddeloos mens ontwijkt de bestraffing, en naar zijn wil vindt hij uit hetgeen hem behaagt.

19Een welberaden man veracht de bedenking niet, maar een vreemde en hovaardige is voor vrees niet vervaard, en nadat hij iets gedaan heeft, is hij bij zichzelf zonder raad.

20Doe niets zonder raad, en als gij het gedaan hebt, laat het u niet berouwen.

21Ga niet op de weg waarop men lichtelijk valt, en gij zult tegen geen steenachtige plaatsen aanstoten.

22Vertrouw op de weg niet, die zonder aanstoot is, en wacht u voor uw kinderen.

23Vertrouw uzelf in alle goede werken, want ook dat is een onderhouding der geboden.

24Wie de Here gelooft, die let op het gebod, en wie zijn betrouwen op hem zet, die zal geen gebrek hebben.

Sirach 32

1Stelt men u als leider aan, verhef u niet, Maar wees in hun kring als een der hunnen; Zorg eerst voor hen en ga dan zitten,

2Geef ieder het nodige en neem dan plaats. Dan eren zij u tot uw vreugde, En ontvangt ge de krans voor uw beleid.

3Grijsaard, spreek want dat komt u toe; Maar bescheiden en wijs, zonder het zingen te storen.

4Wordt er gezongen, spreek dan niet; Verkondig uw wijsheid niet ontijdig.

5Als een karbonkel op een sieraad van goud. Is de melodie van een lied bij een drinkgelag;

6Als een zegel van smaragd, in goud gevat, Is de klank van het lied bij zoete wijn.

7Jongeling, spreek alleen, wanneer het moet, Als men u twee- of driemaal dringend vraagt;

8Wees kort van stof en spreek heel weinig, Als iemand, die het wel weet, maar zwijgt.

9Voer onder ouderen niet het grote woord, En zwets niet te veel, waar voornamen zijn;

10Zoals de bliksem uitgaat voor de donder, Zo loopt de bescheidenheid de gunst vooruit.

11Is de tijd gekomen, draal dan niet, Ga naar uw huis, en toef niet langer;

12Daar kunt ge schertsen en u vermaken, Maar in vreze Gods, en zonder schande!

13Dank dan uw Schepper voor dit alles, Die u verkwikte met zijn gaven.

14Zesde reeks. De wijsheid en onze plichten van staat. Inleiding. Gods wet en het menselijk handelen. Wie God zoekt, ontvangt onderrichting; Wie op Hem acht, vindt welbehagen.

15Wie de Wet nastreeft, zal ze ook vinden; Maar wie huichelt, raakt er in verstrikt.

16Wie Jahweh vreest, begrijpt wat recht is; Rechtvaardige oordelen ontstromen zijn hart.

17Maar de zondaar ontwijkt het onderricht, En buigt de Wet naar eigen wil.

18Een bedachtzaam mens houdt de wijsheid voor ogen, Maar overmoedigen en spotters slaan geen acht op de Wet.

19Onderneem dus niets zonder eerst te overleggen, Dan behoeft ge uw daden niet te berouwen;

20Dan gaat ge geen weg, die vol ligt met strikken, En struikelt ge niet tweemaal over een hindernis.

21Waag u niet op de weg der bozen,

22Maar geef acht op uw einde.

23Bij al uw handelen, let op uw ziel, Want wie dat doet, onderhoudt de Wet;

24Wie de Wet onderhoudt, bewaart zijn ziel, Wie op God betrouwt, wordt niet te schande.

25

26

27

28

Sirach 32:1
NlCanisius1939

Stelt men u als leider aan, verhef u niet, Maar wees in hun kring als een der hunnen; Zorg eerst voor hen en ga dan zitten,

DutSVVA

Hebben zij u tot een overste gesteld, verhef u niet, maar wees bij hen als een van henlieden.

2
NlCanisius1939

Geef ieder het nodige en neem dan plaats. Dan eren zij u tot uw vreugde, En ontvangt ge de krans voor uw beleid.

DutSVVA

Bezorg hen, en zet u zo neder.

3
NlCanisius1939

Grijsaard, spreek want dat komt u toe; Maar bescheiden en wijs, zonder het zingen te storen.

DutSVVA

En doe al wat nodig is te doen, en als gij zult geprezen zijn, zo rust, opdat gij van hunnentwege verheugd zijt, en om wel versierd te wezen een kroon moogt ontvangen.

4
NlCanisius1939

Wordt er gezongen, spreek dan niet; Verkondig uw wijsheid niet ontijdig.

DutSVVA

Spreek, gij die oud zijt, want dat betaamt u, doch met ernstige wetenschap, en gij zult het snarenspel verhinderen.

5
NlCanisius1939

Als een karbonkel op een sieraad van goud. Is de melodie van een lied bij een drinkgelag;

DutSVVA

Waar men toeluistert, giet daar uw rede niet uit, en zijt niet wijs buiten tijds.

6
NlCanisius1939

Als een zegel van smaragd, in goud gevat, Is de klank van het lied bij zoete wijn.

DutSVVA

De samenstemming der muzikanten in een wijngelag is gelijk een zegel van een karbonkel op een gulden sieraad.

7
NlCanisius1939

Jongeling, spreek alleen, wanneer het moet, Als men u twee- of driemaal dringend vraagt;

DutSVVA

Het gezang der muzikanten bij zoete wijn, is als een zegel in een smaragd op een gulden stuk werk.

8
NlCanisius1939

Wees kort van stof en spreek heel weinig, Als iemand, die het wel weet, maar zwijgt.

DutSVVA

Spreek gij jongeling, als het u van node is, en zulks nauwe lijks, indien gij tweemaal gevraagd wordt.

9
NlCanisius1939

Voer onder ouderen niet het grote woord, En zwets niet te veel, waar voornamen zijn;

DutSVVA

Maak uw rede kort, zeg met weinig woorden veel; wees gelijk als een die verstaat en evenwel zwijgt.

10
NlCanisius1939

Zoals de bliksem uitgaat voor de donder, Zo loopt de bescheidenheid de gunst vooruit.

DutSVVA

Zijnde onder de groten, maak u hun niet gelijk, en waar oude lieden zijn, heb niet veel gekakel.

11
NlCanisius1939

Is de tijd gekomen, draal dan niet, Ga naar uw huis, en toef niet langer;

DutSVVA

De bliksem gaat haast voor de donder heen, en voor een eerbaar mens gaat aangenaamheid.

12
NlCanisius1939

Daar kunt ge schertsen en u vermaken, Maar in vreze Gods, en zonder schande!

DutSVVA

Word bij tijds wakker, en zijt niet van de laatsten; loop heen naar huis, en vertraag niet.

13
NlCanisius1939

Dank dan uw Schepper voor dit alles, Die u verkwikte met zijn gaven.

DutSVVA

Speel aldaar, en doe wat gij voorgenomen hebt, maar niet met zonden en hovaardige woorden.

14
NlCanisius1939

Zesde reeks. De wijsheid en onze plichten van staat. Inleiding. Gods wet en het menselijk handelen. Wie God zoekt, ontvangt onderrichting; Wie op Hem acht, vindt welbehagen.

DutSVVA

En dank hiervoor Hem die u gemaakt heeft, en u dronken maakt van zijn goederen.

15
NlCanisius1939

Wie de Wet nastreeft, zal ze ook vinden; Maar wie huichelt, raakt er in verstrikt.

DutSVVA

Wie de Here vreest, die zal zijn onderwijzing aannemen, en die zich vroeg tot Hem maken, zullen vinden wat hun wel behaagt.

16
NlCanisius1939

Wie Jahweh vreest, begrijpt wat recht is; Rechtvaardige oordelen ontstromen zijn hart.

DutSVVA

Wie de wet zoekt, die zal daarvan vervuld worden; maar wie geveinsd is, zal daaraan geërgerd worden.

17
NlCanisius1939

Maar de zondaar ontwijkt het onderricht, En buigt de Wet naar eigen wil.

DutSVVA

Die de Here vrezen, zullen vinden dat recht is, en zullen gerechtigheden aansteken als een licht.

18
NlCanisius1939

Een bedachtzaam mens houdt de wijsheid voor ogen, Maar overmoedigen en spotters slaan geen acht op de Wet.

DutSVVA

Een goddeloos mens ontwijkt de bestraffing, en naar zijn wil vindt hij uit hetgeen hem behaagt.

19
NlCanisius1939

Onderneem dus niets zonder eerst te overleggen, Dan behoeft ge uw daden niet te berouwen;

DutSVVA

Een welberaden man veracht de bedenking niet, maar een vreemde en hovaardige is voor vrees niet vervaard, en nadat hij iets gedaan heeft, is hij bij zichzelf zonder raad.

20
NlCanisius1939

Dan gaat ge geen weg, die vol ligt met strikken, En struikelt ge niet tweemaal over een hindernis.

DutSVVA

Doe niets zonder raad, en als gij het gedaan hebt, laat het u niet berouwen.

21
NlCanisius1939

Waag u niet op de weg der bozen,

DutSVVA

Ga niet op de weg waarop men lichtelijk valt, en gij zult tegen geen steenachtige plaatsen aanstoten.

22
NlCanisius1939

Maar geef acht op uw einde.

DutSVVA

Vertrouw op de weg niet, die zonder aanstoot is, en wacht u voor uw kinderen.

23
NlCanisius1939

Bij al uw handelen, let op uw ziel, Want wie dat doet, onderhoudt de Wet;

DutSVVA

Vertrouw uzelf in alle goede werken, want ook dat is een onderhouding der geboden.

24
NlCanisius1939

Wie de Wet onderhoudt, bewaart zijn ziel, Wie op God betrouwt, wordt niet te schande.

DutSVVA

Wie de Here gelooft, die let op het gebod, en wie zijn betrouwen op hem zet, die zal geen gebrek hebben.

25
NlCanisius1939

DutSVVA

26
NlCanisius1939

DutSVVA

27
NlCanisius1939

DutSVVA

28
NlCanisius1939

DutSVVA

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 32

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 32 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Sirach 32:16

NlCanisius1939

"Wie Jahweh vreest, begrijpt wat recht is; Rechtvaardige oordelen ontstromen zijn hart."

DutSVVA

"Wie de wet zoekt, die zal daarvan vervuld worden; maar wie geveinsd is, zal daaraan geërgerd worden."

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward