Sirach 28 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 28
1Wie zint op wraak, vindt wraak bij God; Deze rekent hem zeker zijn zonden toe.
2Vergeef dus uw naaste het onrecht, Dan worden op uw bede ook uw zonden vergeven.
3De ene mens koestert toorn tegen den ander; Toch verwacht hij genezing van God.
4Voor een mens, zijns gelijke, heeft hij geen erbarming; Toch bidt hij om vergiffenis van zonden!
5Ofschoon ook hij vlees is, koestert hij wrok; Wie zal hem dan vergiffenis van zonden verwerven?
6Denk aan de uitersten en houd op met uw vijandschap, Aan ontbinding en dood, en onderhoud de geboden;
7Denk aan de geboden en wrok niet tegen uw naaste, Aan het verbond van den Allerhoogste en vergeef zijn fout.
8Wacht u voor twist, en ge vermindert uw zonden; Want een toornig mens doet de strijd ontbranden.
9Een goddeloze zaait tweedracht zelfs tussen vrienden, En sticht vijandschap onder hen, die in vrede leven.
10Naar gelang het hout is, brandt het vuur; Hoe machtiger de mens, hoe feller zijn toorn. Zijn gramschap groeit met zijn rijkdom; En hoe heftiger men is, des te harder de strijd.
11Hars en pek doen het vuur oplaaien; Onbezonnen strijd loopt op bloedvergieten uit.
12Als ge een vonk aanblaast, vlamt ze op; Spuwt ge er op, ze dooft uit, al komt het allebei uit één mond.
13Vervloekt de lasteraar en de dubbele tong; Want zij hebben velen, die in vrede leefden, ongelukkig gemaakt.
14De tong van een derde heeft de rust van velen verstoord, En ze opgejaagd van volk tot volk; Versterkte steden heeft ze gesloopt En paleizen van groten verwoest; Ze heeft de macht van volken gebroken, En sterke naties vernield.
15De tong van een derde heeft wakkere vrouwen verdreven, En van de vrucht van haar arbeid beroofd;
16Wie er geloof aan slaat, heeft geen rust, Geen vrede meer in zijn huis.
17Een slag met de gesel maakt striemen, Maar een slag van de tong slaat de beenderen stuk;
18Velen zijn gesneuveld door de scherpte van het zwaard, Maar niet zo veel als er door de tong zijn gevallen.
19Gelukkig hij, die er voor bleef bewaard En geen prooi werd van haar woede, Die haar juk niet behoefde te slepen En met haar boeien niet werd gebonden.
20Want haar juk is een ijzeren juk, Haar boeien zijn koperen boeien;
21Een vreselijke dood is de dood, die zij toebrengt, En de onderwereld is beter dan zij.
22Over de rechtvaardigen heeft ze geen macht; Die worden door haar vlam niet gebrand.
23Maar wie den Heer verlaten, worden haar prooi, In hen vat ze vlam en wordt niet gedoofd; Op hen wordt ze losgelaten als een leeuw, Als een panter zal ze hen verscheuren.
24Zie, uw wijngaard omheint ge met doornen; Stel deur en grendel dan ook aan uw mond!
25Uw goud en zilver weegt ge zorgvuldig; Maak schaal en gewicht dan ook voor uw mond.
26Zie toe, dat ge niet door haar struikelt, En neervalt voor hem, die op u loert.
27
28
29
30
Sirach 28
1Wie zichzelf wreekt, die zal van de Here wraak vinden, en hij zal zijn zonden zeker bewaren.
2Vergeef uw naaste het onrecht dat hij u gedaan heeft, en wanneer gij dan zult gebeden hebben, zullen u uw zonden vergeven worden.
3De ene mens houdt tegen de andere mens toorn, en bij de Here zoekt hij genezing.
4En hij heeft geen barmhartigheid over een mens die hem gelijk is, en bidt om zijn zonden.
5Hij, vlees zijnde, behoudt vijandschap en wie zal zijn zonden verzoenen?
6Gedenk aan uw uiterste, en houd op vijandschap te oefenen.
7Pleeg geen vijandschap tegen uw naaste tot zijn verderf en dood, maar blijf in de geboden.
8Gedenk aan de geboden, en oefen geen vijandschap tegen de naaste, en aan het verbond des Allerhoogsten, en overzie zijn onwetendheid.
9Onthoud u van strijd, en gij zult de zonden verminderen, want een toornig mens ontsteekt de strijd.
10Een zondaar ontroert vrienden, en onder degenen die vrede hebben, werpt hij laster in.
11Hoe meer hout men in het vuur legt, hoe meer het brandt; hoe meer het gekijf wordt gesterkt, hoe meer het vuur toeneemt; hoe sterker de mens is, hoe sterker zijn gramschap is; en hoe rijker de mens is, hoe meer hij zijn toorn verheft.
12Een haastige twist ontsteekt het vuur, en een haastend gevecht vergiet bloed.
13Indien gij in een vonk blaast, zo zal zij branden, maar indien gij daarop spuwt, zo zal zij uitgaan; en dit komt beide uit uw mond.
14Vervloek een oorblazer, en een tweetongig mens want zij hebben velen verdorven, die in vrede leefden.
15De dubbele tong heeft velen bewogen, en heeft hen van het ene volk in het andere verzet,
16En heeft vaste steden vernield, en huizen der groten omgekeerd.
17De dubbele tong heeft mannelijke vrouwen verdreven, en heeft haar beroofd van haar arbeid.
18Wie naar haar luistert, die zal geen rust vinden, noch met stilheid wonen.
19De slag van de gesel maakt striemen, maar de slag der tong vermorzelt het gebeente.
20Velen zijn gevallen door de scherpte des zwaards, doch niet zo velen als er gevallen zijn door de tong.
21Zalig is bij die voor haar beschermd is, die door haar gramschap niet is gegaan;
22Die haar juk niet getrokken heeft, en met haar banden niet is gebonden geweest.
23Want haar juk is een ijzeren juk, en haar banden zijn metalen banden.
24Haar dood is een boze dood, en het graf is nuttiger dan zij.
25Zij zal over de godvrezenden gans geen macht hebben, en door haar vlam zullen zij niet verbranden. [28:26] Die de Here verlaten, zullen in haar vallen en in hen zal zij worden ontstoken, en niet uitgeblust worden;
26[28:27] Zij zal over hen gezonden worden als een leeuw, en gelijk een luipaard zal zij ze verwoesten. [28:28] Zie toe, omtuin hetgeen gij bezit met doornen, en maak voor uw mond deuren en grendelen. [28:29] Bind uw goud en uw zilver tezamen, en maak voor uw woorden een weegschaal, en voor uw mond een deur en grendel. [28:30] Neemt acht dat gij niet enigszins daarin struikelt, opdat gij niet valt in tegenwoordigheid desgenen, die op u loert.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 28
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 28 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 28:16
"Wie er geloof aan slaat, heeft geen rust, Geen vrede meer in zijn huis."
"En heeft vaste steden vernield, en huizen der groten omgekeerd."





