Sirach 26 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 26
1Een goede vrouw, gelukkig haar man; Want het getal zijner dagen verdubbelt.
2Een kranige vrouw verzorgt haar man, En vervult zijn jaren met vrede.
3Een goede vrouw is een goede gave, De godvrezenden valt ze ten deel;
4Rijk of arm, hun hart is monter, Hun gelaat ten allen tijde verheugd.
5Voor drie dingen is mijn hart beducht, En het vierde doet mij ontstellen: Opspraak in de stad, oploop van volk, En lastertaal, alle erger dan de dood.
6Maar hartzeer en smart is een vrouw, Die jaloers is op een ander; Want haar tong is een gesel, En aan iedereen geeft ze zijn deel.
7Een koppel ossen, dat schichtig opspringt, Zo is een slechte vrouw; Die haar in toom wil houden, Grijpt als in een schorpioen.
8Grote ergernis is een dronken vrouw; Want zij houdt haar schande niet verborgen.
9Men erkent de wellust van een vrouw Aan het opslaan der blikken, aan de wimpers der ogen!
10Houd streng de wacht over een lichtzinnige vrouw, Opdat ze geen gelegenheid vindt, zich te vergooien;
11Waak over de vrouw met onbeschaamde ogen, En verwonder u niet, als ze u ontrouw wordt.
12Zoals een dorstige wandelaar de mond open doet, En drinkt van alle water, dat hij vindt, Zo zet zij zich neer bij iedere paal, En opent de koker voor iedere pijl.
13De gratie van een vrouw behaagt aan haar man, En haar verstandigheid versterkt zijn gebeente.
14Een zwijgzame gade is een gave des Heren; Niets weegt er op tegen een welopgevoede vrouw.
15Een zedige gade is een grote zegen; Want niets weegt er op tegen een kuise vrouw.
16Zoals de zon, die opgaat aan Gods hoge hemel, Zo siert de schoonheid van een goede vrouw haar huis.
17Als een stralende lamp op de heilige luchter, Is de schoonheid van haar gelaat op haar statig postuur;
18Als gouden kolommen op zilveren voetstukken, Rusten haar sierlijke benen op welgevormde voeten.
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28Over twee dingen is mijn hart bedroefd, En om het derde word ik toornig: Als een rijk man door armoe gebrek lijdt, En beroemde mannen worden veracht; Maar als iemand van gerechtigheid terugvalt in zonde, Hem heeft de Heer bestemd voor het zwaard. Wie handel drijft, ontkomt moeilijk aan misdrijf, En een koopman blijft niet vrij van zonde;
Sirach 26
1Gelukkig is de man, die een goede vrouw heeft; het getal zijner dagen wordt dubbel.
2Een kloeke vrouw verheugt haar man, en vervult de jaren zijns levens met vrede.
3Een goede vrouw is een goed erf deel, en wordt tot een deel gegeven degenen, die de Here vrezen.
4En het hart van zo'n man is goed tot de Here. hetzij dat hij rijk of arm is, altijd hebben zij een vrolijk aangezicht en zijn blijmoedig.
5Drie dingen ontziet mijn hart, en voor het vierde word ik in mijn aangezicht bevreesd:
6De lastering ener stad, en de vergadering van het volk, en leugen tegen iemand opgemaakt, al deze zijn bezwaarlijker dan de dood.
7Maar een vrouw die op een andere vrouw jaloers is, en met de tong geselt, en bij allen overbrengt, die is een hartzeer en droefheid.
8Een boze vrouw is gelijk een juk ossen dat ginds en weer bewogen wordt; wie ze neemt, is gelijk degene, die een schorpioen aangrijpt.
9Een dronken vrouw, en die ginds en weer loopt veroorzaakt grote toorn, en kan haar schande niet bedekken.
10De hoererij van een vrouw wordt bekend aan de verheffingen der ogen en aan haar wenkbrauwen.
11Bewaar een onbeschaamde dochter zeer nauw, opdat zij niet, wanneer zij ruimte vindt, deze voor zich gebruikt.
12Neem acht op haar onbeschaamd oog, en verwonder u niet, indien zij verkeerd tegen u zou handelen.
13Gelijk een reizende man dorstende, de mond opent als hij een fontein vindt, en van alle water dat nabij is drinkt, zo zal zij zich tegenover elke paal nederzetten en de pijlkoker voor de pijl opendoen.
14De bevalligheid der vrouw vermaakt haar man, en haar wetenschap maakt zijn benen vet.
15Een vrouw die weinig spreekt, en van een goed gemoed is, is een gave des Heren, en daar is niets waartegen men een wel onderwezen ziel verwisselen kan.
16Een schaamachtige en getrouwe vrouw, is genade op genade, en daar is geen ding van zulk gewicht dat waardig is haar kuise ziel.
17Gelijk de zon opgaande in de hoogste plaatsen des Heren, zo is ook de schoonheid van een goede vrouw in het sieraad van haar huis.
18Gelijk het licht op de heilige kandelaar glinstert, zo is ook de schoonheid van haar aangezicht in de staande ouderdom.
19Gelijk gouden pilaren op zilveren voetstukken, zo zijn ook haar schone voeten aan een vaste borst.
20Mijn kind, bewaar de beste kracht van uw leven in gezond heid, en geef de vreemde uw sterkte niet.
21Als gij uit alle velden een vruchtbaar deel zult uitgezocht hebben, zo zaai uw eigen zaad, vertrouwende op uw edel geslacht.
22Zo zullen uw vruchten overblijvende, en vrijmoedigheid van het edele geslacht hebbende, groot worden.
23Een vrouw die loon neemt, wordt een mestvarken gelijk geacht, maar die een man heeft, zal een toren des doods geacht worden, degenen die haar gebruiken.
24Een goddeloze vrouw zal de onrechtvaardige tot een deel gegeven worden, maar een godvrezende vrouw wordt gegeven hem, die de Here vreest.
25Een schandelijke vrouw wrijft haar man oneer aan; maar een eerbare dochter zal ook de man ontzien.
26Een onbeschaamde vrouw zal geacht worden als een hond, maar die schaamte heeft, zal de Here vrezen.
27Een vrouw, die haar eigen man eert, zal door allen voor wijs gehouden worden, maar die de man onteert, zal van allen gekend worden, dat zij door hovaardigheid goddeloos is.
28Gelukzalig is de man die een goede vrouw heeft, want het getal zijner jaren zal dubbel zijn. [26:29] Een vrouw die groot getier maakt, en de tong dapper weet te roeren, zal beschouwd worden als bekwaam tot afwering der vijanden; en eenieders mensen ziel, die deze in zeden gelijk is, zal zijn leven in de oproeren des krijgs overbrengen.
29[26:33] Over twee dingen is mijn hart bedroefd geworden, en over het derde is mij gramschap aangekomen: [26:33] Als een krijgsman ten laatste armoe gaat lijden; en indien verstandige mannen als drek geacht worden; [26:33] Als iemand van de gerechtigheid wederkeert tot zonde; de Here zal hem tot het zwaard bereiden. [26:33] Een koopman is nauwelijks vrij van mishandeling; en een waard zal niet gerechtvaardigd worden van zonde.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 26
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 26 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 26:16
"Zoals de zon, die opgaat aan Gods hoge hemel, Zo siert de schoonheid van een goede vrouw haar huis."
"Een schaamachtige en getrouwe vrouw, is genade op genade, en daar is geen ding van zulk gewicht dat waardig is haar kuise ziel."





