Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Sirach 25 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Sirach 25

1In drie dingen vindt mijn ziel behagen; Want lieflijk zijn ze voor God en de mensen: Eendracht onder broeders, liefde voor den evenmens, En man en vrouw, die bij elkander goed passen.

2Maar drie soorten mensen haat mijn ziel; Een diepe afschuw heb ik van hun leven: Een trotsen arme, een rijken bedrieger, En een overspeligen grijsaard, zonder verstand.

3Als ge niet opspaart in uw jeugd, Hebt ge niets in voorraad, als ge oud zijt!

4Hoe schoon staat de grijze haren het oordeel, De ouden, goede raad te weten.

5Hoe schoon past wijsheid bij grijsaards, Overleg en raad bij mannen van aanzien.

6Rijke ervaring is de kroon der bejaarden, Maar hun roem is de vreze des Heren.

7Negen dingen ken ik, die ik prijs in het hart, En het tiende neem ik op de tong: Een man, die vreugde ondervindt van zijn kinderen, En hij, die de val van zijn vijanden beleeft.

8Gelukkig, wie samenwoont met een verstandige vrouw, En hij, die niet ploegt met os en ezel tezamen; Gelukkig, wie niet struikelt door de tong, En hij, die niet zijn mindere hoeft te dienen.

9Gelukkig, wie een vriend mocht vinden, En hij, die spreekt voor luisterende oren.

10Hoe groot is hij, die wijsheid vond; Maar niemand gaat hem te boven, die Jahweh vreest!

11De vreze des Heren gaat alles te boven; Wie haar bezit, met wien zal men hem vergelijken?

12De vreze des Heren is het begin van de liefde; Maar het geloof is het begin van onze verbinding met Hem.

13Liever iedere wonde dan een hartewonde, Iedere boosheid dan vrouwenboosheid;

14Iedere tegenkanting dan die van haters, Iedere wraak dan die van vijanden.

15Geen vergif is erger dan slangenvergif, Geen toorn heviger dan vrouwentoorn.

16Ik wil liever wonen met een leeuw of een draak, Dan huizen bij een kwade vrouw.

17Boosheid vertrekt het gelaat van een vrouw, En maakt haar uiterlijk nors als dat van een beer;

18Al zit haar man in de kring van zijn vrienden, Onwillekeurig moet hij zuchten.

19Geen kwelling is groter dan die van een vrouw; Moge het lot van de zondaars haar treffen!

20Als een zandige helling voor oude voeten, Is een praatzieke vrouw voor een rustig man.

21Laat u niet verleiden door de schoonheid van een vrouw, en koester geen begeerten naar wat ze bezit;

22Want het is een harde slavernij en een schande, Als een man wordt onderhouden door zijn vrouw.

23Een boze vrouw bezorgt een bedrukt gemoed, Een treurig gelaat en harteleed; Slappe handen en knikkende knieën, Al wie haar man niet gelukkig maakt.

24Van een vrouw kwam het begin van de zonde; Om haar moeten wij allen sterven.

25Geef geen vrije loop aan het water, Geen vrijheid aan een boze vrouw.

26Als ze niet wandelt aan uw hand, Zal ze u beschamen tegenover uw vijanden. Snijd haar dan af van uw vlees, Opdat zij u niet blijve misbruiken.

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

Sirach 25

1Door drie dingen word ik schoon, en sta schoon voor de Here, ja voor de Here en de mensen.

2Door eendracht der broederen en vriendschap des naasten, en wanneer man en vrouw zich tezamen verdragen.

3Drieërlei soort van mensen haat mijn ziel, en op hun leven ben ik zeer verstoord:

4Namelijk een arme, die hovaardig is, en een rijke, die een leugenaar is, en een oude die een overspeler is, en aan verstand afgenomen heeft.

5In uw jeugd hebt gij niet vergaderd, en hoe zoudt gij wat vinden in uw ouderdom?

6Wat een schone zaak is het dat grijze haren zitten om te oordelen, en dat oude mannen kennis hebben tot raad?

7Hoe schoon staat de ouden wijsheid, en degenen die verheerlijkt zijn, bedachtzaamheid en raad!

8Grote ervarenheid is een kroon der ouden, en hun roem is de vreze des Heren.

9Aan negen dingen heb ik gedacht, en ze zalig geprezen in mijn hart, en het tiende zal ik met mijn tong zeggen:

10Een mens die verheugd wordt aan zijn kinderen, terwijl hij nog leeft, en die de val zijner vijanden ziet.

11Hij is zalig die bij een verstandige vrouw woont, en die met de tong niet struikelt, en die niet dient degene, die zijns niet waardig is.

12Hij is zalig die kloekheid gevonden heeft, en ze verhaalt in de oren der toehoorders.

13Hoe groot is bij die wijsheid vindt! doch hij is niet boven degene, die de Here vreest.

14Maar de liefde des Heren overtreft alles, tot verlichting.

15Wie ze houdt, bij wie zal hij vergeleken worden?

16De vreze des Heren is het begin zijner liefde, maar het geloof het begin zijner aankleving.

17Alle plaag is te verdragen, maar niet de plaag des harten, en alle boosheid, doch niet de boosheid van een vrouw;

18Alle inval, doch niet de inval dergenen die haten, en alle wraak, doch niet de wraak der vijanden.

19Daar is geen hoofd boven het hoofd der slang, en daar is geen gramschap boven de gramschap des vijands.

20Ik heb liever te wonen bij een leeuw en draak, dan te wonen bij een boze vrouw.

21De boosheid van een vrouw verandert haar aangezicht, en verdonkert haar aangezicht, dat zij ziet gelijk een beer.

22In het midden van zijn naasten zal haar man aanzitten en zal ongaarne zuchten om harentwil.

23Alle boosheid is klein tegen de boosheid van een vrouw; en het lot des zondaars valle haar toe.

24Gelijk een zandachtige opgang voor de voeten van een oud man, alzo is een klapachtige vrouw voor een stil man.

25Geef u niet over aan de schoonheid van een vrouw, en begeer geen vrouw tot wellust.

26Toorn en onbeschaamdheid en grote schande is bij een vrouw, indien zij haar man toereikt dat hij van node heeft. [25:27] Een boze vrouw veroorzaakt een neergebogen hart, en een droevig aangezicht, en een harteplaag. [25:28] Welke haar man niet troost in zijn benauwdheid, die maakt trage handen en slappe knieën. [25:29] Van de vrouw is het begin der zonde, en om harentwil sterven wij allen. [25:30] Geef het water geen doortocht, noch de boze vrouw vrijheid om uit te gaan. [25:31] Gaat zij niet naar uw hand, zo snijd haar af van uw vlees, geef een scheidbrief en laat haar gaan.

Sirach 25

1In drie dingen vindt mijn ziel behagen; Want lieflijk zijn ze voor God en de mensen: Eendracht onder broeders, liefde voor den evenmens, En man en vrouw, die bij elkander goed passen.

2Maar drie soorten mensen haat mijn ziel; Een diepe afschuw heb ik van hun leven: Een trotsen arme, een rijken bedrieger, En een overspeligen grijsaard, zonder verstand.

3Als ge niet opspaart in uw jeugd, Hebt ge niets in voorraad, als ge oud zijt!

4Hoe schoon staat de grijze haren het oordeel, De ouden, goede raad te weten.

5Hoe schoon past wijsheid bij grijsaards, Overleg en raad bij mannen van aanzien.

6Rijke ervaring is de kroon der bejaarden, Maar hun roem is de vreze des Heren.

7Negen dingen ken ik, die ik prijs in het hart, En het tiende neem ik op de tong: Een man, die vreugde ondervindt van zijn kinderen, En hij, die de val van zijn vijanden beleeft.

8Gelukkig, wie samenwoont met een verstandige vrouw, En hij, die niet ploegt met os en ezel tezamen; Gelukkig, wie niet struikelt door de tong, En hij, die niet zijn mindere hoeft te dienen.

9Gelukkig, wie een vriend mocht vinden, En hij, die spreekt voor luisterende oren.

10Hoe groot is hij, die wijsheid vond; Maar niemand gaat hem te boven, die Jahweh vreest!

11De vreze des Heren gaat alles te boven; Wie haar bezit, met wien zal men hem vergelijken?

12De vreze des Heren is het begin van de liefde; Maar het geloof is het begin van onze verbinding met Hem.

13Liever iedere wonde dan een hartewonde, Iedere boosheid dan vrouwenboosheid;

14Iedere tegenkanting dan die van haters, Iedere wraak dan die van vijanden.

15Geen vergif is erger dan slangenvergif, Geen toorn heviger dan vrouwentoorn.

16Ik wil liever wonen met een leeuw of een draak, Dan huizen bij een kwade vrouw.

17Boosheid vertrekt het gelaat van een vrouw, En maakt haar uiterlijk nors als dat van een beer;

18Al zit haar man in de kring van zijn vrienden, Onwillekeurig moet hij zuchten.

19Geen kwelling is groter dan die van een vrouw; Moge het lot van de zondaars haar treffen!

20Als een zandige helling voor oude voeten, Is een praatzieke vrouw voor een rustig man.

21Laat u niet verleiden door de schoonheid van een vrouw, en koester geen begeerten naar wat ze bezit;

22Want het is een harde slavernij en een schande, Als een man wordt onderhouden door zijn vrouw.

23Een boze vrouw bezorgt een bedrukt gemoed, Een treurig gelaat en harteleed; Slappe handen en knikkende knieën, Al wie haar man niet gelukkig maakt.

24Van een vrouw kwam het begin van de zonde; Om haar moeten wij allen sterven.

25Geef geen vrije loop aan het water, Geen vrijheid aan een boze vrouw.

26Als ze niet wandelt aan uw hand, Zal ze u beschamen tegenover uw vijanden. Snijd haar dan af van uw vlees, Opdat zij u niet blijve misbruiken.

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

Sirach 25:1
NlCanisius1939

In drie dingen vindt mijn ziel behagen; Want lieflijk zijn ze voor God en de mensen: Eendracht onder broeders, liefde voor den evenmens, En man en vrouw, die bij elkander goed passen.

DutSVVA

Door drie dingen word ik schoon, en sta schoon voor de Here, ja voor de Here en de mensen.

2
NlCanisius1939

Maar drie soorten mensen haat mijn ziel; Een diepe afschuw heb ik van hun leven: Een trotsen arme, een rijken bedrieger, En een overspeligen grijsaard, zonder verstand.

DutSVVA

Door eendracht der broederen en vriendschap des naasten, en wanneer man en vrouw zich tezamen verdragen.

3
NlCanisius1939

Als ge niet opspaart in uw jeugd, Hebt ge niets in voorraad, als ge oud zijt!

DutSVVA

Drieërlei soort van mensen haat mijn ziel, en op hun leven ben ik zeer verstoord:

4
NlCanisius1939

Hoe schoon staat de grijze haren het oordeel, De ouden, goede raad te weten.

DutSVVA

Namelijk een arme, die hovaardig is, en een rijke, die een leugenaar is, en een oude die een overspeler is, en aan verstand afgenomen heeft.

5
NlCanisius1939

Hoe schoon past wijsheid bij grijsaards, Overleg en raad bij mannen van aanzien.

DutSVVA

In uw jeugd hebt gij niet vergaderd, en hoe zoudt gij wat vinden in uw ouderdom?

6
NlCanisius1939

Rijke ervaring is de kroon der bejaarden, Maar hun roem is de vreze des Heren.

DutSVVA

Wat een schone zaak is het dat grijze haren zitten om te oordelen, en dat oude mannen kennis hebben tot raad?

7
NlCanisius1939

Negen dingen ken ik, die ik prijs in het hart, En het tiende neem ik op de tong: Een man, die vreugde ondervindt van zijn kinderen, En hij, die de val van zijn vijanden beleeft.

DutSVVA

Hoe schoon staat de ouden wijsheid, en degenen die verheerlijkt zijn, bedachtzaamheid en raad!

8
NlCanisius1939

Gelukkig, wie samenwoont met een verstandige vrouw, En hij, die niet ploegt met os en ezel tezamen; Gelukkig, wie niet struikelt door de tong, En hij, die niet zijn mindere hoeft te dienen.

DutSVVA

Grote ervarenheid is een kroon der ouden, en hun roem is de vreze des Heren.

9
NlCanisius1939

Gelukkig, wie een vriend mocht vinden, En hij, die spreekt voor luisterende oren.

DutSVVA

Aan negen dingen heb ik gedacht, en ze zalig geprezen in mijn hart, en het tiende zal ik met mijn tong zeggen:

10
NlCanisius1939

Hoe groot is hij, die wijsheid vond; Maar niemand gaat hem te boven, die Jahweh vreest!

DutSVVA

Een mens die verheugd wordt aan zijn kinderen, terwijl hij nog leeft, en die de val zijner vijanden ziet.

11
NlCanisius1939

De vreze des Heren gaat alles te boven; Wie haar bezit, met wien zal men hem vergelijken?

DutSVVA

Hij is zalig die bij een verstandige vrouw woont, en die met de tong niet struikelt, en die niet dient degene, die zijns niet waardig is.

12
NlCanisius1939

De vreze des Heren is het begin van de liefde; Maar het geloof is het begin van onze verbinding met Hem.

DutSVVA

Hij is zalig die kloekheid gevonden heeft, en ze verhaalt in de oren der toehoorders.

13
NlCanisius1939

Liever iedere wonde dan een hartewonde, Iedere boosheid dan vrouwenboosheid;

DutSVVA

Hoe groot is bij die wijsheid vindt! doch hij is niet boven degene, die de Here vreest.

14
NlCanisius1939

Iedere tegenkanting dan die van haters, Iedere wraak dan die van vijanden.

DutSVVA

Maar de liefde des Heren overtreft alles, tot verlichting.

15
NlCanisius1939

Geen vergif is erger dan slangenvergif, Geen toorn heviger dan vrouwentoorn.

DutSVVA

Wie ze houdt, bij wie zal hij vergeleken worden?

16
NlCanisius1939

Ik wil liever wonen met een leeuw of een draak, Dan huizen bij een kwade vrouw.

DutSVVA

De vreze des Heren is het begin zijner liefde, maar het geloof het begin zijner aankleving.

17
NlCanisius1939

Boosheid vertrekt het gelaat van een vrouw, En maakt haar uiterlijk nors als dat van een beer;

DutSVVA

Alle plaag is te verdragen, maar niet de plaag des harten, en alle boosheid, doch niet de boosheid van een vrouw;

18
NlCanisius1939

Al zit haar man in de kring van zijn vrienden, Onwillekeurig moet hij zuchten.

DutSVVA

Alle inval, doch niet de inval dergenen die haten, en alle wraak, doch niet de wraak der vijanden.

19
NlCanisius1939

Geen kwelling is groter dan die van een vrouw; Moge het lot van de zondaars haar treffen!

DutSVVA

Daar is geen hoofd boven het hoofd der slang, en daar is geen gramschap boven de gramschap des vijands.

20
NlCanisius1939

Als een zandige helling voor oude voeten, Is een praatzieke vrouw voor een rustig man.

DutSVVA

Ik heb liever te wonen bij een leeuw en draak, dan te wonen bij een boze vrouw.

21
NlCanisius1939

Laat u niet verleiden door de schoonheid van een vrouw, en koester geen begeerten naar wat ze bezit;

DutSVVA

De boosheid van een vrouw verandert haar aangezicht, en verdonkert haar aangezicht, dat zij ziet gelijk een beer.

22
NlCanisius1939

Want het is een harde slavernij en een schande, Als een man wordt onderhouden door zijn vrouw.

DutSVVA

In het midden van zijn naasten zal haar man aanzitten en zal ongaarne zuchten om harentwil.

23
NlCanisius1939

Een boze vrouw bezorgt een bedrukt gemoed, Een treurig gelaat en harteleed; Slappe handen en knikkende knieën, Al wie haar man niet gelukkig maakt.

DutSVVA

Alle boosheid is klein tegen de boosheid van een vrouw; en het lot des zondaars valle haar toe.

24
NlCanisius1939

Van een vrouw kwam het begin van de zonde; Om haar moeten wij allen sterven.

DutSVVA

Gelijk een zandachtige opgang voor de voeten van een oud man, alzo is een klapachtige vrouw voor een stil man.

25
NlCanisius1939

Geef geen vrije loop aan het water, Geen vrijheid aan een boze vrouw.

DutSVVA

Geef u niet over aan de schoonheid van een vrouw, en begeer geen vrouw tot wellust.

26
NlCanisius1939

Als ze niet wandelt aan uw hand, Zal ze u beschamen tegenover uw vijanden. Snijd haar dan af van uw vlees, Opdat zij u niet blijve misbruiken.

DutSVVA

Toorn en onbeschaamdheid en grote schande is bij een vrouw, indien zij haar man toereikt dat hij van node heeft. [25:27] Een boze vrouw veroorzaakt een neergebogen hart, en een droevig aangezicht, en een harteplaag. [25:28] Welke haar man niet troost in zijn benauwdheid, die maakt trage handen en slappe knieën. [25:29] Van de vrouw is het begin der zonde, en om harentwil sterven wij allen. [25:30] Geef het water geen doortocht, noch de boze vrouw vrijheid om uit te gaan. [25:31] Gaat zij niet naar uw hand, zo snijd haar af van uw vlees, geef een scheidbrief en laat haar gaan.

27
NlCanisius1939

DutSVVA

28
NlCanisius1939

DutSVVA

29
NlCanisius1939

DutSVVA

30
NlCanisius1939

DutSVVA

31
NlCanisius1939

DutSVVA

32
NlCanisius1939

DutSVVA

33
NlCanisius1939

DutSVVA

34
NlCanisius1939

DutSVVA

35
NlCanisius1939

DutSVVA

36
NlCanisius1939

DutSVVA

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 25

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 25 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Sirach 25:16

NlCanisius1939

"Ik wil liever wonen met een leeuw of een draak, Dan huizen bij een kwade vrouw."

DutSVVA

"De vreze des Heren is het begin zijner liefde, maar het geloof het begin zijner aankleving."

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward