Sirach 25 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 25
1In drie dingen vindt mijn ziel behagen; Want lieflijk zijn ze voor God en de mensen: Eendracht onder broeders, liefde voor den evenmens, En man en vrouw, die bij elkander goed passen.
2Maar drie soorten mensen haat mijn ziel; Een diepe afschuw heb ik van hun leven: Een trotsen arme, een rijken bedrieger, En een overspeligen grijsaard, zonder verstand.
3Als ge niet opspaart in uw jeugd, Hebt ge niets in voorraad, als ge oud zijt!
4Hoe schoon staat de grijze haren het oordeel, De ouden, goede raad te weten.
5Hoe schoon past wijsheid bij grijsaards, Overleg en raad bij mannen van aanzien.
6Rijke ervaring is de kroon der bejaarden, Maar hun roem is de vreze des Heren.
7Negen dingen ken ik, die ik prijs in het hart, En het tiende neem ik op de tong: Een man, die vreugde ondervindt van zijn kinderen, En hij, die de val van zijn vijanden beleeft.
8Gelukkig, wie samenwoont met een verstandige vrouw, En hij, die niet ploegt met os en ezel tezamen; Gelukkig, wie niet struikelt door de tong, En hij, die niet zijn mindere hoeft te dienen.
9Gelukkig, wie een vriend mocht vinden, En hij, die spreekt voor luisterende oren.
10Hoe groot is hij, die wijsheid vond; Maar niemand gaat hem te boven, die Jahweh vreest!
11De vreze des Heren gaat alles te boven; Wie haar bezit, met wien zal men hem vergelijken?
12De vreze des Heren is het begin van de liefde; Maar het geloof is het begin van onze verbinding met Hem.
13Liever iedere wonde dan een hartewonde, Iedere boosheid dan vrouwenboosheid;
14Iedere tegenkanting dan die van haters, Iedere wraak dan die van vijanden.
15Geen vergif is erger dan slangenvergif, Geen toorn heviger dan vrouwentoorn.
16Ik wil liever wonen met een leeuw of een draak, Dan huizen bij een kwade vrouw.
17Boosheid vertrekt het gelaat van een vrouw, En maakt haar uiterlijk nors als dat van een beer;
18Al zit haar man in de kring van zijn vrienden, Onwillekeurig moet hij zuchten.
19Geen kwelling is groter dan die van een vrouw; Moge het lot van de zondaars haar treffen!
20Als een zandige helling voor oude voeten, Is een praatzieke vrouw voor een rustig man.
21Laat u niet verleiden door de schoonheid van een vrouw, en koester geen begeerten naar wat ze bezit;
22Want het is een harde slavernij en een schande, Als een man wordt onderhouden door zijn vrouw.
23Een boze vrouw bezorgt een bedrukt gemoed, Een treurig gelaat en harteleed; Slappe handen en knikkende knieën, Al wie haar man niet gelukkig maakt.
24Van een vrouw kwam het begin van de zonde; Om haar moeten wij allen sterven.
25Geef geen vrije loop aan het water, Geen vrijheid aan een boze vrouw.
26Als ze niet wandelt aan uw hand, Zal ze u beschamen tegenover uw vijanden. Snijd haar dan af van uw vlees, Opdat zij u niet blijve misbruiken.
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
Sirach 25
1Door drie dingen word ik schoon, en sta schoon voor de Here, ja voor de Here en de mensen.
2Door eendracht der broederen en vriendschap des naasten, en wanneer man en vrouw zich tezamen verdragen.
3Drieërlei soort van mensen haat mijn ziel, en op hun leven ben ik zeer verstoord:
4Namelijk een arme, die hovaardig is, en een rijke, die een leugenaar is, en een oude die een overspeler is, en aan verstand afgenomen heeft.
5In uw jeugd hebt gij niet vergaderd, en hoe zoudt gij wat vinden in uw ouderdom?
6Wat een schone zaak is het dat grijze haren zitten om te oordelen, en dat oude mannen kennis hebben tot raad?
7Hoe schoon staat de ouden wijsheid, en degenen die verheerlijkt zijn, bedachtzaamheid en raad!
8Grote ervarenheid is een kroon der ouden, en hun roem is de vreze des Heren.
9Aan negen dingen heb ik gedacht, en ze zalig geprezen in mijn hart, en het tiende zal ik met mijn tong zeggen:
10Een mens die verheugd wordt aan zijn kinderen, terwijl hij nog leeft, en die de val zijner vijanden ziet.
11Hij is zalig die bij een verstandige vrouw woont, en die met de tong niet struikelt, en die niet dient degene, die zijns niet waardig is.
12Hij is zalig die kloekheid gevonden heeft, en ze verhaalt in de oren der toehoorders.
13Hoe groot is bij die wijsheid vindt! doch hij is niet boven degene, die de Here vreest.
14Maar de liefde des Heren overtreft alles, tot verlichting.
15Wie ze houdt, bij wie zal hij vergeleken worden?
16De vreze des Heren is het begin zijner liefde, maar het geloof het begin zijner aankleving.
17Alle plaag is te verdragen, maar niet de plaag des harten, en alle boosheid, doch niet de boosheid van een vrouw;
18Alle inval, doch niet de inval dergenen die haten, en alle wraak, doch niet de wraak der vijanden.
19Daar is geen hoofd boven het hoofd der slang, en daar is geen gramschap boven de gramschap des vijands.
20Ik heb liever te wonen bij een leeuw en draak, dan te wonen bij een boze vrouw.
21De boosheid van een vrouw verandert haar aangezicht, en verdonkert haar aangezicht, dat zij ziet gelijk een beer.
22In het midden van zijn naasten zal haar man aanzitten en zal ongaarne zuchten om harentwil.
23Alle boosheid is klein tegen de boosheid van een vrouw; en het lot des zondaars valle haar toe.
24Gelijk een zandachtige opgang voor de voeten van een oud man, alzo is een klapachtige vrouw voor een stil man.
25Geef u niet over aan de schoonheid van een vrouw, en begeer geen vrouw tot wellust.
26Toorn en onbeschaamdheid en grote schande is bij een vrouw, indien zij haar man toereikt dat hij van node heeft. [25:27] Een boze vrouw veroorzaakt een neergebogen hart, en een droevig aangezicht, en een harteplaag. [25:28] Welke haar man niet troost in zijn benauwdheid, die maakt trage handen en slappe knieën. [25:29] Van de vrouw is het begin der zonde, en om harentwil sterven wij allen. [25:30] Geef het water geen doortocht, noch de boze vrouw vrijheid om uit te gaan. [25:31] Gaat zij niet naar uw hand, zo snijd haar af van uw vlees, geef een scheidbrief en laat haar gaan.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 25
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 25 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 25:16
"Ik wil liever wonen met een leeuw of een draak, Dan huizen bij een kwade vrouw."
"De vreze des Heren is het begin zijner liefde, maar het geloof het begin zijner aankleving."





