Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Sirach 2 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Sirach 2

1Mijn zoon, zijt ge besloten, den Heer te dienen. Bereid u dan voor op beproeving.

2Wees sterk en standvastig, En blijf kalm in tijd van tegenspoed;

3Blijf Hem trouw en val niet af, Opdat ge groot moogt zijn bij uw einde.

4Neem alles aan wat u overkomt; Blijf geduldig bij de verschillende rampen.

5Want het goud wordt beproefd in het vuur, Godgevallige mensen in de oven van het lijden.

6Blijf vertrouwen op Hem, Hij neemt u weer aan; Houd het rechte pad en blijf op Hem hopen.

7Gij, die den Heer vreest, verbeidt zijn erbarmen, En wijkt niet af, opdat gij niet valt.

8Gij, die den Heer vreest, blijft op Hem vertrouwen; En uw loon zal u niet ontgaan.

9Gij, die den Heer vreest, hoopt op geluk. Op eeuwige vreugde en ontferming.

10Schouwt naar de vroegere geslachten en ziet: Wie vertrouwde er op den Heer. en is te schande geworden; Wie volhardde in zijn vreze, en werd verlaten, Of wie riep Hem aan. en vond geen verhoring?

11Want genadig is de Heer en barmhartig; Hij vergeeft de zonden en redt ten tijde van nood.

12Maar wee de weifelende harten en slappe handen; Wee den zondaar, die op twee wegen gaat.

13Wee het bange hart, dat geen vertrouwen meer heeft, En daarom geen beschutting zal vinden.

14Wee u, die het geduld hebt verloren; Want wat zult gij doen, als de Heer komt met bezoeking?

15Die den Heer vrezen, onderhouden zijn geboden; En die Hem lief hebben, bewaren zijn wegen.

16Die den Heer vrezen, zoeken zijn welbehagen; En die Hem beminnen, zijn vol van zijn Wet.

17Die den Heer vrezen, houden hun harten bereid, En vernederen zich voor zijn aanschijn.

18Vallen we dus liever in de handen des Heren, Dan in de handen der mensen; Want zo groot zijn heerlijkheid is, Zo groot is ook zijn ontferming!

19

20

21

22

23

Sirach 2

1Mijn kind, indien gij komt om de Here te dienen, zo bereid uw ziel tot aanvechting.

2Richt uw hart en verdraag, en haast niet in de tijd, als deze over u gebracht wordt.

3Hang hem aan, en wijk niet van hem af, opdat gij moogt vermeerderd worden in uw laatste dagen.

4Neem gaarne aan al wat u zou mogen overkomen, en in de verandering van uw vernedering zijt lankmoedig.

5Want in het vuur wordt het goud beproefd, en aangename mensen in de oven der vernedering.

6Geloof hem en hij zal u helpen, maak uw wegen recht, en hoop op hem.

7Gij die de Here vreest, gelooft hem, en uw loon zal u geenszins ontvallen.

8Gij die de Here vreest, hoopt het goede en eeuwige verheuging en barmhartigheid.

9Gij die de Here vreest, verbiedt zijn barmhartigheid en wijkt niet af, opdat gij niet valt.

10Ziet de oude geslachten aan en merkt op.

11Wie heeft op de Here betrouwd, en is beschaamd geworden?

12Of wie is in zijn vreze gebleven en verlaten geworden? of wie heeft hem aangeroepen en is door hem veracht?

13Want de Here is een ontfermer en barmhartige, moedig en van grote barmhartigheid, vergeeft de zonden, en behoedt in de tijd der verdrukking.

14Wee de bevreesde harten, en de slappe handen en de zondaar die twee paden ingaat. [2:15] Wee een slap hart, omdat het niet gelooft, daarom zal het niet beschermd worden.

15[2:16] Wee ulieden die de lijdzaamheid verloren hebt. [2:17] Wat zult gij doen, als u de Here bezoeken zal?

16[2:18] Die de Here vrezen, zullen zijn woorden niet ongehoorzaam zijn, en die Hem liefhebben, zullen zijn wegen bewaren.

17[2:19] Die de Here vrezen, zoeken dat zij hem behagen mogen. [2:20] Die hem liefhebben, zullen van zijn wet verzadigd worden.

18[2:21] Die de Here vrezen, bereiden hun harten, en vernederen hun zielen voor hem. [2:22] Zeggende, laat ons in de handen Gods vallen, en niet in de handen der mensen. [2:23] Want gelijk zijn grote heerlijkheid is, zo is ook zijn barmhartigheid.

Sirach 2

1Mijn zoon, zijt ge besloten, den Heer te dienen. Bereid u dan voor op beproeving.

2Wees sterk en standvastig, En blijf kalm in tijd van tegenspoed;

3Blijf Hem trouw en val niet af, Opdat ge groot moogt zijn bij uw einde.

4Neem alles aan wat u overkomt; Blijf geduldig bij de verschillende rampen.

5Want het goud wordt beproefd in het vuur, Godgevallige mensen in de oven van het lijden.

6Blijf vertrouwen op Hem, Hij neemt u weer aan; Houd het rechte pad en blijf op Hem hopen.

7Gij, die den Heer vreest, verbeidt zijn erbarmen, En wijkt niet af, opdat gij niet valt.

8Gij, die den Heer vreest, blijft op Hem vertrouwen; En uw loon zal u niet ontgaan.

9Gij, die den Heer vreest, hoopt op geluk. Op eeuwige vreugde en ontferming.

10Schouwt naar de vroegere geslachten en ziet: Wie vertrouwde er op den Heer. en is te schande geworden; Wie volhardde in zijn vreze, en werd verlaten, Of wie riep Hem aan. en vond geen verhoring?

11Want genadig is de Heer en barmhartig; Hij vergeeft de zonden en redt ten tijde van nood.

12Maar wee de weifelende harten en slappe handen; Wee den zondaar, die op twee wegen gaat.

13Wee het bange hart, dat geen vertrouwen meer heeft, En daarom geen beschutting zal vinden.

14Wee u, die het geduld hebt verloren; Want wat zult gij doen, als de Heer komt met bezoeking?

15Die den Heer vrezen, onderhouden zijn geboden; En die Hem lief hebben, bewaren zijn wegen.

16Die den Heer vrezen, zoeken zijn welbehagen; En die Hem beminnen, zijn vol van zijn Wet.

17Die den Heer vrezen, houden hun harten bereid, En vernederen zich voor zijn aanschijn.

18Vallen we dus liever in de handen des Heren, Dan in de handen der mensen; Want zo groot zijn heerlijkheid is, Zo groot is ook zijn ontferming!

19

20

21

22

23

Sirach 2:1
NlCanisius1939

Mijn zoon, zijt ge besloten, den Heer te dienen. Bereid u dan voor op beproeving.

DutSVVA

Mijn kind, indien gij komt om de Here te dienen, zo bereid uw ziel tot aanvechting.

2
NlCanisius1939

Wees sterk en standvastig, En blijf kalm in tijd van tegenspoed;

DutSVVA

Richt uw hart en verdraag, en haast niet in de tijd, als deze over u gebracht wordt.

3
NlCanisius1939

Blijf Hem trouw en val niet af, Opdat ge groot moogt zijn bij uw einde.

DutSVVA

Hang hem aan, en wijk niet van hem af, opdat gij moogt vermeerderd worden in uw laatste dagen.

4
NlCanisius1939

Neem alles aan wat u overkomt; Blijf geduldig bij de verschillende rampen.

DutSVVA

Neem gaarne aan al wat u zou mogen overkomen, en in de verandering van uw vernedering zijt lankmoedig.

5
NlCanisius1939

Want het goud wordt beproefd in het vuur, Godgevallige mensen in de oven van het lijden.

DutSVVA

Want in het vuur wordt het goud beproefd, en aangename mensen in de oven der vernedering.

6
NlCanisius1939

Blijf vertrouwen op Hem, Hij neemt u weer aan; Houd het rechte pad en blijf op Hem hopen.

DutSVVA

Geloof hem en hij zal u helpen, maak uw wegen recht, en hoop op hem.

7
NlCanisius1939

Gij, die den Heer vreest, verbeidt zijn erbarmen, En wijkt niet af, opdat gij niet valt.

DutSVVA

Gij die de Here vreest, gelooft hem, en uw loon zal u geenszins ontvallen.

8
NlCanisius1939

Gij, die den Heer vreest, blijft op Hem vertrouwen; En uw loon zal u niet ontgaan.

DutSVVA

Gij die de Here vreest, hoopt het goede en eeuwige verheuging en barmhartigheid.

9
NlCanisius1939

Gij, die den Heer vreest, hoopt op geluk. Op eeuwige vreugde en ontferming.

DutSVVA

Gij die de Here vreest, verbiedt zijn barmhartigheid en wijkt niet af, opdat gij niet valt.

10
NlCanisius1939

Schouwt naar de vroegere geslachten en ziet: Wie vertrouwde er op den Heer. en is te schande geworden; Wie volhardde in zijn vreze, en werd verlaten, Of wie riep Hem aan. en vond geen verhoring?

DutSVVA

Ziet de oude geslachten aan en merkt op.

11
NlCanisius1939

Want genadig is de Heer en barmhartig; Hij vergeeft de zonden en redt ten tijde van nood.

DutSVVA

Wie heeft op de Here betrouwd, en is beschaamd geworden?

12
NlCanisius1939

Maar wee de weifelende harten en slappe handen; Wee den zondaar, die op twee wegen gaat.

DutSVVA

Of wie is in zijn vreze gebleven en verlaten geworden? of wie heeft hem aangeroepen en is door hem veracht?

13
NlCanisius1939

Wee het bange hart, dat geen vertrouwen meer heeft, En daarom geen beschutting zal vinden.

DutSVVA

Want de Here is een ontfermer en barmhartige, moedig en van grote barmhartigheid, vergeeft de zonden, en behoedt in de tijd der verdrukking.

14
NlCanisius1939

Wee u, die het geduld hebt verloren; Want wat zult gij doen, als de Heer komt met bezoeking?

DutSVVA

Wee de bevreesde harten, en de slappe handen en de zondaar die twee paden ingaat. [2:15] Wee een slap hart, omdat het niet gelooft, daarom zal het niet beschermd worden.

15
NlCanisius1939

Die den Heer vrezen, onderhouden zijn geboden; En die Hem lief hebben, bewaren zijn wegen.

DutSVVA

[2:16] Wee ulieden die de lijdzaamheid verloren hebt. [2:17] Wat zult gij doen, als u de Here bezoeken zal?

16
NlCanisius1939

Die den Heer vrezen, zoeken zijn welbehagen; En die Hem beminnen, zijn vol van zijn Wet.

DutSVVA

[2:18] Die de Here vrezen, zullen zijn woorden niet ongehoorzaam zijn, en die Hem liefhebben, zullen zijn wegen bewaren.

17
NlCanisius1939

Die den Heer vrezen, houden hun harten bereid, En vernederen zich voor zijn aanschijn.

DutSVVA

[2:19] Die de Here vrezen, zoeken dat zij hem behagen mogen. [2:20] Die hem liefhebben, zullen van zijn wet verzadigd worden.

18
NlCanisius1939

Vallen we dus liever in de handen des Heren, Dan in de handen der mensen; Want zo groot zijn heerlijkheid is, Zo groot is ook zijn ontferming!

DutSVVA

[2:21] Die de Here vrezen, bereiden hun harten, en vernederen hun zielen voor hem. [2:22] Zeggende, laat ons in de handen Gods vallen, en niet in de handen der mensen. [2:23] Want gelijk zijn grote heerlijkheid is, zo is ook zijn barmhartigheid.

19
NlCanisius1939

DutSVVA

20
NlCanisius1939

DutSVVA

21
NlCanisius1939

DutSVVA

22
NlCanisius1939

DutSVVA

23
NlCanisius1939

DutSVVA

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 2

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 2 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Sirach 2:16

NlCanisius1939

"Die den Heer vrezen, zoeken zijn welbehagen; En die Hem beminnen, zijn vol van zijn Wet."

DutSVVA

"[2:18] Die de Here vrezen, zullen zijn woorden niet ongehoorzaam zijn, en die Hem liefhebben, zullen zijn wegen bewaren."

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward