Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Sirach 1 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Sirach 1

1De wijsheid van Jesus Sirach. Eerste afdeling. De wijsheid in de practijk van het leven. Eerste reeks. De wijsheid en onze plichten jegens God en mensen. Inleiding. Het zedelijk karakter van de wijsheid. Alle wijsheid komt van den Heer, En bij Hem blijft zij tot in eeuwigheid.

2Het zand van de zee, de druppels van de regen, En de dagen der eeuwen, wie kan ze tellen?

3De hoogte des hemels, de breedte der aarde, En de diepte van de oceanen, wie zal ze doorgronden?

4Maar vóór alle dingen werd de wijsheid geschapen, En van eeuwigheid bestaat de verstandige kennis.

5

6De wortel der wijsheid, wien werd ze geopenbaard, En haar raadsbesluiten, wie kan ze kennen?

7

8Eén is er wijs, bovenmate vreeswekkend: De Heer, die op zijn troon is gezeten!

9Hij heeft haar geschapen, gezien en geteld, Over al zijn werken haar uitgestort.

10Zij toeft dus bij allen, naar gelang Hij ze gaf; Hij deelt haar mee aan wie Hem beminnen.

11De vreze des Heren is eer en roem; Zij is blijdschap en een vreugdekrans.

12De vreze des Heren verheugt het hart; Zij geeft blijdschap, vreugde en lengte van dagen.

13Wie den Heer vreest, gaat het goed aan het einde; Op de dag van zijn dood zal hij genade vinden.

14Het begin der wijsheid is den Heer te vrezen; Reeds vóór de geboorte wordt zij de vromen ingeschapen.

15Bij de mensen heeft zij een eeuwige woonstee gevestigd, En zich toevertrouwd aan hun geslacht.

16De volheid der wijsheid is den Heer te vrezen, En dronken maakt zij met haar vruchten.

17Heel haar huis vult zij op met haar schatten, En haar voorraadschuren met haar vruchten.

18De kroon der wijsheid is de vreze des Heren; Zij laat vrede bloeien en blakende welstand.

19Zij doet kennis en verstandig inzicht stromen, En brengt, die haar trouw blijven, hoog in ere.

20De wortel der wijsheid is den Heer te vrezen, En haar takken zijn lengte van dagen.

21De vreze des Heren houdt de zonde verre; Wie daaraan vasthoudt, wendt de gramschap af.

22Wie ten onrechte toornig wordt, krijgt geen gelijk; Want de onstuimigheid van zijn toorn brengt hem ten val.

23Maar de lankmoedige wacht, tot zijn tijd is gekomen; En daarna wordt blijdschap zijn deel.

24Tot het goede ogenblik houdt hij zijn woorden in; Daarom loven de lippen der braven zijn doorzicht.

25In de schatten der wijsheid zijn wijze spreuken; Maar voor den zondaar is godsvrucht een gruwel.

26Begeert ge dus wijsheid, onderhoud de geboden; En de Heer zal ze u schenken.

27Want wijsheid en tucht zijn de vreze des Heren; Trouw en deemoed vinden zijn welbehagen.

28Wees dus niet ongehoorzaam aan de vreze des Heren, En treed haar niet tegen met een weifelend hart.

29Huichel ook niet tegenover de mensen, Maar geef acht op uw lippen;

30Verhef u niet, opdat ge niet valt, En geen schande brengt over uzelf. Want de Heer zal uw geheimen onthullen, En in de kring der gemeente u doen vallen, Omdat ge niet wandelt naar de vreze des Heren, En uw hart vol bedrog is.

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

Sirach 1

1Alle wijsheid is van de Here, en is met hem in der eeuwigheid.

2Wie zal het zand der zee en de droppelen van de regen en de dagen der eeuwen tellen?

3Wie zal de hoogte des hemels, en de breedte der aarde, en de afgrond, en de wijsheid naspeuren?

4De wijsheid is eer dan alle dingen geschapen, en het verstand der kloekheid is van de eeuwen af.

5Het woord Gods, die in de allerhoogste plaatsen woont, is de fontein der wijsheid, en haar wegen zijn eeuwige geboden.

6Wie is de wortel der wijsheid ontdekt geweest? en wie heeft haar kloeke werken gekend?

7Eén is er wijs, zeer vreselijk, zittende op zijn troon.

8De Here zelf heeft haar geschapen, en heeft haar gezien en heeft haar geteld.

9En heeft haar uitgegoten over al zijn werken; zij is bij alle vlees naar zijn gave, en hij verleent haar degenen die hem lief hebben.

10De vreze des Heren is eer, en roem, en vrolijkheid, en een kroon der verheuging.

11De vrees des Heren vermaakt het hart, en geeft vrolijkheid en vreugde, en een lang leven.

12Die de Here vreest die zal het welgaan in de laatste dagen, en in de dag van zijn dood zal hij gezegend worden.

13Het begin der wijsheid is de Here vrezen, en zij is met de gelovigen tezamen geschapen in 's moeders lichaam.

14Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament gelegd, en bij hun zaad zal zij worden vertrouwd.

15De verzadiging der wijsheid is de Here vrezen, en zij maakt hen dronken van haar vruchten.

16Haar gehele huis vervult zij met haar wellustigheden, en haar schuren van haar gewas;

17En beide zijn het gaven Gods tot vrede.

18De kroon der wijsheid is de Here vrezen, doende voort spruiten vrede en volkomen gezondheid, en de roem verbreidt hem voor degenen, die hem liefhebben.

19De wijsheid giet de wetenschap en de kennis van het verstand uit als een plasregen en verhoogt de heerlijkheid der genen, die haar vasthouden.

20De wortel der wijsheid is de Here vrezen, en haar takken zijn een lang leven.

21De vreze des Heren verdrijft de misdaden, en bijblijvende keert zij toorn af.

22Een toornig man zal niet kunnen gerechtvaardigd worden, want de hevigheid zijns toorns is hem ten val.

23Een lankmoedig man zal een tijdlang verdragen, en ten laatste zal hem de vrolijkheid vergelden.

24Hij zal zijn woorden een tijdlang verbergen, maar de lippen van velen zullen zijn verstand verhalen.

25In de schatten der wijsheid zijn gelijkenissen der wetenschap, maar de godsdienstigheid is de zondaar een gruwel.

26Hebt gij lust tot wijsheid, zo bewaar de geboden, en de Here zal u deze verlenen,

27Want de vreze des Heren is wijsheid en tucht, en zijn wel behagen is geloof en zachtmoedigheid.

28Als gij behoeftig zijt, zo wantrouw de vreze des Heren niet, en ga niet tot hem met een dubbel hart.

29Maar de geveinsden niet met monden der mensen: en neem acht op uw lippen. [1:30] Verhef uzelf niet, opdat gij niet valt, en schande brengt over uw ziel.

30[1:31] Want de Here zal al uw verborgen dingen openbaren, en u in het midden der vergadering ter nederwerpen. [1:32] Omdat gij tot de vreze des Heren niet met waarheid zijt gekomen, en uw hart vol is van bedrog.

Sirach 1

1De wijsheid van Jesus Sirach. Eerste afdeling. De wijsheid in de practijk van het leven. Eerste reeks. De wijsheid en onze plichten jegens God en mensen. Inleiding. Het zedelijk karakter van de wijsheid. Alle wijsheid komt van den Heer, En bij Hem blijft zij tot in eeuwigheid.

2Het zand van de zee, de druppels van de regen, En de dagen der eeuwen, wie kan ze tellen?

3De hoogte des hemels, de breedte der aarde, En de diepte van de oceanen, wie zal ze doorgronden?

4Maar vóór alle dingen werd de wijsheid geschapen, En van eeuwigheid bestaat de verstandige kennis.

5

6De wortel der wijsheid, wien werd ze geopenbaard, En haar raadsbesluiten, wie kan ze kennen?

7

8Eén is er wijs, bovenmate vreeswekkend: De Heer, die op zijn troon is gezeten!

9Hij heeft haar geschapen, gezien en geteld, Over al zijn werken haar uitgestort.

10Zij toeft dus bij allen, naar gelang Hij ze gaf; Hij deelt haar mee aan wie Hem beminnen.

11De vreze des Heren is eer en roem; Zij is blijdschap en een vreugdekrans.

12De vreze des Heren verheugt het hart; Zij geeft blijdschap, vreugde en lengte van dagen.

13Wie den Heer vreest, gaat het goed aan het einde; Op de dag van zijn dood zal hij genade vinden.

14Het begin der wijsheid is den Heer te vrezen; Reeds vóór de geboorte wordt zij de vromen ingeschapen.

15Bij de mensen heeft zij een eeuwige woonstee gevestigd, En zich toevertrouwd aan hun geslacht.

16De volheid der wijsheid is den Heer te vrezen, En dronken maakt zij met haar vruchten.

17Heel haar huis vult zij op met haar schatten, En haar voorraadschuren met haar vruchten.

18De kroon der wijsheid is de vreze des Heren; Zij laat vrede bloeien en blakende welstand.

19Zij doet kennis en verstandig inzicht stromen, En brengt, die haar trouw blijven, hoog in ere.

20De wortel der wijsheid is den Heer te vrezen, En haar takken zijn lengte van dagen.

21De vreze des Heren houdt de zonde verre; Wie daaraan vasthoudt, wendt de gramschap af.

22Wie ten onrechte toornig wordt, krijgt geen gelijk; Want de onstuimigheid van zijn toorn brengt hem ten val.

23Maar de lankmoedige wacht, tot zijn tijd is gekomen; En daarna wordt blijdschap zijn deel.

24Tot het goede ogenblik houdt hij zijn woorden in; Daarom loven de lippen der braven zijn doorzicht.

25In de schatten der wijsheid zijn wijze spreuken; Maar voor den zondaar is godsvrucht een gruwel.

26Begeert ge dus wijsheid, onderhoud de geboden; En de Heer zal ze u schenken.

27Want wijsheid en tucht zijn de vreze des Heren; Trouw en deemoed vinden zijn welbehagen.

28Wees dus niet ongehoorzaam aan de vreze des Heren, En treed haar niet tegen met een weifelend hart.

29Huichel ook niet tegenover de mensen, Maar geef acht op uw lippen;

30Verhef u niet, opdat ge niet valt, En geen schande brengt over uzelf. Want de Heer zal uw geheimen onthullen, En in de kring der gemeente u doen vallen, Omdat ge niet wandelt naar de vreze des Heren, En uw hart vol bedrog is.

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

Sirach 1:1
NlCanisius1939

De wijsheid van Jesus Sirach. Eerste afdeling. De wijsheid in de practijk van het leven. Eerste reeks. De wijsheid en onze plichten jegens God en mensen. Inleiding. Het zedelijk karakter van de wijsheid. Alle wijsheid komt van den Heer, En bij Hem blijft zij tot in eeuwigheid.

DutSVVA

Alle wijsheid is van de Here, en is met hem in der eeuwigheid.

2
NlCanisius1939

Het zand van de zee, de druppels van de regen, En de dagen der eeuwen, wie kan ze tellen?

DutSVVA

Wie zal het zand der zee en de droppelen van de regen en de dagen der eeuwen tellen?

3
NlCanisius1939

De hoogte des hemels, de breedte der aarde, En de diepte van de oceanen, wie zal ze doorgronden?

DutSVVA

Wie zal de hoogte des hemels, en de breedte der aarde, en de afgrond, en de wijsheid naspeuren?

4
NlCanisius1939

Maar vóór alle dingen werd de wijsheid geschapen, En van eeuwigheid bestaat de verstandige kennis.

DutSVVA

De wijsheid is eer dan alle dingen geschapen, en het verstand der kloekheid is van de eeuwen af.

5
NlCanisius1939

DutSVVA

Het woord Gods, die in de allerhoogste plaatsen woont, is de fontein der wijsheid, en haar wegen zijn eeuwige geboden.

6
NlCanisius1939

De wortel der wijsheid, wien werd ze geopenbaard, En haar raadsbesluiten, wie kan ze kennen?

DutSVVA

Wie is de wortel der wijsheid ontdekt geweest? en wie heeft haar kloeke werken gekend?

7
NlCanisius1939

DutSVVA

Eén is er wijs, zeer vreselijk, zittende op zijn troon.

8
NlCanisius1939

Eén is er wijs, bovenmate vreeswekkend: De Heer, die op zijn troon is gezeten!

DutSVVA

De Here zelf heeft haar geschapen, en heeft haar gezien en heeft haar geteld.

9
NlCanisius1939

Hij heeft haar geschapen, gezien en geteld, Over al zijn werken haar uitgestort.

DutSVVA

En heeft haar uitgegoten over al zijn werken; zij is bij alle vlees naar zijn gave, en hij verleent haar degenen die hem lief hebben.

10
NlCanisius1939

Zij toeft dus bij allen, naar gelang Hij ze gaf; Hij deelt haar mee aan wie Hem beminnen.

DutSVVA

De vreze des Heren is eer, en roem, en vrolijkheid, en een kroon der verheuging.

11
NlCanisius1939

De vreze des Heren is eer en roem; Zij is blijdschap en een vreugdekrans.

DutSVVA

De vrees des Heren vermaakt het hart, en geeft vrolijkheid en vreugde, en een lang leven.

12
NlCanisius1939

De vreze des Heren verheugt het hart; Zij geeft blijdschap, vreugde en lengte van dagen.

DutSVVA

Die de Here vreest die zal het welgaan in de laatste dagen, en in de dag van zijn dood zal hij gezegend worden.

13
NlCanisius1939

Wie den Heer vreest, gaat het goed aan het einde; Op de dag van zijn dood zal hij genade vinden.

DutSVVA

Het begin der wijsheid is de Here vrezen, en zij is met de gelovigen tezamen geschapen in 's moeders lichaam.

14
NlCanisius1939

Het begin der wijsheid is den Heer te vrezen; Reeds vóór de geboorte wordt zij de vromen ingeschapen.

DutSVVA

Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament gelegd, en bij hun zaad zal zij worden vertrouwd.

15
NlCanisius1939

Bij de mensen heeft zij een eeuwige woonstee gevestigd, En zich toevertrouwd aan hun geslacht.

DutSVVA

De verzadiging der wijsheid is de Here vrezen, en zij maakt hen dronken van haar vruchten.

16
NlCanisius1939

De volheid der wijsheid is den Heer te vrezen, En dronken maakt zij met haar vruchten.

DutSVVA

Haar gehele huis vervult zij met haar wellustigheden, en haar schuren van haar gewas;

17
NlCanisius1939

Heel haar huis vult zij op met haar schatten, En haar voorraadschuren met haar vruchten.

DutSVVA

En beide zijn het gaven Gods tot vrede.

18
NlCanisius1939

De kroon der wijsheid is de vreze des Heren; Zij laat vrede bloeien en blakende welstand.

DutSVVA

De kroon der wijsheid is de Here vrezen, doende voort spruiten vrede en volkomen gezondheid, en de roem verbreidt hem voor degenen, die hem liefhebben.

19
NlCanisius1939

Zij doet kennis en verstandig inzicht stromen, En brengt, die haar trouw blijven, hoog in ere.

DutSVVA

De wijsheid giet de wetenschap en de kennis van het verstand uit als een plasregen en verhoogt de heerlijkheid der genen, die haar vasthouden.

20
NlCanisius1939

De wortel der wijsheid is den Heer te vrezen, En haar takken zijn lengte van dagen.

DutSVVA

De wortel der wijsheid is de Here vrezen, en haar takken zijn een lang leven.

21
NlCanisius1939

De vreze des Heren houdt de zonde verre; Wie daaraan vasthoudt, wendt de gramschap af.

DutSVVA

De vreze des Heren verdrijft de misdaden, en bijblijvende keert zij toorn af.

22
NlCanisius1939

Wie ten onrechte toornig wordt, krijgt geen gelijk; Want de onstuimigheid van zijn toorn brengt hem ten val.

DutSVVA

Een toornig man zal niet kunnen gerechtvaardigd worden, want de hevigheid zijns toorns is hem ten val.

23
NlCanisius1939

Maar de lankmoedige wacht, tot zijn tijd is gekomen; En daarna wordt blijdschap zijn deel.

DutSVVA

Een lankmoedig man zal een tijdlang verdragen, en ten laatste zal hem de vrolijkheid vergelden.

24
NlCanisius1939

Tot het goede ogenblik houdt hij zijn woorden in; Daarom loven de lippen der braven zijn doorzicht.

DutSVVA

Hij zal zijn woorden een tijdlang verbergen, maar de lippen van velen zullen zijn verstand verhalen.

25
NlCanisius1939

In de schatten der wijsheid zijn wijze spreuken; Maar voor den zondaar is godsvrucht een gruwel.

DutSVVA

In de schatten der wijsheid zijn gelijkenissen der wetenschap, maar de godsdienstigheid is de zondaar een gruwel.

26
NlCanisius1939

Begeert ge dus wijsheid, onderhoud de geboden; En de Heer zal ze u schenken.

DutSVVA

Hebt gij lust tot wijsheid, zo bewaar de geboden, en de Here zal u deze verlenen,

27
NlCanisius1939

Want wijsheid en tucht zijn de vreze des Heren; Trouw en deemoed vinden zijn welbehagen.

DutSVVA

Want de vreze des Heren is wijsheid en tucht, en zijn wel behagen is geloof en zachtmoedigheid.

28
NlCanisius1939

Wees dus niet ongehoorzaam aan de vreze des Heren, En treed haar niet tegen met een weifelend hart.

DutSVVA

Als gij behoeftig zijt, zo wantrouw de vreze des Heren niet, en ga niet tot hem met een dubbel hart.

29
NlCanisius1939

Huichel ook niet tegenover de mensen, Maar geef acht op uw lippen;

DutSVVA

Maar de geveinsden niet met monden der mensen: en neem acht op uw lippen. [1:30] Verhef uzelf niet, opdat gij niet valt, en schande brengt over uw ziel.

30
NlCanisius1939

Verhef u niet, opdat ge niet valt, En geen schande brengt over uzelf. Want de Heer zal uw geheimen onthullen, En in de kring der gemeente u doen vallen, Omdat ge niet wandelt naar de vreze des Heren, En uw hart vol bedrog is.

DutSVVA

[1:31] Want de Here zal al uw verborgen dingen openbaren, en u in het midden der vergadering ter nederwerpen. [1:32] Omdat gij tot de vreze des Heren niet met waarheid zijt gekomen, en uw hart vol is van bedrog.

31
NlCanisius1939

DutSVVA

32
NlCanisius1939

DutSVVA

33
NlCanisius1939

DutSVVA

34
NlCanisius1939

DutSVVA

35
NlCanisius1939

DutSVVA

36
NlCanisius1939

DutSVVA

37
NlCanisius1939

DutSVVA

38
NlCanisius1939

DutSVVA

39
NlCanisius1939

DutSVVA

40
NlCanisius1939

DutSVVA

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 1

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 1 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Sirach 1:16

NlCanisius1939

"De volheid der wijsheid is den Heer te vrezen, En dronken maakt zij met haar vruchten."

DutSVVA

"Haar gehele huis vervult zij met haar wellustigheden, en haar schuren van haar gewas;"

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward