Sirach 19 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 19
1Wie zo doet, wordt zeker niet rijk; Want wie het kleine versmaadt, gaat te gronde.
2Wijn en vrouwen maken het hart overmoedig, En wie met deernen zich afgeeft, is nog vermeteler;
3Verrotting en wormen nemen hem in bezit, Want een vermetel mens wordt weggerukt.
4Wie lichtvaardig gelooft, is lichtzinnig van hart; Wie zo zich bezondigt, misdoet tegen zichzelf.
5Want wie zich over boosheid verheugt, wordt veracht,
6En wie praatjes herhaalt, heeft geen verstand.
7Wil daarom nooit iets oververtellen, Dan zal men ook u niet bekladden.
8Hetzij vriend of vijand, vertel het niet; Kan het zonder zonde, breng het niet aan.
9Want men hoort u aan, en is voor u op zijn hoede, En ter gelegener tijd zal men u er om haten.
10Hebt ge iets gehoord, laat het met u sterven; Wees gerust: het doet u niet bersten.
11De dwaas krijgt weeën van een nieuwtje, Zoals de barende van haar dracht;
12Zoals een pijl vasthaakt in het vlees van de schenkel, Zo een nieuwtje in het hart van den dwaas.
13Ondervraag uw vriend, of hij het niet heeft gedaan; En deed hij het wel, dat hij het niet weer doe.
14Ondervraag uw vriend, of hij het niet heeft gezegd, En zei hij het wel, dat hij het niet weer zegge.
15Ondervraag uw vriend, want men lastert veel; Geloof dus niet al wat men zegt.
16Men doet soms een misstap, maar zonder bedoeling; Maar wie heeft er niet met zijn tong gezondigd?
17Ondervraag uw vriend, eer ge hem bedreigt, En neem de Wet van den Allerhoogste in acht.
18
19
20Volmaakte wijsheid is de vreze des Heren, Volkomen wijsheid streeft naar het volbrengen der Wet;
21
22Maar de kennis der boosheid is geen wijsheid, En de raad der zondaars geen verstand.
23Er is een schranderheid, die een gruwel is, En er zijn onverstandigen zonder boosheid.
24Beter zwak van inzicht, maar godvrezend, Dan een groot verstand, maar de Wet overtredend.
25Er is een geslepen sluwheid, maar onrechtvaardig, Die het recht verdraait, als ze vonnis velt.
26Men gaat soms rond, als gebukt onder rouw, Maar zijn binnenste is vol bedrog;
27Met gebogen hoofd, als wezenloos, Maar onverhoeds zal hij u overvallen.
28Hij mist de kracht, om zonde te doen, Maar zo gauw hij de kans ziet, doet hij kwaad.
Sirach 19
1Een arbeider, die een dronkaard is, zal niet rijk worden, en die het weinige versmaadt, zal gaandeweg vervallen.
2Wijn en vrouwen doen de verstandigen afvallen, en wie de hoeren aanhangt, die wordt stout.
3Die zullen de maden en wormen tot erfdeel hebben, en hij zal uitdrogen tot een zeer schandelijk voorbeeld.
4Wie haar licht vertrouwt die is lichtvaardig van hart, en die tegen zijn ziel zondigt, zal zo mishandelen.
5Wie zich verheugt in het kwaaddoen, zal verdoemd worden, maar wie de wellusten wederstaat, die kroont zijn leven.
6Wie zijn tong bedwingt, zal met degene die niet twistig is, leven; en wie klappen haat, die neemt af in boosheid.
7Herhaal een rede nimmermeer, en het zal u niet wezen tot vermindering.
8En vertel noch bij vriend noch bij vijand het leven van anderen, en indien het u geen zonde is, zo openbaar het niet.
9Want hij heeft u gehoord en u waargenomen, en ter gelegener tijd zal hij u haten.
10Hebt gij wat gehoord, laat het bij u sterven, en zijt welgemoed, want het zal u niet doen barsten.
11Een dwaas zal smarten lijden vanwege een woord, gelijkerwijs een barende vrouw vanwege het kind.
12Gelijk een pijl, die in de heup van het vlees vaststeekt, zo is een woord in de buik van een dwaas.
13Bestraf uw vriend, misschien heeft hij het niet gedaan, en zo hij het gedaan heeft, dat hij het niet te eniger tijd meer doe.
14Bestraf uw naaste, misschien heeft hij het niet gezegd, en zo hij het gezegd heeft, dat hij het ten tweeden male niet zegge.
15Bestraf uw vriend, want dikwijls geschiedt er ijdele lastering.
16Laat uw hart niet elk woord geloven; menigeen struikelt in een woord en niet van harte, en wie is er die met zijn tong niet struikelt?
17Bestraf uw naaste eer gij dreigt, en geef de wet des Allerhoogsten plaats, en word niet toornig.
18De vreze des Heren is een beginsel der aanneming, en de wijsheid die van hem komt verkrijgt liefde; kennis der geboden des Heren is onderwijzing des levens, en die doen wat hem behagelijk is, zullen de boom der onsterfelijkheid tot vrucht genieten.
19De vreze van de Here komende, is de gehele wijsheid, en in alle wijsheid is de onderhouding der wet, en kennis zijner almogendheid. Een huisknecht zeggende tot zijn heer: Gelijk het u behaagt zal ik niet doen, indien hij het daarna doet, ver toornt degene, die hem voedt.
20De wetenschap der boosheid is geen wijsheid, en daar is geen kloekheid waar de raad der zondaren is.
21Daar is boosheid en die is een gruwel, en daar is een onverstandige, die het aan wijsheid ontbreekt.
22Die het aan verstand ontbreekt, en bevreesd is, die is beter dan degene, die overvloedig is in kloekheid, en de wet des Allerhoogsten overtreedt.
23Daar is een vlijtige arglistigheid, en ze is onrechtvaardig, en menigeen is er die de genade verandert, om het recht te doen blijken, en menigeen is er die rechtvaardig oordeelt, en die is wijs.
24Menigeen is er die boosheid doet, gaande gebukt in zwarte klederen, en het binnenste van hem is vol van vurig bedrog.
25Hij bukt het aangezicht, en maakt de dove; indien gij hem niet gewaar wordt, zal hij u voorkomen om kwaad te doen.
26En indien hij bij gebrek van sterkte verhinderd wordt te zondigen, zo zal hij toch kwaad doen indien hij gelegener tijd vindt.
27Een mens wordt aan het gezicht gekend, en een verstandige wordt aan de ontmoeting zijns aangezichts gekend.
28De kleding des mans, en het lachen der tanden, en de gang der mensen, verkondigen wat hij voor een is.
29Daar is een bestraffing die ontijdig is, en daar is een die zwijgt, en hij is wijs.
30
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 19
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 19 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 19:16
"Men doet soms een misstap, maar zonder bedoeling; Maar wie heeft er niet met zijn tong gezondigd?"
"Laat uw hart niet elk woord geloven; menigeen struikelt in een woord en niet van harte, en wie is er die met zijn tong niet struikelt?"





