Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Sirach 17 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Sirach 17

1De Heer heeft den mens uit aarde geschapen, Maar Hij voert hem ook tot haar terug;

2Hij schonk hun slechts weinige dagen, een vaste tijd, En gaf hun macht over wat er op aarde bestaat.

3Naar hun aard heeft Hij hen met macht bekleed, En naar zijn beeld hen geschapen;

4Alle vlees vervulde Hij met ontzag voor den mens, Want Hij maakte hem heer over dieren en vogels.

5

6Hij schonk hun een tong, ogen en oren, En gaf hun een hart om te denken;

7Met verstand en kennis vervulde Hij hen, En toonde hun, wat goed is en kwaad.

8Hij plaatste zijn oog in hun hart, Opdat zij de grootheid zijner werken zouden begrijpen.

9

10Zij zullen de lof verkonden van zijn heilige Naam, Om de grootheid van zijn werken te prijzen.

11Hij gaf hun nog weer nieuwe kennis, Toen Hij hun de wet des levens gaf;

12Hij sloot met hen een eeuwig verbond, En openbaarde hun zijn wetten.

13Hun ogen hebben zijn grote glorie aanschouwd, Hun oren zijn heerlijke stem vernomen.

14Hij sprak tot hen: “Wacht u voor alle kwaad,” En gaf iedereen geboden over zijn naaste.

15Hun wegen liggen altijd voor Hem open, En zijn niet verborgen voor zijn ogen;

16

17

18

19Al hun werken staan als de zon voor zijn aanschijn, Want zijn ogen rusten steeds op hun wegen.

20Hun ongerechtigheden zijn voor Hem niet verborgen; Al hun zonden liggen open voor den Heer.

21

22Als een zegelring bewaart Hij de aalmoes der mensen, Iemands weldaad als de appel van het oog;

23Later verheft Hij Zich om het hun te belonen, Of om straf op hun hoofd te doen komen.

24Toch schenkt Hij bekering aan de boetvaardigen. En moedigt de vertwijfelden aan:

25Keer terug tot den Heer, en verlaat de zonden; Bid voor zijn aanschijn, en verminder het kwaad.

26Bekeer u tot God, wend u af van het onrecht. Haat, zo diep als ge kunt, alle gruwel!'.

27Wie zal in het dodenrijk den Allerhoogste loven, Zoals de levenden Hem prijzen?

28Een dode is niet meer; hij heeft alle lof gestaakt; De levende en gezonde kunnen Jahweh nog loven.

29Hoe groot is Jahweh's ontferming, En zijn erbarming voor die zich tot Hem bekeren!

30Niet alles toch is volmaakt bij de mensen, Daar het mensenkind niet onsterfelijk is.

31Wat straalt er meer dan de zon; toch wordt ze verduisterd: En de mens is maar een schepsel van vlees en bloed.

Sirach 17

1De Here heeft de mens uit aarde geschapen, en heeft hem weder in dezelve doen terugkeren.

2Hij heeft hun een getal van dagen, en een bestemde tijd gegeven, en heeft hun macht gegeven over de dingen die daarop zijn.

3Hij heeft hen bekleed met sterkte, naar hun gelegenheid, en heeft hen naar zijn evenbeeld gemaakt.

4Hij heeft hun vreze gelegd op alle vlees, en gegeven dat hij zou heersen over de dieren en vogels, naar zijn gelijkenis.

5En voor het zesde heeft hij hun het vernuft geschonken, uit delende zijn gaven, en voor het zevende, de spraak, welke is een uitlegging zijner werken.

6Hij heeft hun gegeven raad, en tong, en ogen, oren, en een hart om te overleggen; met wetenschap des verstands heeft hij hen vervuld, en hun hetgeen goed en kwaad is getoond.

7Hij heeft zijn ogen op hun harten gelegd; hij heeft hun gegeven in eeuwigheid te mogen roemen in zijn wonderen, opdat zij zijn werken verstandig zouden verhalen;

8En de uitverkorenen zullen de naam zijner heiligmaking prijzen.

9Hij heeft hun nog toegelegd wetenschap, en hun de wet des levens tot een erfdeel gegeven, opdat zij zouden verstaan, dat zij nu sterfelijk zijn.

10Een eeuwig verbond heeft hij met hen opgericht, en hun getoond zijn oordelen.

11Hun ogen hebben zijn heerlijke majesteit gezien, en hun oor heeft gehoord de heerlijkheid zijner stem, en heeft tot hen gezegd:

12Wacht u van alle ongerechtigheid, en heeft hun geboden gegeven, elk een van zijn naaste.

13Hun wegen zullen niet verborgen zijn voor zijn ogen, zijnde altijd voor hem, maar ieder mens is van de jeugd af geneigd tot het kwade, en, zij hebben hun harten in plaats van steen en geen vlesen kunnen maken.

14Want in de verdeling der volken van het ganse aardrijk heeft bij over elk volk een overste gesteld, maar Israël nam hij tot zijn deel aan, welke, zijnde zijn eerstgeborene, de tucht op voedt, en hij deelt hem mede het licht der liefde, en begeeft hem niet.

15Daarom zijn al hun werken voor hem gelijk als de zon, en zijn ogen zien steeds op hun wegen.

16Hun ongerechtigheden zijn niet verborgen voor hem, en al hun zonden zijn voor de Here, doch de Here zijnde goedertieren, en zijn maaksel kennende, heeft hen noch begeven noch verlaten, maar heeft hen verschoond.

17Want de barmhartigheid tegen de man is gelijk een zegel bij hem, en zal de genade tegen de mens bewaren als zijn oogappel, gevende zijn zonen en dochters bekering, daarna zal hij opstaan en hen weder vergelden, en hun vergelding zal hij op hun hoofd vergelden.

18Doch de boetvaardige heeft bij gegeven weder te keren, en heeft tot zich geroepen die de lijdzaamheid verlieten.

19Bekeer u dan tot de Here, en verlaat de zonden; smeek voor zijn aangezicht, en verminder de ergernis.

20Ga weder tot de Allerhoogste, en keer u af van ongerechtigheid, want hij zal u geleiden uit de duisternis in een verlichting der gezondheid.

21En haat zeer de gruwel.

22Wie zal de Allerhoogste prijzen in het graf, in plaats der levenden, en dergenen die dankzegging spreken?

23Van een dode, als die van een die niet meer is, gaat de dankzegging verloren.

24Maar die leeft en gezond van hart is, zal de Here prijzen.

25Hoe groot is de ontferming des Heren onzes Gods, en de verzoening voor degenen die zich heilig tot hem bekeren.

26Want alle dingen kunnen in de mensen niet zijn, dewijl geen mensenzoon onsterfelijk is.

27Wat is klaarder dan de zon, en nochtans bezwijkt ze; zo ook de mens die vlees en bloed betracht.

28Hij ziet aan de kracht des hogen hemels, en alle mensen zijn maar aarde en as.

29

30

31

32

Sirach 17

1De Heer heeft den mens uit aarde geschapen, Maar Hij voert hem ook tot haar terug;

2Hij schonk hun slechts weinige dagen, een vaste tijd, En gaf hun macht over wat er op aarde bestaat.

3Naar hun aard heeft Hij hen met macht bekleed, En naar zijn beeld hen geschapen;

4Alle vlees vervulde Hij met ontzag voor den mens, Want Hij maakte hem heer over dieren en vogels.

5

6Hij schonk hun een tong, ogen en oren, En gaf hun een hart om te denken;

7Met verstand en kennis vervulde Hij hen, En toonde hun, wat goed is en kwaad.

8Hij plaatste zijn oog in hun hart, Opdat zij de grootheid zijner werken zouden begrijpen.

9

10Zij zullen de lof verkonden van zijn heilige Naam, Om de grootheid van zijn werken te prijzen.

11Hij gaf hun nog weer nieuwe kennis, Toen Hij hun de wet des levens gaf;

12Hij sloot met hen een eeuwig verbond, En openbaarde hun zijn wetten.

13Hun ogen hebben zijn grote glorie aanschouwd, Hun oren zijn heerlijke stem vernomen.

14Hij sprak tot hen: “Wacht u voor alle kwaad,” En gaf iedereen geboden over zijn naaste.

15Hun wegen liggen altijd voor Hem open, En zijn niet verborgen voor zijn ogen;

16

17

18

19Al hun werken staan als de zon voor zijn aanschijn, Want zijn ogen rusten steeds op hun wegen.

20Hun ongerechtigheden zijn voor Hem niet verborgen; Al hun zonden liggen open voor den Heer.

21

22Als een zegelring bewaart Hij de aalmoes der mensen, Iemands weldaad als de appel van het oog;

23Later verheft Hij Zich om het hun te belonen, Of om straf op hun hoofd te doen komen.

24Toch schenkt Hij bekering aan de boetvaardigen. En moedigt de vertwijfelden aan:

25Keer terug tot den Heer, en verlaat de zonden; Bid voor zijn aanschijn, en verminder het kwaad.

26Bekeer u tot God, wend u af van het onrecht. Haat, zo diep als ge kunt, alle gruwel!'.

27Wie zal in het dodenrijk den Allerhoogste loven, Zoals de levenden Hem prijzen?

28Een dode is niet meer; hij heeft alle lof gestaakt; De levende en gezonde kunnen Jahweh nog loven.

29Hoe groot is Jahweh's ontferming, En zijn erbarming voor die zich tot Hem bekeren!

30Niet alles toch is volmaakt bij de mensen, Daar het mensenkind niet onsterfelijk is.

31Wat straalt er meer dan de zon; toch wordt ze verduisterd: En de mens is maar een schepsel van vlees en bloed.

Sirach 17:1
NlCanisius1939

De Heer heeft den mens uit aarde geschapen, Maar Hij voert hem ook tot haar terug;

DutSVVA

De Here heeft de mens uit aarde geschapen, en heeft hem weder in dezelve doen terugkeren.

2
NlCanisius1939

Hij schonk hun slechts weinige dagen, een vaste tijd, En gaf hun macht over wat er op aarde bestaat.

DutSVVA

Hij heeft hun een getal van dagen, en een bestemde tijd gegeven, en heeft hun macht gegeven over de dingen die daarop zijn.

3
NlCanisius1939

Naar hun aard heeft Hij hen met macht bekleed, En naar zijn beeld hen geschapen;

DutSVVA

Hij heeft hen bekleed met sterkte, naar hun gelegenheid, en heeft hen naar zijn evenbeeld gemaakt.

4
NlCanisius1939

Alle vlees vervulde Hij met ontzag voor den mens, Want Hij maakte hem heer over dieren en vogels.

DutSVVA

Hij heeft hun vreze gelegd op alle vlees, en gegeven dat hij zou heersen over de dieren en vogels, naar zijn gelijkenis.

5
NlCanisius1939

DutSVVA

En voor het zesde heeft hij hun het vernuft geschonken, uit delende zijn gaven, en voor het zevende, de spraak, welke is een uitlegging zijner werken.

6
NlCanisius1939

Hij schonk hun een tong, ogen en oren, En gaf hun een hart om te denken;

DutSVVA

Hij heeft hun gegeven raad, en tong, en ogen, oren, en een hart om te overleggen; met wetenschap des verstands heeft hij hen vervuld, en hun hetgeen goed en kwaad is getoond.

7
NlCanisius1939

Met verstand en kennis vervulde Hij hen, En toonde hun, wat goed is en kwaad.

DutSVVA

Hij heeft zijn ogen op hun harten gelegd; hij heeft hun gegeven in eeuwigheid te mogen roemen in zijn wonderen, opdat zij zijn werken verstandig zouden verhalen;

8
NlCanisius1939

Hij plaatste zijn oog in hun hart, Opdat zij de grootheid zijner werken zouden begrijpen.

DutSVVA

En de uitverkorenen zullen de naam zijner heiligmaking prijzen.

9
NlCanisius1939

DutSVVA

Hij heeft hun nog toegelegd wetenschap, en hun de wet des levens tot een erfdeel gegeven, opdat zij zouden verstaan, dat zij nu sterfelijk zijn.

10
NlCanisius1939

Zij zullen de lof verkonden van zijn heilige Naam, Om de grootheid van zijn werken te prijzen.

DutSVVA

Een eeuwig verbond heeft hij met hen opgericht, en hun getoond zijn oordelen.

11
NlCanisius1939

Hij gaf hun nog weer nieuwe kennis, Toen Hij hun de wet des levens gaf;

DutSVVA

Hun ogen hebben zijn heerlijke majesteit gezien, en hun oor heeft gehoord de heerlijkheid zijner stem, en heeft tot hen gezegd:

12
NlCanisius1939

Hij sloot met hen een eeuwig verbond, En openbaarde hun zijn wetten.

DutSVVA

Wacht u van alle ongerechtigheid, en heeft hun geboden gegeven, elk een van zijn naaste.

13
NlCanisius1939

Hun ogen hebben zijn grote glorie aanschouwd, Hun oren zijn heerlijke stem vernomen.

DutSVVA

Hun wegen zullen niet verborgen zijn voor zijn ogen, zijnde altijd voor hem, maar ieder mens is van de jeugd af geneigd tot het kwade, en, zij hebben hun harten in plaats van steen en geen vlesen kunnen maken.

14
NlCanisius1939

Hij sprak tot hen: “Wacht u voor alle kwaad,” En gaf iedereen geboden over zijn naaste.

DutSVVA

Want in de verdeling der volken van het ganse aardrijk heeft bij over elk volk een overste gesteld, maar Israël nam hij tot zijn deel aan, welke, zijnde zijn eerstgeborene, de tucht op voedt, en hij deelt hem mede het licht der liefde, en begeeft hem niet.

15
NlCanisius1939

Hun wegen liggen altijd voor Hem open, En zijn niet verborgen voor zijn ogen;

DutSVVA

Daarom zijn al hun werken voor hem gelijk als de zon, en zijn ogen zien steeds op hun wegen.

16
NlCanisius1939

DutSVVA

Hun ongerechtigheden zijn niet verborgen voor hem, en al hun zonden zijn voor de Here, doch de Here zijnde goedertieren, en zijn maaksel kennende, heeft hen noch begeven noch verlaten, maar heeft hen verschoond.

17
NlCanisius1939

DutSVVA

Want de barmhartigheid tegen de man is gelijk een zegel bij hem, en zal de genade tegen de mens bewaren als zijn oogappel, gevende zijn zonen en dochters bekering, daarna zal hij opstaan en hen weder vergelden, en hun vergelding zal hij op hun hoofd vergelden.

18
NlCanisius1939

DutSVVA

Doch de boetvaardige heeft bij gegeven weder te keren, en heeft tot zich geroepen die de lijdzaamheid verlieten.

19
NlCanisius1939

Al hun werken staan als de zon voor zijn aanschijn, Want zijn ogen rusten steeds op hun wegen.

DutSVVA

Bekeer u dan tot de Here, en verlaat de zonden; smeek voor zijn aangezicht, en verminder de ergernis.

20
NlCanisius1939

Hun ongerechtigheden zijn voor Hem niet verborgen; Al hun zonden liggen open voor den Heer.

DutSVVA

Ga weder tot de Allerhoogste, en keer u af van ongerechtigheid, want hij zal u geleiden uit de duisternis in een verlichting der gezondheid.

21
NlCanisius1939

DutSVVA

En haat zeer de gruwel.

22
NlCanisius1939

Als een zegelring bewaart Hij de aalmoes der mensen, Iemands weldaad als de appel van het oog;

DutSVVA

Wie zal de Allerhoogste prijzen in het graf, in plaats der levenden, en dergenen die dankzegging spreken?

23
NlCanisius1939

Later verheft Hij Zich om het hun te belonen, Of om straf op hun hoofd te doen komen.

DutSVVA

Van een dode, als die van een die niet meer is, gaat de dankzegging verloren.

24
NlCanisius1939

Toch schenkt Hij bekering aan de boetvaardigen. En moedigt de vertwijfelden aan:

DutSVVA

Maar die leeft en gezond van hart is, zal de Here prijzen.

25
NlCanisius1939

Keer terug tot den Heer, en verlaat de zonden; Bid voor zijn aanschijn, en verminder het kwaad.

DutSVVA

Hoe groot is de ontferming des Heren onzes Gods, en de verzoening voor degenen die zich heilig tot hem bekeren.

26
NlCanisius1939

Bekeer u tot God, wend u af van het onrecht. Haat, zo diep als ge kunt, alle gruwel!'.

DutSVVA

Want alle dingen kunnen in de mensen niet zijn, dewijl geen mensenzoon onsterfelijk is.

27
NlCanisius1939

Wie zal in het dodenrijk den Allerhoogste loven, Zoals de levenden Hem prijzen?

DutSVVA

Wat is klaarder dan de zon, en nochtans bezwijkt ze; zo ook de mens die vlees en bloed betracht.

28
NlCanisius1939

Een dode is niet meer; hij heeft alle lof gestaakt; De levende en gezonde kunnen Jahweh nog loven.

DutSVVA

Hij ziet aan de kracht des hogen hemels, en alle mensen zijn maar aarde en as.

29
NlCanisius1939

Hoe groot is Jahweh's ontferming, En zijn erbarming voor die zich tot Hem bekeren!

DutSVVA

30
NlCanisius1939

Niet alles toch is volmaakt bij de mensen, Daar het mensenkind niet onsterfelijk is.

DutSVVA

31
NlCanisius1939

Wat straalt er meer dan de zon; toch wordt ze verduisterd: En de mens is maar een schepsel van vlees en bloed.

DutSVVA

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 17

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 17 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Sirach 17:16

NlCanisius1939

"De Heer heeft den mens uit aarde geschapen, Maar Hij voert hem ook tot haar terug;"

DutSVVA

"Hun ongerechtigheden zijn niet verborgen voor hem, en al hun zonden zijn voor de Here, doch de Here zijnde goedertieren, en zijn maaksel kennende, heeft hen noch begeven noch verlaten, maar heeft hen verschoond."

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward