Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking

Sirach 15 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)

chevron_leftchevron_right

Sirach 15

1Wie Jahweh vreest, zal dit alles doen, En wie de Wet nastreeft, zal haar vinden;

2Zij treedt als een moeder hem tegemoet, En ontvangt hem als de vrouw zijner jeugd.

3Dan spijst zij hem met het brood der wijsheid, En laaft hem met het water der kennis;

4Hij kan op haar steunen zonder te wankelen, Op haar vertrouwen, en nooit tevergeefs.

5Zij zal hem verheffen boven zijn makkers, Zijn mond ontsluiten in de vergadering.

6Vreugde en blijdschap zal hij vinden, En eeuwige roem doet zij hem erven.

7Maar zondaars verkrijgen haar nooit, En trotsaards zijn voor haar blind;

8Van spotters houdt zij zich verre, En leugenaars gedenken haar niet.

9In de mond van den zondaar past haar lof niet, Want hij heeft haar van God niet verkregen;

10Maar de mond van den wijze verkondigt haar lof, Want wie haar bezit, kan haar aan anderen leren.

11Denk niet: Mijn zonde komt van God; Want wat Hij haat, dat kan Hij niet doen.

12Zeg toch niet: Hij heeft mij doen vallen; Want Hij heeft den zondaar niet nodig.

13Jahweh haat alle zonde en kwaad, En die hem vrezen, bewaart Hij er voor.

14Sinds God den mens schiep in de aanvang, Heeft Hij hem overgelaten aan zijn eigen verstand.

15Als ge wilt, kunt ge de geboden bewaren. Als ge wijs zijt, volbrengt ge zijn wil.

16Vóór u zijn neergelegd water en vuur; Steek uit uw hand naar wat ge verkiest.

17Vóór den mens ligt de keus tussen leven en dood; Wat hij verlangt, dat wordt hem gegeven.

18Onmetelijk is de wijsheid van Jahweh; Sterk is zijn kracht en alles doorschouwt Hij.

19De ogen van God zien neer op zijn werken, En Hij kent alle daden der mensen;

20Hij heeft den mens niet bevolen te zondigen, En daarom zegent Hij zondaars niet.

21

22

Sirach 15

1Die de Here vreest zal zulks doen en die de kennis der wet verkregen heeft zal haar vinden.

2En gelijk een moeder zal zij hem tegemoet gaan, en gelijk een vrouw die hij als zij maagd was getrouwd heeft, zal zij hem ontvangen.

3Zij zal hem spijzen met brood des verstands, en met water der wijsheid zal zij hem drenken.

4Hij zal op haar gevestigd worden, en zal niet wankelen, en hij zal zich aan haar houden, en niet beschaamd worden.

5En zij zal hem verhogen boven zijn naaste, en zij zal in het midden der vergadering zijn mond openen.

6Hij zal vrolijkheid en een kroon der verheuging vinden, en zij zal hem een eeuwige naam doen beërven.

7Onverstandige mensen zullen haar niet begrijpen.

8Zondaars zullen haar geenszins zien; zij is verre van hovaardigheid, en leugenaars gedenken aan haar gans niet.

9De lof in de mond des zondaars voegt niet wel, omdat hij hem van de Here niet is gezonden.

10Want met wijsheid zal lof gesproken worden, en de Here zal die voorspoedig maken.

11Zeg niet: De Here is oorzaak, dat ik afgevallen ben; want hetgeen hij haat moet gij niet doen.

12Zeg niet, hij heeft mij gemaakt, want hij heeft de zondaar niet van node.

13De Here haat allerlei gruwel, en ze is niet bemind van degenen die hem vrezen.

14Hij heeft van den beginne de mens gemaakt, en hem gelaten in de hand zijns raads.

15En heeft gezegd: Indien gij wilt, gij zult de geboden houden en het geloof om te doen hetgeen mij behaagt.

16Hij heeft u vuur en water voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt.

17Het leven en de dood zijn voor de mens, en hetgeen hem behagen zal, dat zal hem gegeven worden.

18Want groot is de wijsheid des Heren, en hij is sterk in kracht, en ziet alle dingen.

19En zijn ogen zijn op degenen die hem vrezen, en hij zal kennis nemen van alle werken des mensen.

20Hij heeft niemand geboden goddeloos te zijn, en heeft niemand verlof gegeven te zondigen.

Sirach 15

1Wie Jahweh vreest, zal dit alles doen, En wie de Wet nastreeft, zal haar vinden;

2Zij treedt als een moeder hem tegemoet, En ontvangt hem als de vrouw zijner jeugd.

3Dan spijst zij hem met het brood der wijsheid, En laaft hem met het water der kennis;

4Hij kan op haar steunen zonder te wankelen, Op haar vertrouwen, en nooit tevergeefs.

5Zij zal hem verheffen boven zijn makkers, Zijn mond ontsluiten in de vergadering.

6Vreugde en blijdschap zal hij vinden, En eeuwige roem doet zij hem erven.

7Maar zondaars verkrijgen haar nooit, En trotsaards zijn voor haar blind;

8Van spotters houdt zij zich verre, En leugenaars gedenken haar niet.

9In de mond van den zondaar past haar lof niet, Want hij heeft haar van God niet verkregen;

10Maar de mond van den wijze verkondigt haar lof, Want wie haar bezit, kan haar aan anderen leren.

11Denk niet: Mijn zonde komt van God; Want wat Hij haat, dat kan Hij niet doen.

12Zeg toch niet: Hij heeft mij doen vallen; Want Hij heeft den zondaar niet nodig.

13Jahweh haat alle zonde en kwaad, En die hem vrezen, bewaart Hij er voor.

14Sinds God den mens schiep in de aanvang, Heeft Hij hem overgelaten aan zijn eigen verstand.

15Als ge wilt, kunt ge de geboden bewaren. Als ge wijs zijt, volbrengt ge zijn wil.

16Vóór u zijn neergelegd water en vuur; Steek uit uw hand naar wat ge verkiest.

17Vóór den mens ligt de keus tussen leven en dood; Wat hij verlangt, dat wordt hem gegeven.

18Onmetelijk is de wijsheid van Jahweh; Sterk is zijn kracht en alles doorschouwt Hij.

19De ogen van God zien neer op zijn werken, En Hij kent alle daden der mensen;

20Hij heeft den mens niet bevolen te zondigen, En daarom zegent Hij zondaars niet.

21

22

Sirach 15:1
NlCanisius1939

Wie Jahweh vreest, zal dit alles doen, En wie de Wet nastreeft, zal haar vinden;

DutSVVA

Die de Here vreest zal zulks doen en die de kennis der wet verkregen heeft zal haar vinden.

2
NlCanisius1939

Zij treedt als een moeder hem tegemoet, En ontvangt hem als de vrouw zijner jeugd.

DutSVVA

En gelijk een moeder zal zij hem tegemoet gaan, en gelijk een vrouw die hij als zij maagd was getrouwd heeft, zal zij hem ontvangen.

3
NlCanisius1939

Dan spijst zij hem met het brood der wijsheid, En laaft hem met het water der kennis;

DutSVVA

Zij zal hem spijzen met brood des verstands, en met water der wijsheid zal zij hem drenken.

4
NlCanisius1939

Hij kan op haar steunen zonder te wankelen, Op haar vertrouwen, en nooit tevergeefs.

DutSVVA

Hij zal op haar gevestigd worden, en zal niet wankelen, en hij zal zich aan haar houden, en niet beschaamd worden.

5
NlCanisius1939

Zij zal hem verheffen boven zijn makkers, Zijn mond ontsluiten in de vergadering.

DutSVVA

En zij zal hem verhogen boven zijn naaste, en zij zal in het midden der vergadering zijn mond openen.

6
NlCanisius1939

Vreugde en blijdschap zal hij vinden, En eeuwige roem doet zij hem erven.

DutSVVA

Hij zal vrolijkheid en een kroon der verheuging vinden, en zij zal hem een eeuwige naam doen beërven.

7
NlCanisius1939

Maar zondaars verkrijgen haar nooit, En trotsaards zijn voor haar blind;

DutSVVA

Onverstandige mensen zullen haar niet begrijpen.

8
NlCanisius1939

Van spotters houdt zij zich verre, En leugenaars gedenken haar niet.

DutSVVA

Zondaars zullen haar geenszins zien; zij is verre van hovaardigheid, en leugenaars gedenken aan haar gans niet.

9
NlCanisius1939

In de mond van den zondaar past haar lof niet, Want hij heeft haar van God niet verkregen;

DutSVVA

De lof in de mond des zondaars voegt niet wel, omdat hij hem van de Here niet is gezonden.

10
NlCanisius1939

Maar de mond van den wijze verkondigt haar lof, Want wie haar bezit, kan haar aan anderen leren.

DutSVVA

Want met wijsheid zal lof gesproken worden, en de Here zal die voorspoedig maken.

11
NlCanisius1939

Denk niet: Mijn zonde komt van God; Want wat Hij haat, dat kan Hij niet doen.

DutSVVA

Zeg niet: De Here is oorzaak, dat ik afgevallen ben; want hetgeen hij haat moet gij niet doen.

12
NlCanisius1939

Zeg toch niet: Hij heeft mij doen vallen; Want Hij heeft den zondaar niet nodig.

DutSVVA

Zeg niet, hij heeft mij gemaakt, want hij heeft de zondaar niet van node.

13
NlCanisius1939

Jahweh haat alle zonde en kwaad, En die hem vrezen, bewaart Hij er voor.

DutSVVA

De Here haat allerlei gruwel, en ze is niet bemind van degenen die hem vrezen.

14
NlCanisius1939

Sinds God den mens schiep in de aanvang, Heeft Hij hem overgelaten aan zijn eigen verstand.

DutSVVA

Hij heeft van den beginne de mens gemaakt, en hem gelaten in de hand zijns raads.

15
NlCanisius1939

Als ge wilt, kunt ge de geboden bewaren. Als ge wijs zijt, volbrengt ge zijn wil.

DutSVVA

En heeft gezegd: Indien gij wilt, gij zult de geboden houden en het geloof om te doen hetgeen mij behaagt.

16
NlCanisius1939

Vóór u zijn neergelegd water en vuur; Steek uit uw hand naar wat ge verkiest.

DutSVVA

Hij heeft u vuur en water voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt.

17
NlCanisius1939

Vóór den mens ligt de keus tussen leven en dood; Wat hij verlangt, dat wordt hem gegeven.

DutSVVA

Het leven en de dood zijn voor de mens, en hetgeen hem behagen zal, dat zal hem gegeven worden.

18
NlCanisius1939

Onmetelijk is de wijsheid van Jahweh; Sterk is zijn kracht en alles doorschouwt Hij.

DutSVVA

Want groot is de wijsheid des Heren, en hij is sterk in kracht, en ziet alle dingen.

19
NlCanisius1939

De ogen van God zien neer op zijn werken, En Hij kent alle daden der mensen;

DutSVVA

En zijn ogen zijn op degenen die hem vrezen, en hij zal kennis nemen van alle werken des mensen.

20
NlCanisius1939

Hij heeft den mens niet bevolen te zondigen, En daarom zegent Hij zondaars niet.

DutSVVA

Hij heeft niemand geboden goddeloos te zijn, en heeft niemand verlof gegeven te zondigen.

21
NlCanisius1939

DutSVVA

22
NlCanisius1939

DutSVVA

Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 15

Canisius 1939 (NlCanisius1939)

Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.

Statenvertaling (Apocriefe)

De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.

You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 15 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.

Key Comparison: Sirach 15:16

NlCanisius1939

"Vóór u zijn neergelegd water en vuur; Steek uit uw hand naar wat ge verkiest."

DutSVVA

"Hij heeft u vuur en water voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt."

trending_upPopular Comparisons

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Psalmen 23

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Mattheüs 5

DutSVVA vs NlCanisius1939arrow_forward

Jesaja 53

auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward