Sirach 15 Comparison: Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe)
Sirach 15
1Wie Jahweh vreest, zal dit alles doen, En wie de Wet nastreeft, zal haar vinden;
2Zij treedt als een moeder hem tegemoet, En ontvangt hem als de vrouw zijner jeugd.
3Dan spijst zij hem met het brood der wijsheid, En laaft hem met het water der kennis;
4Hij kan op haar steunen zonder te wankelen, Op haar vertrouwen, en nooit tevergeefs.
5Zij zal hem verheffen boven zijn makkers, Zijn mond ontsluiten in de vergadering.
6Vreugde en blijdschap zal hij vinden, En eeuwige roem doet zij hem erven.
7Maar zondaars verkrijgen haar nooit, En trotsaards zijn voor haar blind;
8Van spotters houdt zij zich verre, En leugenaars gedenken haar niet.
9In de mond van den zondaar past haar lof niet, Want hij heeft haar van God niet verkregen;
10Maar de mond van den wijze verkondigt haar lof, Want wie haar bezit, kan haar aan anderen leren.
11Denk niet: Mijn zonde komt van God; Want wat Hij haat, dat kan Hij niet doen.
12Zeg toch niet: Hij heeft mij doen vallen; Want Hij heeft den zondaar niet nodig.
13Jahweh haat alle zonde en kwaad, En die hem vrezen, bewaart Hij er voor.
14Sinds God den mens schiep in de aanvang, Heeft Hij hem overgelaten aan zijn eigen verstand.
15Als ge wilt, kunt ge de geboden bewaren. Als ge wijs zijt, volbrengt ge zijn wil.
16Vóór u zijn neergelegd water en vuur; Steek uit uw hand naar wat ge verkiest.
17Vóór den mens ligt de keus tussen leven en dood; Wat hij verlangt, dat wordt hem gegeven.
18Onmetelijk is de wijsheid van Jahweh; Sterk is zijn kracht en alles doorschouwt Hij.
19De ogen van God zien neer op zijn werken, En Hij kent alle daden der mensen;
20Hij heeft den mens niet bevolen te zondigen, En daarom zegent Hij zondaars niet.
21
22
Sirach 15
1Die de Here vreest zal zulks doen en die de kennis der wet verkregen heeft zal haar vinden.
2En gelijk een moeder zal zij hem tegemoet gaan, en gelijk een vrouw die hij als zij maagd was getrouwd heeft, zal zij hem ontvangen.
3Zij zal hem spijzen met brood des verstands, en met water der wijsheid zal zij hem drenken.
4Hij zal op haar gevestigd worden, en zal niet wankelen, en hij zal zich aan haar houden, en niet beschaamd worden.
5En zij zal hem verhogen boven zijn naaste, en zij zal in het midden der vergadering zijn mond openen.
6Hij zal vrolijkheid en een kroon der verheuging vinden, en zij zal hem een eeuwige naam doen beërven.
7Onverstandige mensen zullen haar niet begrijpen.
8Zondaars zullen haar geenszins zien; zij is verre van hovaardigheid, en leugenaars gedenken aan haar gans niet.
9De lof in de mond des zondaars voegt niet wel, omdat hij hem van de Here niet is gezonden.
10Want met wijsheid zal lof gesproken worden, en de Here zal die voorspoedig maken.
11Zeg niet: De Here is oorzaak, dat ik afgevallen ben; want hetgeen hij haat moet gij niet doen.
12Zeg niet, hij heeft mij gemaakt, want hij heeft de zondaar niet van node.
13De Here haat allerlei gruwel, en ze is niet bemind van degenen die hem vrezen.
14Hij heeft van den beginne de mens gemaakt, en hem gelaten in de hand zijns raads.
15En heeft gezegd: Indien gij wilt, gij zult de geboden houden en het geloof om te doen hetgeen mij behaagt.
16Hij heeft u vuur en water voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt.
17Het leven en de dood zijn voor de mens, en hetgeen hem behagen zal, dat zal hem gegeven worden.
18Want groot is de wijsheid des Heren, en hij is sterk in kracht, en ziet alle dingen.
19En zijn ogen zijn op degenen die hem vrezen, en hij zal kennis nemen van alle werken des mensen.
20Hij heeft niemand geboden goddeloos te zijn, en heeft niemand verlof gegeven te zondigen.
Understanding Canisius 1939 vs Statenvertaling (Apocriefe) in Sirach 15
Canisius 1939 (NlCanisius1939)
Katholieke vertaling door Petrus Canisius uit 1939.
Statenvertaling (Apocriefe)
De Statenvertaling met Apocriefen uit 1637.
You are viewing a side-by-side comparison of Sirach 15 in the Canisius 1939 and Statenvertaling (Apocriefe). Comparing these two versions can help shed light on the nuances of the original text.
Key Comparison: Sirach 15:16
"Vóór u zijn neergelegd water en vuur; Steek uit uw hand naar wat ge verkiest."
"Hij heeft u vuur en water voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt."





