40
Toen sprak Hij tot hen: Wat zijt gij bevreesd? Hebt gij nog geen geloof? Maar een hevige angst greep hen aan, en ze zeiden tot elkander: Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer Hem gehoorzamen?
compare_arrows
Vergelijk Vertalingen
Statenvertaling (Apocriefe)
DutSVVAEn Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hebt gij geen geloof?
Canisius 1939Primary
NlCanisius1939Toen sprak Hij tot hen: Wat zijt gij bevreesd? Hebt gij nog geen geloof? Maar een hevige angst greep hen aan, en ze zeiden tot elkander: Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer Hem gehoorzamen?





