1Weer ging Hij onderricht geven aan het meer. En een grote menigte verzamelde zich om Hem heen, zodat Hij een boot in ging, en daar neerzat op het meer, terwijl heel de menigte langs het meer aan de oever bleef staan.stylusGalaten 4:29, Galaten 4:23, Galaten 4:29, Galaten 4:23, Genesis 24:22En Hij leerde hun vele dingen in gelijkenissen, en onderrichtte hen aldus:stylus3Luistert! Zie, de zaaier ging uit om te zaaien.stylusKolossenzen 2:20, Galaten 4:9, Kolossenzen 2:8, Kolossenzen 2:20, Galaten 4:94En onder het zaaien viel een gedeelte langs de weg; en de vogels uit de lucht kwamen, en pikten het op.stylusJesaja 7:14, Jesaja 7:14, Romeinen 1:3, Johannes 1:14, Marcus 1:155Een ander gedeelte viel op de steengrond, waar het niet veel aarde had. Aanstonds kwam het op, omdat het geen diepe aarde had;stylusHebreeën 9:15, Hebreeën 9:15, Efeziërs 1:5, Efeziërs 1:5, 1 Petrus 1:186maar toen de zon was opgegaan, werd het verschroeid en verdorde, daar het geen wortel geschoten had.stylusRomeinen 8:15, Romeinen 8:17, Romeinen 8:15, Romeinen 8:17, Romeinen 5:57Weer een ander gedeelte viel tussen de doornen; de doornen schoten op, en verstikten het; en het droeg geen vrucht.stylusGalaten 3:29, Galaten 4:2, Galaten 3:29, Galaten 4:2, Romeinen 8:168Een ander gedeelte viel in de goede aarde; het schoot op, groeide aan, en droeg vrucht; het één bracht dertig- het ander zestig- en het ander honderdvoud op.stylus1 Korintiërs 8:4, 1 Korintiërs 8:4, Efeziërs 2:11, Efeziërs 2:12, Efeziërs 2:119En Hij sprak: Wie oren heeft om te horen, hij hore!stylus1 Korintiërs 8:3, 1 Korintiërs 8:3, Galaten 3:3, Galaten 3:3, Romeinen 8:310Maar toen Hij alleen was, vroegen Hem de twaalf, en zij die bij Hem waren, naar de zin der gelijkenis.stylusKolossenzen 2:16, Kolossenzen 2:17, Kolossenzen 2:16, Kolossenzen 2:17, Romeinen 14:511En Hij sprak tot hen: U is het geheim van het koninkrijk Gods toevertrouwd; maar zij, die buiten staan, ontvangen alles in parabels:stylus1 Tessalonicenzen 3:5, 1 Tessalonicenzen 3:5, Galaten 2:2, Galaten 2:2, 2 Johannes 1:812Opdat ze scherp zouden zien, en niet inzien, Scherp zouden horen, en niet verstaan; Opdat ze zich niet zouden bekeren, En vergiffenis zouden bekomen.stylus2 Korintiërs 2:5, 2 Korintiërs 2:5, 1 Koningen 22:4, 1 Koningen 22:4, 1 Korintiërs 9:2013En Hij zeide hun: Verstaat gij deze gelijkenis niet? Hoe zult gij dan al de andere parabels verstaan?stylus1 Korintiërs 2:3, 1 Korintiërs 2:3, 2 Korintiërs 12:7, 2 Korintiërs 12:10, 2 Korintiërs 12:714De zaaier, hij zaait het woord.stylusMattheüs 10:40, Mattheüs 10:40, 1 Tessalonicenzen 2:13, 1 Tessalonicenzen 2:13, Maleachi 2:715Dit zijn de lieden langs de weg, waar het woord wordt gezaaid: wanneer ze het hebben gehoord, komt aanstonds de satan en rooft het woord, dat in hen was gezaaid.stylusRomeinen 5:2, Romeinen 5:2, Kolossenzen 4:13, 1 Johannes 3:16, 1 Johannes 3:1816Zo ook zij, die op de steengrond worden gezaaid: dat zijn zij, die terstond met vreugde het woord aanvaarden, zodra ze het horen;stylusAmos 5:10, Amos 5:10, Spreuken 9:8, Spreuken 9:8, Galaten 5:717ze hebben echter geen wortel geschoten, maar zijn onstandvastig; en als er later verdrukking en vervolging ontstaat om wille van het woord, dan zijn ze aanstonds geërgerd.stylusRomeinen 16:18, 2 Korintiërs 11:13, 2 Korintiërs 11:15, Romeinen 16:18, 2 Korintiërs 11:1318Anderen zijn er, die tussen de doornen worden gezaaid: dat zijn zij, die wel luisteren naar het woord:stylusFilippenzen 2:12, Filippenzen 2:12, Openbaring 3:19, Openbaring 3:19, Psalmen 119:13919maar de beslommering van de wereld, de verleiding van de rijkdom en de begeerten naar andere dingen vallen er tussen, en verstikken het woord: het blijft zonder vrucht.stylusRomeinen 8:29, Romeinen 8:29, Efeziërs 4:13, Efeziërs 4:13, Romeinen 13:1420En die op de goede aarde werden gezaaid, zijn allen, die het woord vernemen, het aanvaarden, en het vrucht laten dragen; het éne dertig- het andere zestig- en het andere honderdvoud.stylus1 Tessalonicenzen 2:17, 1 Tessalonicenzen 2:18, 1 Tessalonicenzen 2:17, 1 Tessalonicenzen 2:18, 1 Tessalonicenzen 3:921Weer sprak Hij tot hen: Haalt men soms de lamp, om ze onder de korenmaat te zetten of onder het bed? Is het niet, om ze op de kandelaar te plaatsen?stylusGalaten 3:10, Galaten 3:10, Mattheüs 22:29, Mattheüs 22:32, Romeinen 10:322Want niets is verborgen, of het moet worden geopenbaard; en niets is geheim, of het komt aan het licht.stylusGenesis 16:15, Genesis 16:15, Genesis 21:10, Genesis 21:10, Genesis 21:123Zo iemand oren heeft om te horen, hij hore!stylusHebreeën 11:11, Hebreeën 11:11, Romeinen 9:7, Romeinen 9:8, Romeinen 9:724Nog zeide Hij hun: Let op, wat gij hoort. Met de maat, waarmee gij meet, zal u worden toegemeten, met een toemaat bovendien.stylusGenesis 25:12, Genesis 16:15, Genesis 16:16, Mattheüs 13:35, Hosea 11:1025Want wie heeft, hem zal gegeven worden; en wie niet heeft, hem zal ook nog ontnomen worden, wat hij bezit.stylusPsalmen 68:17, Psalmen 68:8, Handelingen 1:11, Mattheüs 23:37, Richteren 5:526Weer zeide Hij: Het gaat met het koninkrijk Gods als met een mens, die het zaad in de aarde werpt;stylusHebreeën 12:22, Hebreeën 12:22, Filippenzen 3:20, Filippenzen 3:20, Micha 4:127dan gaat hij slapen des nachts, en staat op overdag. En het zaad ontkiemt en groeit op; zelf weet hij niet, hoe.stylusJesaja 54:1, Jesaja 54:5, Jesaja 54:1, Jesaja 54:5, Psalmen 113:928Want vanzelf brengt de aarde vruchten voort, eerst de halmen, dan de aar, daarna het volle graan in de aar.stylusGalaten 4:23, Galaten 4:23, Romeinen 9:8, Romeinen 9:9, Romeinen 9:829En als het koren rijp is, slaat hij er aanstonds de sikkel in; want het is tijd voor de oogst.stylusGenesis 21:9, Genesis 21:9, Romeinen 8:13, Galaten 5:11, Romeinen 8:1330Nog sprak Hij: Waarmede zullen wij het koninkrijk Gods vergelijken, of onder welke parabel het brengen?stylusGenesis 21:10, Genesis 21:12, Genesis 21:10, Genesis 21:12, Johannes 8:3531Het is gelijk aan een mosterdzaadje; wanneer men het zaait in de aarde, is het ‘t kleinste van alle zaden op aarde.stylusJohannes 8:36, Johannes 8:36, Galaten 5:1, Galaten 5:13, Johannes 1:1232Maar wanneer het eenmaal gezaaid is, groeit het op, en wordt groter dan alle tuingewas; het schiet grote takken, zodat de vogels in de lucht kunnen nestelen onder zijn lommer.stylus33En in veel gelijkenissen van die aard sprak Hij tot hen het woord, voor zover ze het konden verstaan;stylus34en zonder gelijkenis sprak Hij hen niet toe. Maar alleen aan zijn leerlingen legde Hij alles uit.stylus35Tot hen sprak Hij nog op diezelfde dag, toen het reeds laat was geworden: Laat ons oversteken naar de andere kant.stylus36Toen lieten ze de menigte gaan, en namen Hem mee, daar Hij reeds in de boot was; ook andere boten waren er bij.stylus37En een hevige storm brak los, en de golven sloegen over de boot, zodat ze vol water kwam.stylus38Hij zelf lag aan de achtersteven op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker, en zeiden tot Hem: Meester, raakt het U niet, dat wij vergaan?stylus39Nu stond Hij op, gebood aan de wind, en sprak tot het meer: Zwijg, wees stil! De wind ging liggen, en het werd heel stil.stylus40Toen sprak Hij tot hen: Wat zijt gij bevreesd? Hebt gij nog geen geloof? Maar een hevige angst greep hen aan, en ze zeiden tot elkander: Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer Hem gehoorzamen?stylus