9
en dienden den énen God van de hemel, die hun bevel gaf, het land te verlaten en zich in Kanaän te vestigen. Bij het uitbreken van een hongersnood, die het gehele land teisterde, trokken zij naar Egypte af en groeiden daar, in de loop van vierhonderd jaar, tot zulk een menigte aan, dat hun getal niet meer te berekenen was.
compare_arrows
Vergelijk Vertalingen
Statenvertaling (Apocriefe)
DutSVVAEn zijn afgetrokken naar Egypte, (want hongersnood had het land Kanaän bedekt) en woonden daar als vreemdelingen totdat zij wedergekeerd zijn, en zij zijn daar geworden tot een grote menigte, en hun geslacht was ontelbaar.
Canisius 1939Primary
NlCanisius1939en dienden den énen God van de hemel, die hun bevel gaf, het land te verlaten en zich in Kanaän te vestigen. Bij het uitbreken van een hongersnood, die het gehele land teisterde, trokken zij naar Egypte af en groeiden daar, in de loop van vierhonderd jaar, tot zulk een menigte aan, dat hun getal niet meer te berekenen was.





