1Weer sloeg ik mijn ogen op, en zag toe. Zie, daar kwamen vier wagens tussen de twee bergen te voorschijn; de bergen waren van koper.stylusJohannes 6:23, Johannes 6:23, Marcus 6:31, Marcus 6:44, Marcus 6:312Voor de eerste wagen stonden rode paarden; voor de tweede wagen zwarte paarden;stylusMattheüs 4:24, Mattheüs 4:25, Mattheüs 4:24, Mattheüs 4:25, Mattheüs 12:153voor de derde wagen witte paarden; voor de vierde wagen gevlekte paarden: allemaal vurig.stylusJohannes 6:15, Johannes 6:15, Lucas 9:28, Lucas 9:28, Lucas 6:124Ik nam het woord, en zei tot den engel, die tot mij sprak: Wat hebben ze te betekenen, heer?stylusJohannes 2:13, Johannes 2:13, Johannes 11:55, Johannes 11:55, Johannes 5:15De engel gaf mij ten antwoord: Zij trekken naar de vier windstreken uit, nadat zij bij den Heer van de hele aarde hun bevelen hebben gehaald.stylusMattheüs 15:33, Lucas 9:12, Lucas 9:13, Mattheüs 15:33, Lucas 9:126Die met de zwarte paarden gaat naar het land van het noorden; de witte gaan naar het land van het oosten; de gevlekte naar het land van het zuiden.stylusGenesis 22:1, Genesis 22:1, Deuteronomium 13:3, 2 Kronieken 32:31, Deuteronomium 13:37Vurig sprongen zij vooruit, hunkerend om uit te rukken, en de aarde te doorkruisen. Hij sprak: Vooruit, trekt de aarde rond! En zij doorkruisten de aarde.stylusMarcus 6:37, Numeri 11:21, Numeri 11:22, Marcus 6:37, Numeri 11:218Toen riep hij mij toe: Zie, die naar het land van het noorden trekken, gaan mijn woede koelen op het land van het noorden!stylusJohannes 1:40, Johannes 1:44, Mattheüs 4:18, Johannes 1:40, Johannes 1:449Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.stylus2 Koningen 4:42, 2 Koningen 4:44, 2 Koningen 4:42, 2 Koningen 4:44, Mattheüs 14:1710Ge moet de gaven der teruggekeerde gemeente in ontvangst nemen van Cheldai, Tobi-ja en Jedaja. Dan moet ge nog op diezelfde dag naar de woning van Josji-ja, den zoon van Sefanja, gaan, die uit Babel is gekomen,stylusLucas 9:14, Lucas 9:16, Lucas 9:14, Lucas 9:16, Mattheüs 14:1811zilver en goud nemen, en daarvan kronen laten maken. Een moet ge op het hoofd van den hogepriester Jehosjóea, den zoon van Jehosadak, zetten,stylusJohannes 6:23, Johannes 6:23, Romeinen 14:6, Mattheüs 15:36, 1 Tessalonicenzen 5:1812en tot hem zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Zie, er komt een man, die Spruit zal heten! Onder Hem zal het uitspruiten,stylusLucas 1:53, Lucas 1:53, Lucas 9:17, Mattheüs 15:37, Mattheüs 15:3813en Hij zal de tempel van Jahweh bouwen; Hij zal met majesteit zijn bekleed, en als heerser zitten op zijn troon. De priester zal aan zijn rechterhand zijn gezeten, en tussen die beiden zal vreedzame verstandhouding bestaan.stylusSpreuken 11:24, Spreuken 11:25, 1 Koningen 7:15, 1 Koningen 7:16, Spreuken 11:2414De kronen moeten ter ere van Cheldai, Tobi-ja, Jedaja en Josji-ja, den zoon van Sefanja, in de tempel van Jahweh als aandenken blijven bewaard.stylusDeuteronomium 18:15, Deuteronomium 18:18, Deuteronomium 18:15, Deuteronomium 18:18, Mattheüs 21:1115Dan zullen mensen van verre komen, en bouwen aan de tempel van Jahweh; en gij zult weten, dat Jahweh der heirscharen mij tot u heeft gezonden. Het zal geschieden, als gij gewillig blijft luisteren naar de stem van Jahweh, uw God!stylusJohannes 18:36, Johannes 18:36, Johannes 7:3, Johannes 7:4, Johannes 6:15