1Libanon, open uw poorten, Opdat het vuur uw ceders verteert;stylusJohannes 12:17, Lucas 10:38, Lucas 10:42, Johannes 12:17, Lucas 10:382Jammer, cypres, want de ceder is gevallen, De machtigen liggen geveld; Huilt, gij eiken van Basjan, Want het ondoordringbare woud ligt tegen de grond!stylusJohannes 12:3, Johannes 12:3, Marcus 14:3, Marcus 14:3, Mattheüs 26:63Hoor, het klagen der herders, Want hun lustoord is vernield; Hoor, het brullen der leeuwen, Want de pracht van de Jordaan ligt verwoest!stylusJohannes 11:5, Johannes 11:5, Openbaring 3:19, Openbaring 3:19, Psalmen 16:34Zo spreekt Jahweh, mijn God! Weid de schapen, ter slachting bestemd;stylusJohannes 11:40, Johannes 11:40, Johannes 9:3, Johannes 9:3, 1 Petrus 4:145die de kopers straffeloos doden; waarvan de verkopers zeggen: Geprezen zij Jahweh, ik ben er rijk mee geworden; waarmee de herders geen medelijden hebben.stylusJohannes 15:9, Johannes 15:13, Johannes 15:9, Johannes 15:13, Johannes 11:366Want Ik zal de bewoners van het land niet meer sparen, is de godsspraak van Jahweh; neen, Ik lever al die lieden aan hun herder over, en aan hun verkoper; die zullen het land verdrukken, en Ik zal ze niet uit hun greep verlossen.stylusJesaja 30:18, Jesaja 30:18, Jesaja 55:8, Jesaja 55:9, Jesaja 55:87Zo werd ik de herder der kudde, ter slachting bestemd, voor de schapenkopers. Ik koos mij twee herdersstokken uit; de ene noemde ik: "Goedheid", de andere: "Band". Toen begon ik de kudde te weiden.stylusJohannes 10:40, Johannes 10:42, Johannes 10:40, Johannes 10:42, Handelingen 20:228In één maand liet ik de drie herders verdwijnen. Toen werd ik ook met de schapen ongeduldig, en zij kregen afkeer van mij.stylusJohannes 10:31, Johannes 8:59, Johannes 10:31, Johannes 8:59, Johannes 10:399En ik sprak: Ik weid u niet meer; laat sterven wat dood moet, verdwijnen wat weg moet, en de rest kan elkander verslinden!stylusJohannes 9:4, Johannes 9:4, Johannes 12:35, Johannes 12:35, Jeremia 31:910Ik nam dus mijn stok "Goedheid", en brak hem aan stukken, om het verbond te verbreken, dat ik met heel het volk had gesloten.stylus1 Johannes 2:10, 1 Johannes 2:11, 1 Johannes 2:10, 1 Johannes 2:11, Jeremia 13:1611Op diezelfde dag werd het verbroken; en de schapenkopers, die acht op mij sloegen, begrepen, dat het een woord van Jahweh was.stylusDaniël 12:2, Daniël 12:2, Johannes 11:13, Johannes 11:13, Handelingen 7:6012Ik zeide hun: Zo het u goeddunkt, geef me mijn loon; zo niet, dan kunt ge het laten. Zij gaven mij dertig zilverlingen als loon.stylus13Maar Jahweh zeide tot mij: Werp het weg voor den pottenbakker; een mooie prijs, waarop gij door hen wordt geschat! Ik nam dus de dertig zilverlingen, en wierp ze in het huis van Jahweh voor den pottenbakker.stylusMattheüs 9:24, Mattheüs 9:2414Vervolgens brak ik mijn tweede stok "Band" in stukken: om de broederschap tussen Juda en Israël te verbreken.stylusJohannes 16:29, Johannes 10:24, Johannes 16:25, Johannes 16:29, Johannes 10:2415Nu sprak Jahweh tot mij: Rust u nu uit als een dwaze herder!stylus2 Timotheüs 2:10, 2 Timotheüs 2:10, Johannes 14:10, Johannes 14:11, Johannes 14:1016Want zie, Ik ga over het land een herder stellen, die niet omziet naar wat verdwijnt, het ver-verstrooide niet opzoekt, het gewonde niet heelt, het gezonde niet voedt, maar het vlees verslindt van de vetten, en hun de poten breekt.stylusJohannes 13:37, Mattheüs 10:3, Johannes 21:2, Johannes 13:37, Mattheüs 10:317Maar wee dien dwazen herder van Mij, die de schapen verlaat! Het zwaard zal zijn arm en rechteroog treffen; zijn arm zal verdorren, zijn rechteroog wordt helemaal blind.stylusJohannes 11:39, Johannes 11:39, Hosea 6:2, Handelingen 2:27, Handelingen 2:31