1De leiders van het volk vestigden zich te Jerusalem. De rest van het volk wierp het lot, om een tiende deel aan te wijzen, dat zich in Jerusalem, de heilige stad, moest vestigen, terwijl de negen andere tienden in de overige steden konden wonen.stylusJesaja 48:2, Jesaja 48:2, Jesaja 52:1, Jesaja 52:1, Nehemia 11:182Het volk zegende echter allen, die zich vrijwillig aanboden, om zich in Jerusalem te vestigen.stylusRichteren 5:9, Richteren 5:9, 2 Korintiërs 8:16, 2 Korintiërs 8:17, 2 Korintiërs 8:163Dit zijn de hoofden van de provincie, die zich in Jerusalem vestigden. De hoofden van Israël, van de priesters, levieten, tempelknechten en zonen van Salomons slaven gingen ook in de steden van Juda wonen, iedereen op zijn eigen erfdeel in die steden,stylusNehemia 7:73, Ezra 2:1, Ezra 2:43, 1 Kronieken 9:1, 1 Kronieken 9:344terwijl die van de Judeërs en Benjamieten zich in Jerusalem vestigden. Van de Judeërs: Ataja, de zoon van Oezzi-ja, zoon van Zekarja, zoon van Amarja, zoon van Sjefatja, zoon van Mahalalel, uit de zonen van Fáres.stylusGenesis 38:29, Genesis 38:29, Mattheüs 1:3, Ruth 4:18, 1 Kronieken 9:35Vervolgens Maäseja, de zoon van Baroek, zoon van Kol-Choze, zoon van Chazaja, zoon van Adaja, zoon van Jojarib, zoon van Zekarja, zoon van den Sjeloniet.stylusNehemia 3:15, Numeri 26:20, Genesis 38:5, 1 Kronieken 4:21, 1 Kronieken 9:56De zonen van Fáres, die in Jerusalem woonden, telden tezamen vierhonderd acht en zestig weerbare mannen.stylus7Dit zijn de Benjamieten: Salloe, de zoon van Mesjoellam, zoon van Joëd, zoon van Pedaja, zoon van Kolaja, zoon van Maäseja. zoon van Itiël, zoon van Jesjaja,stylus1 Kronieken 9:7, 1 Kronieken 9:9, 1 Kronieken 9:7, 1 Kronieken 9:98en zijn broeders, negenhonderd acht en twintig weerbare mannen.stylus9Joël, de zoon van Zikri, stond aan hun hoofd, en Jehoeda, de zoon van Hassenoea was het tweede hoofd van de stad.stylus1 Kronieken 9:7, 1 Kronieken 9:710Van de priesters: Jedaja, de zoon van Jojarib, zoon van Jakin,stylus1 Kronieken 9:10, 1 Kronieken 9:10, Nehemia 12:6, Ezra 8:16, Nehemia 7:3911en Seraja, de zoon van Chilki-ja, zoon van Mesjoellam, zoon van Sadok, zoon van Merajot, zoon van Achitoeb stonden aan het hoofd van de tempel;stylus1 Kronieken 9:11, 1 Kronieken 9:11, 2 Kronieken 31:13, 2 Kronieken 19:11, Numeri 3:3212met hun broeders, die dienst in de tempel verrichtten, telden zij achthonderd twee en twintig man. Vervolgens Adaja, de zoon van Jerocham, zoon van Pelalja, zoon van Amsi, zoon van Zekarja, zoon van Pasjchoer, zoon van Malki-ja,stylus1 Kronieken 9:12, 1 Kronieken 9:13, 1 Kronieken 9:12, 1 Kronieken 9:1313en zijn broeders, die familiehoofden waren, telden tweehonderd twee en veertig man, Amasai, de zoon van Azarel, zoon van Achzai, zoon van Mesjillemot, zoon van Immer,stylus14en zijn broeders telden honderd acht en twintig weerbare mannen; hun hoofd was Zabdiël, de zoon van Haggedolim.stylus15Van de levieten: Sjemaja, de zoon van Chassjoeb, zoon van Azrikam, zoon van Chasjabja, zoon van Boenni.stylus1 Kronieken 9:14, 1 Kronieken 9:19, 1 Kronieken 9:14, 1 Kronieken 9:1916Sjabbetai en Jozabad behoorden tot de hoofden der levieten, en waren belast met het toezicht op de uitwendige aangelegenheden van de tempel.stylusHandelingen 6:2, Handelingen 6:3, 1 Kronieken 26:20, Ezra 8:33, 1 Kronieken 26:2917Mattanja, de zoon van Mika, zoon van Zabdi, zoon van Asaf, was de leider van het lofgezang bij het gebed, en Bakboekja was de tweede onder zijn broeders. Verder Abda, de zoon van Sjamóea, zoon van Galal, zoon van Jedoetoen.stylus1 Kronieken 9:15, 1 Kronieken 9:15, 1 Kronieken 25:1, 1 Kronieken 25:6, 1 Kronieken 16:418In het geheel telden de levieten in de heilige stad tweehonderd vier en tachtig man.stylusNehemia 11:1, Nehemia 11:1, Openbaring 21:2, Openbaring 21:2, Openbaring 11:219De poortwachters waren: Akkoeb, Talmon en hun broeders, die de wacht hielden in de poorten; ze telden honderd twee en zeventig man.stylus1 Kronieken 9:17, 1 Kronieken 9:22, Nehemia 7:45, Nehemia 12:25, Psalmen 84:1020De overige Israëlieten, priesters en levieten woonden in de verschillende steden van Juda, iedereen op zijn erfdeel.stylusNehemia 11:3, Nehemia 11:321De tempelknechten woonden op de Ofel; Sicha en Gisjpa stonden aan het hoofd der tempelknechten.stylusNehemia 3:26, Nehemia 3:26, 2 Kronieken 27:3, Nehemia 3:31, 2 Kronieken 27:322Het hoofd der levieten te Jerusalem was Oezzi, de zoon van Bani, de zoon van Chasjabja, zoon van Mattanja, zoon van Mika; hij behoorde tot de zonen van Asaf, de zangers bij de dienst in de tempel.stylusNehemia 12:42, Nehemia 12:42, Nehemia 11:16, Nehemia 11:17, Nehemia 3:1723Want er bestond aangaande hen een koninklijk besluit, dat aan de zangers een dagelijkse toelage verzekerde.stylusEzra 6:8, Ezra 6:9, Ezra 7:20, Ezra 7:24, Nehemia 12:4724Petachja, de zoon van Misjezabel, uit de zonen van Zara, den zoon van Juda, was gevolmachtigde van den koning3 in alle aangelegenheden van het volk.stylusGenesis 38:30, Genesis 38:30, 1 Kronieken 18:17, 1 Kronieken 18:17, Numeri 26:2025Wat hun dorpen buiten betreft: Judeërs woonden in Kirjat-Arba en onderhorige plaatsen; in Dibon en onderhorige plaatsen; in Jekabseël en zijn dorpen;stylusJozua 14:15, Jozua 14:15, Jozua 15:21, Jozua 15:22, Jozua 15:2126in Jesjóea, Molada, Bet-Pélet,stylusJozua 19:2, Jozua 15:26, Jozua 15:27, Jozua 19:2, Jozua 15:2627Chasar-Sjoeal en Beër-Sjéba met onderhorige plaatsen;stylusJozua 19:3, Genesis 26:33, Jozua 15:28, Genesis 21:31, Richteren 20:128in Sikelag en Mekona met onderhorige plaatsen;stylus1 Samuël 27:6, 1 Samuël 27:6, Jozua 15:31, Jozua 15:3129in En-Rimmon, Sora, Jarmoet,stylusJozua 19:41, Jozua 15:32, Jozua 15:33, Jozua 15:35, Jozua 12:1130Zanóach, Adoellam en hun dorpen; in Lakisj met zijn velden; in Azeka met onderhorige plaatsen. Ze woonden dus van Beër-Sjéba tot het Hinnom-dal.stylusJozua 15:8, Jozua 10:3, Jozua 15:8, Jozua 10:3, Jeremia 19:231De Benjamieten waren in Géba, Mikmas, Ajja, Betel met onderhorige plaatsen;stylusJozua 18:13, Jozua 18:24, Genesis 28:19, Genesis 12:8, Jesaja 10:2832in Anatot, Nob, Ananja,stylus1 Samuël 21:1, Jesaja 10:30, Jozua 21:18, 1 Samuël 21:1, Jesaja 10:3033Chasor, Rama, Gittáim,stylus2 Samuël 4:3, 2 Samuël 4:3, 1 Samuël 7:17, Mattheüs 2:18, Jozua 18:2534Chadid, Seboïm, Neballat,stylus1 Samuël 13:18, 1 Samuël 13:1835Lod, Ono en het Handwerkersdal.stylus1 Kronieken 8:12, 1 Kronieken 8:12, Nehemia 7:37, 1 Kronieken 4:14, Nehemia 7:3736Van de levieten woonden afdelingen zowel in Juda als in Benjamin.stylusGenesis 49:7, 1 Kronieken 6:54, 1 Kronieken 6:81, Jozua 21:1, Jozua 21:45