1Toen verliet Jesus, vervuld van den Heiligen Geest, de Jordaan, en werd door den Geest naar de woestijn gevoerd,stylusKolossenzen 1:10, Kolossenzen 1:10, Filippenzen 1:27, Filippenzen 1:27, 1 Tessalonicenzen 2:122veertig dagen lang; en Hij werd door den duivel bekoord. In al die dagen at Hij niets; en toen ze ten einde waren, kreeg Hij honger.stylusKolossenzen 3:12, Kolossenzen 3:13, Kolossenzen 3:12, Kolossenzen 3:13, 1 Korintiërs 13:73Nu sprak de duivel tot hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot die steen, dat hij brood moet worden.stylus1 Korintiërs 1:10, 1 Korintiërs 1:10, Kolossenzen 3:13, Kolossenzen 3:15, Kolossenzen 3:134Jesus antwoordde hem: Er staat geschreven: "De mens zal niet leven van brood alleen".stylusEfeziërs 2:18, Efeziërs 2:18, Romeinen 12:4, Romeinen 12:5, Romeinen 12:45Daarna voerde hij Hem naar een hoger punt, en toonde Hem in een enkel ogenblik al de koninkrijken der wereld.stylus1 Korintiërs 8:6, 1 Korintiërs 8:6, 1 Korintiërs 12:13, 1 Korintiërs 12:13, 1 Petrus 3:216En de duivel zeide Hem: Ik zal U al die macht en de heerlijkheid daarvan geven; want mij zijn ze geschonken, en ik geef ze, wien ik wil.stylusRomeinen 11:36, Romeinen 11:36, 1 Korintiërs 8:6, Maleachi 2:10, 1 Korintiërs 8:67Wanneer Gij mij aanbidt, zal dit alles het uwe zijn.stylusRomeinen 12:3, Romeinen 12:3, 1 Petrus 4:10, 1 Petrus 4:10, 1 Korintiërs 12:78Jesus antwoordde hem: Er staat geschreven: "Ge zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen".stylusPsalmen 68:18, Psalmen 68:18, Kolossenzen 2:15, Kolossenzen 2:15, 1 Samuël 30:269Nu voerde hij Hem naar Jerusalem en plaatste Hem op het dakterras van de tempel. En hij zei Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan van hier naar beneden.stylusJohannes 3:13, Johannes 3:13, Mattheüs 12:40, Mattheüs 12:40, Johannes 6:3310Want er staat geschreven: Zijn engelen zal Hij over U bevelen, om U te behoeden;stylusHebreeën 7:26, Hebreeën 7:26, Hebreeën 4:14, Hebreeën 4:14, Efeziërs 1:2011en ze zullen U op de handen dragen, opdat Gij aan geen steen uw voet zoudt stoten.stylusJeremia 3:15, Jeremia 3:15, 1 Korintiërs 12:28, 1 Korintiërs 12:29, 1 Korintiërs 12:2812Jesus antwoordde hem: Er is gezegd: "Ge zult den Heer uw God niet beproeven".stylus1 Tessalonicenzen 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:14, 1 Tessalonicenzen 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:14, Efeziërs 4:1613Nadat de duivel al zijn bekoringen had uitgeput, verliet hij Hem voor een tijd.stylusKolossenzen 1:28, Kolossenzen 1:28, Johannes 17:21, Johannes 17:21, Efeziërs 4:514Toen keerde Jesus in de kracht van den Geest naar Galilea terug. En zijn faam drong heel de omtrek door.stylusHebreeën 13:9, Hebreeën 13:9, Romeinen 16:17, Romeinen 16:18, Romeinen 16:1715Hij gaf onderricht in hun synagogen, en werd door allen geëerd.stylus1 Johannes 3:18, 1 Johannes 3:18, Zacharia 8:16, Efeziërs 4:25, Zacharia 8:1616Zo kwam Hij ook te Názaret, waar Hij was groot gebracht, en ging naar gewoonte op de sabbat naar de synagoge. Toen Hij opstond, om de voorlezing te houden,stylusKolossenzen 2:19, Kolossenzen 2:19, Johannes 15:5, Johannes 15:5, Kolossenzen 2:217reikte men Hem het boek van den profeet Isaias over. Hij rolde het boek open, en trof de plaats, waar geschreven staat:stylusRomeinen 1:21, Romeinen 1:21, 1 Petrus 4:3, 1 Petrus 4:4, 1 Petrus 4:318De Geest des Heren rust op Mij; Want Hij heeft Mij gezalfd, Om aan armen de blijde boodschap te brengen.stylusMattheüs 13:15, Mattheüs 13:15, Efeziërs 2:12, Efeziërs 2:12, Romeinen 1:2119Hij heeft Mij gezonden, Om aan gevangenen verlossing, Aan blinden genezing te verkondigen; Om verdrukten in vrijheid te stellen, Om aan te kondigen het genadejaar van den Heer.stylus1 Timotheüs 4:2, 1 Timotheüs 4:2, Kolossenzen 3:5, Kolossenzen 3:5, Romeinen 1:2420Toen rolde Hij het boek dicht, gaf het aan den beambte terug, en zette Zich neer. Aller ogen waren in de synagoge op Hem gevestigd.stylusTitus 2:11, Titus 2:14, Titus 2:11, Titus 2:14, Johannes 6:4521Nu ving Hij aan, en sprak tot hen: Heden is het Schriftwoord, dat gij gehoord hebt, vervuld.stylus1 Johannes 5:20, 1 Johannes 5:20, Efeziërs 1:13, Efeziërs 1:13, Hebreeën 3:722Allen betuigden Hem bijval, en stonden verbaasd over de lieflijke woorden, die er vloeiden uit zijn mond. En ze zeiden: Is dit niet de zoon van Josef?stylusRomeinen 6:6, Romeinen 6:6, Hebreeën 12:1, Hebreeën 12:1, Jakobus 1:2123Hij sprak tot hen: Gij zult Mij zeker dit spreekwoord doen horen: Geneesheer, genees uzelf. Doe ook hier in uw vaderstad, wat, naar we vernamen, in Kafárnaum is geschied.stylusRomeinen 12:2, Romeinen 12:2, Romeinen 8:6, Romeinen 8:6, Psalmen 51:1024Hij ging voort: Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet wordt in zijn eigen geboortestad erkend.stylusKolossenzen 3:10, Kolossenzen 3:14, Kolossenzen 3:10, Kolossenzen 3:14, 2 Korintiërs 5:1725Voorwaar, Ik zeg u: Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef, zodat er over heel het land grote hongersnood heerste;stylusKolossenzen 3:9, Kolossenzen 3:9, Zacharia 8:16, Zacharia 8:16, Spreuken 12:2226en toch, tot niemand van haar werd Elias gezonden. maar wel tot een weduwe te Sarepta van Sidónië.stylusJakobus 1:19, Jakobus 1:19, Psalmen 4:4, Psalmen 4:4, Psalmen 37:827Ook waren er veel melaatsen in Israël in de tijd van den profeet Eliseüs; en toch, niemand van hen werd gereinigd, maar wel Naämán, de Syriër.stylusJakobus 4:7, Jakobus 4:7, 1 Petrus 5:8, 1 Petrus 5:8, Efeziërs 6:1628Toen ze dit hoorden, werden allen in de synagoge woedend;stylus1 Timotheüs 6:18, 1 Timotheüs 6:18, 1 Tessalonicenzen 4:11, 1 Tessalonicenzen 4:12, Galaten 6:1029ze sprongen op, wierpen Hem de stad uit, voerden Hem naar de rand van de berg, waarop hun stad was gebouwd, om Hem naar beneden te storten.stylusKolossenzen 4:6, Kolossenzen 4:6, 1 Tessalonicenzen 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:11, Prediker 10:1230Maar Hij ging midden door hen heen, en vertrok.stylus1 Tessalonicenzen 5:19, 1 Tessalonicenzen 5:19, Jesaja 63:10, Jesaja 63:10, Efeziërs 1:1331Nu daalde Hij naar Kafárnaum af, een stad van Galilea, en trad op sabbat als leraar voor hen op.stylusKolossenzen 3:8, Kolossenzen 3:8, Titus 3:2, Titus 3:3, Prediker 7:932Men stond verbaasd over zijn leer; want Hij sprak met gezag.stylusKolossenzen 3:12, Kolossenzen 3:13, Kolossenzen 3:12, Kolossenzen 3:13, Mattheüs 6:1433Eens was er in de synagoge een man, met een onreinen, duivelsen geest. Hij riep met luider stem:stylus34Wel, wat hebt Gij met ons te maken, Jesus van Názaret? Zijt Gij gekomen, om ons in het verderf te storten? Ik weet, wie Gij zijt: de Heilige Gods.stylus35Maar Jesus gebood hem: Zwijg, en ga van hem uit. De geest slingerde hem tussen de omstanders in, en ging van hem uit, zonder hem enig letsel te doen.stylus36Allen waren verbaasd, en zeiden tot elkander: Wat mag dat toch zijn? Want met gezag en macht gebiedt Hij de onreine geesten, en ze gaan uit.stylus37En zijn faam ging overal in de omtrek rond.stylus38Toen Hij de synagoge had verlaten, begaf Hij Zich naar het huis van Simon. De schoonmoeder van Simon lag ziek aan zware koorts; en men vroeg Hem haar te helpen.stylus39Hij boog Zich over haar heen, gebood de koorts, en deze verliet haar. Onmiddellijk stond ze op, en bediende Hem.stylus40Na zonsondergang brachten allen hun zieken, aan welke kwaal ze ook leden, naar Hem toe; Hij legde hun één voor één de handen op, en genas ze.stylus41Ook gingen van velen de boze geesten uit, terwijl ze riepen: Gij zijt de Zoon van God. Maar ten strengste verbood Hij hun te spreken, omdat ze wisten, dat Hij de Christus was.stylus42Toen het dag was geworden, ging Hij heen, en begaf Hij Zich naar een eenzame plaats. De scharen zochten naar Hem; en toen ze Hem hadden bereikt, trachtten ze Hem te beletten, van hen heen te gaan.stylus43Maar Hij zeide hun: Ook aan andere steden moet Ik de blijde boodschap van het koninkrijk Gods gaan verkondigen; want daartoe ben Ik gezonden.stylus44En Hij preekte in de synagogen van Judea.stylus