Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Lucas Hoofdstuk 4

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
LUCAS

Lucas 4

1Toen verliet Jesus, vervuld van den Heiligen Geest, de Jordaan, en werd door den Geest naar de woestijn gevoerd,
Kolossenzen 1:10, Kolossenzen 1:10, Filippenzen 1:27, Filippenzen 1:27, 1 Tessalonicenzen 2:12
2veertig dagen lang; en Hij werd door den duivel bekoord. In al die dagen at Hij niets; en toen ze ten einde waren, kreeg Hij honger.
Kolossenzen 3:12, Kolossenzen 3:13, Kolossenzen 3:12, Kolossenzen 3:13, 1 Korintiërs 13:7
3Nu sprak de duivel tot hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot die steen, dat hij brood moet worden.
1 Korintiërs 1:10, 1 Korintiërs 1:10, Kolossenzen 3:13, Kolossenzen 3:15, Kolossenzen 3:13
4Jesus antwoordde hem: Er staat geschreven: "De mens zal niet leven van brood alleen".
Efeziërs 2:18, Efeziërs 2:18, Romeinen 12:4, Romeinen 12:5, Romeinen 12:4
5Daarna voerde hij Hem naar een hoger punt, en toonde Hem in een enkel ogenblik al de koninkrijken der wereld.
1 Korintiërs 8:6, 1 Korintiërs 8:6, 1 Korintiërs 12:13, 1 Korintiërs 12:13, 1 Petrus 3:21
6En de duivel zeide Hem: Ik zal U al die macht en de heerlijkheid daarvan geven; want mij zijn ze geschonken, en ik geef ze, wien ik wil.
Romeinen 11:36, Romeinen 11:36, 1 Korintiërs 8:6, Maleachi 2:10, 1 Korintiërs 8:6
7Wanneer Gij mij aanbidt, zal dit alles het uwe zijn.
Romeinen 12:3, Romeinen 12:3, 1 Petrus 4:10, 1 Petrus 4:10, 1 Korintiërs 12:7
8Jesus antwoordde hem: Er staat geschreven: "Ge zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen".
Psalmen 68:18, Psalmen 68:18, Kolossenzen 2:15, Kolossenzen 2:15, 1 Samuël 30:26
9Nu voerde hij Hem naar Jerusalem en plaatste Hem op het dakterras van de tempel. En hij zei Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan van hier naar beneden.
Johannes 3:13, Johannes 3:13, Mattheüs 12:40, Mattheüs 12:40, Johannes 6:33
10Want er staat geschreven: Zijn engelen zal Hij over U bevelen, om U te behoeden;
Hebreeën 7:26, Hebreeën 7:26, Hebreeën 4:14, Hebreeën 4:14, Efeziërs 1:20
11en ze zullen U op de handen dragen, opdat Gij aan geen steen uw voet zoudt stoten.
Jeremia 3:15, Jeremia 3:15, 1 Korintiërs 12:28, 1 Korintiërs 12:29, 1 Korintiërs 12:28
12Jesus antwoordde hem: Er is gezegd: "Ge zult den Heer uw God niet beproeven".
1 Tessalonicenzen 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:14, 1 Tessalonicenzen 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:14, Efeziërs 4:16
13Nadat de duivel al zijn bekoringen had uitgeput, verliet hij Hem voor een tijd.
Kolossenzen 1:28, Kolossenzen 1:28, Johannes 17:21, Johannes 17:21, Efeziërs 4:5
14Toen keerde Jesus in de kracht van den Geest naar Galilea terug. En zijn faam drong heel de omtrek door.
Hebreeën 13:9, Hebreeën 13:9, Romeinen 16:17, Romeinen 16:18, Romeinen 16:17
15Hij gaf onderricht in hun synagogen, en werd door allen geëerd.
1 Johannes 3:18, 1 Johannes 3:18, Zacharia 8:16, Efeziërs 4:25, Zacharia 8:16
16Zo kwam Hij ook te Názaret, waar Hij was groot gebracht, en ging naar gewoonte op de sabbat naar de synagoge. Toen Hij opstond, om de voorlezing te houden,
Kolossenzen 2:19, Kolossenzen 2:19, Johannes 15:5, Johannes 15:5, Kolossenzen 2:2
17reikte men Hem het boek van den profeet Isaias over. Hij rolde het boek open, en trof de plaats, waar geschreven staat:
Romeinen 1:21, Romeinen 1:21, 1 Petrus 4:3, 1 Petrus 4:4, 1 Petrus 4:3
18De Geest des Heren rust op Mij; Want Hij heeft Mij gezalfd, Om aan armen de blijde boodschap te brengen.
Mattheüs 13:15, Mattheüs 13:15, Efeziërs 2:12, Efeziërs 2:12, Romeinen 1:21
19Hij heeft Mij gezonden, Om aan gevangenen verlossing, Aan blinden genezing te verkondigen; Om verdrukten in vrijheid te stellen, Om aan te kondigen het genadejaar van den Heer.
1 Timotheüs 4:2, 1 Timotheüs 4:2, Kolossenzen 3:5, Kolossenzen 3:5, Romeinen 1:24
20Toen rolde Hij het boek dicht, gaf het aan den beambte terug, en zette Zich neer. Aller ogen waren in de synagoge op Hem gevestigd.
Titus 2:11, Titus 2:14, Titus 2:11, Titus 2:14, Johannes 6:45
21Nu ving Hij aan, en sprak tot hen: Heden is het Schriftwoord, dat gij gehoord hebt, vervuld.
1 Johannes 5:20, 1 Johannes 5:20, Efeziërs 1:13, Efeziërs 1:13, Hebreeën 3:7
22Allen betuigden Hem bijval, en stonden verbaasd over de lieflijke woorden, die er vloeiden uit zijn mond. En ze zeiden: Is dit niet de zoon van Josef?
Romeinen 6:6, Romeinen 6:6, Hebreeën 12:1, Hebreeën 12:1, Jakobus 1:21
23Hij sprak tot hen: Gij zult Mij zeker dit spreekwoord doen horen: Geneesheer, genees uzelf. Doe ook hier in uw vaderstad, wat, naar we vernamen, in Kafárnaum is geschied.
Romeinen 12:2, Romeinen 12:2, Romeinen 8:6, Romeinen 8:6, Psalmen 51:10
24Hij ging voort: Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet wordt in zijn eigen geboortestad erkend.
Kolossenzen 3:10, Kolossenzen 3:14, Kolossenzen 3:10, Kolossenzen 3:14, 2 Korintiërs 5:17
25Voorwaar, Ik zeg u: Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef, zodat er over heel het land grote hongersnood heerste;
Kolossenzen 3:9, Kolossenzen 3:9, Zacharia 8:16, Zacharia 8:16, Spreuken 12:22
26en toch, tot niemand van haar werd Elias gezonden. maar wel tot een weduwe te Sarepta van Sidónië.
Jakobus 1:19, Jakobus 1:19, Psalmen 4:4, Psalmen 4:4, Psalmen 37:8
27Ook waren er veel melaatsen in Israël in de tijd van den profeet Eliseüs; en toch, niemand van hen werd gereinigd, maar wel Naämán, de Syriër.
Jakobus 4:7, Jakobus 4:7, 1 Petrus 5:8, 1 Petrus 5:8, Efeziërs 6:16
28Toen ze dit hoorden, werden allen in de synagoge woedend;
1 Timotheüs 6:18, 1 Timotheüs 6:18, 1 Tessalonicenzen 4:11, 1 Tessalonicenzen 4:12, Galaten 6:10
29ze sprongen op, wierpen Hem de stad uit, voerden Hem naar de rand van de berg, waarop hun stad was gebouwd, om Hem naar beneden te storten.
Kolossenzen 4:6, Kolossenzen 4:6, 1 Tessalonicenzen 5:11, 1 Tessalonicenzen 5:11, Prediker 10:12
30Maar Hij ging midden door hen heen, en vertrok.
1 Tessalonicenzen 5:19, 1 Tessalonicenzen 5:19, Jesaja 63:10, Jesaja 63:10, Efeziërs 1:13
31Nu daalde Hij naar Kafárnaum af, een stad van Galilea, en trad op sabbat als leraar voor hen op.
Kolossenzen 3:8, Kolossenzen 3:8, Titus 3:2, Titus 3:3, Prediker 7:9
32Men stond verbaasd over zijn leer; want Hij sprak met gezag.
Kolossenzen 3:12, Kolossenzen 3:13, Kolossenzen 3:12, Kolossenzen 3:13, Mattheüs 6:14
33Eens was er in de synagoge een man, met een onreinen, duivelsen geest. Hij riep met luider stem:
34Wel, wat hebt Gij met ons te maken, Jesus van Názaret? Zijt Gij gekomen, om ons in het verderf te storten? Ik weet, wie Gij zijt: de Heilige Gods.
35Maar Jesus gebood hem: Zwijg, en ga van hem uit. De geest slingerde hem tussen de omstanders in, en ging van hem uit, zonder hem enig letsel te doen.
36Allen waren verbaasd, en zeiden tot elkander: Wat mag dat toch zijn? Want met gezag en macht gebiedt Hij de onreine geesten, en ze gaan uit.
37En zijn faam ging overal in de omtrek rond.
38Toen Hij de synagoge had verlaten, begaf Hij Zich naar het huis van Simon. De schoonmoeder van Simon lag ziek aan zware koorts; en men vroeg Hem haar te helpen.
39Hij boog Zich over haar heen, gebood de koorts, en deze verliet haar. Onmiddellijk stond ze op, en bediende Hem.
40Na zonsondergang brachten allen hun zieken, aan welke kwaal ze ook leden, naar Hem toe; Hij legde hun één voor één de handen op, en genas ze.
41Ook gingen van velen de boze geesten uit, terwijl ze riepen: Gij zijt de Zoon van God. Maar ten strengste verbood Hij hun te spreken, omdat ze wisten, dat Hij de Christus was.
42Toen het dag was geworden, ging Hij heen, en begaf Hij Zich naar een eenzame plaats. De scharen zochten naar Hem; en toen ze Hem hadden bereikt, trachtten ze Hem te beletten, van hen heen te gaan.
43Maar Hij zeide hun: Ook aan andere steden moet Ik de blijde boodschap van het koninkrijk Gods gaan verkondigen; want daartoe ben Ik gezonden.
44En Hij preekte in de synagogen van Judea.

Andere Boeken

LucasJohannesHandelingen+

Andere Boeken

LucasHfst. 4
JohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 Korintiërs
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward